background image

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 1 

In dit deel gaan we het hebben over de algemene gedragsregels op de weg, de regels 
waar jouw auto aan moet voldoen, welk rijbewijs je nodig hebt en wat verkeerstekens 
zijn. Alleen als iedereen deze regels kent en ze ook naleeft, blijft het veilig op de weg. 

 

Personenauto 1.1 

Jij, en iedereen om je heen, doet bijna dagelijks mee aan het verkeer. Dat betekent dat er 
duizenden mensen per dag lopen of fietsen, of in auto’s, bussen of vrachtauto’s rijden. 
Om te zorgen dat dit op een veilige manier kan, zijn er regels opgesteld. Als je aan het 
verkeer deelneemt, moet je de regels dus goed kennen. Bijvoorbeeld de algemene 
gedragsregels in het verkeer 

 

 

 

 

1 Wetgeving 

📽1.1 

📽1.2 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Gedragsregels 

 

 

 

Als je aan het verkeer deelneemt, moet je je aan bepaalde 
gedragsregels houden. Dit zijn algemene regels die zijn opgesteld 
om: 
 
· te zorgen dat het veilig blijft op de weg; 
. weggebruikers en passagiers te beschermen; 
· te zorgen dat de weg bruikbaar blijft; 
· te zorgen dat het verkeer vrij kan blijven rijden; 
· overlast, hinder en schade te voorkomen of beperken; 
· de negatieve gevolgen voor het milieu te beperken; 
. fraude te voorkomen. 
 

📖1.3 

Wegen 
Alle wegen of paden waar openbaar verkeer overheen kan rijden of 
lopen. Hierbij horen ook de bruggen en tunnels. Ook de paden en 
bermen horen bij de weg. 
 
Dit wil zeggen dat een weg alles is van sloot tot sloot en van gevel tot 
gevel. Een trottoir (stoep) hoort dus ook bij de weg, net als een 
fietspad dat van de rijbaan is afgescheiden door een berm of trottoir. 

 

 

Zie Video: De Weg 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Aanwijzingen 
ledere weggebruiker is verplicht om alle aanwijzingen van bevoegde 

personen op te volgen. Daarnaast zijn er ook verkeersbrigadiers (ook wel 

bekend als klaar-overs) waarvan je de aanwijzingen moet opvolgen. Zij 

mogen je alleen laten stoppen. 

 

 

 

Verplichte medewerking 
Als je wordt staande gehouden door een politieagent of een ander 
bevoegd persoon, mag deze jou vragen om een aantal documenten. 
Deze moet je verplicht bij je hebben en moet je laten zien als dit 
gevraagd wordt. Het gaat hierbij om: 
 
· Het rijbewijs. 
. Het kentekenbewijs van het voertuig waarmee je onderweg bent. 
· De begeleiderspas als je rijdt onder de 2toDrive regeling. 
. Een gehandicaptenparkeerkaart als je deze nodig hebt voor het 

Bevoegd persoon 
Personen die het verkeer mogen regelen en naar officiële 
documenten mogen vragen. Dit zijn: 
 
· Officieren van Justitie 
· Politieagenten 
. Militairen van de Koninklijke Marechaussee 
· Ambtenaren van de Rijksbelastingdienst 
. Ambtenaren van Dienst Wegverkeer en verkeersinspecties 
. Ambtenaren van Rijks- en provinciale waterstaat 
· Opsporingsambtenaren vallend onder verschillende 
Ministeries 

 

Een verkeersbrigadier mag jou alleen laten 
toppen. 

 

 

Een militair van de Koninklijke 
Marechaussee mag aanwijzingen geven 
die 
je moet opvolgen. Ook mag hij om jouw 
officiële documenten vragen.

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

voertuig dat je bestuurt of de plek waar je parkeert. 
 
Daarnaast mag een bevoegd persoon jou verplichten om mee te werken 
aan een onderzoek naar alcohol-, drugs- of medicijngebruik. 
 
Dat betekent dat je verplicht bent om mee te werken aan een 
ademanalyse (blaastest), oefeningen om te controleren of je nog goed 
kunt zien en praten, of een speekselcontrole voor de opsporing van 
drugsgebruik. Je kunt zelfs worden verplicht om bloed af te laten nemen, 
bijvoorbeeld als je weigert een blaastest te doen of als het afnemen van 
de blaastest niet lukt. Er moet dan wel een goede reden zijn om te 
denken dat je alcohol of drugs gehad hebt. 
 

Hinder of gevaar veroorzaken 
De meeste regels staan beschreven in de wetgeving. Zo mag je niet 
sneller rijden dan toegestaan, mag je geen verkeersborden negeren en 
mag je niet doorrijden bij rood licht. Maar er is nog veel meer hinderlijk of 
gevaarlijk gedrag te bedenken dat niet letterlijk is genoemd. Daarom is er 
een regel opgesteld die het iedereen verbiedt zich zo te gedragen dat er 
gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt. Ook 
mag je je niet zo gedragen dat je het overige verkeer hindert of zou 
kunnen hinderen. Hoe dit gevaar of deze hinder wordt veroorzaakt, 
maakt voor deze regel niet uit. 
 

 

 

Verlaten plaats ongeval 
Is er toch iets gebeurd in het verkeer en ben jij daarbij betrokken? Dan 
mag je de plaats van het ongeval niet verlaten totdat je jouw gegevens 
en de gegevens van het betrokken voertuig hebt achtergelaten bij de 
andere betrokken personen of de politie. Het maakt daarbij niet uit of jij 

Kapstopartikel 
Artikel 5 van de Wegenverkeerswet verbiedt je om hinder of gevaar te 
veroorzaken in het verkeer. Het wordt ook wel het 'kapstokartikel' 
genoemd. Dit heet zo, omdat gevaarlijk gedrag dat niet letterlijk in de 
wet genoemd staat, aan dit artikel kan worden 'opgehangen'. Als jij 
iets doet in het verkeer dat niet direct verboden is door middel van een 
bord of een verkeersregel, maar je veroorzaakt hierdoor wel hinder of 
gevaar, dan kun je door artikel 5 van de Wegenverkeerswet alsnog 
een straf krijgen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

schuld had of niet. 
 
Ga je toch weg zonder je gegevens achter te laten, dan pleeg je een 
misdrijf. Alleen als je jezelf vrijwillig binnen 12 uur meldt bij de politie, kun 
je nog onder je straf uitkomen. Je moet dan niet voor die tijd al door de 
politie als verdachte zijn aangehouden. 
 

 

 

Wedstrijd op de weg 
Het is niet toegestaan om op de openbare weg een wedstrijd te houden 
met een andere bestuurder. Je mag bijvoorbeeld geen wedstrijdje doen 
wie het snelst kan optrekken bij het verkeerslicht. In dat geval is niet 
alleen de bestuurder maar ook de eigenaar of houder van het voertuig 
aansprakelijk. 
 

 

De plaats van het ongeval verlaten en daardoor een slachtoffer in 
hulpeloze toestand achterlaten, is altijd strafbaar. Ook als je je daarna 
alsnog meldt. Dit geldt ook als je het ongeval alleen maar hebt zien 
gebeuren! 
 
Daarnaast ben je ook verplicht om de hulp die je kunt bieden, te 
bieden. Hieronder valt bijvoorbeeld 112 bellen, eerste hulp verlenen als 
je dit kunt, omstanders op afstand houden indien nodig en 
hulpverleners naar het ongeval wijzen. Ga nooit zomaar filmen of 
foto's maken van het ongeluk of het slachtoffer. Ook het verspreiden 
van dit soort materiaal is ronduit asociaal. 

Invordering rijbewijs 
De politie kan je rijbewijs invorderen. Dat wil zeggen dat je rijbewijs 
wordt ingenomen als je staande bent gehouden omdat je je hebt 
misdragen in het verkeer. Zij sturen het rijbewijs dan op naar de 
Officier van Justitie. 
 
Ontzegging van de rijbevoegdheid 
Verbod tot het besturen van motorrijtuigen, ook wel een rijontzegging 
genoemd. Dit is een verbod van enkele maanden tot zelfs jaren. Je 
kunt dit opgelegd krijgen door de Officier van Justitie of een rechter, 
nadat je je hebt misdragen in het verkeer. De ontzegging van de 
rijbevoegheid kan oplopen tot twee jaar voor lichtere en tot vijf jaar 
voor zwaardere overtredingen en misdrijven. Bij deze laatste moet je 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Handhaving op rijgedrag 
Als je je teveel misdraagt in het verkeer, dan kan je rijbewijs worden 
ingevorderd. Dit betekent dat deze wordt ingenomen door de politie. Je 
rijbewijs wordt dan opgestuurd naar de Officier van Justitie. Deze beslist 
binnen 10 dagen of je rijbewijs wordt ingehouden of dat je het rijbewijs 
terugkrijgt. In beide gevallen kan het zijn dat aan de rechter wordt 
gevraagd de uiteindelijke straf te bepalen. Deze kan dan een boete en 
een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. 
 
In de periode dat je een ontzegging van de rijbevoegdheid hebt, mag je 
geen enkel motorrijtuig meer besturen. 
 
Het innemen van je rijbewijs op basis van je rijgedrag wordt gedaan als 
je: 
 
. de maximumsnelheid met 50 km/u of meer overschrijdt; 
. hinder of gevaar veroorzaakt. 

denken aan dood of letsel door schuld, rijden onder invloed en rijden 
tijdens een ontzegging. Ga je binnen korte tijd opnieuw de fout in, dan 
kunnen deze straffen verdubbeld worden. 
 
Ongeldigverklaring rijbewijs 
Ga je meerdere keren de fout in, of ben je om een andere reden niet 
meer rijgeschikt of rijvaardig, dan kan je rijbewijs ongeldig worden 
verklaard. Je mag dan geen motorrijtuigen meer besturen waarvoor je 
dit rijbewijs nodig hebt. Je mag in dat geval dus wel fietsen, of rijden in 
of op een voertuig waarvoor geen rijbewijs nodig is. Je kunt ook een 
ongeldigverklaring krijgen voor één categorie, waarbij de andere 
behaalde categorieën wel geldig blijven. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Ook kan er een melding worden gemaakt bij het CBR (Centraal Bureau 
Rijvaardigheidsbewijzen). Deze gaat in dat geval onderzoeken of je nog 
wel rijgeschikt en rijvaardig genoeg bent om te mogen autorijden. 
 

 

 
 
Een melding bij het CBR kan al gedaan worden als je: 
 
. bumperkleeft op de autosnelweg (omdat je te weinig volgafstand 
houdt): 
· andere weggebruikers afsnijdt; 
. door rood licht rijdt; 
. meer dan 50 km/u te snel rijdt bij normale omstandigheden; 
· meer dan 30 km/u te snel rijdt bij wegwerkzaamheden. 
 

Verboden te rijden 
Ga je toch rijden in of op een motorrijtuig terwijl je een ontzegging van 
de rijbevoegdheid hebt, dan pleeg je een misdrijf. Dit geldt ook als je 
gaat rijden in een voertuig waarvoor je een rijbewijs nodig hebt terwijl 
dit rijbewijs ongeldig is verklaard. 
 

Deeltoets 1.1 

 

 

De afkorting CBR staat voor Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. 
Het CBR bepaalt of iemand wel of geen rijbewijs krijgt. Ook bepaalt 
het CBR of je het rijbewijs mag houden zodra er twijfels zijn over je 
rijgeschiktheid of rijvaardigheid. Het CBR neemt zowel de theorie- als 
de praktijkexamens af. 
Een aparte afdeling van het CBR is het BNOR, het Bureau Nader 
Onderzoek Rijvaardigheid. Hier kom je bijvoorbeeld terecht als je vier 
keer achter elkaar bent gezakt voor je praktijkexamen. 

💬1.4 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 1.2 

Als je een rijbewijs wilt halen, controleert het CBR of je lichamelijk en geestelijk geschikt 
bent om te rijden. Daarnaast kijken ze natuurlijk of je wel kúnt rijden. Zolang je het 
rijbewijs hebt, blijven deze dingen belangrijk. Je moet immers snel kunnen reageren en 
handelen in het verkeer. 
 

Rijden onder invloed 

 

📽1.5 

📖1.6 

Beginnend bestuurder 
Als je voor het eerst een rijbewijs haalt, ben je de eerste vijf jaar een 
beginnend bestuurder. Haal je een bromfiets- of trekkerrijbewijs voor 
je 18e dan geldt een periode van zeven jaar. Voor beginnende 
bestuurders gelden iets strengere regels dan voor ervaren 
bestuurders. 
 
Promille 
Dit is een waarde om de hoeveelheid alcohol in het bloed aan te 
geven. 
 
ug/l 
Dit staat voor microgram per liter. Dit is een waarde om de 
hoeveelheid alcohol per liter uitgeademde lucht aan te geven. 
 
Standaardglas 
In de horeca wordt normaal gesproken bier, wijn en sterke drank 
geschonken in glazen met een standaardmaat: 
 
. Bier 25 cl (5% alcohol) 
· Wijn 10 cl (12% alcohol) 
· Sterke drank 3,5 cl (35% alcohol) 
 
Dit zorgt ervoor dat één glas wijn evenveel pure alcohol bevat als één 
glas bier of één glas sterke drank. Dit geldt niet als er geen gebruik 
wordt gemaakt van deze standaard glazen, zoals bij speciaalbier of 
cocktails. In dat geval kan er in één glas ineens veel meer pure alcohol 
zitten. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Elke glas bevat evenveel pure alcohol 
 
Je mag niet rijden onder invloed van alcohol, drugs, of medicijnen die de 
rijvaardigheid beïnvloeden. Hiervoor gelden bepaalde grenswaarden. 
Voor alcohol zijn dit: 
 
. Voor een beginnend bestuurder: maximaal 88 ug/l of 0,2 promille. 
Dit is ongeveer 0,5 tot 1 standaardglas bier, wijn of sterke drank. 
. Voor een ervaren bestuurder: maximaal 220 ug/l of 0,5 promille. 
Dit is ongeveer 1,5 tot 2,5 standaardglas bier, wijn of sterke drank. 
Dit promillage geldt ook voor fietsers! 
 
Voor drugs en medicijnen zijn de grenswaarden per middel verschillend. 
Voor drugs kun je aanhouden dat je na het gebruik van een 'portie', over 
het algemeen over deze waarde heen bent en dus niet meer mag rijden. 
Sommige drugs blijven tot wel meerdere dagen in je lichaam. 
 
Wordt er naast het gebruik van alcohol ook drugs in het lichaam 
aangetroffen, dan ben je ongeacht de hoeveelheid direct strafbaar. 
 

 

 

 

Al vanaf het gebruik van één glas 
alcoholhoudende drank kun je strafbaar 
zijn als je gaat rijden.

 

Al vanaf het moment dat het lijkt alsof je 
van plan bent om te gaan rijden onder 
invloed, kun je een rijverbod opgelegd 
krijgen.

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Handhaving op rijden onder invloed 
Als je onder invloed een voertuig bestuurt, of dit wil gaan doen, dan kan 
de politie hier direct tegen optreden. Dit kan met de volgende middelen: 
 

  Rijverbod 

Een rijverbod kun je opgelegd krijgen al voordat je in de auto stapt. 
Ook als je aanstalten maakt om onder invloed te gaan rijden, kun je 
een rijverbod opgelegd krijgen. Een rijverbod duurt een aantal uren, 
tot een maximum van 24 uur. Dit is afhankelijk van hoeveel je hebt 
gedronken of gebruikt. Tijdens een rijverbod mag je helemaal geen 
voertuigen besturen. Dus ook geen fiets. 

  Invordering 

Voertuigen 
Fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, 
trams en wagens. 
 
Bromfietsen 
Motorrijtuig op twee, drie of vier wielen, die niet harder kan en mag 
(constructiesnelheid) dan 45 km/u, uitgerust met een 
verbrandingsmotor van maximaal 50 cm3 (cc) of verbrandings- of 
elektromotor met een netto maximumvermogen van maximaal 4 kW. 
Dit is geen gehandicaptenvoertuig. Een bromfiets op vier wielen 
(brommobiel) heeft een ledig gewicht onder de 350 kg. 
 
Motorrijtuigen 
Alle voertuigen die door middel van een motor worden voortbewogen. 
Deze mag niet worden voortbewogen langs een rails (zoals een trein, 
metro of tram). Fietsen met trapondersteuning vallen niet onder de 
motorrijtuigen. Let op: Trolleybussen en alle soorten bromfietsen, 
inclusief de speedpedelec, wel! 
 
Rijverbod 
Verbod tot het besturen van voertuigen. Dit kun je opgelegd krijgen 
door de politie als je onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen 
bent en een voertuig bestuurt of wilt gaan besturen. Je mag dan ook 
niet meer fietsen. 
 
Rijontzegging (ontzegging van de rijbevoegdheid) 
Verbod tot het besturen van motorrijtuigen. Dit is een verbod van 
enkele maanden tot zelfs jaren. Je kunt dit opgelegd krijgen door de 
Officier van Justitie of een rechter, nadat je je hebt misdragen in het 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Als je tijdens het rijden staande wordt gehouden en je komt bij de 
blaastest boven bepaalde alcoholgrenzen, vordert de politie direct je 
rijbewijs in. Dit kan ook als er teveel drugs wordt aangetoond tijdens 
een speekseltest. Dit betekent dat je vanaf dat moment geen 
motorrijtuigen meer mag besturen, totdat je je rijbewijs weer terug 
hebt. De grenzen voor invordering bij alcohol zijn: 
- 0,8 promille (350 ug/l) bij beginnende bestuurders. 
- 1,3 promille (570 ug/l) bij ervaren bestuurders. 
- Werk je niet mee bij de controle en weiger je bijvoorbeeld de 
blaastest of speekseltest, dan kan je rijbewijs óók worden 
ingevorderd. 

  Melding aan het CBR 

Boven bepaalde grenswaarden wordt er door de politie ook een 
melding gemaakt richting het CBR. Dit is al vanaf: 
- 0,5 promille (220 ug/l) bij beginnende bestuurders. 
- 0,8 promille (350 ug/l) bij ervaren bestuurders. 
 
Ook bij de invordering van je rijbewijs voor rijden onder invloed, wordt 
het rijbewijs opgestuurd naar de officier van justitie. Deze neemt binnen 
10 dagen de beslissing of je het rijbewijs terugkrijgt of niet. Ook kan de 
officier van justitie een strafvoorstel doen. Als je hiermee akkoord gaat is 
het afgehandeld. Maar het kan ook zijn dat je je nog moet melden bij de 
rechter. Deze bepaalt dan de uiteindelijke straf. 
 

 

 

 

Alcoholgebruik wordt aangetoond met 
een 
blaastest. Deze test mag je niet weigeren. 

Drugsgebruik kan worden aangetoond 
met 
een speekseltest. Ook deze mag je niet 
weigeren.

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Rijvaardigheid en rijgeschiktheid 

 

 
Als je staande wordt gehouden en de politieagent of een ander bevoegd 
persoon twijfelt aan jouw rijvaardigheid of rijgeschiktheid, kan deze 
besluiten om jouw rijbewijs in te vorderen. Dit kan zijn omdat je asociaal 
hebt gereden of duidelijk onder invloed bent van alcohol, drugs of 
medicijnen. Maar ook als je lichamelijk of psychisch niet in orde lijkt, kan 
je rijbewijs ingenomen worden. De rijvaardigheid en/of rijgeschiktheid 
kan ook afnemen naarmate je ouder wordt. 
 
Als je rijbewijs wordt ingevorderd om een van deze redenen, wordt dit 
doorgegeven aan het CBR. Het CBR besluit welke stappen genomen 
moeten worden om te onderzoeken of je nog rijvaardig of rijgeschikt 
genoeg bent om dit voertuig te besturen. Je bent verplicht om aan dit 
traject mee te werken als je je rijbewijs terug wilt. Doe je dit niet, dan 
wordt je rijbewijs ongeldig verklaard. 

 

Als er wordt getwijfeld aan jouw rijgeschiktheid, dan kan het zijn dat je moet wordenonderzocht door een onafhankelijke specialist. Weiger je dit, dan 
wordt je rijbewijs ongeldig verklaard. 

 

Onderzoek of cursus CBR 
Het CBR heeft verschillende mogelijkheden om jouw rijvaardigheid of 

📖1.7 

Rijvaardigheid 
De vaardigheid om een voertuig te besturen. Dit heeft met name te 
maken met hoe handig je bent met een voertuig en of je deze onder 
controle hebt. De rijvaardigheid kan ook verminderen door het gebruik 
van alcohol of drugs. 
 
Rijgeschiktheid 
De lichamelijke of geestelijke geschiktheid om een voertuig te 
besturen. Dit heeft te maken met lichamelijke of geestelijke 
aandoeningen, zoals problemen met ledematen of aandoeningen aan 
de hersenen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

rijgeschiktheid te onderzoeken: 
 
. Medisch onderzoek naar rijgeschiktheid 
Onderzoek door een onafhankelijke specialist, bijvoorbeeld een 
oogarts, neuroloog of cardioloog. 
. Rijtest om rijvaardigheid of rijgeschiktheid te onderzoeken 
Deze test kan volgen uit een medisch onderzoek. Je gaat hierbij met 
een speciaal opgeleide examinator een stuk rijden om te kijken of dit 
nog verantwoord is. Afhankelijk van de situatie is dit met een lesauto, 
of met de eigen auto. 
 
Ook kan het CBR een verplichte cursus opleggen. Hieronder vallen 
cursussen in verband met gebruik van alcohol of drugs: 
 
. LEMA (Licht Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) 
Wordt opgelegd aan bestuurders die zijn aangehouden in verband 
met rijden onder invloed. Dit is bij een promillage tussen 0,5 en 0,8 
(220-350 ug/l) bij beginnende bestuurders en een promillage tussen 
0,8 en 1,0 (350-440 ug/l) bij ervaren bestuurders. 
· EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer) 
Wordt opgelegd aan bestuurders met hogere promillages of 
personen die voor een tweede keer worden gepakt voor rijden onder 
invloed. 
. EMD (Educatieve Maatregel Drugs en verkeer) 
Wordt opgelegd bij aangetoond drugsgebruik in het verkeer. 
 
En cursussen in verband met te snel rijden en ander asociaal gedrag: 
 
. LEMG (Licht Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer) 
Wordt opgelegd bij te snel rijden. Dit geldt als je met de auto tussen 
de 50 en 59 km/u sneller rijdt dan is toegestaan (bij 
wegwerkzaamheden zelfs al vanaf 30 km/u). 
. EMG (Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer) 
Wordt opgelegd bij asociaal en gevaarlijk rijgedrag, zoals 
bumperkleven, het afsnijden van andere weggebruikers, door rood 
licht rijden of vanaf 60 km/u sneller rijden dan toegestaan. 
 
Deze alcohol-, drugs- en gedragscursussen zijn verplicht en zijn volledig 
voor eigen rekening. Naast deze cursus krijg je over het algemeen ook 
nog een (hoge) boete. Volg je de cursus niet (volledig) of betaal je deze 
niet, dan wordt het rijbewijs ongeldig verklaard. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Deeltoets 1.2 

 

Personenauto 1.3 

Je mag niet zomaar met alle voertuigen de weg op. Er zijn regels opgesteld waar 
voertuigen aan moeten voldoen. Die regels vertellen precies wat er wel en niet aanwezig 
mag zijn op een auto. Je mag dus niet zomaar van alles aan je auto veranderen. 

 

Eisen aan voertuigen 

 

Om met een voertuig gebruik te mogen maken van de openbare weg, 
moet deze voldoen aan bepaalde technische eisen. Als een fabrikant 
besluit om een nieuw type auto uit te brengen, moet deze eerst door de 
Dienst Wegverkeer (RDW) worden typegoedgekeurd voordat deze ook 
in Nederland verkocht mag worden. 
 
Als je zelf iets aanpast aan jouw auto, kan het zijn dat dit in strijd is met 
deze typegoedkeuring. Je mag dan niet meer met dit voertuig de weg op. 
De auto voldoet dan niet meer aan de permanente technische eisen en 
moet opnieuw goedgekeurd worden. 
 

💬1.8 

📽1.9 

📖1.10 

Motorrijtuig 
Alle voertuigen die door middel van een motor worden voortbewogen. 
Deze mag niet worden voortbewogen langs een rails (zoals een trein, 
metro of tram). Fietsen met trapondersteuning vallen niet onder de 
motorrijtuigen. Let op: Trolleybussen en alle soorten bromfietsen, 
inclusief de speedpedelec, wel! 
 
Bestuurder van een motorrijtuig 
Degene die het motorrijtuig bestuurt of degene die wordt geacht het 
motorrijtuig onder zijn onmiddellijke toezicht te doen besturen. Denk 
bij dit laatste aan een rij-instructeur of examinator. 
 
Houder van een motorrijtuig of aanhangwagen 
Degene die het voertuig langdurig huurt, of het voertuig langdurig 
leent of leaset, is de houder van dit voertuig. Dit is niet hetzelfde als 
de eigenaar. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wachten op keuren (WOK) 
Wordt er tijdens een controle opgemerkt dat er iets niet klopt aan jouw 
voertuig, dan kan het kentekenbewijs tijdelijk ongeldig worden verklaard. 
Dit kan bijvoorbeeld omdat je er zelf iets aan hebt veranderd. Maar het 
kentekenbewijs kan ook tijdelijk ongeldig worden verklaard na een 
aanrijding met schade. 
 
Er wordt in dat geval de aantekening 'verbod voor rijden over de weg' 
gemaakt in het kentekenregister. Dit wordt ook wel 'Wachten op keuren' 
of 'WOK-status' genoemd. Het voertuig moet dan opnieuw gekeurd 
worden bij de RDW. Je mag er niet meer mee rijden tot deze weer is 
goedgekeurd. 
 
In geval van een WOK-status wordt niet daadwerkelijk je 
kentekenbewijs ingevorderd, maar het staat wel landelijk geregistreerd 
dat er niet meer met dit voertuig gereden mag worden. 
 

Een flinke spoiler op je auto monteren kan 
ervoor zorgen dat het voertuig niet meer 
voldoet aan de technische eisen. 

Ook het vervangen van de uitlaat voor een 
andere soort uitlaat kan problemen geven.

 

Kenteken 
Uniek identificatiemiddel bestaand uit een combinatie van cijfers en 
letters die aan een typegoedgekeurd en tenaamgesteld 
kentekenplichtig voertuig wordt uitgegeven. 
 
Kentekenplaat 
Rechthoekige plaat waarop het kenteken is aangebracht. Deze plaat 
moet vastgemaakt worden op het voertuig waarbij dit kenteken hoort. 
 
Kentekenbewijs 
Bewijs dat aan de eigenaar of houder wordt afgegeven. Hierop staan 
de gegevens en het kenteken van het voertuig. 
 
Kentekenregister 
Landelijk register waarin alle kentekens en bijbehorende gegevens 
worden opgeslagen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Ook kan een bevoegd persoon bepalen dat jij op een afgesproken 
moment zorgt dat de personenauto op een afgesproken plaats 
beschikbaar is, bijvoorbeeld voor verder onderzoek. 
 

Onbekende eigenaar 
Is van een voertuig op de openbare weg niet duidelijk wie de eigenaar of 
houder is, omdat het voertuig bijvoorbeeld niet is voorzien van een goed 
leesbare kentekenplaat, dan kan dit voertuig worden weggesleept. Deze 
wordt dan ergens gestald totdat de eigenaar of #[houder zich meldt. 
Voordat een voertuig wordt weggesleept kan ervoor gekozen worden 
voor maximaal twee dagen een wielklem op het voertuig te plaatsen om 
op die manier de houder of eigenaar te achterhalen. 
 

Kentekenplicht 

 

De meeste motorrijtuigen hebben een kentekenplicht. Dit betekent dat 
zodra het voertuig voor het eerst tenaamgesteld is, er een kenteken 
wordt afgegeven aan dit voertuig. Het kentekenbewijs dat hierbij hoort, 
wordt verstrekt aan de eigenaar of houder van dit voertuig. Deze is 
vervolgens verantwoordelijk voor dit kentekenbewijs. 
 
Het voertuig waarmee gereden wordt moet altijd voldoen aan de 
gegevens die over dit voertuig in het kentekenregister staan. Daarnaast 
moet het voertuig ook voorzien zijn van goed zichtbare en originele 
kentekenplaten. Afhankelijk van het voertuig zijn dit er één of twee. 

 

Deze mogen niet zijn beplakt, of op een andere manier behandeld zijn 

📖1.11 

Voertuig tenaamstellen 
In het kentekenregister laten vastleggen dat een voertuig van een 
bepaalde eigenaar of houder is. 
 
Eerste toelating 
De datum waarop een voertuig voor het eerst is toegelaten op de 
openbare weg. Dit kan ook in het buitenland zijn geweest, als het 
voertuig later geïmporteerd is. 
 
Toegestane maximummassa 
Het maximale toegestane gewicht van een voertuig, inclusief lading. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

waardoor deze slechter leesbaar worden. Voor al deze zaken zijn zowel 
de bestuurder, als de eigenaar of houder verantwoordelijk. 
 

Kentekenbewijs 
Zodra het voertuig op naam is gezet krijgt de eigenaar of houder van het 
voertuig een kentekenbewijs. Dit kentekenbewijs bestaat uit een 
kentekencard, een kentekenbewijs deel Il en een tenaamstellingscode. 
 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
In de praktijk krijg je als eigenaar of houder alleen de kentekencard en de 
tenaamstellingscode. In sommige gevallen ontvang je de 
tenaamstellingscode niet, bijvoorbeeld bij een leaseauto. Kentekenbewijs 
deel II wordt bewaard door de RDW en alleen aan de eigenaar of 
houder uitgereikt als deze het voertuig voorgoed exporteert naar het 
buitenland. 

Op de kentekencard staan 
gegevens van de eigenaar of 
houder: 
 
. Achternaam en voorletters 
. Adres 
 
En gegevens van het voertuig: 
 
· Kenteken 
. Meldcode (laatste vier cijfers 
VIN) 
. Datum eerste toelating 
. Datum inschrijving in 
Nederland 
. Datum tenaamstelling 
. Voertuig-identificatienummer 
(VIN) 
. Merk en type voertuig 
· Kleur voertuig 
. Max. massa's voertuig 
. Max. massa's aanhangwagen 
. Technische gegevens motor 
. Massa rijklaar 
· Zitplaatsen 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Geldigheid kentekenbewijs 
Het kentekenbewijs blijft normaal gesproken geldig totdat een voertuig 
van eigenaar of houder wisselt (meestal als het voertuig verkocht 
wordt). Ondanks dat het adres van de eigenaar of houder ook op de 
kentekencard staat, hoef je bij verhuizing deze gegevens niet te wijzigen. 
De RDW krijgt de gewijzigde gegevens vanzelf van de gemeente en 
past deze aan in het kentekenregister. Dat het oude adres nog op de 
kentekencard blijft staan is niet erg. 
 
Het kentekenbewijs kan ongeldig raken als deze niet meer voldoet aan 
bepaalde eisen. Hij moet bijvoorbeeld altijd goed leesbaar zijn. 

 

Verplichting tot overgifte kentekenbewijs 
Vanaf het moment dat een personenauto op jouw naam staat, ben je 
verplicht het bijbehorende kentekenbewijs te tonen als hiernaar 
gevraagd wordt door een bevoegd persoon. Dit kan een politieagent zijn, 
maar ook iemand van de Koninklijke marechaussee, belastingdienst of 
douane. Je hoeft alleen de kentekencard (en indien gevraagd je rijbewijs) 
te laten zien. 
 

 

Loop je te veel achter met het betalen van belastingen of heb je 
bijvoorbeeld veel openstaande boetes, dan kan tijdens zo'n controle je 
voertuig in beslag worden genomen. 
 
Zolang de schulden niet voldoende zijn afgelost en hiervan is melding 
gemaakt in het kentekenregister, is het niet mogelijk om een ander 

Vrijwaringsbewijs 
Het document dat je ontvangt als je jouw voertuig verkoopt en deze 
niet meer op jouw naam in het kentekenregister staat. Dit is het 
bewijs dat je niet meer verantwoordelijk bent voor dit voertuig en 
moet je daarom goed bewaren. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

voertuig op jouw naam te zetten. 
 

Uitzonderingen kentekenplicht 
Niet alle motorrijtuigen moeten voorzien zijn van een kenteken. Voor een 
aantal voertuigen is er een uitzondering gemaakt. Zij hoeven geen 
kenteken te hebben: 
 
. Oudere of smallere landbouwvoertuigen, motorvoertuigen met 
beperkte snelheid en mobiele machines, met een lagere 
constructiesnelheid 
Nog niet alle landbouwvoertuigen en mobiele machines hebben een 
Kentekenplicht. 
. Gehandicapten voertuigen 
Gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen moeten wel voorzien zijn 
van een verzekeringssticker. 
. Speciale bromfietsen 
Dit is een lastige groep omdat per type voertuig wordt bepaald of 
deze volgens de minister valt onder de groep speciale bromfietsen of 
niet. Bijvoorbeeld de Segway en de BSO bus (Stint). Ook deze 
voertuigen moeten wel voorzien zijn van een verzekeringssticker. 
. Aanhangwagens met een maximummassa van maximaal 750 kg 
Deze aanhangwagens hebben geen eigen kenteken, maar moeten 
wel voorzien zijn van een witte kentekenplaat met hetzelfde kenteken 
als het trekkende voertuig. 
 

 

 

 

Kenmerken kenteken 
 
ledere personenauto heeft een eigen uniek kenteken. Deze bestaat uit 
letters en cijfers, of slechts één letter en verder cijfers. De indeling van de 
cijfers en letters verandert eens in de zoveel tijd, als alle mogelijke 
kentekens van één indeling gebruikt zijn. 

Een gehandicaptenvoertuig heeft geen 
kentekenplicht. Wel moet er een 
verzekeringssticker op de achterkant zijn 
aangebracht. 

Een BSO-bus is een bijzondere bromfiets 
en 
heeft geen kentekenplicht. Ook deze 
voertuigen moeten wel een 
verzekeringssticker op de achterkant 
hebben.

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
ledere kentekenplaat moet voorzien zijn van een goedkeuringsmerk. Je 
mag alleen rijden met goedgekeurde kentekenplaten. Bij verlies, diefstal 
of te erge beschadiging van de kentekenplaat mag je niet meer met dit 
voertuig rijden. Je moet in dat geval wachten tot je nieuwe 
kentekenplaten hebt ontvangen. Deze vervangende kentekenplaten zijn 
voorzien van een duplicaatcode. Dit is een extra cijfertje boven het eerste 
streepje op de kentekenplaat. Deze geeft aan hoe vaak de 
kentekenplaten opnieuw zijn aangevraagd. 

 

 

Verschillende tekens per theorie 

 

 

Kentekenplaat motorvoertuig 
Deze plaat is voorzien van eenblauw 
vlak met EU-logo en landcode. 
Afhankelijk van het voertuig worden er 
een of twee kentenplaten verstrekt. 
Deze platen zijn er in twee formaten. 

 

Kentekenplaat zware 
aanhangwagen 
Deze plaat is voor aanhangwagens 
met een maximummassa boven de 
750 kg. Per voertuig wordt één plaat 
verstrekt. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Letters en categorie 
ledere voertuigcategorie behalve personenauto's heeft één of twee eigen 
beginletters. Zo beginnen kentekens van: 
 
. brom- en snorfietsen met een D of F; 
. aanhangwagens zwaarder dan 750 kg met een W; 
· opleggers met een O; 
· lichte bedrijfsauto's (tot 3500 kg) met een V; 
· zware bedrijfsauto's (vrachtauto's) met een B; 
. motorfietsen met een M; 
· grensverkeer met de combinatie GV; 
· snelle landbouwvoertuigen met een T, hierdoor getrokken 
aanhangwagens met een L. 

Kentekenplaat lichte 
aanhangwagen 
Deze plaat is vooraanhangwagens met 
een maximummassa tot 750 kg en 
voor lastdragers op de trekhaak 
zoals een fietsendrager. Deze heeft 
hetzelfde kenteken als het 

 

Kentekenplaat handelaar 
Deze plaat is voor autohandelaren. 
Deze plaat wordt tijdensproefritten 
over de normale kentekenplaat heen 
gemonteerd 

 

Kentekenplaat taxi 
Deze plaat is voor taxi's. 

 

Kentekenplaat bromfiets, 
speedpedelec en brommobiel 
Deze platen zijn er in tweeformaten, 
afhankelijk van hetvoertuig wordt de 
smalle of de brede gebruikt. 

 

Kentekenplaat snorfiets 
Deze platen zijn er in tweeformaten, 
afhankelijk van het voertuig wordt de 
smalle of de brede gebruikt. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Algemene periodieke keuring (APK) 

leder motorrijtuig moet eenmalig typegoedgekeurd worden voordat ze 
toegelaten worden op de openbare weg. Dit wordt geregeld door de 
fabrikant. Maar er bestaat ook nog een periodieke keuring, de APK. Deze 
is niet voor alle motorrijtuigen verplicht. 
 
De voertuigen die wel periodiek gekeurd moeten worden, zijn: 
 
. Personenauto's 
· Bedrijfsauto's (onder de 3500 kg) 
· Driewielige motorvoertuigen (tussen de 400 en 3500 kg) 
· Zware voertuigen (zwaarder dan 3500 kg) 
· Bijzondere voertuigen (zoals ambulances, taxi's en bussen) 
 
ledere categorie heeft zijn eigen termijn waarbinnen het voertuig 
opnieuw gekeurd moet worden. 
 

 

ledere personenauto moet op den duur gekeurd worden. 
 

Keuringstermijn personenauto's 
Bij personenauto's is de keuringstermijn afhankelijk van de aandrijving 
(via een verbrandingsmotor of elektromotor). Ook het soort brandstof is 
van invloed op de termijn. 
 
Zo moeten personenauto's op benzine, alcohol (ethanol), of met een 
elektromotor voor het eerst gekeurd worden binnen vier jaar na de eerste 
toelating. Hierna twee keer na twee jaar en daarna ieder jaar. 
 

📖1.12 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Personenauto's op diesel, gas of anders, eventueel in combinatie met 
een elektromotor, moeten voor het eerst gekeurd worden binnen drie jaar 
na de eerste toelating. Hierna ieder jaar. 
 

 

1e APK 

2e APK 

3e APK 

Opvolgende 
APK's 

Benzine, alcohol of 
elektromotor 

4 jaar na 1e 
toelating 

2 jaar na 1e 
APK 

2 jaar na 
2e APK 

jaarlijks 

Diesel, gas of anders, evt. 
icm elektromotor 

3 jaar na 1e 
toelating 

Jaarlijks  

vanaf 

1e APK 

De APK moet iedere keer zijn uitgevoerd voordat het vorige 
keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren. 
 

Keuringsbewijs 
Het keuringsbewijs van de APK krijg je na de keuring mee. Deze moet je 
goed bewaren. In Nederland is het niet verplicht deze bij je te hebben, 
maar in sommige andere landen moet dit wel. Daarom is het verstandig 
het keuringsbewijs in het voertuig te bewaren. Zorg ervoor dat het 
bewijs goed leesbaar blijft. 
 
Zowel de bestuurder als de eigenaar of houder van het voertuig zijn 
verantwoordelijk voor het op tijd laten keuren van het voertuig en de 
staat van het keuringsbewijs. 
 
Tegenwoordig wordt er via een landelijk systeem automatisch 
gecontroleerd of je jouw voertuig wel op tijd laat keuren. Dit betekent dat 
je vanzelf een boete krijgt als je te laat bent met het keuren van je 
voertuig. 

 

 
 

Is een voertuig goedgekeurd bij de APK, dan wil dit niet zeggen dat 
het voertuig voldoende onderhouden is. De APK controleert op een 
aantal belangrijke technische zaken, maar lang niet alles valt 
hieronder. Daarnaast is het geen garantie dat het voertuig na een 
maand nog steeds in orde is. Naast de APK is het verstandig om een 
personenauto minimaal jaarlijks te laten onderhouden bij een garage. 
Helemaal als het voertuig al wat ouder is. Vraag altijd advies bij 
iemand met vakkennis als je problemen ervaart, foutmeldingen ziet, of 
twijfelt of er iets met het voertuig aan de hand is.. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Verzekeringsplicht motorrijtuigen 

Zodra er een motorrijtuig op jouw naam is ingeschreven in het 
kentekenregister (oftewel tenaamgesteld), ben je verplicht voor dit 
voertuig een verzekering af te sluiten. Het is daarbij niet van belang of je 
ook daadwerkelijk met dit voertuig rijdt. 
 

Verschillende verzekeringen 
Als je een motorrijtuig verzekert, heb je verschillende mogelijkheden. De 
drie bekendste zijn: 
 
· WA (Wettelijke Aansprakelijkheid) 
Dit is de meest beperkte verzekering omdat deze alleen de schade 
dekt die jij toebrengt aan de tegenpartij. Jouw eigen schade is niet 
meeverzekerd en ook bijvoorbeeld diefstal en stormschade zitten er 
niet bij in. Voor motorrijtuigen is deze verzekering verplicht, maar een 
uitgebreidere verzekering mag ook. 
. WA beperkt casco (ook wel WA plus genoemd) 
Dit is de tussenvorm, waarbij de schade aan de tegenpartij is gedekt, 
maar ook de schade die door overmacht is veroorzaakt, zoals 
stormschade, diefstal of brand. 
. WA volledig casco (ook wel gewoon 'casco' of 'Allrisk' genoemd) 
Dit is de meest volledige autoverzekering. Deze dekt niet alleen de 
schade aan de tegenpartij en de schade door overmacht, maar ook 
de schade aan je eigen voertuig die door jou zelf is veroorzaakt. 
 

 

 

 

 
De meesten zullen de keuze voor een type verzekering af laten hangen 
van de prijs en leeftijd van hun personenauto. Hoe nieuwer en duurder 
de personenauto, hoe verstandiger het is om een volledig casco 
verzekering te nemen. 
 

📖1.13 

Niet bij alle soorten verzekeringen wordt 
de 
schade aan jouw eigen voertuig vergoed. 

Ook schade door diefstal wordt niet bij 
alle 
soorten verzekeringen vergoed.

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Schadevrije jaren 
Verzekeraars werken bij autoverzekeringen met schadevrije jaren. Dit is 
een soort bonussysteem waarbij je wordt beloond als je langere tijd 
geen schade claimt (claimen is een schade aangeven bij de verzekering 
zodat zij deze betalen). 
 
leder jaar dat je schadevrij bent, staat voor een bepaald 
kortingspercentage op je premie. De premie is het bedrag dat je moet 
betalen aan jouw verzekeraar voor de verzekering die je afneemt. Hoe 
meer jaren je geen schades claimt, hoe hoger de korting wordt. Dit wordt 
'bonus' genoemd. 
 
Veroorzaak en claim je wel schade, dan wordt de opgebouwde korting 
weer minder. Dit wordt 'malus' genoemd. Daarom noemen ze dit 
systeem ook wel het 'bonus-malussysteem'. 
 
Het claimen van een schade kan dus geld kosten omdat je weer omhoog 
gaat in je maandelijkse premie. Het kan handig zijn om te berekenen of 
je niet goedkoper uit bent als je de schade uit eigen zak betaalt. Een 
kleine schade kan soms via de verzekering uiteindelijk meer kosten dan 
als je deze buiten de verzekering om regelt. 
 

 

 

Witte verzekeringskaart (voormalige groene kaart) 
De verzekeringskaart is het bewijs dat je voertuig verzekerd is. Het is een 
wit vel papier waarop de gegevens van jouw voertuig en van de 
verzekering staan. leder jaar krijg je een nieuwe verzekeringskaart. 
Tegenwoordig wordt deze ook vaak digitaal aangeleverd door de 
verzekeringsmaatschappij. 
 
Het is niet verplicht om deze kaart in Nederland in de auto te bewaren, 
maar in het buitenland kan er wel om gevraagd worden. Daarnaast is 
het wel handig bij het afhandelen van schade om de verzekeringskaart 
bij de hand te hebben. Hier staan immers de gegevens op die jij (en de 
eventuele tegenpartij) nodig hebben. 

Omdat een autoverzekering meestal werkt met een bonus- 
malussysteem, kan het voordeliger zijn kleine schades niet bij de 
verzekering in te dienen, maar zelf te betalen. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

Aanhangwagen of caravan 
Een aangekoppelde aanhangwagen of caravan is ook verzekerd onder 
de autoverzekering. Dit betekent dat de schade die door deze 
aanhangwagen (of lading hiervan) of caravan wordt veroorzaakt aan 
een andere partij, vergoed wordt vanuit de autoverzekering van het 
trekkende voertuig. De schade aan de aanhangwagen of caravan zelf, is 
niet verzekerd. Hiervoor bestaan losse aanhangwagen- of 
caravanverzekeringen. Het afsluiten hiervan is niet verplicht. 
 

Europees schadeformulier 
Als je schade hebt gereden, moet je samen met de tegenpartij een 
schadeformulier invullen. Het is niet verplicht om deze bij je te hebben, 
maar wel handig. Een schadeformulier bestaat uit een invulvel en een 
doordrukvel. Na het invullen en ondertekenen krijgen beide partijen één 
van deze papieren mee. Thuis vul je de achterkant van dit papier in en 
stuur je deze op naar de verzekering. Je kunt in plaats van het papieren 
formulier ook een schademeld-app op je telefoon gebruiken. Stem dit wel 
altijd af met de tegenpartij. 
 

Geen kentekenplicht 

 

De verzekeringskaart hoef je niet verplicht 
bij je te hebben maar kun je het beste wel 
bij het kentekenbewijs bewaren. 

Schade die met een aangekoppelde 
caravan is veroorzaakt wordt vergoed 
vanuit de autoverzekering.

 

Niet alle motorrijtuigen hebben een 
kentekenplicht. Een aantal van deze 
voertuigen, zoals de segway en de 
gemotoriseerde 
gehandicaptenvoertuigen, moeten wel 
verzekerd zijn en voorzien zijn van een 
verzekeringssticker. Deze sticker 
wordt door de verzekeraar verstrekt 
zodra het voertuig verzekerd is. 
 

 

Verzekeringssticker 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Voertuig uitlenen 
Als iemand anders in jouw personenauto rijdt omdat jij deze hebt uitgeleend, is deze 
onder jouw autoverzekering verzekerd. De door die persoon veroorzaakte schade wordt 
dus vanuit jouw verzekering betaald. Zo kan het gebeuren dat door zijn of haar toedoen, 
jij ineens meer premie moet gaan betalen omdat je terugvalt in schadevrije jaren.  

Weet dus aan wie je je voertuig uitleent en maak van tevoren goedeafspraken hoe een 
dergelijk geval moet worden afgehandeld. 

 

Niet verzekerd 
Als jouw voertuig niet verzekerd is, ben je strafbaar. Alle schadesworden in dat geval op 
jou persoonlijk verhaald en dit kan behoorlijk inde papieren lopen. Ook als je schade 
veroorzaakt door nalatigheid ofonverantwoord gedrag, is de verzekeraar niet verplicht 
deze schade tevergoeden. Denk hierbij aan rijden onder invloed van alcohol of 
drugs,rijden zonder rijbewijs, of gebruik van het voertuig waarvoor deze niet isverzekerd, 
zoals rijles of taxiritten. De verzekeraar keert in die gevallen de schade vaak wel uit aan 
de tegenpartij, maar verhaalt deze schade vervolgens weer op jou. 

 

Waarborgfonds Motorverkeer 

Als je te maken krijgt met schade die is veroorzaakt door een motorvoertuig van een 
onbekende, of iemand die geen verzekering heeft afgesloten, dan kun je in sommige 
gevallen aanspraak maken op een vergoeding vanuit het Waarborgfonds Motorverkeer. 
Dit is een landelijk fonds opgericht vanuit de overheid, om mensen tegemoet te komen 
die flink benadeeld worden door opgelopen schade, waar ze niks aan kunnen doen en 
die ze niet op een andere partij kunnen verhalen. 

 

Schorsing 
Als je van te voren weet dat je langere tijd niet met een personenautogaat rijden, dan 
heb je de mogelijkheid om het voertuig te schorsen. Ditkun je bijvoorbeeld doen als je 
dat voertuig gaat restaureren. Ditbetekent dat je er niet meer mee over de openbare weg 
mag rijden endat deze zelfs niet op of langs de openbare weg geparkeerd mag staan. Je 
moet dit voertuig dan volledig onttrekken aan het verkeer, watbetekent dat je deze op 
eigen terrein in bijvoorbeeld een garage moetzetten. 

Het grootste voordeel van schorsen is dat je in dat geval geenwegenbelasting hoeft te 
betalen en dat het voertuig niet verzekerd hoeftte zijn. Ook hoeft het voertuig niet 
periodiek gekeurd te worden. Zodra deschorsing verloopt, moet dit weer wel. Een 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

schorsing kun je aanvragen voor een, twee of drie jaar. Deze aanvraag doe je bij de RDW. 

Deeltoets 1.3 

Personenauto 1.4 

Om met bepaalde voertuigen te mogen rijden, moet je een rijbewijs hebben voor dat 
specifieke voertuig. Zo mag je geen motorfiets besturen met je autorijbewijs, en mag je 
geen bus besturen als je alleen je motorrijbewijs hebt. Je moet dus weten welk voertuig 
je wel, en welke je niet mag besturen, zodra je je rijbewijs hebt. 

Rijbewijsplicht 

 

 

 
Je moet het rijbewijs altijd bij je hebben tijdens het rijden op of in een 
voertuig waarvoor een rijbewijs verplicht is. Je moet deze elke keer laten 
zien als ernaar gevraagd wordt door een bevoegd persoon, zoals een 
politieagent. Dit mag geen kopie zijn en het rijbewijs mag niet 
beschadigd zijn. Op het rijbewijs staat ook je burgerservicenummer 
(BSN) waardoor het in veel gevallen ook kan dienen als een 
identiteitsbewijs. Zodra er iets niet in orde is met je rijbewijs, mag je het 
bijbehorende voertuig niet meer besturen. 
 
Een rijbewijs is alleen geldig voor de categorie of categorieën waarvoor 
deze is afgegeven. Ook kunnen op een rijbewijs beperkingen worden 
aangegeven, zoals het verplichte gebruik van een automatische 
koppeling of het dragen van een bril of lenzen. Soms zijn rijbewijzen 
alleen geldig als er aanpassingen aan een auto zijn gemaakt, zoals 
andere pedalen of extra spiegels. Beperkingen worden op het rijbewijs 
aangegeven met vastgestelde codes. 
 

 

 

Rijbewijscategorieën 

💬1.14 

📽1.15 

📖1.16 

Rijbewijs 
Bewijs van bevoegdheid om een bepaalde categorie of bepaalde 
categorieën van motorrijtuigen te mogen besturen. Het huidige 
rijbewijs is in de vorm van een plastic kaart op creditcard-formaat. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Op het rijbewijs staan verschillende categorieën waarvoor het rijbewijs 
geldig kan zijn. Dit zijn: 
 

 

 

 

Uitzonderingen rijbewijsplicht 
Voor sommige motorrijtuigen is een rijbewijs niet verplicht. Dit zijn de 
belangrijkste: 
 
· Bijzondere bromfietsen 
Deze zijn door de minister aangewezen als niet rijbewijsplichtig. 
Denk hierbij aan een Segway. De maximumsnelheid van deze 
voertuigen is nooit hoger dan 25 km/u. Wel kan er een 
minimumleeftijd gelden voor deze bijzondere bromfietsen, voor een 
Segway is dit 16 jaar. 
. Smalle LBT's en MMBS'en (maximaal 1,30 meter breed) 
Dit zijn de smallere landbouw- en bosbouwtrekkers (LBT's) en 

Rijbewijs B 
Dit is het rijbewijs waar jij voor gaat, 
het rijbewijs 
voor de personenauto. Met dit 
rijbewijs mag je alle 
personenauto's besturen tot een 
maximummassa 
van 3500 kg. Ook mogen er niet meer 
dan achtpassagiers in (kunnen) zitten, 
de bestuurder niet 
meegerekend. Eventueel mag je een 
lichte aanhangwagen trekken. 

 

Rijbewijs E achter B 
 
Heb je rijbewijs B en wil je met 
zwaardere 
aanhangwagens en combinaties 
kunnen rijden 
dan binnen rijbewijs B is toegestaan, 
dan moet je 
rijbewijs E achter B halen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

motorvoertuigen met beperkte snelheid (MMBS'en) die gebruikt 
worden voor maaien, onkruid bestrijden, vegen, sneeuwruimen, 
gladheid bestrijden of hondenpoep verzamelen. Dit zijn over het 
algemeen voertuigen van de gemeente. 
· Gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen 
. Tijdens een rijles, een rijproef (CBR) of een rij-examen (CBR) 
Tijdens het nemen van rijles, het afleggen van een rijproef of rij- 
examen hoef je geen rijbewijs te hebben. 
 

Category Age Requirement Additional Information 


Personenauto's 

17 jaar 

2toDrive, met coach, alleen in NL 
Lessen mag vanaf 16,5 jaar 
Vanaf 18 jaar zelfstandig 

BE 
Aanhangwagen 

18 jaar 

Eisen aan de instructeur 
Ook de instructeur moet zich aan bepaalde regels houden. Zo moet hij of 
zij in bezit zijn van een geldige instructeurspas (hier mag je altijd naar 
vragen). Ook mag hij of zij geen motorrijles en bromfietsrijles 
combineren, of een autorijles en een motorrijles. 
 
Daarnaast moet hij in contact staan met de leerling. In de auto is dat 
natuurlijk makkelijk, maar op de motorfiets of bromfiets moet dit door 
middel van een portofoon en een oortje dat de leerling draagt 
(radiografisch contact). 

 

 

 

 

De instructeurspas is een pas die de rij-instructeur of rij-instructrice 
ontvangt als hij of zij is geslaagd voor de opleiding tot rij-instructeur. 
Deze is beperkt geldig en moet op tijd verlengd worden. Een 
instructeur moet deze altijd kunnen laten zien tijdens het lesgeven. 
 
Je kunt op de site www.ibki.nl, onder het kopje rij-instructie, ook 
controleren of jouw rij-instructeur wel bevoegd is. 

Voorkant instructeurspas 

instructeurspasAchterkant

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Geldigheid rijbewijs 

Normaal gesproken is een rijbewijs tien jaar geldig. Dit geldt voor de 
rijbewijzen voor de motorfiets, bromfiets, personenauto met of zonder 
aanhangwagen en de trekker. De 'grotere' rijbewijzen, voor de 
vrachtauto en de autobus, zijn maar vijf jaar geldig. 
 
In sommige gevallen is er een reden om de geldigheid korter te maken. 
Dit kan het geval zijn als je een medische aandoening hebt zoals 
diabetes (suikerziekte). Maar ook als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt 
wordt de geldigheidsduur korter. 
 
Dit wordt gedaan omdat een aandoening kan verslechteren waardoor 
de rijvaardigheid negatief wordt beïnvloed. Ook als je ouder wordt gaat 
je rijvaardigheid vaak wat achteruit. Om te zorgen dat het CBR beter in 
de gaten kan houden of je nog steeds rijgeschikt bent, moet je het 
rijbewijs dan vaker verlengen. Soms is ook een medische keuring nodig 
bij een verlenging. 
 

 

Medische aandoening 
Heb je een medische aandoening, zoals diabetes, die al bekend is 
voordat je je rijbewijs haalt? Dan moet je deze aandoening aangeven op 
de gezondheidsverklaring die je moet indienen voordat je praktijkexamen 
doet. Dit kun je doen op de site van het CBR. 
 

Geldigheid vanaf 65 jaar leeftijd 
De geldigheid wordt vanaf 65 jaar langzamerhand korter. Zo is deze bij 
verlenging tussen je 65e en je 70e levensjaar maximaal tot aan je 75e 
levensjaar. Verleng je bij 65 jaar, dan is je rijbewijs dus nog tien jaar 
geldig. Verleng je op je 69e, dan is je rijbewijs nog zes jaar geldig. Vanaf 
je 70e wordt het rijbewijs met maximaal vijf jaar verlengd. Vanaf je 75e, 
zal je daarnaast bij iedere verlenging een medische keuring moeten 
ondergaan. 
 

📖1.17 

Gezondheidsverklaring 
Vragenlijst waarin je richting het CBR verklaart hoe je geestelijke en 
lichamelijke gesteldheid is. Het CBR bepaalt naar aanleiding van deze 
verklaring of je rijgeschikt bent, of dat er verder onderzoek nodig is 
naar je rijgeschiktheid. 

 

 

Age Group 

Maximum Validity 

Jonger dan 65 jaar  10 jaar geldig 

Tussen de 65 en 70 
jaar 

Tot je 75e jaar, dus tussen de 5-10 
jaar geldig 

Tussen de 70 en 75 
jaar 

5 jaar geldig 

Boven de 75 jaar 

5 jaar geldig, verplichte keuring 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Verlies van geldigheid 
Een rijbewijs verliest zijn geldigheid automatisch in de volgende 
gevallen: 
 
· Er is een vervangend rijbewijs uitgegeven, of je rijbewijs is als vermist 
of gestolen opgegeven. Je oude rijbewijs is dan ook na terugvinden 
niet meer geldig. 
. Als je de bevoegdheid tot het besturen van (bepaalde, of alle) 
motorrijtuigen is ontzegd. 
· Als er wijzigingen zijn aangebracht aan je rijbewijs. 
. Als je hele rijbewijs of je rijbewijs voor bepaalde categorieën ongeldig 
is verklaard. 
· Als belangrijke gegevens van jou zijn gewijzigd, zoals je achternaam, 
je voornamen, de plaats of datum van jouw geboorte of je geslacht. 
 

Ongeldig verklaard 
Bij bepaalde overtredingen of misdrijven wordt het rijbewijs ongeldig 
verklaard. Dit gebeurt in de volgende gevallen: 
 
. Als je binnen 5 jaar twee keer wordt veroordeeld voor het rijden 
onder invloed van alcohol en het alcoholgehalte in het bloed de 
tweede keer meer dan 1,3 promille is. Dit staat gelijk aan 570 ug/l 
uitgeademde lucht. 
. Als je binnen 5 jaar twee keer wordt veroordeeld voor het rijden 
onder invloed van drugs of een combinatie van drugs en alcohol. 
. Als je weigert mee te werken aan het alcoholonderzoek (blaastest of 
bloedonderzoek). 
 

2toDrive-regeling 

Bij het personenautorijbewijs is er een bijzondere regeling, waarmee de 
leeftijd waarop je je rijbewijs kunt behalen is verlaagd van 18 jaar naar 
17 jaar. Deze regeling heet 2toDrive en is bedacht om het aantal 
verkeersslachtoffers in de categorie 18 t/m 24 jaar te verlagen. Deze 
groep neemt vaak meer risico in het verkeer omdat ze de gevolgen 
slechter kunnen overzien, of denken dat het wel mee zal vallen. Dit wordt 
ook wel een hogere risico-acceptatie genoemd. 
 
Bij de 2toDrive-regeling mag je lessen vanaf 16,5 jaar, kun je een jaar 

📖1.18 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

eerder rij-examen doen en daarna gaan autorijden, maar dan wel met 
een begeleider (ook wel coach genoemd). Die begeleider kan een ouder 
zijn, maar bijvoorbeeld ook een oom of tante, of een buurman. Je kunt 
minimaal een en maximaal vijf begeleiders opgeven. Deze komen op de 
begeleiderspas te staan die je altijd mee moet hebben. 
 
Omdat je bij het autorijbewijs ook het bromfietsrijbewijs erbij krijgt (als je 
deze nog niet had), mag je vanaf het moment dat je het autorijbewijs 
hebt ontvangen, ook op een bromfiets rijden. Dit mag ook als je nog 17 
jaar bent, zonder begeleider.  
 

 

 

Eisen begeleider 
Je kunt niet zomaar iedereen opgeven als begeleider. Beleiders moeten 
voldoen aan een aantal eisen: 
 
. Ze moeten minimaal vijf jaar in het bezit zijn van een geldig 
Nederlands autorijbewijs. 
· Ze moeten minimaal 27 jaar oud zijn. 
. Ze moeten bij aanvraag van de pas en tijdens het begeleiden een 
geldige rijbewijs kunnen tonen. 
· Ze moeten zich tijdens het begeleiden aan dezelfde regels houden 
met betrekking tot alcohol, drugs en medicijngebruik als een ervaren 
bestuurder. 
. Ze mogen niet geregistreerd staan voor grove verkeersovertredingen 
in de afgelopen vier jaar, zo mogen ze niet: 
- strafrechtelijk veroordeeld zijn voor verkeersovertredingen; 
- een EMG of (L)EMA cursus opgelegd hebben gekregen; 
- een onderzoek naar de rijvaardigheid of rijgeschiktheid hebben 
gehad. 
 

2toDrive 
Regeling waarbij personen van 17 jaar hun 
autorijbewijs kunnen halen en tot hun 18e 
onder toezicht van een begeleider/coach een 
auto mogen besturen. Dit geldt alleen in 
Nederland. Vanaf de 18e verjaardag vervalt 
deze regeling en mogen deze bestuurders 
zelfstandig een auto besturen, ook in het 
buitenland. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eisen 2toDrive bestuurder 
 
Ook aan de bestuurder zijn een aantal eisen gesteld. Zo kun je 
bijvoorbeeld je rijbewijs niet aanvragen voor je 18e verjaardag, zonder 
een begeleiderspas. Deze moet je dus op tijd aanvragen. Daarnaast: 
 
· Mag je nooit rijden zonder begeleiderspas en rijbewijs. 
· Mag je nooit rijden zonder een begeleider die op je pas vermeld staat. 
Deze begeleider moet zich kunnen legitimeren. 
. Is deze regeling alleen geldig in Nederland. Buiten Nederland mag je 
pas rijden vanaf je 18e verjaardag. Let hierop als je in de buurt van de 
grens woont, of in het buitenland op vakantie gaat! 
 

Vanaf je 18e verjaardag 
Heb je het rijbewijs behaald binnen de 2toDrive-regeling, dan mag je 
vanaf je 18e verjaardag zonder begeleider gaan autorijden. De 2toDrive- 
regeling loopt dan af en vanaf dat moment ben je in het bezit van een 
normaal rijbewijs. Je mag vanaf dan ook in het buitenland rijden met dit 
rijbewijs. 
 

 Reikwijdte autorijbewijs (rijbewijs B) 

Je mag met het autorijbewijs niet alleen een personenauto besturen, 
maar ook een personenauto met aanhangwagen. Deze mag dan niet te 
zwaar zijn. 
 

Voorkant begeleiderspas 2toDrive 

Acherkant begeleiderspas 2toDrive

 

📖1.18 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Aanhangwagen tot en met 750 kg 
Om een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van 750 
kg of minder te mogen trekken met een personenauto, hoef je geen 
ander rijbewijs te hebben dan het autorijbewijs (rijbewijs B). Zelfs niet als 
de toegestane maximummassa van de combinatie (auto en 
aanhangwagen samen) hierdoor boven de 3500 kg uitkomt. 

 

Aanhangwagen zwaarder dan 750 kg 
Aanhangwagens met een toegestane maximummassa boven de 750 
kg, mag je in sommige gevallen ook nog trekken met een personenauto 
als je alleen rijbewijs B hebt. De toegestane maximummassa van de 
combinatie mag in dat geval niet boven de 3500 kg uitkomen. Dit gaat 
dus om de totale maximale massa die de combinatie mag wegen, niet 
de massa die de combinatie op dat moment weegt. 

 

Zwaardere combinaties 
Is de toegestane maximummassa van de combinatie meer dan 3500 kg 
en de aanhangwagen zwaarder dan 750 kg, dan voldoet alleen het 

Ledige massa aanhangwagen 
Gewicht van de aanhangwagen zoals deze in rijklare toestand is 
geleverd door de fabrikant. Dit is soms met reservewielen en 
gereedschappen die bij de aanhangwagen horen, maar niet alle 
accessoires worden altijd meegerekend. 
 
Toegestane maximummassa aanhangwagen 
Dit is het totale gewicht dat de aanhangwagen inclusief lading 
maximaal mag hebben. Dus het gewicht van de aanhangwagen 
(ledige massa) plus de toegestane lading (laadvermogen) van de 
aanhangwagen. Om te weten of je met een aanhangwagen mag 
rijden, kijk je altijd naar dit gewicht en niet naar de ledige massa. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

rijbewijs B niet meer. Je moet dan een aanvullend rijbewijs halen, 
rijbewijs E (bij B). Daarmee mag je aanhangwagens met een toegestane 
maximummassa tot en met 3500 kg achter je personenauto trekken. 

 

Voorbeelden 
Het is meestal afhankelijk van het gewicht van beide voertuigen welk 
rijbewijs je nodig hebt. 

 

Bij deze combinatie is vooral de toegestane maximummassa van de 
caravan van belang. Deze is minder dan 750 kg. In dat geval mag je 
deze combinatie besturen met rijbewijs B. De toegestane 
maximummassa van de personenauto is nu niet van belang, zolang 
deze niet meer dan 3500 kg is. 

 

Bij deze combinatie is het gezamelijke gewicht van belang. De 
aanhangwagen is zwaarder dan 750 kg. De combinatie is wel lichter 
dan 3500 kg (namelijk 2900 kg) en mag daarom nog met rijbewijs B 
worden bestuurd. 

 

Bij deze combinatie is de aanhangwagen zwaarder dan 750 kg. 
Daarnaast is de combinatie samen ook zwaarder dan 3500 kg (namelijk 
3850 kg). Daarom is rijbewijs B in dit geval niet genoeg en heb je voor 
deze combinatie ook het aanhangwagenrijbewijs E achter B nodig. 

Deeltoets 1.4 

Hoe werkt de eindtoets? 

 

💬1.20 

📽1.21 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Toets wetgeving 

Beantwoord van links naar rechts. (1, 2.. 3, 4..) 

 

 

 

 

 

 

 

 

💬1.22 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

👍Geslaagd! 24/27 vragen. 21 vereist. 

 
A-A-B-A-A-C-A-C-B-C-B-B-A-A-A-B-B-A-A-B-A-B-B-B-A-A-A 
 
 
 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 2.0 

In dit deel gaan we het hebben over de algemene technische eisen van de auto en de 
aanhangwagen. Ook leer je aan welke eisen je moet voldoen om passagiers en lading 
veilig en volgens de regels te vervoeren. 

Personenauto 2.1 

Ben je eigenaar van een auto, of ga je met een auto rijden, dan ben jij verantwoordelijk 
voor de technische staat van deze auto. Je mag alleen gaan rijden als de auto voldoet 
aan de eisen die hieraan gesteld zijn. Daarom is het belangrijk dat je ook weet wat die 
gestelde eisen inhouden. 
 

Voertuigeisen 

Als je op de openbare weg gaat rijden met een voertuig ben je 
verantwoordelijk voor de technische staat en het juiste gebruik van dit 
voertuig. Het maakt niet uit of dit nu een motorvoertuig, bromfiets of een 
fiets is. Het voertuig moet voldoen aan de permanente eisen (algemene 
technische eisen) en de gebruikseisen. 

 

Aansprakelijkheid permanente eisen en gebruikseisen 
Voor deze eisen ben je niet alleen als bestuurder verantwoordelijk. Ook 
de houder of eigenaar van een voertuig is hiervoor verantwoordelijk. Als 
jij een auto leent van iemand en die auto mist bijvoorbeeld een 

2 Voertuigkennis 

📽2.1 

📽2.2 

📖2.3 

Permanente eisen 
Dit zijn de algemene technische eisen die gesteld worden aan een 
voertuig voordat deze wordt toegelaten in Nederland. Deze 
beoordeling wordt gedaan door de Dienst Wegverkeer (de RDW). Dit 
gaat bijvoorbeeld over welke verlichting er op een voertuig mag en 
moet zitten, hoe breed en hoog een voertuig mag zijn en welke 
voorzieningen erop moeten zitten. 
 
Gebruikseisen 
Dit zijn de eisen die gesteld worden aan bijvoorbeeld het vervoeren 
van passagiers en lading, of het slepen van voertuigen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

kentekenplaat, dan ben jij daarvoor verantwoordelijk, maar ook de 
persoon van wie de auto is. 
 
Ditzelfde geldt als jij jouw voertuig uitleent aan iemand die hier op een 
verkeerde manier lading mee vervoert. Ook dan zijn jullie beiden 
aansprakelijk, terwijl jij hier misschien helemaal geen weet van had. 
 

 

 
Daarnaast is het ook verboden om een voertuig op de weg te laten 
staan, die niet voorzien is van goedwerkende en verplichte rode 
retroflectoren aan de achterkant van het voertuig. Dit voertuig is dan niet 
goed zichtbaar in het donker. Heeft jouw voertuig geen goedwerkende 
retroreflectoren op de achterkant en rijdt er daarom iemand tegenaan, 
dan kun jij aansprakelijk gesteld worden voor de schade. 

 

 

 

Retroreflectoren zijn er in verschillende 
kleuren en zorgen ervoor dat voertuigen ook 
tijdens parkeren zichtbaar zijn in het donker. 
 

Bij personenauto's zijn deze retroreflectoren 
vaak verwerkt in de lichtarmaturen (daar 
waar de koplampen en achterlichten ook in 
zitten) 

  

 

Je mag niet rijden of laten rijden in een voertuig als dit voertuig: 
 
· niet deugdelijk (goed) van bouw of inrichting is; 
· niet goed genoeg is onderhouden; 
· zo gebouwd of ingericht is dat de bestuurder onvoldoende zicht 
naar voren of opzij heeft; 
· op een andere manier niet voldoet aan de gestelde voertuigeisen. 
 
Zorg dat je altijd weet aan wie je het voertuig uitleent en wat deze 
persoon ermee van plan is. Maak duidelijke afspraken over het gebruik 
ervan. 

Retroreflector 
Retroreflectoren weerkaatsen licht in dezelfde richting terug als waar 
het vandaan kwam. Ze maken zo het voertuig waar ze op zitten 
zichtbaar. Welke kleur ze hebben (rood, ambergeel of wit) is 
afhankelijk van waar ze zitten op het voertuig. Over het algemeen zit 
wit aan de voorkant, rood aan de achterkant en ambergeel aan de 
zijkanten. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Algemene eisen – deel 1 

Wettelijk gezien moet ieder voertuig aan flink wat technische eisen 
voldoen. Normaal gesproken kun je ervan uitgaan dat een voertuig dat je 
nieuw koopt, aan al deze eisen voldoet. Als er iets stuk gaat, kan dit 
betekenen dat het voertuig niet meer aan deze eisen voldoet. Laat je 
kapotte onderdelen repareren of vervangen voor originele onderdelen, 
dan zou het voertuig dus moeten blijven voldoen aan deze eisen. 
 
Om te zorgen dat je wordt verplicht om de belangrijkste dingen in orde te 
maken of te houden, is de Algemene Periodieke Keuring ingevoerd, 
bekend als de APK. Maar deze keuring is een momentopname. Er kan 
altijd alsnog iets stuk gaan. Controleer daarom regelmatig je voertuig op 
onregelmatigheden en laat de garage het liefst jaarlijks een 
controlebeurt uitvoeren. 

 

 

Pas je zelf dingen aan de buitenkant van de 
auto aan, dan kan dit betekenen dat de 
auto niet meer voldoet aan de eisen. 

Ook als je aan het motorblok dingen 
aanpast, kan het zijn dat het voertuig 
opnieuw gekeurd moet worden. 

Eigen aanpassingen 
Pas je zelf iets aan je voertuig aan, dan kan dit betekenen dat dit 
voertuig niet meer voldoet aan de eisen zoals deze in het 
kentekenregister staan vermeld. In dat geval moet het voertuig opnieuw 
gekeurd worden. Denk hierbij aan: 
 
. Toevoegen van extra gewicht. 
· Vergroten van de spoorbreedte (de breedte tussen het linker- en 
rechterwiel). 
· Vervangen van het motorblok. 
. Wijzigen van de brandstofsoort. 
· Wijzigen van het vermogen (meer dan 20%). 
. Wijzigen van het carrosserie-type. 
· Wijzigen van het aantal zitplaatsen. 
. Wijzigen van het geluidsniveau (bijvoorbeeld het monteren van een 
andere uitlaat). 
 
Zolang een voertuig in deze situatie nog niet opnieuw goedgekeurd is, 

📖2.4 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

mag er niet mee gereden worden! 

Kenteken 
Aan de kentekenplaten en het voertuigidentificatienummer (VIN) kan een 
voertuig herkend worden. Dit betekent dat: 
 
. het voertuig ook moet voldoen aan de gegevens die op de 
kentekencard en in het kentekenregister staan; 
. het voertuig voorzien moet zijn van goed bevestigde en goed 
leesbare originele kentekenplaten met goedkeuringsmerk; 
. het VIN in het chassis, frame of een soortgelijke structuur ingeslagen 
en goed leesbaar moet zijn. Als deze (deels) is weggehaald zou dit 
kunnen betekenen dat het voertuig ooit gestolen is. 
 

 

De kentekenplaat op het voertuig moet een originele kentekenplaat zijn. Tijdelijk 
een geschreven kentekenplaat gebruiken omdat je de originele bent verloren is niet 
toegestaan. 

Afmetingen en massa's 

 

Massa lading voertuig 
Massa (gewicht) van het voertuig in rijklare toestand (zoals 
deze vanuit de dealer afgeleverd wordt) verminderd met 100 
kg. 
 
Lading 
Alle personen die je in het voertuig vervoert en goederen die je 
in, op of aan je voertuig vervoert. 
 
Lastdrager 
Afneembare of uitschuifbare constructie die bestemd is voor het 
vervoer van goederen en hulpmiddelen. Denk hierbij aan een 
dakkoffer of fietsendrager. Lastdragers moeten: 
 
. aan de bumper, op de trekhaak of op het dak zijn 
aangebracht, of geïntegreerd zijn in de achterzijde van het 
voertuig; 
. achterop of voorop de aanhangwagen zijn aangebracht; 
. aan de zijkant van een lichte bedrijfsauto zijn aangebracht 
voor het vervoer van glas of platen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Een fietsendrager op de trekhaak. 
 

Een dakkoffer valt ook onder een 
'lastdrager'. 

  

 

 
Een personenauto mag maar een beperkte grootte en gewicht 
(massa) hebben. Deze maximale grootte en maximummassa zijn 
altijd inclusief eventuele lading. De maximale afmetingen van een 
personenauto zijn: 
 
. 12 meter lang 
. 2,55 meter breed 
. 4 meter hoog 
 
Een combinatie van een personenauto met een aanhangwagenmag maximaal 18 meter 
lang zijn. 
 
Een fietsendrager op de trekhaak. 
 
 

 

De maximale afmetingen van een voertuig zijn altijd inclusief lading en lastdragers. 

De #[toegestane maximummassa van een personenauto staat in het 
kentekenregister en op de kentekencard vermeld. Deze massa is inclusief 
lading. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Op de kentekencard vind je de maximummassa. 

 
 
Ook de toegestane maximale aslast staat vermeld in het 
kentekenregister. Dit is het gewicht dat op éen as mag rusten. De 
personenauto mag nooit meer wegen en nooit meer gewicht op één as 
hebben dan in het kentekenregister vermeld staat. Je mag dus niet 
zomaar de kofferbak helemaal volgooien met zware lading. 
 

 

Uitlaatsysteem 
Het uitlaatsysteem op een voertuig met een verbrandingsmotor loopt 
vanaf de uitgang van het motorblok tot en met het stukje uitlaat dat 
(meestal) onder of in de achterbumper hangt. Problemen met de uitlaat 
zijn vaak goed te herkennen, omdat de auto dan meestal meer lawaai 
maakt. Het hele systeem moet voldoen aan een aantal eisen: 
 
. Het moet over de gehele lengte gasdicht zijn, met uitzondering van 
de afwateringsgaatjes. 
. Het moet deugdelijk bevestigd zijn. 
. Het systeem mag niet meer geluid produceren dan in het 
kentekenregister is vermeld, met een maximale overschrijding van 2 
decibel. Staat er niks in het kentekenregister dan is de maximale 
waarde 95 decibel. 
. Er mag door het systeem niet meer CO (koolmonoxide) worden 
uitgestoten dan voorgeschreven. 
 

Snelheidsmeter 
 
De snelheidsmeter en de kilometerteller zijn twee verschillende meters 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

die vaak door elkaar gehaald worden. De snelheidsmeter geeft aan hoe 
snel je rijdt en de kilometerteller geeft aan hoeveel kilometers het 
voertuig in totaal heeft gereden. Alleen de snelheidsmeter moet verplicht 
werken en ook in het donker afleesbaar zijn. Doet deze het niet (goed), 
dan mag je niet met dit voertuig rijden. 
 
Als de kilometerteller niet goed werkt, kan dit een probleem geven bij de 
verkoop van het voertuig, omdat het aantal gereden kilometers dan niet 
meer te achterhalen is. 
 

 

 

Algemene eisen – deel 2 

 

 

📖2.5 

Hoofdgroeven 
Brede groeven in het loopvlak van een band. Hierin bevinden zich de 
slijtage-indicatoren. 
 
Loopvlak 
Deel van de band dat in contact komt met het wegdek. 
 
Karkas 
Deel van de band onder de rubberlaag die de band zijn stevigheid 
geeft. Meestal voorzien van kunststof (nylon, polyester) en 
staaldraden. 
 
Slijtage-indicatoren 
Verhogingen in de hoofdgroeven. Zodra deze meeslijten met het 
loopvlak, voldoet de band niet meer aan de minimale profieldiepte. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Banden 
 
Als de banden van een personenauto niet in orde zijn, kan dit tot 
gevaarlijke situaties leiden. Toch zijn er maar weinig mensen die 
regelmatig de bandenspanning controleren. Of voordat ze instappen 
even een korte check doen van de banden. Omdat banden 
langzamerhand slijten, is het aan te raden ze regelmatig te controleren. 
Doe dit minimaal één keer per maand. 
 

 

Dit controlelampje in het dashboard is van debandenspanning. 
Deze gaat branden als de bandenspanning van één band of 
meerderebanden te veel afwijkt. Meet de bandenspanning 
maandelijks en daarnaast direct zodra dit lampje 
gaat branden. Niet alle personenauto’s zijn voorzien van dit 
controlelampje. 

 

 

 

Spijker of schroef in de band? Laat deze 
vooral zitten totdat je bij de garage bent! Dit 
voorkomt verder leeglopen van de band. 
 

De slijtage-indicatoren in de hoofdgroeven 
zijn bij deze band bijna gelijk aan de rest van 
de loopvlak. De band is versleten. 

  

 

De banden moeten voldoen aan de volgende technische eisen: 
 
· Het moeten luchtbanden zijn. Banden gevuld met stikstof vallen hier 
ook onder. Een personenauto mag bijvoorbeeld niet voorzien zijn van 
massief rubberen wielen of rupsbanden. 
· De banden mogen geen uitstulpingen vertonen. Ze mogen ook geen 
beschadigingen hebben waarbij het karkas zichtbaar is. 
· De banden moeten altijd een minimale profieldiepte hebben van 1,6 
mm in de hoofdgroeven, over het gehele loopvlak. Ze mogen niet zijn 
nageprofileerd, dus de profielen mogen niet opnieuw dieper worden 
ingesneden. 
· De banden moeten in de juiste draairichting zijn gemonteerd. 
· De banden mogen geen metalen elementen bevatten die tijdens het 
rijden kunnen uitsteken. Denk hierbij aan spijkerbanden die in landen 
met strenge winters wel eens worden gebruikt. 
· De banden op één as moeten van dezelfde maat zijn. De band 
linksvoor mag bijvoorbeeld niet groter of kleiner zijn dan rechtsvoor. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Behalve als je met pech tijdelijk een nood- of reservewiel moet 
gebruiken. 
· De banden moeten de juiste bandenspanning hebben. Deze is te 
vinden in het instructieboekje. Vergeet hierbij niet de reserveband. 
. Het bandenspanningscontrolelampje mag geen defect aangeven. 
 

 

 

In landen met koude winters worden soms 
dit soort spijkerbanden gebruikt. Deze zijn 
in Nederland niet toegestaan. 

Een reservewiel kan een andere maat 
hebben dan een normaal wiel. Hiermee 
mag je alleen in geval van nood rijden. 
Vervang het wiel zo snel mogelijk en rijd 
maximaal 80 km/u. 

Reminrichting 
De remmen van een personenauto zijn van levensbelang. Daarom 
mogen de onderdelen van het remsysteem geen beschadigingen 
vertonen. Verder moeten ze: 
 
· deugdelijk zijn bevestigd; 
· niet verroest zijn; 
· geen lekkage vertonen; 
· geen overmatige slijtage vertonen. 
 
Alle onderdelen moeten goed werken en de onderdelen die horen te 
bewegen moeten ook vrij kunnen bewegen, zoals het rempedaal. Het 
oppervlak van dit pedaal moet stroef zijn. 
 
Als laatste moeten alle personenauto's voorzien zijn van een goed 
werkende parkeerrem (handrem). 
 

 

 

Algemene eisen – deel 3 

Zicht door de ruiten 
Om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen is goed zicht door de 

De banden en de remmen moeten zorgen voor een goede wegligging 
en een korte remweg. Daarom is het voor de veiligheid erg belangrijk 
dat ze beiden in goede staat zijn. 

📖2.6 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

ruiten belangrijk. De eisen die hieraan gesteld worden, zijn allemaal van 
toepassing op de voorruit en de voorste zijruiten: 
 
· Deze ruiten mogen niet beschadigd of verkleurd zijn. 
· Ze mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht 
belemmeren. Denk hierbij spulletjes die aan de binnenspiegel worden 
gehangen of op het dashboard worden gelegd, maar ook het 
navigatiesysteem op de voorruit kan door verkeerde plaatsing het 
zicht belemmeren. 
. Ze mogen niet minder licht doorlaten dan 55%. Denk hierbij aan 
getinte ruiten. 
. Ook moet de voorruit voorzien zijn van een goed werkende installatie 
die de voorruit ontdooit en de beslagen ruit ontdampt. Meestal is dit 
in de vorm van een blower (lucht via de ventilatieroostertjes) met of 
zonder airconditioning, maar ook elektrische voorruitverwarming 
komt voor. 
 

 

 

Folie op de voorste ruiten zorgt er al snel voor 
dat deze ruiten te weinig licht doorlaten. 

Iedere personenauto moet voorzien zijn van 
een goedwerkende ruitenwisser- en 
ruitensproierinstallatie. 

 

Ruitenwissers 
Om het zicht door de voorruit voldoende te houden, moeten 
personenauto's voorzien zijn van goed werkende ruitenwissers aan de 
voorzijde. Daarnaast moet een personenauto voorzien zijn van een goed 
werkende ruitensproeierinstallatie die de voorruit besproeit. Je mag dus 
niet gaan rijden als je ruitensproeiervloeistof op is, omdat dan de 
ruitensproeierinstallatie niet goed werkt. 
 
 

 

Dit dashboardlampje geeft aan dat de 
ruitensproeiervloeistof (bijna) op is. Omdat het niet 
toegestaan is om te rijden zonder 
ruitensproeiervloeistof, is het belangrijk dat je deze 
zo snel mogelijk bijvult als het lampje begint te 
branden. Overigens hebben niet alle 
personenauto's zo'n verklikkerlampje. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Spiegels 
Personenauto's moeten voorzien zijn van een linkerbuitenspiegel, een 
rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel. Bij sommige bestelauto's is er 
geen zicht in de binnenspiegel omdat de laadbak achter de cabine 
volledig dicht is. In dat geval hoeft er geen binnenspiegel aanwezig te 
zijn. 
 
Alle aanwezige spiegels moeten heel zijn en mogen niet te veel zijn 
verweerd. Verweerde spiegels zijn te herkennen aan bruine of zwarte 
randen of vlekken in het spiegelglas. 
 

Zitplaatsen 
Alle zitplaatsen van personenauto's moeten vooruit of achteruit gericht 
zijn. De zitplaatsen moeten goed bevestigd zijn en als ze verstelbaar zijn, 
mogen ze niet zomaar verschuiven of verstellen tijdens het rijden. 

 

 

Veiligheidsgordels 
Gordels beschermen de passagiers tegen grote verwondingen bij een 
ongeval. Al vanaf een snelheid van 30 km/u kan een gordel je leven 

(Veiligheids)gordel 
Een gordel beschermt de bestuurder en passagiers tegen de krachten 
die vrijkomen bij een botsing of bij hard remmen en zorgt ervoor dat 
ze op hun plek blijven zitten. Personenauto's zijn in de meeste 
gevallen voorzien van driepuntsgordels. Hierbij gaat een deel van de 
gordel over de heup en een deel schuin voor de borst langs. 
 
Kinderbeveiligingssysteem 
Een stoeltje dat door middel van een kliksysteem (Isofix) of gordels in 
de personenauto kan worden vastgemaakt. Het kind zit vast in het 
stoeltje door een gordel van het systeem zelf, of de driepuntsgordel. 
Dit systeem beschermt het kind tegen de krachten die vrijkomen bij 
een botsing of als je hard remt en zorgt ervoor dat het kind goed in 
het stoeltje blijft zitten. 
 
Airbag 
Voorziening in de personenauto die opblaast tijdens een aanrijding. 
De airbag beschermt de inzittenden tegen de harde onderdelen van 
het voertuig. Ook zorgt deze ervoor dat het lichaam niet te veel naar 
voren of naar de zijkant verplaatst wordt tijdens een aanrijding. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

redden. Daarom zijn gordels verplicht op alle zitplaatsen. Omdat gordel 
zo belangrijk zijn, moeten ze aan verschillende eisen voldoen: 
 
· Ze mogen niet beschadigd zijn. 
. Ze moeten voorzien zijn van een goedwerkende sluiting en 
blokkering. 
. De gordel moet goed aansluiten na het omdoen. 
· Waarschuwingsinrichtingen (controlelampjes) van de gordels en 
baas 

 

Uitstekende en scherpe delen 
In de ontwikkeling van personenauto's wordt steeds meer gedaan om de 
voetganger zo veel mogelijk te beschermen bij een aanrijding. Nog 
steeds overlijden veel voetgangers die worden aangereden aan hun 
verwondingen. Om dit risico te verkleinen, is het verboden om scherpe 
delen aan je personenauto te hebben die het gevaar op letsel vergroten. 
Denk hierbij aan extra versiering op de motorkap of een zelfgemaakte 
bullbar voor de bumper. 
 
Steken er andere delen uit die niet scherp zijn, dan moeten deze worden 
afgeschermd. Ze mogen geen extra gevaar op letsel veroorzaken bij een 
aanrijding. Ook wielen mogen niet meer dan drie centimeter uitsteken 
buiten de wielkasten. 
 
Daarnaast mogen er niet zomaar onderdelen van je personenauto 
losraken door slechte bevestiging, verslijting of aantasting. 

 
 
 
 
 

 

Storingslampje airbag 

 

Storinglampje 

zijairbag 

 

 

Waarschuwingslampje 

gordel 

 

 

Veiligheidsgordels (driepuntsgordels) zijn 
verplicht op alle zitplaatsen. 

Wielen mogen niet meer dan drie 
centimeter uitsteken buiten de wielkasten 
(wielkast is aangegeven met een pijl). 

Alle dashboardlampjes die hieronder staan zijn roodgekleurd, wat 
betekent dat er direct iets aan gedaan moet worden als ze gaan 
branden. De eerste twee lampjes geven problemen aan met de 
verschillende airbags. Deze werken in dat geval niet. De laatste geeft 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Deeltoets 2.1 

Personenauto 2.2 

Verlichting op een voertuig is niet alleen belangrijk zodat jij goed kan zien, maar ook 
zodat anderen jou goed kunnen zien. Omdat slechte of 
ontbrekende verlichting voor gevaarlijke situaties kan zorgen, zijn hier regels voor 
opgesteld. Ditzelfde geldt voor de geluidssignalen die op de 
auto aanwezig zijn. Jij bent zelf verantwoordelijk voor de auto waarmee je rijdt, daarom is 
het belangrijk dat je weet waar de verlichting engeluidssignalen aan moeten voldoen. 

Algemene eisen – deel 4 

Verplichte verlichting 
Voor een goede zichtbaarheid van de personenauto en om zelf goed 
zicht te hebben op de weg, moet bepaalde verlichting verplicht op de 
personenauto aanwezig zijn. 
 
Daarnaast moet iedere personenauto voorzien zijn van een rode 
retroreflector aan de achterzijde, zodat het voertuig ook tijdens parkeren 
in het donker zichtbaar blijft. 

 

 

💬2.7 

📽2.8 

📽2.9 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Achterlicht (rood) 
Licht dat ervoor zorgt dat het voertuig ook in het donker vanaf de 
achterkant goed te zien is en de breedte van het voertuig aangeeft. 
 
Achteruitrijlicht (wit of geel) 
Licht dat bestemd is voor het verlichten van de weg achter het 
voertuig en voor het waarschuwen van de overige weggebruikers dat 
het voertuig achteruitrijdt of achteruit gaat rijden. 
 
Dimlicht (wit of geel) 
Licht waarmee de weg voor het voertuig wordt verlicht zonder dat 
hierdoor andere weggebruikers worden verblind of gehinderd. 
 
Groot licht (wit of geel) 
Licht dat de weg voor het voertuig over een grote afstand verlicht. 
 
Mistachterlicht (rood) 
Licht dat het voertuig bij dichte mist aan de achterkant beter 
zichtbaar maakt. 
 
Remlicht (rood) 
Licht dat wordt gebruikt om de weggebruikers die zich achter het 
voertuig bevinden te laten weten dat het voertuig opzettelijk 
vertraagt. 
 
Richtingaanwijzer (ambergeel) 
Licht dat is bestemd om andere weggebruikers te laten weten dat de 
bestuurder naar links of naar rechts van richting wil veranderen. 
 
Stadslicht (wit of geel) 
Licht dat ervoor zorgt dat het voertuig ook in het donker vanaf de 
voorkant te zien is en een aanwijzing is voor de breedte van het 
voertuig. Onvoldoende tijdens het rijden in het donker, in dat geval is 
minimaal dimlicht nodig. 
 
Waarschuwingsknipperlicht (zelfde kleur als richtingaanwijzers) 
Gelijktijdige werking van alle richtingaanwijzers, bestemd om aan te 
geven dat het voertuig tijdelijk een bijzonder gevaar oplevert voor 
andere weggebruikers. 
 
Kentekenplaatverlichting achter (wit) 
Verlichting die de achterste kentekenplaat afleesbaar maakt in het 
donker. Deze verlichting mag niet naar achteren stralen. 
 
Retroreflector achterzijde (rood) 
Een retroreflector geeft zelf geen licht, maar reflecteert de lichtbundel 
(van bijvoorbeeld het dimlicht van een ander voertuig) die erop valt. 
Hiermee vallen ook stilstaande voertuigen op als ze geen verlichting 
voeren. De meeste retroreflectoren zijn tegenwoordig geïntegreerd in 
de verlichtingsarmaturen (houder van de verlichting). 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Let op, de verlichting kan op andere personenauto’s iets anders ingedeeld zijn. 

Kleuren verlichting 
Bij de meeste voertuigen zal je als verlichtingskleuren alleen rood, 
ambergeel (oranje) en wit tegenkomen. Waarbij rood over het algemeen 
aan de achterkant zit, wit aan de voorkant en ambergeel aan de 
zijkanten. Sommige verlichting mag ook een iets andere kleur hebben. Zo 
mogen sommige lichten aan de voorkant ook geel zijn in plaats van wit 
en sommige aan de achterkant ook wit of ambergeel in plaats van rood. 
 
Als ezelsbruggetje kan je onthouden: wit licht komt naar je toe, rood licht 
gaat van je weg. Daarom is het achteruitrijlicht ook wit, ondanks dat het 
aan de achterkant zit. 

Richtingaawijzers aan de zijkant 
Het is belangrijk dat richtingaanwijzers vanuit alle richtingen goed te 
zien zijn. Bij de meeste moderne personenauto's loopt de verlichting door 
om de hoek van de auto. Hierdoor is de richtingaanwijzer ook vanaf de 
zijkant goed zichtbaar. Is dit niet het geval, dan zijn richtingaanwijzers 
aan de zijkant van het voertuig ook verplicht. 

Toegestane verlichting 
Naast de verplichte verlichting mag er ook andere verlichting op het 
voertuig zitten. Maar dit mag niet zomaar alle verlichting zijn. Deze extra 
verlichting is bijvoorbeeld bochtverlichting, dagrijlicht, mistlicht aan de 
voorkant en parkeerlicht. Ook mag je niet zomaar verlichting vervangen 
voor andere type verlichting. De armaturen (houders) van de verlichting 
zijn gemaakt voor Halogeen-, Xenon- of LED-verlichting. Deze zijn niet 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Bochtverlichting (wit) 
Verlichtingsfunctie aan de voorzijde voor betere verlichting in de 
bochten. 
Dagrijlicht (wit) 
Licht dat naar voren gericht is en wordt gebruikt om het voertuig 
tijdens het rijden overdag beter zichtbaar te maken voor 
tegemoetkomend verkeer. Mag alleen gevoerd worden als dimlicht 
niet verplicht is! 
Mistvoorlicht (wit of geel) 
Licht dat dient voor een betere verlichting van de weg bij mist of een 
soortgelijke toestand van verminderd zicht. 
Parkeerlicht (voor wit, achter rood) 
Licht dat is bestemd om de aanwezigheid van een geparkeerd 
voertuig aan te geven. Meestal is dit dezelfde verlichting als het 
stadslicht. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Aanvullende markeringslichten en reflectoren 
Als voertuigen groter zijn dan normaal, dan is het belangrijk dat het ook 
pvalt dat deze voertuigen extra groot zijn. Dit wordt gedaan door 
niddel van markeringslichten en extra reflectoren. 
 
· Voertuigen breder dan 2,10 meter moeten aan de voorzijde voorzien 
zijn van twee witte en aan de achterzijde voorzien zijn van twee rode 
markeringslichten. 
. Voertuigen langer dan 6 meter moeten voorzien zijn van ambergele 
zijmarkeringslichten en van ambergele retroreflectoren aan de 
zijkant. De achterste van deze zijmarkeringslichten en retroreflectoren 
mag in plaats van ambergeel ook rood zijn. 

 

 
Naast deze verplichte markeringslichten en retroreflectoren, mogen 
personenauto's ook voorzien worden van extra markeringslichten en 
retroreflectoren. 
 

Overige eisen verlichting 
Naast de aanwezigheid en verplichte kleur van verlichting op de 
personenauto, moet de verlichting ook aan andere eisen voldoen: 
 
· De verplichte lichten moeten goed werken en de verplichte 
retroreflectoren moeten goed reflecteren. 
. De lichtarmaturen moeten goed aan het voertuig zijn bevestigd en 
niet te veel aangetast zijn. 
. Het glas van de armaturen mag niet stuk of verwijderd zijn, ook 
moeten ze het licht goed doorlaten. 
. Lichten en retroreflectoren die dezelfde functie hebben moeten 
symmetrisch geplaatst zijn en de lichten moeten onderling dezelfde 
lichtsterkte en grootte hebben. 
. De lichtdoorlatende gedeeltes van de verplichte lichten mogen voor 
maximaal 25% afgeschermd zijn. 
. De niveauregeling van de dimlichten moet goed werken. Dit is de 
handmatige hoogte-afstelling van de dimlichten die je gebruikt als 
het voertuig achterover helt door zwaardere belading. De verlichting 
pas je aan om verblinding van tegemoetkomend verkeer te 
voorkomen. 

Markeringslichten 
Verlichting op de uiterste hoeken van een voertuig die de grootte van 
het voertuig aangeeft. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

Controlelampjes verlichting 
Van een aantal lichten is het belangrijk dat ze niet per ongeluk aangezet 
worden en dat je je steeds bewust bent van het feit dat ze aan staan. 
Daarom moeten voor deze lichten verplicht waarschuwingslampjes in 
het dashboard aanwezig zijn. Dit zijn: 

 
Bij richtingaanwijzers mag dit naast een lampje, ook een geluidssignaal 
zijn. 
 

Niet toegestane verlichting en reflectoren 
Naast de hiervoor genoemde verplichte en toegestane verlichting en 
reflectoren, mogen er op personenauto's geen andere verlichting en 
retroreflectoren zitten. Daarnaast mag de aanwezige verlichting: 
 
· niet verblindend zijn, met uitzondering van het groot licht; 
· niet knipperen, met uitzondering van de richtingaanwijzers, 
waarschuwingsknipperlichten en het noodstopsignaal van de 
remlichten (het automatisch knipperen van de remlichten als er een 
noodstop gemaakt wordt). 
 
Als een richtingaanwijzer ingeschakeld is, mogen de zijmarkeringslichten 
aan die kant eventueel wel mee knipperen. 
 
Alle andere verlichting, zoals de speciale blauwe verlichting die 
aanwezig is op de voertuigen van hulpdiensten, mag niet aanwezig zijn 
op personenauto's. Het maakt daarbij niet uit of deze verlichting uit of 
aan staat. Het gaat erom dat het niet mag lijken dat jouw voertuig een 

 

 

Het glas van de armaturen mag niet teveel 
aangetast zijn. Ze laten dan te weinig licht 
door. 

Als de auto beladen is aan de achterkant 
komt de voorkant omhoog. De dimlichten 
kunnen dan verblinden. Met de 
niveauregeling van de koplampen pas je dit 
aan. 

 

 

 

 

 

Groot licht 

Mistlicht voor 

Mistlicht achter 

Richtingaanwij 
zers 

Waarschuwing 
S- 
knipperlichten 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

dienstvoertuig is van een bepaalde hulpdienst terwijl dit niet zo is. 
 
Ook mag verlichting in de personenauto geen licht uitstralen naar buiten. 

 

Je mag jouw personenauto niet voorzien van blauwe verlichting. 

 

Bevestiging aanhangwagen 
Als de personenauto is voorzien van een trekhaak, moet deze goed 
bevestigd zijn en mag deze niet gescheurd, gebroken, vervormd of 
verroest zijn. 
 

Verplichte en toegestane geluidssignalen 
Personenauto's moeten verplicht voorzien zijn van een goed werkende 
claxon, die een vaste toonhoogte heeft. Een claxon met een liedje is niet 
toegestaan. 
 
Naast de claxon mag een personenauto voorzien zijn van: 
 
· een geluidssignaal dat klinkt tijdens het achteruitrijden; 
· een geluidssignaal op elektrische personenauto's dat klinkt bij een 
snelheid tot 25 km/u; 
. een alarmsysteem met geluidssignaal. 
 
Andere geluidsproducerende apparaten dan deze drie mogen niet op het 
voertuig aanwezig zijn. 

Deeltoets 2.2 

Personenauto 2.3 

Je gebruikt een auto niet alleen om van A naar B te rijden. Soms moet je spullen of extra 
passagiers vervoeren. Of misschien sleep je er een keer een andere auto mee. De eisen 
die hieraan gesteld zijn, worden de gebruikseisen genoemd. Op een andere manier 

📽2.10 

📽2.11 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

spullen of passagiers vervoeren, dan in deze eisen staat, mag niet. Zowel degene die de 
auto bestuurt, als de eigenaar, zijn hiervoor verantwoordelijk. 

Gebruikseisen 

De gebruikseisen zijn de eisen die gesteld worden aan het gebruik vande auto, 
bijvoorbeeld hoe je passagiers en lading mag vervoeren en hoever deze lading mag 
uitsteken. 

 

Slepen 
Moet je in verband met pech een voertuig slepen, of moet jouw voertuig 

gesleept worden, dan moet je je houden aan bepaalde regels: 

 

. De afstand tussen de twee voertuigen mag niet meer zijn dan 5 

meter. 

· Je mag niet meer dan één voertuig slepen, dus bijvoorbeeld geen 

personenauto én een aanhangwagen. 

. Een tweewielige motorfiets of bromfiets mag niet gesleept worden en 

ook niet zelf slepen. 

 

 

 

 

 

 

Hinder door lading of passagiers 
De bestuurder van een personenauto mag tijdens het besturen van het 

voertuig niet worden gehinderd door lading of passagiers. Als je door het 

vervoer van lading bijvoorbeeld niet meer goed bij de versnellingspook 

kan, of niet meer goed in je rechterbuitenspiegel kunt kijken, dan mag je 

niet gaan rijden. 

 

 

 

Bij het slepen van een ander voertuig mag 
er niet meer dan vijf meter tussen de 
voertuigen zitten. 

Bij het vervoeren van lading mag deze de 
bestuurder niet belemmeren tijdens het 
rijden. Deze doos zo vervoeren mag 
daarom niet. 

📖2.12 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Voldoende zicht rondom 
 

De bestuurder van een personenauto moet altijd voldoende zicht 

rondom hebben. Dat geldt ook als je een aanhangwagen achter het 

voertuig of lading in of op het voertuig vervoert. Dit betekent dat het 

zicht door de voorruit en de voorste zijruiten niet mag zijn belemmerd. 

Ook de buitenspiegels moeten voldoende zicht geven naast en achter de 

personenauto en/of aanhangwagen. Lukt dit niet, dan moet er gebruik 

worden gemaakt van opzet- of caravanspiegels of een camera- 

monitorsysteem waardoor dit zicht er wel weer is. 

 

Voor de binnenspiegel gelden deze regels niet. 

 

Kun je met de normale spiegels niet voldoende voorbij de 
aanhangwagen of caravan kijken, dan zijn extra spiegels 
verplicht. De gele lijnen geven de breedte van de caravan 
aan. Is deze breder dan de breedte van de normale spiegels, 
dan heb je aan de normale spiegels niet voldoende. 

Zekeren lading 
Als je lading vervoert in of op je personenauto of 
aanhangwagen, is het belangrijk dat de lading 
niet kan verschuiven of van het voertuig af kan 
vallen. Daarom is het verplicht lading te zekeren. 
Zekeren betekent dat je de lading goed vastzet. 
Dit geldt ook voor lading ín het voertuig, omdat 
de lading de bestuurder niet mag hinderen 
tijdens het besturen. Deze zekering moet aan 
een aantal eisen voldoen: 
 

· De zekering moet voldoende krachten 

kunnen weerstaan, zowel in de rijrichting als 

opzij, naar achteren en omhoog, zoals bij 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

drempels. 

· Losse lading die niet gezekerd kan worden 

(denk aan zand of bladeren) moet afgedekt 

worden met een net of zeil als deze anders 

van het voertuig af kan vallen of waaien. 

· De zekeringsmiddelen moeten geschikt zijn 

voor het doel waarvoor ze gebruikt worden. 

 

 

 

 

 

 

 

Uitstekende delen 
 
Net als de voertuigen zelf, mag ook de lading geen scherpe delen 
hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel kan 
opleveren. Niet scherpe uitstekende delen moeten worden afgeschermd 
als ze onafgeschermd het gevaar voor lichamelijk letsel kunnen 
vergroten. 
 

Lastdrager 
Als je goederen vervoert op een lastdrager, dan mag dit alleen als de 
lastdrager ook voor die goederen bedoeld is. Op een fietsendrager mag 
bijvoorbeeld niks anders dan fietsen vervoerd worden. Ook mogen er 
niet méér fietsen op vervoerd worden dan waarvoor hij bedoeld is. 
 

 
 
 
 
 
De lading en de lastdrager 

moeten verder voldoen aan de volgende 

 

 

Vervoer je grote lading in de 
aanhangwagen, dan moet je deze goed 
vastzetten met bijvoorbeeld spanbanden of 
touwen. 

 
Vervoer je losse lading in de 
aanhangwagen, dan moet deze afgedekt 
worden met een net of zeil. Er mag geen 
lading af kunnen waaien of vallen. 

 

 

Op een fietsendrager mogen alleen fietsen 
worden vervoerd. Een koffer hierop 
vervoeren is niet toegestaan. 

Een lastdrager die de kentekenplaat en 
achterlichten van de personenauto bedekt, 
moet voorzien zijn van eigen verlichting en 
een witte kentekenplaat. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

eisen: 
 
· De goederen en de lastdrager zelf, moeten goed bevestigd zijn. 
. De lastdrager mag inclusief lading niet meer dan 20 centimeter 
buiten de zijkanten van het voertuig uitsteken. 
· Als de verlichting van de personenauto wordt afgeschermd door de 
lastdrager, dan moet op de lastdrager de volgende verlichting 
aanwezig zijn: 
- twee rode achterlichten; 
- twee rode remlichten; 
- twee rode retroreflectoren; 
ambergele richtingganwiizers 
- twee amberge 
 
. Als de kentekenplaat van de personenauto wordt afgeschermd door 
de lastdrager, dan moet op de lastdrager een witte kentekenplaat 
met hetzelfde kenteken als de personenauto worden aangebracht. 
Deze moet voorzien zijn van een goedkeuringsmerk en er moet 
kentekenplaatverlichting aanwezig zijn. 
 
Als de lastdrager op de trekhaak of op de voorkant van de 
aanhangwagen is gemonteerd moet deze voldoen aan de volgende 
eisen: 
 
· Het gewicht op de trekhaak (ook wel kogeldruk genoemd) mag niet 
meer bedragen dan voor deze personenauto is vastgelegd. Is deze 
niet vastgelegd, dan mag dit nooit meer zijn dan 75 kg. 
· De lastdrager zelf, of onderdelen daarvan, mogen het wegdek niet 
raken bij normaal gebruik. 
· De lastdrager of (achtergebleven) onderdelen daarvan, mogen een 
aangekoppelde aanhangwagen niet belemmeren in de 
bewegingsvrijheid. 
 
Als er goederen op het dak van een personenauto worden vervoerd, 
moet dit volgens de volgende eisen: 
 
. Vervoer moet door middel van een lastdrager die hiervoor bedoeld is. 
· De lastdrager en de goederen moeten goed bevestigd zijn. 
. De maximale daklast (het gewicht op het dak) mag niet overschreden 
worden. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Uitstekende lading oppersonenauto's 
Bij lading op of in een voertuig maken we onderscheid tussen deelbare 

en ondeelbare lading. 

 

Lading moet altijd op de best mogelijke manier vervoerd worden, zodat 
er zo min mogelijk hinder wordt veroorzaakt richting het overige verkeer. 
 
De maximale uitsteekmaten (hoe ver iets mag uitsteken buiten het 
voertuig) van lading zijn als volgt: 
 
· Zijkanten 
Vervoer je brede lading op het dak van je personenauto, dan mag 
deze lading maximaal 20 centimeter aan iedere kant uitsteken. Het 
maakt hierbij geen verschil of het deelbare of ondeelbare lading is. 
 

 

 
· Voorzijde 
Lading mag aan de voorzijde van de personenauto niet uitsteken, 
tenzij de lading in de lengte ondeelbaar is. In dat geval mag de lading 
maximaal één meter uitsteken. 
· Achterzijde 
Lading mag aan de achterzijde van de personenauto maximaal één 
meter uitsteken. Daarnaast mag de afstand tussen de achteras en 

Deelbare lading 
Lading die in meerdere onderdelen vervoerd kan worden en daardoor 
vaak op meerdere manieren in of op een voertuig te laden is. 
 
Ondeelbare lading 
Lading die tijdens het vervoer over de weg niet gedeeld kan worden in 
kleinere stukken zonder dat dit schade of onnodig veel kosten met 
zich meebrengt. Denk hierbij aan een ladder, een glasplaat of lange 
houten planken. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

het uiteinde van de lading nooit meer bedragen dan vijf meter. Hierbij 
is er geen verschil tussen deelbare of ondeelbare lading. 
 

 

 

 

 

Deeltoets 2.3 

Personenauto 2.4 

Net als een personenauto, moet ook een aanhangwagen voldoen aan bepaalde eisen. 
Voor het grootste deel zijn deze eisen hetzelfde als voor de auto. Maar er zijn een aantal 
kleine verschillen. Omdat je na het behalen van je autorijbewijs ook met een 
aanhangwagen mag rijden, is het belangrijk dat je deze eisen kent. 

Permanente eisen aanhangwagen 

Net als een personenauto moet ook een aanhangwagen voldoen aan 
een aantal permanente technische eisen. Als de aanhangwagen niet 
aan deze eisen voldoet, mag je er niet mee rijden. 

Het belangrijkste verschil tussen deelbare en ondeelbare lading is dat 
ondeelbare lading wél en deelbare lading níet voor de personenauto 
mag uitsteken. 
 
Lading mag er nooit voor zorgen dat een personenauto inclusief die 
lading langer, hoger of breder is dan een personenauto mag zijn. Dus 
niet: 
 
· langer is dan 12 meter; 
· hoger is dan 4 meter; 
· breder is dan 2,55 meter. 
 
Een combinatie (personenauto plus aanhangwagen) mag maximaal 
18 meter zijn. 

💬2.13 

📽2.14 

📖2.15 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Zelfde eisen als personenauto 
Veel van deze eisen zijn voor een aanhangwagen hetzelfde als voor de 
personenauto. Dit geldt voor: 
 
. Maximale afmetingen (4 meter hoog, 2,55 meter breed, 12 meter 
lang) 
· Eisen aan de banden (geen beschadigingen, voldoende profiel, etc.) 
· Aanwezigheid van scherpe en uitstekende delen (niet aanwezig, of 
afgeschermd) 
 
Sluiting laadbakkleppen en -deuren 
Veel aanhangwagens hebben aan de achterzijde een klep die je open 
kunt klappen zodat je beter bij de laadvloer komt. Sommige gesloten 
aanhangwagens hebben in plaats daarvan deuren aan de achterzijde. 
Deze kleppen en deuren moeten goed dicht kunnen en deze sluiting 
moet ook dicht blijven tijdens het rijden. 

Deeltoets 2.4 

Personenauto 2.5 

 
Je gebruikt een aanhangwagen om lading mee te vervoeren. Om ongelukken te 
voorkomen, zijn er eisen gesteld aan het gebruik van de aanhangwagen, dit noemen we 
de gebruikseisen. Zo mag de lading niet te zwaar of te groot zijn en moet de lading goed 
vastgezet worden. 

 

Gebruikseisen aanhangwagen 

Naast de technische eisen moet je bij het gebruik van een 

aanhangwagen ook rekening houden met de gebruikseisen. Bijvoorbeeld 

de maximum afmetingen en gewichten van de lading. 

 

Trekken van een aanhangwagen 
Er mag altijd maar één aanhangwagen tegelijk worden voortbewogen 

door een personenauto. Daarnaast mag deze combinatie maximaal 

💬2.16 

📽2.17 

📖2.18 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

twee draaipunten hebben. Een aanhangwagen met maar één as heeft 

alleen een draaipunt bij de koppeling. Een aanhangwagen met twee 

assen kan er ook eentje hebben bij de voorste as. 

 

 
 
 
 

 

 

Als de aanhangwagen haaks (in 90 graden) achter het trekkende 
voertuig staat, mag deze niet met andere onderdelen dan de koppeling 
in contact komen met dit trekkende voertuig. Hij moet dus vrij kunnen 
draaien. 
 
Daarnaast mogen alleen de wielen de grond raken tijdens het rijden. 
Zelfs als de aanhangwagen losschiet en door de hulpkoppeling aan de 
personenauto wordt gehouden. Draai daarom altijd het opdraaibare wiel 
goed op. Zorg er ook voor dat er geen losse kabels over de grond slepen. 
 

Lading 
Lading in of op een aanhangwagen moet goed genoeg vastgezet (of 
afgedekt) zijn. Ook moet deze zo verdeeld zijn dat dit geen risico vormt 
tijdens rijden, sturen en stevig remmen. 
 
Om lading goed te kunnen vervoeren moet je met een aantal zaken 
rekening houden: 
 
· Plaats zware lading zoveel mogelijk boven de as en zo laag mogelijk 
in de aanhangwagen. 
· Belaad de aanhangwagen symmetrisch, dus evenveel gewicht links 
als rechts en voor als achter. 
· Zet de lading goed vast. Losse lading kan grote problemen geven, 
zoals slingeren of zelfs kantelen van de aanhangwagen, of de lading 
kan eraf vallen. 
· Controleer na een stukje gereden te hebben, nogmaals of de lading 
goed vastzit. 
 

 

 

Een aanhangwagen met één draaipunt. 
Elke aanhangwagen moet vrij kunnen 
draaien achter de personenauto. Hij mag 
daarbij de personenauto niet raken met 
andere onderdelen dan de koppeling. 

Een aanhangwagen met twee assen niet 
direct naast elkaar heeft meestal twee 
draaipunten (aangegeven met de gele 
pijlen). 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
Daarnaast mag de lading 

geen scherpe uitstekende delen hebben. 
Andere, niet scherpe, uitstekende delen moeten worden afgeschermd als 
deze een gevaar kunnen opleveren voor andere weggebruikers. 
 

Lastdragers 
Op een aanhangwagen kan gebruik gemaakt worden van een 
lastdrager, bijvoorbeeld een fietsendrager op de trekboom of 
trekdriehoek. De regels voor deze lastdrager zijn hetzelfde als bij de 
personenauto. 
 

Kenteken 
 
Een aanhangwagen moet voorzien zijn van een kentekenplaat. De 
maximummassa van de aanhangwagen bepaalt hierbij of de 
aanhangwagen een eigen gele kentekenplaat krijgt, of dat deze een 
witte plaat krijgt met het kenteken van het trekkende voertuig. 
 

 

Er moet altijd een originele kentekenplaat op de aanhangwagen zitten 
Je mag bijvoorbeeld niet gaan rijden met een handgeschreven 
kentekenplaat op de aanhangwagen. Moet je dus gaan rijden met een 
(lichte) aanhangwagen, regel dan op tijd een goede kentekenplaat. 
 

 

 

Zet zware lading altijd zoveel mogelijk 
boven de as van de aanhangwagen. 

Zorg dat lading goed verdeeld is tussen 
links en rechts. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Uitstekende lading 
Net als bij een personenauto mag de lading op een aanhangwagen ni 
onbeperkt uitsteken. De maximale afmetingen van een aanhangwage 
mogen nooit overschreden worden door de lading. Zo mag een 
aanhangwagen nooit hoger beladen worden dan 4,00 meter vanaf de 
grond. 
 
De regels van deelbare lading zijn hetzelfde als bij een personenauto. 
 
Bij ondeelbare lading zijn deze iets anders: 
 
· Zijkanten 
Alleen bij in de breedte ondeelbare lading mag deze buiten de 
maximale afmetingen van de aanhangwagen uitsteken. Dit mag, 
alleen als dit niet anders kan, tot een breedte van 3,00 meter. Steek 
de lading meer dan 10 centimeter uit aan de zijkant, dan moet je 
deze markeren met een markeringsbord. 
 
 

 
 
 
 
 

· Voorzijde 
Lading mag aan de voorzijde van een aanhangwagen nooit 
uitsteken, ook ondeelbare lading niet. Met de voorzijde wordt bedoeld 
het hart van de koppeling. Dit is het kommetje waar de trekhaak in 
valt. Wel moet je er rekening mee houden dat de lading nooit in de 
weg mag zitten bij het draaien van de auto of aanhangwagen. Steekt 
de lading boven de trekboom of trekdriehoek uit, dan kan dit al snel 
hinder opleveren. 
· Achterzijde 
Lading mag aan de achterzijde maximaal 1,00 meter uitsteken. In de 
lengte ondeelbare lading mag, als dit niet anders kan, verder 
uitsteken. Deze mag maximaal de helft van de lengte van de 
aanhangwagen uitsteken, met een maximum van 5,00 meter, 
gemeten vanaf de achterste as. Heb je bijvoorbeeld een 
aanhangwagen van 5,00 meter lang, dan mag ondeelbare lading 
maximaal 2,50 meter uitsteken vanaf de achterste as. Als de lading 
daarbij verder uitsteekt dan 1,00 meter achter de achterzijde van de 

 

 

Lading mag op een aanhangwagen nooit 
uitsteken voor de koppeling. Je mag zo niet 
gaan rijden.. 

 
Steekt lading meer dan 10 cm uit aan de 
zijkanten van een aanhangwagen, dan is 
een markeringsbord verplicht. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

aanhangwagen, moet deze zijn voorzien van een markeringsbord. 

 

 

Toegestane maximummassa's 
Voor de aanhangwagens zonder eigen kenteken geldt een 
maximummassa van 750 kg of minder. Meestal zit op de 
aanhangwagen een typegoedkeuringsplaatje met hierop de 
maximummassa. Dit is het gewicht van de aanhangwagen plus lading. 
 
Hebben aanhangwagens een eigen kenteken, dan staat op het 
kentekenbewijs, het typegoedkeuringsplaatje en/of in het 
kentekenregister vermeld wat de maximummassa van deze 
aanhangwagen is. 
 
Deze gewichten heb je nodig om te bepalen welk rijbewijs nodig is voor 
deze combinatie. Daarnaast moet je controleren of jouw personenauto 
deze aanhangwagen wel mag trekken en hoeveel lading je maximaal 
mag vervoeren. 
 

 
 
 
 
 

 

Koppelingsdruk of kogeldruk 
Je moet bij een aanhangwagen rekening houden met de maximale last 
onder de koppeling, ook wel koppelingsdruk of kogeldruk genoemd. Dit is 
het gewicht dat op de trekhaak komt als de aanhangwagen is 
aangekoppeld. Zowel een te hoge als een te lage kogeldruk is gevaarlijk. 
 
Als de kogeldruk negatief is en de aanhangwagen dus de trekhaak 

 

 

Typegoedkeuringsplaatje op de 
aanhangwagen waarop de 
maximummassa en de maximale kogeldruk 
vermeld staan. 

Op de kentekencard van de personenauto 
staat hoe zwaar de aanhangwagen die 
door deze auto getrokken mag worden, 
maximaal mag zijn. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

omhoogtrekt, betekent dit dat de aanhangwagen aan de achterkant te 
zwaar beladen is. De aanhangwagen ligt minder stabiel op de weg en 
kan hierdoor sneller gaan slingeren. Een negatieve kogeldruk is niet 
toegestaan. 
 
Is de kogeldruk te hoog, dan betekent dit dat de aanhangwagen aan de 
voorkant te zwaar beladen is. De auto wordt aan de achterkant 
omlaaggedrukt en dit zorgt ervoor dat er minder druk op de voorste 
wielen komt. Omdat dit de sturende wielen zijn, is de auto minder goed 
bestuurbaar. Je kunt hierdoor sneller grip verliezen in de bochten. 
 
 

 
 
 
 

 
 
De maximale kogeldruk van de aanhangwagen kun je vinden op het 
typegoedkeuringsplaatje. De maximale kogeldruk van de trekhaak en de 
personenauto vind je in het instructieboekje. Worden hier verschillende 
waardes aangegeven, dan moet je de laagste waarde aanhouden als 
maximale kogeldruk. 
 
Voor aanhangwagens tot en met 750 kg is de kogeldruk maximaal 50 
kg. Voor aanhangwagens boven de 750 kg zal de kogeldruk meestal 
tussen de 50 en 75 kg zijn. 
 

Ongeremde aanhangwagen 
Een ongeremde aanhangwagen remt niet zelf. Om te zorgen dat een 
personenauto een ongeremde aanhangwagen goed tot stilstand kan 
brengen, mag een ongeremde aanhangwagen geen hoge 
maximummassa hebben. Ze mogen: 
 
· nooit zwaarder zijn dan 750 kg; 
. nooit zwaarder zijn dan de helft van de rijklare massa van de 
personenauto. 
 

Geremde aanhangwagen 
Bij geremde aanhangwagens remt de aanhangwagen zelf mee zodra de 

 

 

Een te lage kogeldruk zorgt ervoor dat een 
aanhangwagen sneller gaat slingeren. 

Een te hoge kogeldruk zorgt ervoor dat de 
personenauto minder goed bestuurbaar is. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

personenauto remt. Dit gebeurt door middel van een 'oplooprem'. 
Doordat de auto langzamer gaat rijden wordt er vooraan de dissel een 
soort veer ingedrukt die ervoor zorgt dat de remmen in werking treden. 
 
 

 
 
 
 
 
 

Daarnaast hebben deze aanhangwagens een handrem aan de 
voorzijde. Deze kan als de aanhangwagen afgekoppeld is aangetrokken 
worden waardoor de aanhangwagen blijft staan. Bij een aan de 
personenauto gekoppelde aanhangwagen moet de handrem altijd naar 
beneden zijn. 
 
De losbreekreminrichting zit vast aan de handrem en trekt deze aan als 
de aanhangwagen losraakt van de personenauto. 
 

7-polige of 13-polige stekker 
Het is belangrijk dat je bij het aankoppelen van een aanhangwagen niet 
vergeet om ook de stekker van de aanhangwagen achterin de 
stekkerdoos van de personenauto te steken. Alleen als deze goed 
gemonteerd is werkt de verlichting van de aanhangwagen zoals het 
hoort. Controleer altijd de verlichting voordat je gaat rijden. Let hierbij op 
dat de richtingaanwijzers aan de juiste kant gaan branden, dus niet op 
het trekkende voertuig rechts en op de aanhangwagen links. 
 

 
 
 
 
 
 

Omdat er meerdere stekkers bestaan, namelijk een 7-polige en een 13- 
polige, kan het zijn dat je een verloopstekker nodig hebt om de 
aanhangwagen goed aan te sluiten. Dat verschil zit in hoeveel 
verlichting er op de aanhangwagen zit, of dat er andere stroomvragende 
apparaten in de aanhangwagen of caravan aanwezig zijn zoals een 
koelkast. 

 

 

Oplooprem niet ingedrukt. Aanhangwagen 
remt nu niet. 

De personenauto remt. Oplooprem wordt 
ingedrukt. Aanhangwagen remt zelf af. 

 

 

7-pollige stekker 

13-pollige stekker 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Ook de montage van deze twee stekkers is anders. De 7-polige stekker 
druk je in de contactdoos van de personenauto, de 13-polige stekker 
moet je erin draaien. 
 

Deeltoets 2.5 

Toets voertuigkennis 

 

 

 

💬2.19 

💬2.20 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

👍Voertuigkennis 
22/25 VRAGEN. 
20 VEREIST 
A-A-A-C-B-C-C-C-B-B-A-A-B-C-C-B-A-B-C-B-A-C-5 meter-A-B 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 3.0 

Als je gebruik gaat maken van de weg, is het allereerst belangrijk om te weten waar je 
mag rijden, hoe snel je mag rijden en waar je weer mag gaan stilstaan. Ook moet je 
weten of en hoe je langzamere weggebruikers mag inhalen, en hoe je een kruispunt 
veilig nadert. Omdat de regels per weggebruiker verschillend kunnen zijn, moet je 
wetenwelke weggebruikers onder welke groep vallen. In dit deel gaan we hierop in. 
 

Personenauto 3.1 

Iedereen die gebruik maakt van de weg, is een weggebruiker. Deze weggebruikers volgen 
niet allemaal dezelfde regels. Zo mag je bijvoorbeeld niet met de fiets de autosnelweg 
op en mag je met de auto de stoep niet op. Daarom zijn de weggebruikers onderverdeeld 
in groepen. En sommige van deze groepen zijn weer onderverdeeld in subgroepen. Om 
te weten welke regels voor wie gelden, moet je dus weten in welke groep of subgroep 
deze weggebruiker valt. 

Weggebruikers 

Weggebruikers zijn alle personen die gebruik maken van de weg. 
Zij worden ook wel verkeersdeelnemers of kortweg verkeer 
genoemd. Omdat niet voor alle weggebruikers dezelfde regels 
gelden, worden ze verder onderverdeeld. De eerste onderverdeling 
is in voetgangers en bestuurders. 

 

 

3 Gebruik van de weg 

📽3.1 

📽3.2 

📖3.3 

Verkeer 
Verkeer of verkeersdeelnemers is hetzelfde als weggebruikers. 
 
Weggebruikers 
Voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een 
gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, 
ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van 
een bespannen of onbespannen wagen. 
 
Voertuigen 
Fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, 
motorvoertuigen, trams en wagens. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Voetgangers 
Voetgangers zijn in de eerste plaats personen te voet. Ook personen diete voet een 
motorfiets, bromfiets of fiets aan de hand meevoeren vallenonder de voetgangers. 
Hetzelfde geldt voor personen die zichvoortbewegen door middel van voorwerpen die 
niet onder de voertuigen vallen, zoals een kinderstep, skateboard of skeelers. 

 

 
 
 
 
 
 

 

 

Bestuurders 
Bestuurders zijn personen die iets besturen. Dit kan een voertuig zijn, 
maar bijvoorbeeld ook een rij- of trekdier zoals een paard. Ook iemand 
die met een paard aan de teugels loopt valt hieronder, net als 
begeleiders van vee. Uiteindelijk zijn alle weggebruikers die niet onder de 
voetgangers vallen, een bestuurder. 
 
Ook een rij-instructeur die rijles geeft of een examinator die een examen 
afneemt is een bestuurder. 

 

 

Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen 
Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen kunnen zowel onder de 
regels van voetgangers als bestuurders vallen. Dit is afhankelijk van 
waar ze rijden. 

 

 

 

lemand die zich voortbeweegt op skeelers 
valt onder de categorie voetgangers. 

Ook als je met een fiets aan de hand loopt, 
ben je een voetganger. 

Bestuurders 
Alle weggebruikers behalve voetgangers. 

 

Alle weggebruikers die niet onder de voetgangers vallen, zijn 
bestuurders. Voetgangers + bestuurders = weggebruikers 

Gehandicaptenvoertuig 
Voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet 
breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is 
uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde 
maximumsnelheid niet meer dan 45 km/u bedraagt en geen bromfiets 
is. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Volgt een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig de rijbaan of 
fietsstrook, het fietspad of het fiets-/bromfietspad, dan volgen ze de 
regels van bestuurders. Rijden ze echter over het trottoir of voetpad, of 
zijn ze bezig een weg over te steken van het ene trottoir of voetpad naar 
het andere. dan volgen ze de regels van de voetgangers. 
 

 
 
 
 
 
 

 
 

 

 
 

 

 

De bestuurder van het 
gehandicaptenvoertuig moet hier de regels 
volgen van de bestuurders. 

In deze situatie valt hij onder de 
voetgangers omdat hij op het trottoir rijdt. 

Bromfiets 
Een gemotoriseerd voertuig op twee, drie of vier wielen, dat niet 
harder kan en mag dan 45 km/u. Onder de bromfietsen vallen ook d 
brommobiel, snorfiets en speedpedelec. 
 
Brommobiel 
Een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een 
carrosserie. Een brommobiel is geen gehandicaptenvoertuig en wee 
maximaal 350 kg. 
 
Snorfiets 
Bromfiets die volgens het kentekenregister is gemaakt voor een 
maximumsnelheid die niet meer is dan 25 km/u. Ook bijzondere 
bromfietsen zoals de Segway en de BSO bus vallen hieronder. Een 
elektrische fiets (ook wel fiets met trapondersteuning genoemd) valt 
hier niet onder. 
 
Speedpedelec 
Elektrische fiets met trapondersteuning waarvan de aandrijfkracht 
aanhoudt als het voertuig sneller rijdt dan 25 km/u. Dit is wat anders 
dan een normale elektrische fiets of fiets met trapondersteuning. 
Hierbij stopt de aandrijving bij 25 km/u. Omdat een speedpedelec 
onder de bromfietsen valt, mag de bestuurder ervan maximaal 45 
km/u rijden. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Bestuurders van motorvoertuigen 
Er zijn een aantal gemotoriseerde voertuigen die niet onder de 
motorvoertuigen vallen. Dat betekent ook dat bestuurders van deze 
voertuigen niet de regels volgen die gelden voor bestuurders van 
motorvoertuigen. Hierop is een uitzondering. Een brommobiel valt onder 
de bromfietsen en is daarmee géen motorvoertuig. Maar op de openbare 
weg moet een bestuurder van een brommobiel zich wel gedragen als 
een bestuurder van een motorvoertuig en ook deze regels volgen. lets 
wat een bestuurder van een motorvoertuig niet mag, mag een 
bestuurder van een brommobiel dus ook niet. 
 

Bestuurders van fietsen, brom- en snorfietsen en speedpedelecs 
Niet alleen de bestuurder van een brommobiel volgt andere regels dan 
de bestuurders van 'gewone' bromfietsen. Een bestuurder van een 
snorfiets volgt in plaats daarvan de regels van de fietsen. Als er op een 
bord een fiets staat, geldt deze dus ook voor een bestuurder van een 
snorfiets, tenzij anders aangegeven. Bestuurders van speedpedelecs 
volgen juist wél de regels van de bromfietsen. 
 

Voertuig 

Valt onder de categorie:  Volgt de regels van: 

Brommobiel 

Bromfietsen 

Motorvoertuigen 

Snorfiets 

Bromfietsen 

Fietsen 

Speedpedelec  Bromfietsen 

Bromfietsen 

 

Motorvoertuigen 
Alle gemotoriseerde voertuigen behalve: 
 
. bromfietsen (dus ook brommobielen, snorfietsen en 
speedpedelecs) 
. fietsen met trapondersteuning 
· gehandicaptenvoertuigen 
· trams 
· metro's 
· treinen 
 
Let op, bromfietsen en gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen 
vallen wél onder de motorrijtuigen! 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee 
Deze groep valt onder de bestuurders. Het maakt hierbij niet uit of het 
gaat om een persoon op een rij- of trekdier, of ernaast. Als je rijdt op een 
paard ben je een bestuurder. Maar als je loopt met een paard (of koe) 
aan een leidsel of deze op een andere manier begeleidt, ben je ók een 
bestuurder. Dit geldt voor alle rij- en trekdieren en vee. Omdat gewone 
huisdieren hier niet onder vallen, ben je gewoon een voetganger als je de 
hond uitlaat. 
 

Bestuurders van wagens 
Dit zijn bestuurders van bespannen of onbespannen wagens. 
Bespannen wagens zijn wagens met éen of meerdere paarden ervoor. 
Onbespannen wagens zijn handkarren. Buiten deze twee voertuigen, 
vallen ook voetgangers die een optocht of colonne vormen onder de 
wagens. Hierbij moet je denken aan een stoet van voetgangers, 
een carnavalsoptocht of een parade. 
 

Deeltoets 3.1 

Personenauto 3.2 

Voor alle groepen weggebruikers is er een eigen plaats op de weg bepaald. Doordat 
bijvoorbeeld voetgangers een andere plek hebben dan automobilisten, komen die 
elkaar minder tegen. Dit maakt het verkeer veiliger. Om te begrijpen welke weggedeeltes 
je wel en niet mag gebruiken, en wie je op die weggedeeltes nog meer kunt tegenkomen, 
moet je ook weten welke termen gebruikt worden voor welke weggedeeltes. 

Plaats op de weg 

Iedereen wil graag zo veilig mogelijk aan het verkeer deelnemen. 
Daarom is er voor iedere categorie weggebruikers een aparte plaats op 
de weg. 

💬3.4 

📽3.5 

📖3.6 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Rijbaan 
Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering 
van de fietspaden en de fiets-/bromfietspaden. Fietsstroken horen wel 
bij de rijbaan! Een rijbaan is dus het gedeelte tussen twee trottoirs of 
bermen. 
 
Rijstrook 
Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van 
de rijbaan. Deze moet wel zo breed zijn dat er een personenauto 
overheen kan rijden. Dit betekent dat een fietsstrook géén aparte 
rijstrook is. 
 

 

 
Kantstreep 
Streep op de buitenste rand van het wegdek. 
 
Deelstreep 
Streep die de rijbaan of weghelft voor een richting verdeelt in 
rijstroken. 
 
Asstreep 
Streep in het midden op de rijbaan. Deze verdeelt de rijbaan in een 
linker en rechter weghelft, één voor iedere rijrichting. 
 
Verdrijvingsvlak 
Deel van de weg dat gemarkeerd is met diagonale strepen. 
Bestuurders mogen hier geen gebruik van maken. 
 
Puntstuk 
Driehoekig vlak op het wegdek bij onder andere het begin van 
invoegstroken en het eind van uitrijstroken. Bestuurders mogen hier 
geen gebruik van maken. 
 
Doelgroepstrook 
Strook bedoeld voor een bepaalde doelgroep, zoals een busstrook. Dit 
wordt aangegeven met een bord of het woord 'BUS' of 'LIJNBUS' op 
het wegdek. 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Zoveel mogelijk rechts 
Voor bestuurders is de basisregel dat iedereen zoveel mogelijk rechts 
houdt. Dit betekent niet dat je altijd helemaal rechts rijdt. Soms is er een 
goede reden om verder naar links te rijden. Maar als deze reden er niet 
is, rijd je zoveel mogelijk rechts. 
 
Op een weg zonder rijstroken betekent dit dat je rechts van het midden 
rijdt, als de rijbaan hier breed genoeg voor is. Op een weg met rijstroken, 
rijd je in het midden op de rijstrook. Zijn er meerdere rijstroken waaruit je 
kunt kiezen, dan neem je in eerste instantie de rechterrijstrook. 
 
Als er aan de rechterzijde van de rijbaan geparkeerde personenauto's 
staan, is het zonder tegemoetkomend verkeer niet noodzakelijk tussen 
de geparkeerde personenauto's elke keer naar rechts op te schuiven. 
Hierdoor zou je teveel gaan zigzaggen zonder dat dit nut heeft. Blijf 
zoveel mogelijk in een vloeiende lijn rijden. 
Houd daarnaast voldoende ruimte (ongeveer een portierbreedte) tussen 
de geparkeerde auto's en jouw voertuig. Dit voorkomt dat je een deur 
raakt als iemand deze ineens open doet. 
 

 

Probeer niet te gaan zigzaggen, maar rijd waar dit kan in een vloeiende rechte lijn. 

 
Daarnaast hoef je op een rotonde en in een file niet zoveel mogelijk 
rechts te rijden. Je mag in dat geval naar eigen inzicht de beste positie 
kiezen. 
 

Plaats op de weg voor voetgangers 
Voor voetgangers is de plaats op de weg het trottoir of voetpad. Als dit 
ontbreekt, gebruiken zij het fietspad of fiets-/bromfietspad. Als dit ook 
ontbreekt, gebruiken zij de berm of uiterste zijde van de rijbaan. 
 
Een uitzondering op deze regel vormen de voetgangers die zich 
voortbewegen door middel van voorwerpen zoals skates, skeelers, een 
skateboard of een step. Zij mogen zelf bepalen wat voor hen de veiligste 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

plek is en mogen hierbij kiezen uit het trottoir of voetpad of het fietspad 
of fiets-/bromfietspad. Pas als dit allemaal ontbreekt mogen ze 
gebruikmaken van de rijbaan. 
 

 

 
 
 
 
 
 
 

Plaats op de weg voor fietsers en snorfietsers 
Fietsers en snorfietsers moeten het verplichte fietspad of het verplichte 
fiets-/bromfietspad gebruiken. Als dit ontbreekt, gebruiken zij de rijbaan. 
Het is voor snorfietsers in sommige gevallen niet toegestaan om gebruik 
te maken van het verplichte fietspad. Dit moet dan echter wel 
aangegeven zijn met een onderbord. 
 
Fietsers mogen daarnaast kiezen om het onverplichte fietspad te 
gebruiken. Voor snorfietsers is dit pad verboden terrein, tenzij ze hun 
verbrandingsmotor uitgeschakeld hebben, of voorzien zijn van een 

 

 

Een rijbaan met een fietsstrook, te 
herkennen aan de afbeeldingen van fietsen 
op het wegdek. 

Een rijbaan met een suggestie(fiets)strook. 
De afbeeldingen van de fietsen ontbreken 
hier waardoor de strook geen wettelijke 
betekenis heeft. 

Fietspad of fiets-/bromfietspad 
Van de rijbaan losliggend pad bestemd voor fietsers en snorfietsers 
(fietspad) of fietsers, snorfietsers, bromfietsers en speedpedelecs 
(fiets-/bromfietspad). 
 
Fietsstrook 
Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van 
de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht. 
 
. Fietsstroken met onderbroken strepen mogen gebruikt worden 
door andere bestuurders dan fietsers en snorfietsers om voor te 
sorteren of uit te wijken. 
Hierbij mogen fietsers en snorfietsers niet gehinderd worden. 
. Fietsstroken met een doorgetrokken streep mogen alleen gebruikt 
worden door fietsers, snorfietsers en bestuurders van 
gehandicaptenvoertuigen. 
Hier mag je als automobilist niet op rijden, ook niet om voor te 
sorteren. 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

elektromotor. 
 

 
 
 
 
 
 

Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen of fietsen met een 
aanhangwagen, die met inbegrip van lading breder zijn dan 0,75 meter, 
mogen er altijd voor kiezen om de rijbaan te gebruiken. Dit kunnen 
bijvoorbeeld brede bakfietsen of fietstaxi's zijn. 

 

 
 
 

 
 
 
 
 
 

 

 

Plaats op de weg voor bromfietsers(en bestuurders van 
speedpedelecs) 
Bromfietsers moeten het verplichte fiets-/bromfietspad gebruiken. Als dit 
ontbreekt, gebruiken zij de rijbaan. Omdat bestuurders van 
speedpedelecs dezelfde regels moeten volgen, geldt dit ook voor hen. 
 

 

 

 

G-11 
Verplicht fietspad 

G-12a 
Verplicht fiets-
/bromfietspad 

G-13 
Onverplicht fietspad 

 

 

 

Fietsers mogen met 
zijn tweeën naast 
elkaar fietsen. 

Een snorfietser mag 
niet naast een 
fietser 
rijden. 

Twee snorfietsers 
mogen ook niet 
naast 
elkaar rijden. 

In de meeste gevallen moeten snorfietsers de regels volgen van 
fietsers. Hierin zijn een paar belangrijke uitzonderingen. Ze mogen 
geen gebruik maken van het onverplichte fietspad als hun 
verbrandingsmotor aan staat. 
Ook mogen ze niet, zoals fietsers, met zijn tweeën naast elkaar of 
naast een fietser rijden. 

Brombakfiets 
Bromfiets met twee wielen aan de voorkant en eentje aan de 
achterkant. Deze is alleen bedoeld voor het vervoer van de bestuurder 
en van goederen. Eventueel kan er achter de bestuurder nog een 
passagier zitten. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen of bromfietsen 
met aanhangwagen, die met inbegrip van lading breder zijn dan 0,75 
meter, mogen er altijd voor kiezen om de rijbaan te gebruiken. Denk 
hierbij bijvoorbeeld aan een brombakfiets. 
 
Op veel plekken binnen de bebouwde kom is het door het ontbreken van 
verplichte fiets-/bromfietspaden voor bromfietsers verplicht om gebruik 
te maken van de rijbaan. Dit wordt vaak door middel van borden 
aangegeven. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Plaats op de weg vangehandicaptenvoertuigen 
Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen zelf bepalen waar 
zij het veiligst kunnen rijden. Dit mag het trottoir of voetpad zijn, maar 
ook het fietspad, fiets-/bromfietspad of de rijbaan. Ze mogen ook gebruik 
maken van de fietsstrook op de rijbaan. 
 
Welke regels ze moeten volgen is afhankelijk van waar ze rijden. Als ze 
op het voetpad of trottoir rijden, of oversteken van het ene voetpad of 
trottoir naar het andere, vallen ze onder de regels van de voetgangers. 
De maximumsnelheid is in dat geval 6 km/u. Rijden ze op een fietspad of 
fiets-/bromfietspad, of op de rijbaan, dan vallen ze onder de regels van 
de bestuurders. In dat laatste geval gelden de maximumsnelheden zoals 
deze ook gelden voor de bromfiets. 
 

Plaats op de weg van ruiters 
Ruiters moeten verplicht het ruiterpad gebruiken. Als dit ontbreekt, 
mogen ze naar eigen inzicht gebruikmaken van de berm of de rijbaan. 
Kiezen ze voor de rijbaan, dan mogen ze niet naast elkaar rijden. 
 

 

 

 

D-103 
Bromfietsers moeten het bord aan 
de 
rechterzijde voorbijrijden. Deze staat 
meestal op de plek waar de 
bromfietser het 
fiets-/bromfietspad op moet. 

D-104 
Bromfietsers moeten het bord aan 
de 
linkerzijde voorbijrijden. Deze staat 
meestal 
op de plek waar de bromfietser de 
rijbaan 
op moet. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Plaats op de weg voor colonnes, optochten en stoeten 
Groepen voetgangers mogen als zij in een grote georganiseerde groep 
lopen zoals een colonne, optocht of stoet, de rijbaan gebruiken. 
Dit is echter niet verplicht. 
 

Plaats op de weg voor overige bestuurders 
 
Alle niet genoemde bestuurders (bestuurders van motorvoertuigen en 
brommobielen) volgen de rijbaan. 
 

Plaats op de weg bij een brede middenberm 
 
Rijbanen zijn soms door een (brede) middenberm gescheiden. In dat 
geval wordt vaak door borden aangegeven welke rijbaan je moet volgen. 
Is dit niet het geval, maak dan zoveel mogelijk gebruik van de 
rechterrijbaan. Ondanks de brede middenberm is ook hier sprake van 
maar één weg waarbij jouw positie zoveel mogelijk rechts is. 
 

 
 
 
 
 
 

Deeltoets 3.2 

Personenauto 3.3 

Bij het inhalen rijd je een andere bestuurder voorbij. Vooral als dit via de weghelft van het 
tegemoetkomend verkeer moet, kan dit gevaarlijk zijn. Als je weet waar je op moet letten 
tijdens het inhalen, weet je beter wanneer het wel en niet kan en mag. Zo wordt inhalen 
veiliger. 

 

Inhalen 

 

 

 

Als rijbanen gescheiden zijn door 
een bredemiddenberm, maak je 
normaal gesproken gebruik van de 
rechterrijbaan. Je moet deze 
rijbanen zien als éénrichtingswegen. 

Soms mogen gescheiden rijbanen in 
beide richtingen gebruikt worden. Dit 
wordt aangegeven door bord C-5. 

💬3.7 

📽3.8 

📖3.9 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spitsstrook open 

Spitsstrook vrijmaken 

Einde spitsstrook 

Invoegstrook 
Rijstrook die bestemd is voor bestuurders die de doorgaande rijbaan 
op willen rijden. Deze strook hoort niet bij de doorgaande rijbaan. 
Tussen de doorgaande rijbaan en de invoegstrook ligt blokmarkering. 
 
Uitrijstrook 
Rijstrook die bestemd is voor bestuurders die de doorgaande rijbaan 
willen verlaten. Deze strook hoort niet bij de doorgaande rijbaan. 
Tussen de doorgaande rijbaan en de uitrijstrook ligt blokmarkering. 
 
Weefstrook 
Een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook. Deze strook wordt zowel 
gebruikt door bestuurders die de doorgaande rijbaan willen oprijden, 
als bestuurders die deze willen verlaten. De combinatie van dit 
invoegende en uitrijdende verkeer noemen we weven. 
 
Vluchtstrook 
Extra weggedeelte rechts naast de doorgaande rijbaan van een 
autosnelweg, afgescheiden door middel van een doorgetrokken 
streep. Gebruik is alleen toegestaan in geval van nood, of bij 
openstelling als spitsstrook. 
 
Spitsstrook 
Een strook die in de spits gebruikt kan worden als extra rijstrook. Dit 
kan een smallere strook zijn aan de linkerkant van de rijbaan, maar 
ook de vluchtstrook. Buiten de spits is deze strook dicht, of in gebruik 
als vluchtstrook. Of de strook wel of niet in gebruik is als rijstrook 
wordt aangegeven met groene pijlen (open) of rode kruisen (dicht) en 
met borden langs de weg. 
De maximumsnelheid kan bij een geopende spitsstrook extra worden 
verlaagd, bijvoorbeeld van 100 km/u naar 80 km/u. Is de vluchtstrook 
in gebruik als spitsstrook, dan mag de doorgetrokken streep links 
naast deze strook overschreden worden. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Bij het inhalen rijd je een ander rijdend voertuig voorbij. Dit kan 
bijvoorbeeld zijn via een andere rijstrook in dezelfde richting, of via het 
weggedeelte voor tegemoetkomend verkeer. Vooral in dit laatste geval 
kan inhalen best riskant zijn. De basisregel voor het inhalen is dat het 
aan de linkerkant moet gebeuren. 
 
 

 

 

Rechts inhalen verplicht 
Er bestaan een aantal uitzonderingen op de regel dat je links moet 
inhalen. Soms mag links inhalen zelfs niet. Dat is het geval als de 
bestuurder die je wilt gaan inhalen, heeft aangegeven links af te willen 
slaan en hiervoor is voorgesorteerd. Kan dit op een veilige manier en 
heeft dit nut, dan mag je deze bestuurder rechts inhalen. Hiervoor mag je 
eventueel een fietsstrook met onderbroken streep gebruiken. 
 

 

De lesauto mag de rode auto die links af wil slaan niet links inhalen. Rechts inhalen mag 
wel en kan zorgen voor een goede doorstroming. 

 

Rechts inhalen toegestaan 
De andere uitzonderingen op de basisregel dat je links moet inhalen zijn: 
 
· Fietsers moeten elkaar links inhalen, maar mogen andere 
bestuurders rechts inhalen. 
· Bestuurders mogen een tram zowel rechts als links inhalen, 
afhankelijk van de ruimte. 
· Bestuurders die zich rechts van de blokmarkering bevinden, mogen 
bestuurders die zich links van deze markering bevinden rechts 
inhalen. 
· In geval van filevorming over meerdere rijstroken in dezelfde richting 
mag je zowel rechts als linzks inhalen. 
· Vlak voor en op een rotonde mag je zowel rechts als links inhalen. 

Basisregel inhalen 
Inhalen moet normaal gesproken aan de linkerkant. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tram mag hier rechts ingehaald worden. 

Rechts van de blokmarkering inhalen is 
toegestaan. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In fileverkeer mag er ook rechts ingehaald 
worden. 

Vlak voor en op de rotonde mag je rechts 
inhalen. 

 
 

 

Inhalen verboden 
 
Er zijn ook situaties waarbij het absoluut niet toegestaan is om in te 
halen, aan welke kant dan ook. Inhalen is in de volgende gevallen 
verboden: 
 
· Vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats (ook wel zebrapad 
genoemd). 
· Als je een doorgetrokken streep tussen de rijstroken moet 
overschrijden, tenzij er aan jouw kant van de doorgetrokken streep 
een onderbroken streep ligt. 
· Als dit door borden wordt aangegeven. 
· Als je zelf al wordt ingehaald. 
· Als dit op enige wijze gevaar of hinder kan veroorzaken, denk hierbij 
aan onoverzichtelijke plekken of bij slecht zicht door mist of neerslag. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Vlak voor of op een 
voetgangersoversteekplaats mag je niet 
inhalen. 

Als dit bord (F-1) langs de kant van de weg 
staat, mogen motorvoertuigen elkaar niet 
inhalen. 

Inhalen is een gevaarlijke manoeuvre. Vooral als je hierbij over het 
weggedeelte van tegemoetkomend verkeer moet. Schat iemand een 
inhaalmanoeuvre verkeerd in, dan eindigt dit regelmatig in een frontale 
aanrijding. Deze aanrijdingen zorgen vaak voor zwaargewonden, of 
zelfs doden. 
 

 

 
 

 

Deeltoets 3.3 

 

Personenauto 3.4 

De meeste ongelukken vinden plaats op kruispunten. Dit is een plek waar 
verkeersstromen bij elkaar komen. Om goed te kunnen reageren op kruispunten of 

Voor inhalen geldt: bij twijfel, niet doen! 
Haal daarnaast alleen in als inhalen echt nut heeft. 

Gedragscode motorrijders in de file 
Motorrijders mogen tijdens file op de autosnelweg de file inhalen. Ze 
mogen dit alleen doen tussen de twee meest links gelegen rijstroken. 
Ze mogen niet meer dan 10 km/u sneller rijden dan het overige 
verkeer. Als de file weer op gang komt moeten ze weer tussenvoegen. 
Let dus op motorrijders in de file! 
Ga indien nodig iets verder aan de kant van de rijstrook rijden om 
ruimte voor ze te maken. 
 
De meeste ongelukken vinden plaats op kruispunten. Dit is een plek waar 
verkeersstromen bij elkaar komen. Om goed te kunnen reageren op kruispunten 
of kruisingen, moet je weten hoe een kruispunt of kruising in elkaar zit en wat het 

 

💬3.10 

📽3.11 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

kruisingen, moet je weten hoe een kruispunt of kruising in elkaar zit en wat het verschil is 
tussen deze twee. 
 
 

 Oprijden van kruispunten,kruisingen en overwegen 

 

 

 

Vlak voor of op een 
De lesauto mag dit kruispunt nog niet 
oprijden. Pas als hij deze direct weer vrij 
kunt maken mag je doorrijden.inhalen. 

Om de doorstroming te bevorderen mag de 
lesauto die links afslaat hier het kruispunt 
vast oprijden. 

 
Een uitzondering hierop is een kruispunt waarbij je je kunt opstellen 
tussen de verkeersstromen. Dit kan door de aanwezigheid van een 
brede middenberm, of ruimte tussen voetgangersoversteekplaatsen of 
fietspaden en de rijbaan in. Ook als je groen hebt en bij het afslaan naar 
links moet wachten op tegemoetkomend verkeer, kan het noodzakelijk 
zijn voor de doorstroming om vast het kruispunt op te rijden. Dit mag 
alleen als je hierbij geen verkeersstromen blokkeert of gevaar of hinder 
veroorzaakt. 

📖3.12 

Kruispunt 
Samenkomst of splitsing van wegen. Op een kruispunt is het mogelijk 
om van richting te veranderen. Daarmee wordt bedoeld dat je links of 
rechts kan en mag afslaan. Kruispunten kunnen op allerlei 
verschillende manieren worden vormgegeven. 
 
Kruising 
Samenkomst van wegen waarbij het niet mogelijk of toegestaan is 
om van richting te veranderen. Je mag of kan hier alleen rechtdoor 
rijden. 
 
Overweg 
Kruising van een weg en een spoorweg. Een spoorvoertuig zoals een 
trein of metro heeft op zo'n overweg altijd voorrang. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Stel je vóór en op kruispunten altijd zo op, dat aanwezige grotere 
voertuigen voldoende ruimte hebben om te manoeuvreren. Denk 
bijvoorbeeld aan vrachtauto's en bussen die willen afslaan en hierbij 
extra ruimte nodig hebben in de binnenbocht. 
 

 Voorsoorteren en richting aangeven bij afslaan 

Als je niet rechtdoor wilt rijden op een kruispunt, maar links of rechts wilt 
afslaan, dan is het belangrijk dat je aangeeft wat je van plan bent. Dit 
doe je door op tijd richting aan te geven en op de juiste manier voor te 
sorteren. Ander verkeer kan hier dan op anticiperen. 
 
 

 

 

Richting aangeven 
Het is belangrijk dat je op tijd richting aangeeft. Dit is afhankelijk van de 
snelheid die je rijdt en de situatie terplekke. Als richtlijn kun je de 
volgende afstanden aanhouden: 
 
· Binnen de bebouwde kom: 100 meter voor de afslag. 
· Buiten de bebouwde kom: 200 meter voor de afslag. 
· Op autosnelwegen: 300 meter voor de afslag. 
 
Richting aangeven doe je in een personenauto met je richtingaanwijzer. 
Op sommige voertuigen zit echter geen richtingaanwijzer, zoals een fiets 
en sommige brom- of snorfietsen. Bestuurders moeten in dat geval een 
teken geven met hun arm. 
 

Richting aangeven op rotondes 
Het niet (op tijd) aangeven van richting op rotondes is een grote ergernis 
voor veel bestuurders. Voorkom deze ergernis door: 
 

📖3.13 

Anticiperen 
Rekening houden met de mogelijkheid dat je ergens op moet gaan 
reageren en hier soms al voorbereidende handelingen voor doen. 
Als je ziet dat er verderop iemand remt, laat je bijvoorbeeld alvast je 
gas los. Dan anticipeer je op wat je voor je ziet gebeuren. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

. Al voor de rotonde richting aan te geven naar rechts als je de rotonde bij de eerste 
afslag wilt verlaten. 
. Al voor de rotonde richting aan te geven naar links als je de rotonde pas ná de tweede 
afslag wilt verlaten. 
· Altijd richting aan te geven naar rechtszodra je de laatste afslag waar je niet af wilt, 
voorbij rijdt. Dus ongeveer een kwart rotonde van tevoren. 
 

Richting aangeven op weefstroken 
Op gecombineerde in- en uitrijstroken (weefstroken) is het belangrijk dat 
je op tijd aangeeft of je de strook wilt verlaten of wilt blijven volgen. Wil 
je gaan invoegen, dan geef je richting aan naar links zodra er ruimte is 
om in te voegen. Maar wil je niet invoegen en blijf je de weefstrook 
volgen, geef dan vóór het begin van de blokmarkering aan dat je op de 
weefstrook blijft rijden, door richting aan te geven naar rechts. 
 

Voorsorteren 
 
Voordat je gaat afslaan moet je indien mogelijk voorsorteren. Dit doe je 
op de volgende manier: 
 
· Afslaan naar rechts 
Hierbij ga je op tijd zoveel mogelijk aan de rechterzijde rijden. Je mag 
hierbij gebruik maken van een fietsstrook met onderbroken streep. 
Hierbij mag je geen hierop rijdende fietsers, snorfietsers of 
bestuurders van gehandicaptenvoertuigen hinderen. Heeft de 
fietsstrook een doorgetrokken streep, dan mag je deze niet gebruiken. 
 

 

 

Het is niet toegestaan voor te sorteren op 
een fietsstrook met een doorgetrokken 
streep. 

Een fietsstrook met onderbroken streep 
mag gebruikt worden bij het voorsorteren. 

 
· Afslaan naar links 
Hierbij ga je op tijd zoveel mogelijk tegen de wegas aan rijden. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Zorg er bij links afslaan voor dat je niet met ingestuurde wielen stil komt te staan tegen 
de wegas. In het geval van een aanrijding van achteren komt jouw voertuig dan op de 
andere weghelft terecht.Is er sprake van een volledige éénrichtingsweg, dan ga je aan de 
linkerzijde rijden. Is de éénrichtingsweg niet volledig, omdat deze bijvoorbeeld door 
fietsers wel vanaf de andere kant ingereden mag worden, dan moet je hier ruimte voor 
laten. Dit betekent dat je dan voorsorteert tegen de wegas aan. 
 

 

 

Bij het links afslaan sorteer je voor tegen de 
wegas aan. 

Bij een volledige eenrichtingsweg sorteer je 
aan de linkerkant van de weg voor. 

 
 
 
 
 
 
 

· Afslaan op een kruispunt met meerdere rijstroken in dezelfde 
richting 
Hierbij ga je op tijd op de juiste rijstrook rijden. 
Dit is normaal gesproken de rechterrijstrook van die richting, tenzij 
het voor de doorstroming of de situatie na het kruispunt handiger is 
om de linkerrijstrook te kiezen. Bijvoorbeeld omdat je direct na dit 
kruispunt links af wilt slaan, of omdat je langzamer verkeer wilt 
inhalen. 

 

 

Als je geen reden hebt om op de 
linkerrijstrook voor te sorteren, neem je altijd 
de rechterrijstrook. 

Hier heb je een goede reden (het inhalen 
van de vrachtauto) om de linkerrijstrook te 
gebruiken. 

 

 

 

 
C-3 met onderbord 
Geen volledige 
éénrichtingsweg. Niet 
helemaal links voorsorteren. 

 
C-3 met onderbord 
Geen volledige 
éénrichtingsweg. Niet 
helemaal links voorsorteren. 
 

C-3 
Volledige 
éénrichtingweg 
Helemaal links 
voorsorteren 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Deeltoets 3.4 

Personenauto 3.5 

De maximumsnelheid wordt vaak aangegeven met borden. Maar er wordt ook van jou 
verwacht dat je je snelheid aanpast aan de weg- en weersomstandigheden. Soms 
betekent dit dat je langzamer moet rijden dan de maximumsnelheid. Daarnaast is het 
goed om te weten welke snelheden je kunt verwachten bij andere weggebruikers. Je 
weet dan beter hoe je op ze moet reageren. 

 

Snelheid 

Maximumsnelheden worden meestal aangegeven door middel van 

borden. Maar het is zeker niet zo dat je ook altijd en overal de 

maximumsnelheid kunt gaan rijden. Er zijn genoeg redenen te bedenken 

om af te moeten wijken van deze snelheid. 

 

Zo wordt er van je verwacht dat je rekening houdt met de volgende 

factoren: 

 

· De aard en gesteldheid van de weg, denk aan drempels of kuilen. 

· De weersomstandigheden, denk aan gladheid, regen en mist. 

. De toestand van het voertuig, denk aan het wel of niet hebben van 

winterbanden in de winter. 

· De drukte op de wegen. 

 

Er wordt van jou verwacht dat je het inzicht hebt om de juiste snelheid te 

bepalen per situatie. 

 

💬3.14 

📽3.15 

📖3.16 

Je moet in staat zijn jouw voertuig tot stilstand te brengen binnen de 
afstand waarover je de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Het 
wordt van jou verwacht dat je hier je snelheid en afstand tot je 
voorganger op aanpast. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Aanhangwagen 
Voertuig dat door een voertuig wordt voortbewogen of kennelijk 
bestemd is om op die manier te worden voortbewogen. Opleggers 
vallen ook onder de aanhangwagens. 
 
Personenauto 
Motorvoertuig op vier of meer wielen, ingericht voor het vervoer van 
personen. Een personenauto heeft niet meer dan acht zitplaatsen 
voor passagiers, de bestuurderszitplaats niet meegerekend. Een 
personenauto is geen motorrijtuig met beperkte snelheid of 
gehandicaptenvoertuig. 
 
Bedrijfsauto 
Motorvoertuig op vier of meer wielen, ingericht voor het vervoer van 
goederen of het uitvoeren van werkzaamheden. Een bedrijfsauto is 
geen motorrijtuig met beperkte snelheid of gehandicaptenvoertuig. 
 
Bestelauto 
Motorvoertuig bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de 
toegestane maximummassa niet meer is dan 3500 kg. Dit is dus geen 
vrachtauto. 
 
Vrachtauto 
Motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan 
de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 3500 kg. 
 
Autobus 
Motorvoertuig bestemd voor het vervoer van meer dan acht personen, 
de bestuurder niet meegerekend. 
 
T100-bus 
Autobus die een aantekening op het kentekenbewijs of in het 
kentekenregister heeft waaruit blijkt dat hij in aanmerking komt voor 
een verhoogde maximumsnelheid van 100 km/u. Dit is aan de 
buitenkant van de bus niet altijd te zien. De meesten zijn voorzien van 
een ronde sticker met een rode rand en het getal 100 erin. Denk 
hierbij aan touringcars. 
 
Lijnbus 
Motorvoertuig dat gebruikt wordt voor het verrichten van openbaar 
vervoer. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Erf 
Een gebied aangegeven door bord G-5. In dit 
gebied wonen veel mensen en spelen veel 
kinderen. De maximumsnelheid is 15 km/u. 
Voetgangers mogen de wegen binnen een erf 
over de volledige breedte gebruiken. 
 
Binnen de bebouwde kom 
Gebied binnen de grenzen van een dorp of stad. 
Aangegeven door bord H-1 met hierop de naam 
van het dorp of de stad die je inrijdt. De 
maximumsnelheid is 50 km/u. 
 
Buiten de bebouwde kom 
Gebied buiten de grenzen van een dorp of stad. 
Aangegeven door bord H-2 met hierop de naam 
van het dorp of de stad die je verlaat. De 
maximumsnelheid is 80 km/u. 
 
Autoweg 
Weg aangeduid door bord G-3 waarbij de 
maximumsnelheid geldt van 100 km/u, tenzij 
anders aangegeven *. Langs autowegen gelegen 
parkeerplaatsen, tankstations en 
bushalteplaatsen zijn geen onderdeel van de 
autoweg. 
Een autoweg met maar één rijbaan is te 
herkennen aan een groene asstreep. 
 
Autosnelweg 
Weg aangeduid door bord G-1 waarbij de 
maximumsnelheid geldt van 130 km/u, tenzij 
anders aangegeven* Langs autosnelwegen 
gelegen parkeerplaatsen, tankstations en 
bushalteplaatsen zijn geen onderdeel van de 
autosnelweg. 
Autosnelwegen zijn voorzien van een 
vluchtstrook. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Snelheden binnen de bebouwde kom 
 

Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden: 
 
· Voor motorvoertuigen: 50 km/u. Ook op autowegen binnen de 
bebouwde kom! 
· Voor motorvoertuigen met beperkte snelheid, zoals 
landbouwtrekkers: 40 km/u *. 
· Voor bromfietsen, speedpedelecs en gehandicaptenvoertuigen 
uitgerust met een motor: 
- op de rijbaan: 45 km/u; 
- op het fiets-/bromfietspad: 30 km/u, 
dit geldt ook voor gehandicaptenvoertuigen op het fietspad. 
· Voor snorfietsen: 25 km/u. 
. Voor brommobielen: 45 km/u. 
· Voor gehandicaptenvoertuigen en bijzondere bromfietsen op het 
trottoir of voetpad: 6 km/u. 
 

 
 
 
 
 

 
 

Snelheden buiten de bebouwde kom 
Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden: 
 
· Voor motorvoertuigen op autosnelwegen: 130 km/u. 
· Voor motorvoertuigen op autowegen: 100 km/u. 
· Voor motorvoertuigen op andere wegen: 80 km/u. 
· Voor bromfietsers, speedpedelecs en gehandicaptenvoertuigen 
uitgerust met een motor: 
- op de rijbaan: 45 km/u; 

 

 

Binnen de bebouwde kom is de 
maximumsnelheid 50 km/u. 

Buiten de bebouwde kom is de 
maximumsnelheid 80 km/u. 

Langs de auto(snel)weg kunnen borden staan die 
aangeven dat de maximumsnelheid verlaagd is. Dit kan 
tussen bepaalde tijden zijn, bijvoorbeeld tussen 06:00 en 
19:00 uur. Maar het kan ook een vaste verlaagde 
maximumsnelheid zijn, die dag en nacht geldt. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

- op het fiets-/bromfietspad: 40 km/u, 
dit geldt ook voor gehandicaptenvoertuigen op het fietspad. 
· Voor snorfietsen: 25 km/u. 
· Voor brommobielen: 45 km/u. 
. Voor motorvoertuigen met beperkte snelheid, zoals 
landbouwtrekkers: 40 km/u *. 
· Voor gehandicaptenvoertuigen en bijzondere bromfietsen op het 
trottoir of voetpad: 6 km/u. 
· Voor vrachtauto's en autobussen, niet zijnde T100-bussen: 80 km/u, 
met en zonder aanhangwagen. 
· Voor T-100 bussen: 100 km/u (alleen op autowegen en 
autosnelwegen). 
. Voor motorvoertuigen (maximummassa 3500 kg) met 
aanhangwagen (maximummassa 3500 kg): 90 km/u (alleen op 
autowegen en autosnelwegen). 
 
De maximumsnelheid van landbouwvoertuigen is afhankelijk van de 
inrichting van de weg en kan dus in bepaalde situaties lager zijn. 
Wettelijk gezien is deze echter 40 km/u. De exacte regelgeving hiervan 
wordt niet bevraagd. 
 

Deeltoets 3.5 

Personenauto 3.6 

Alle voertuigen die zich over de weg bewegen, staan ook wel eens stil. Als dit zomaar 
overal zou mogen, zou het een chaos worden. Daarom zijn er behoorlijk wat regels 
opgesteld om te bepalen waar je wel en niet mag stilstaan en parkeren. Door deze 
regels goed te kennen, voorkom je een hoop overlast en bekeuringen. 

 

 

Stilstaan en parkeren -Stilstaan 

 

Gebruikmaken van de openbare weg betekent niet alleen dat je erop 

rijdt, maar ook dat je erop parkeert of stilstaat. Er kunnen veel redenen 

zijn om stil te gaan staan. We onderscheiden hierin het vrijwillig stilstaan 

en het onvrijwillig stilstaan (stoppen). 

💬3.17 

📽3.18 

📖3.19 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 

 

 

Onvrijwillig stilstaan (stoppen) 
Onvrijwillig stilstaan (of stoppen) betekent dat je stilstaat uit 

verkeersnoodzaak. Bijvoorbeeld omdat je iemand voorrang moet 

verlenen of moet wachten voor een verkeerslicht, omdat je in de file 

staat, of omdat de brug open staat. 

 

De belangrijkste regel bij onvrijwillig stilstaan is dat je zo min mogelijk 

hinder veroorzaakt tijdens het stilstaan. Je mag geen wegen of paden 

blokkeren. Je mag bijvoorbeeld niet stilstaan op een kruispunt of 

overweg, een fietspad, fiets-/bromfietspad of oversteekplaats. Ook mag 

je je tijdens het stilstaan niet bevinden op het weggedeelte voor 

tegemoetkomend verkeer. 

 

Vrijwillig stilstaan 
Onder vrijwillig stilstaan valt het stilstaan om een passagier te laten in- 

of uitstappen, of om goederen te laden of lossen. Belangrijk bij dit laatste 

is dat de goederen wel van enig gewicht of enige omvang moeten zijn. 

De auto ergens neerzetten om een brief te posten valt hier niet onder. 

Voor het stilstaan mag je normaal gesproken beide zijden van de weg 

gebruiken, maar de rechterzijde van de weg heeft de voorkeur omdat dit 

meestal veiliger is. 

 

 

 

Stoppen om iemand voor te laten bij 
een 
voetgangers-oversteekplaats 
(zebrapad) 
valt onder onvrijwillig stilstaan. Dit is 
toegestaan en zelfs verplicht. 

Stoppen om een passagier te laten 
in- of 
uitstappen valt onder vrijwillig 
stilstaan. Dit 
is niet toegestaan hier omdat je 
binnen vijf 
meter van een oversteekplaats 
staat. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Stilstaan is op de volgende plekken niet toegestaan: 

 

· Op een kruispunt of overweg. 

· Op een fietsstrook of op de rijbaan naast een fietsstrook. 

· Op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter 

daarvan. 

· In een tunnel. 

· Bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, als 

deze markering ontbreekt, op een afstand van minder dan 12 meter 

van het bord. 

Let op, hierop is één uitzondering: het stilstaan om direct passagiers 

te laten in- of uitstappen mag bij een bushalte wel. 

· Op de rijbaan naast een busstrook. 

· Naast een gele doorgetrokken streep, meestal te vinden op 

trottoirbanden. 

· Op plekken waar dit door borden is verboden. 

 

 

 

 

 

 

 

Ook mag je niet stilstaan op plaatsen waar je niet mag komen met jouw 

voertuig, zoals het trottoir, verdrijvingsvlakken, puntstukken en 

doelgroepstroken voor andere doelgroepen zoals een busstrook. 

 

 

 

Dit bord E-2 betekent 'verboden stil 
te 
staan'. Deze geldt niet voor de 
aanwezige 
parkeervakken en -havens. Hier 
stilstaan 
mag dus wel. 

Op een fietsstrook is zowel parkeren 
als 
stilstaan verboden. Dit geldt ook 
voor de 
rijstrook naast de fietsstrook. Hier 
stilstaan 
mag dus niet. 

Bord E-2 geeft een verbod aan om stil te staan aan 

die zijde van de rijbaan. Stilstaan is in dat geval wel 

toegestaan op plekken die daarvoor bedoeld zijn,  

zoals parkeervakken, parkeerstroken en -havens, of 

in de berm. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Stilstaan en parkeren -Parkeren en plaatsen 
Sta je stil zonder verkeersnoodzaak, maar ben je ook niet aan het laden 

of lossen of een passagier aan het laten in- of uitstappen, dan valt dit 

onder parkeren. Sta je bijvoorbeeld te wachten op een passagier, dan 

ben je aan het parkeren, totdat deze passagier ook daadwerkelijk aan 

het instappen is. Sta je langs de kant van de weg om even te 

telefoneren, de kaart te controleren, de weg te vragen of even een 

berichtje te lezen, dan valt dit allemaal onder parkeren. 

 

 

Op alle plekken waar je niet mag stilstaan, mag je ook niet parkeren. 

Daarnaast is parkeren ook niet toegestaan op deze plekken: 

 

· Binnen vijf meter van een kruispunt. 

. Voor een inrit of een uitrit, ook niet als dit jouw eigen uitrit is. 

· Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg, in de 

berm mag dus wel. 

· Naast een onderbroken gele streep, meestal te vinden op 

trottoirbanden. 

· Naast een ander geparkeerd voertuig waardoor je dubbel 

geparkeerd staat. 

· Op een door borden met een P aangegeven parkeerplaats buiten de 

parkeervakken, als deze vakken er zijn. 

· Binnen een erf buiten de parkeervakken. 

Parkeerhaven of parkeerstrook 
Langs de rijbaan gelegen verharding die is bestemd voor stilstaande 
of geparkeerde voertuigen. 
 
Parkeren 
Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die 
nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laten in- of 
uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen 
van goederen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarnaast kan parkeren ook alleen toegestaan zijn onder bepaalde 

voorwaarden. Zo kan er een vergunning noodzakelijk zijn, of mag je 

alleen parkeren met een bepaald voertuig of op een bepaald tijdstip. 

 

 

 

 

 

 

Bord E-1 geeft een verbod aan om te parkeren aan die zijde van de 

rijbaan, of indien dit bord is uitgevoerd als een zone bord, binnen de hele 

zone aan beide zijden op de rijbaan. Parkeren is in dat geval wel 

toegestaan op plekken die daarvoor bedoeld zijn, zoals parkeervakken, - 

stroken en -havens, of de berm. 

 

 

 

Naast een gele onderbroken streep 
mag je 
niet parkeren. Laden en lossen, dus 
stilstaan, mag hier wel. 

Parkeren voor een uitrit is niet 
toegestaan. 
Stilstaan mag hier wel. 

 

 

 

E-9 
Alleen bestuurders met een 
vergunning mogen hier 
parkeren. 

E-8 
Alleen bestuurders van 
vrachtauto's mogen hier 
parkeren. 

E-4 
Parkeren mag hier alleen 
binnen de aangegeven 
tijdstippen. 

 

 

Parkeerplaatsen met aangegeven parkeervakken worden 
meestal aangegeven met het bord E-4. Als dit zo is, dan is 
het alleen toegestaan om binnen deze parkeervakken te 
parkeren. Buiten de vakken parkeren is verboden. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Parkeerschijfzone 
Via borden kan er ook een parkeerschijfzone worden aangegeven. Dit is 
een zone waarin je alleen mag parkeren op aangegeven 
parkeerplaatsen. Deze zijn te herkennen aan het bord met een P. Ook 
mag je parkeren op plaatsen voorzien van een blauwe streep. 
 
Sta je met een motorvoertuig op meer dan twee wielen naast zo'n 
blauwe streep geparkeerd, dan ben je verplicht om een parkeerschijf 
achter je voorruit te plaatsen. Deze mag niet achter een andere ruit dan 
de voorruit en moet goed zichtbaar zijn. 
 
Op de parkeerschijf geef je aan op welk tijdstip je bent begonnen met 
parkeren. Dit tijdstip mag je afronden naar boven op het eerstvolgende 
hele of halve uur. Je mag niet op een later tijdstip de parkeerschijf 
opnieuw instellen. Als de aangegeven maximale parkeerduur is 
verstreken, is langer parkeren niet meer toegestaan. 
 
 

E- 
Verboden te parkeren aan 
de zijde van de rijbaan waar 
het bord geplaatst is 

E-1 zonebord 
Verboden te parkeren aan 
beide zijden van de rijbaan 
binnen de hele zone. 

 

 

Je mag alleen naast deze blauwe 
streep 
parkeren als je gebruik maakt van 
een 
ingestelde parkeerschijf. 

Links de parkeerschijf, rechts het 
bord dat 
aangeeft dat je een 
parkeerschijfzone 

Let op! 
Stilstaan of parkeren op plekken waar dit gevaar of onnodige hinder 
veroorzaakt, is altijd verboden. 

Driewielig motorvoertuig 
Voertuig dat volgens het kentekenregister een driewielig motorrijtuig 
is. Bijvoorbeeld een trike. Dit is geen motorrijtuig met beperkte 
snelheid of gehandicaptenvoertuig. In tegenstelling tot wat de naam 
doet denken, kan een voertuig dat zo geregistreerd staat zelfs vier 
wielen hebben in plaats van drie. Denk hierbij aan een quad. 
 
Motorfiets 
Motorvoertuig op twee wielen met of zonder zijspan- of 
aanhangwagen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

Gehandicaptenparkeerplaats 
Gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat 
personen die slecht ter been zijn, dichtbij bepaalde locaties kunnen 
parkeren. Hier mag daarom ook alleen geparkeerd worden als dit 
parkeren verband houdt met het vervoer van een gehandicapte. 
 
Met de volgende voertuigen mag je parkeren op een 
gehandicaptenparkeerplaats: 
 
· Een gehandicaptenvoertuig. 
· Een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige 
gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht. 
· Een voertuig waarvoor deze gehandicaptenparkeerplaats 
gereserveerd is. Dit gebeurt meestal door middel van een onderbord 
met het kenteken van het voertuig erop. 
 

 
 
 
 
 
 

Soms is er sprake van een maximale parkeerduur, dit staat dan op het 
bord of op een onderbord aangegeven. In dat geval moet er ook een 
parkeerschijf ingesteld en goed zichtbaar geplaatst worden. Er hoeft in 
dat geval geen blauwe streep naast het vak aangebracht te zijn. 
 

 

inrijdt. De parkeerlimiet is hier 2 uur 
(2h). 

 

 

E-6 
Gehandicaptenparkeerplaat 

 

E-6 met kenteken op 
onderbord 
Gehandicaptenparkeerplaat 
s alleen voor genoemd 
voertuig 

Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, of met een geldige 
gehandicaptenparkeerkaart, mogen op meer plekken parkeren dan 
andere bestuurders. 
 
· Binnen een parkeerschijfzone mogen ze overal parkeren en hoeven 
ze geen parkeerschijf te gebruiken. 
· Langs een gele onderbroken streep, binnen een erf buiten de 
vakken en bij bord E-1 mogen ze maximaal 3 uur parkeren. In dit 
geval moet er wel een parkeerschijf ingesteld worden. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Plaatsen van fietsen, speedpedelecs, snor- en bromfietsen 
 
Bij deze groep spreken we niet over parkeren. Als je deze voertuigen 
ergens neerzet, hebben we het over 'plaatsen'. De regels en borden die 
gaan over parkeren zeggen niks over het plaatsen. 
 
Voor het plaatsen van deze voertuigen mag je gebruik maken van het 
trottoir, voetpad of de berm. Daarnaast mag je ook gebruik maken van 
plaatsen die duidelijk bedoeld zijn voor het plaatsen van fietsen, 
speedpedelecs, snor- en bromfietsen. 
 
Omdat brommobielen de verkeersregels moeten volgen van 
motorvoertuigen, gelden de regels voor het parkeren wel voor 
brommobielen. Zij moeten dezelfde regels volgen als bestuurders van 
personenauto's en mogen bijvoorbeeld niet op het trottoir parkeren. 
 

 
 
 
 
 

 

Deeltoets 3.6 

Personenauto 3.7 

Omdat je met een personenauto-rijbewijs ook met een lichte aanhangwagen mag rijden, 
is het goed om te weten welke afwijkende regels gelden voor personenauto’s met 
aanhangwagens. 

 

Rijden met een aanhangwagen 
Als je het rijbewijs haalt voor de personenauto, mag je hiermee ook 

rijden met een (lichte) aanhangwagen. Met zo'n combinatie zijn de regels 

soms net iets anders. 

 

Maximumsnelheid 
 

 

 

Verboden fietsen, 
speedpedelecs, brom- en 
snorfietsen te plaatsen aan 
deze kant van de weg. 

Verboden fietsen, 
speedpedelecs, brom- en 
snorfietsen te plaatsen 
binnen deze zone. 

💬3.20 

📽3.21 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

De maximumsnelheid met een aanhangwagen achter je personenauto is 

bijna overal hetzelfde als met een personenauto, behalve op de autoweg 

en autosnelweg. Een personenauto met aanhangwagen mag zowel op 

de autoweg als op de autosnelweg nooit sneller dan 90 km/u. Als er op 

deze wegen een lagere snelheid staat aangegeven, dan geldt natuurlijk 

deze lagere snelheid. 

 

Plaats op de weg 
De plaats op de weg is hetzelfde als voor een personenauto zonder 
aanhangwagen. Echter, je mag met een combinatie langer dan zeven 
meter op de autosnelweg geen gebruikmaken van een andere rijstrook 
dan de twee meest rechts gelegen rijstroken. Omdat een combinatie van 
een personenauto en aanhangwagen al snel langer is dan zeven meter, 
geldt deze regel over het algemeen voor al deze combinaties. Daarnaast 
geldt deze regel ook voor alle vrachtauto's. 
 
Moet je om voor te kunnen sorteren wel op een andere rijstrook rijden 
dan de twee meest rechts gelegen rijstroken, dan is dit wel toegestaan. 
Houd er wel rekening mee dat je op een autosnelweg met een 
aanhangwagen valt onder het langzamere verkeer. Gebruik daarom 
zoveel mogelijk de rechterrijstrook voor de richting die je op wilt. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Deeltoets 3.7 

 

 

 

 

 

Op de autosnelweg mag je met een 
combinatie langer dan 7 meter geen 
gebruik maken van deze rijstrook. De 
lesauto moet minimaal één strook naar 
rechts. 

In dit geval mag de combinatie wel op 
dezerijstrook rijden, als de bestuurder de 
aangegeven richting wil blijven volgen. 

💬3.22 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Toets gebruik van de weg 

💬3.23 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

👍Gebruik van de weg 
23/25 VRAGEN. 
20 VEREIST 
B-C-B-C-A-B-A-B-A-A-B-A-B-B-C-C-B-B-B-A-A-B-B-80km/u-B 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 4.0 

Als je andere weggebruikers tegenkomt, moet je weten wie als eerste mag doorrijden of 
doorlopen. Hier zijn een aantal regels voor opgesteld. In dit deel wordt uitgelegd hoe je 
deze voorrangsregels toepast, en welke weggebruikers hier een uitzondering op zijn. 
 

Personenauto 4.1 

Als je deelneemt aan het verkeer, krijg je te maken met andere weggebruikers. Om 
ervoor te zorgen dat het direct duidelijk is wie het eerst mag en wie moet wachten, zijn er 
regels opgesteld. Zonder die regels zou het een rommeltje worden op de weg. Omdat je 
de regels binnen een korte tijd moet kunnen toepassen, is het belangrijk dat je ze goed 
kent. 
 

Gedrag op kruispunten 

Er zijn verschillende regels opgesteld voor als je op kruispunten ander 
verkeer tegenkomt. Belangrijk voor deze regels is dat je het verschil 
begrijpt tussen weggebruikers (al het verkeer, inclusief voetgangers) en 
bestuurders (al het verkeer zónder voetgangers). Daarnaast is het 
belangrijk dat je begrijpt wat het verschil is tussen verkeer op de 
kruisende weg en verkeer op dezelfde weg. 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

Normaal kruispunt 

T-splitsing 

Y-splitsing 

Bajonetkruispunt 

 

4 Voorrang en voor laten gaan 

📽4.1 

📽4.2 

📖4.3 

Kruispunt 
Kruising of splitsing van wegen. Op een kruispunt is het mogelijk om 
van richting te veranderen. Daarmee wordt bedoeld dat je links of 
rechts kan afslaan. Kruispunten kunnen op allerlei verschillende 
manieren worden vormgegeven. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

 

 
 
 
 
 
 

 

 

Voorrang verlenen 
Als de voorrang op een kruispunt niet geregeld wordt door borden, 
verkeerstekens op het wegdek of verkeerslichten, spreken we van 
gelijkwaardige wegen. Op gelijkwaardige wegen verlenen bestuurders 
voorrang aan bestuurders van rechts. 
 
Je hoeft een voetganger dus geen voorrang te verlenen, want zij vallen 
niet onder de bestuurders. 
 

 

 

Ten opzichte van de witte lesauto 
is het 
gekleurde gedeelte de kruisende 
weg. 

Ten opzichte van de witte lesauto 
is het 
gekleurde gedeelte van de Y-
splitsing de 
kruisende weg. 

 

 

Al deze weggebruikers bevinden 
zich op 
dezelfde weg (gekleurde gedeelte). 

Op een rotonde geldt het 
rondlopende stuk 
weg als 'dezelfde weg'. 

Kruisende weg 
Dit is de weg die de weg waar jij je op bevindt kruist. Dit hoeft niet 
altijd in een hoek van 90 graden (haaks) te zijn. Het kan ook een weg 
zijn die schuiner aansluit op de weg waar jij je op bevindt, zoals bij 
een Y-splitsing. 

 

Dezelfde weg 
Dit is de weg waar jij je op bevindt. Verkeer dat zich op dezelfde weg 
bevindt nadert jou van achteren of van voren. Het maakt daarbij niet 
uit of dit voetgangers zijn op het trottoir of in de berm, of bestuurders 
van personenauto's op de rijbaan. Rijd je op een rotonde, dan is al het 
verkeer dat ook deze rotonde volgt, verkeer op dezelfde weg. 

 

Voorrang verlenen 
Het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te 
vervolgen. Dit betekent dus dat de bestuurder die voorrang heeft, ook 
het idee moet hebben dat hij voorrang krijgt. Deze bestuurder moet 
ongehinderd door kunnen rijden. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

Er zijn twee uitzonderingen op deze regel: 
 
· Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram. 
· Bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan 
bestuurders van links en rechts op een verharde weg. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

Voorrang geregeld door borden oftekens 
 
Als de voorrang op een kruispunt geregeld wordt door borden of 
verkeerstekens op het wegdek, dan vervalt de voorrangsregel dat 
bestuurders van rechts voorrang hebben. Er zijn verschillende borden die 
de voorrang regelen.  
 
 

 

 

De van rechtskomende fietser 
heeft 
voorrang op de lesauto. 

De van rechtskomende voetganger 
is geen 
bestuurder en moet daarom de 
lesauto voor 
laten gaan. 

 

 

De van rechtskomende lesauto 
moet de van 
linkskomende tram voorrang 
verlenen. 
 

De lesauto komt uit een 
onverharde weg en 
moet de bestuurder op de 
verharde weg 
voorrang verlenen. 

Haaientanden 
Voorrangsdriehoeken op het wegdek. Deze worden meestal met 
maar soms ook zonder bord B-6 gebruikt. In beide gevallen betekenen 
deze haaientanden dat je voorrang moet verlenen aan bestuurders op 
de kruisende weg. 

 

Voorrang krijgen - Voorrangsweg 
Bord B-1 geeft aan dat je op een voorrangsweg rijdt. 
Je moet voorrang krijgen van bestuurders op de 
kruisende wegen. Dit bord wordt binnen de 
bebouwde kom vóór en buiten de bebouwde kom ná 
ieder kruispunt herhaald. Op die manier kun je aan 
deze borden zien of je binnen of buiten de 
bebouwde kom rijdt. 
kijken. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 

Bord B-2 geeft het einde van de voorrangsweg aan. 
Na dit bord gelden weer de normale 
voorrangsregels. 
 
Voorrang krijgen - Voorrangskruispunt 
Bord B-3 geeft een voorrangskruispunt aan waarbij 
jij voorrang moet krijgen van de kruisende 
bestuurders. De dikke pijl geeft de weg weer waar jij 
je op bevindt. De twee dwarsstreepjes geven de 
zijstraten weer. Deze borden gelden alleen voor het 
eerstvolgende kruispunt. 
 
Bord B-4 geeft een voorrangskruispunt aan met 
maar één zijweg. Deze zijweg komt van links en 
moet voorrang verlenen aan jou. 
 
Bord B-5 geeft ook een voorrangskruispunt aan met 
één zijweg. Deze zijweg komt van rechts en moet 
voorrang verlenen aan jou. 
 
Voorrang verlenen 
Bord B-6 geeft aan dat je een voorrangsweg of 
voorrangskruispunt nadert vanaf een zijweg. Jij moet 
voorrang verlenen aan alle bestuurders op de 
kruisende weg. Bij dit bord is stoppen niet verplicht, 
als je op tijd kunt zien dat je het kruispunt veilig op 
kunt rijden. 
 
Bord B-7 geeft ook aan dat je een voorrangsweg of 
voorrangskruispunt nadert vanaf een zijweg. Jij moet 
voorrang verlenen aan alle bestuurders op de 
kruisende weg. Bij dit bord moet je echter altijd eerst 
stoppen, ook als je kunt zien dat er geen ander 
verkeer nadert. Deze borden worden vaak geplaatst 
op plekken waar óf slecht zicht is, óf vaak 
ongevallen gebeuren omdat bestuurders slecht 
kijken. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
Het verschil tussen de laatste twee borden is dus dat je bij het 'STOP'- 
bord altijd moet stoppen. 
Daarnaast wordt het bord B-6 altijd gecombineerd met haaientanden en 
het bord B-7 met een stopstreep. 
 

 
 
 
 
 
 
 

 
Ook deze borden en tekens zijn alleen maar bedoeld voor bestuurders. 
Een voetganger doet niet mee in deze voorrangsregels. 
 

Voorbeelden 

 

 

 

 

Het bord B-6 wordt gecombineerd 
met 
haaientanden. 

 
Het bord B-7 wordt gecombineerd 
met een 
stopstreep. 

Bij het naderen van bord B-6 en 
haaientanden, moet je voorrang 
verlenen aan bestuurders op de 
kruisende weg. In dit geval komt er 
een paard en wagen van links op 
de kruisende weg. De lesauto moet 
deze bestuurder voor laten gaan. 

 

In dit geval nadert de lesauto ook 
haaientanden. De voetganger op 
de kruisende weg moet wachten 
op de lesauto. De lesauto hoeft bij 
de haaientanden alleen 
bestuurders voorrang te verlenen 
en geen voetgangers. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Deeltoets 4.1 

Personenauto 4.2 

Als je gaat afslaan op kruispunten, heb je met veel meer weggebruikers te maken dan 
wanneer je rechtdoor rijdt. Zo moet je bij het afslaan veel meer rekening houden met 
voetgangers. Mochten ze als je rechtdoor reed meestal niet voorgaan, zodra je gaat 
afslaan mogen ze wél voor. Zorg dus dat je de regels goed kent. 

Gedrag bij afslaan 

Wil je niet rechtdoor rijden op een kruispunt, maar links of rechts afslaan, 
dan heb je met nog een aantal verkeersregels te maken. Je moet in dat 
geval veel meer andere weggebruikers voor laten gaan dan bij gewoon 
rechtdoor rijden. Houd hierbij ook rekening met weggebruikers in de 
dode hoek. 
 

Ook hier moet de voetganger 
wachten op de lesauto. Deze 
nadert een stopbord met 
stopstreep. In verband met het 
stopbord moet de lesauto wel 
stoppen, maar mag daarna direct 
weer wegrijden als er geen 
bestuurders van links of rechts 
komen. Een voetganger is geen 

 

Een trambestuurder heeft op een 
gelijkwaardig kruispunt altijd 
voorrang. Zodra er borden en 
tekens zijn die de voorrang regelen, 
moet de trambestuurder deze 
opvolgen. In dit geval moet de 
trambestuurder dus wachten op de 
lesauto. 

 

💬4.4 

📽4.5 

📖4.6 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 

 
 
 
 
 
 

Voor laten gaan 
Eenmaal op het kruispunt gelden de volgende regels: 

 

· Je moet rechtdoorgaand verkeer dat jou tegemoetkomt op dezelfde 

weg voor laten gaan. Dus ook voetgangers! 

 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

· Je moet rechtdoorgaand verkeer dat zich naast jou of vlak achter jou 
bevindt voor laten gaan. Dus ook voetgangers! 
 

 

Buiten het gekleurde gedeelte is niet te overzien via de spiegels, maar moet je zien door je hoofd te draaien. 

 

 

De bestuurder van de lesauto moet 
de 
voetganger voor laten gaan. Het 
trottoir 
hoort immers ook bij de weg. 

De bestuurder van de lesauto moet 
de 
fietser voor laten gaan. Deze 
bevindt zich, 
ook op een losliggend fietspad, op 
dezelfde 
weg als de lesauto. 

Dode hoek 
Het gebied naast en schuin achter het voertuig dat je niet via de 
spiegels kunt overzien. Dit gebied is alleen (en soms maar deels) te 
overzien door je hoofd te draaien en goed naast en schuin achter je te 
kijken. Bij grotere voertuigen zijn de dode hoeken ook groter en komen 
hier meer dode hoeken bij, zoals recht achter en vlak voor het 
voertuig. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

· Willen tegemoetkomende bestuurders dezelfde weg inrijden als jij, 
dan gaat de bestuurder die rechts afslaat voor de bestuurder die links 
afslaat. Dit wordt ook wel omschreven als 'korte bocht gaat voor 
lange bocht'. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

· Een afslaande tram mag voor op al het verkeer dat de 
trambestuurder van voren nadert of naast of schuin achter de tram 
rijdt. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Afbuigende voorrangsweg 
Sommige voorrangswegen lopen niet rechtdoor, maar buigen af. Deze 
afbuigende voorrangswegen moeten gezien worden als de doorgaande 
weg. Als je van deze weg af gaat, is er sprake van afslaan. Pas dan 
komen de regels 'rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand' en 'korte 
bocht gaat voor lange bocht' om de hoek kijken. 
 
Dit kan verwarrend zijn, omdat er wel een bocht in de weg zit. Probeer in 
je hoofd de hele voorrangsweg te zien als een rechte weg, met een (of 

 

 

De fietser naast de lesauto gaat 
rechtdoor 
en mag voor op de lesauto. 

De voetganger gaat rechtdoor op 
dezelfde 
weg als de lesauto. De voetganger 
mag 
daarom voor op de lesauto.. 

 

 

De lesauto heeft de korte bocht. 
De 
bestuurder van de blauwe auto 
moet de 
lesauto voor laten gaan. 

De bestuurder van de vrachtauto 
mag voor 
op de lesauto. De vrachtauto heeft 
de korte 
bocht. 
 

 

 

Een afslaande tram mag altijd 
voor. De 
lesauto moet in dit geval wachten. 
 

Het maakt daarbij niet uit of de 
tram van 
voren of van achteren nadert. Ook 
hier mag 
de tram eerst. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

meerdere) zijwegen. De bestuurders op de afbuigende voorrangsweg 
zijn vanaf de zijweg gezien, kruisende bestuurders. Zij hebben daarom 
voorrang op de bestuurders uit de zijweg. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ondanks dat het 

niet onder afslaan valt als je op de afbuigende 
voorrangsweg blijft rijden, wordt er wel van je verwacht dat je in dat 
geval richting aangeeft. Het is voor de andere weggebruikers dan 
duidelijk dat je op deze weg blijft rijden. 
 
Afbuigende voorrangswegen worden meestal aangegeven met 
onderborden onder het bord 'voorrangsweg' of 'voorrangskruispunt'. Op 
deze borden staat de dikke streep voor de afbuigende voorrangsweg en 
de dunne streep of strepen voor de zijwegen die voorrang moeten 
verlenen. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Deeltoets 4.2 

 

Als je een afbuigende voorrangsweg tegenkomt, probeer deze dan in je hoofd 'recht te 
trekken' en pas daarna de voorrangsregels toe. De afbuigende weg moet gezien worden 
als de doorgaande weg. Bij deze twee situaties is de voorrang gelijk, de motorrijder mag 
voor op de auto omdat deze op de voorrangsweg rijdt. 

 

 
Ook in deze twee situaties zijn de regel voor voor laten gaan gelijk. De fietser mag in beide 
situaties voor. De fietser is hier het 'rechtdoorgaande verkeer' ondanks dat het lijkt alsof 
deze in de eerste situatie juist afslaat. Maar de fietser blijft de voorrangsweg volgen, net 
als in de tweede situatie. De bestuurder van de lesauto slaat in beide situaties af. 
 

 

 

B-1 met onderbord 
Afbuigende voorrangsweg naar 
links met 
twee zijstraten 

B-4 met onderbord 
Afbuigend voorrangskruispunt naar 
rechts 
met één zijstraat 

💬4.7 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Personenauto 4.3 

In het verkeer moet je rekening houden met kwetsbare verkeersdeelnemers. De 
belangrijkste groep kwetsbare verkeersdeelnemers zijn de voetgangers. Voetgangers die 
blind of slechtziend zijn of zich moeilijk voortbewegen, worden extra beschermd met 
aanvullende regels. 

 

Kwetsbareverkeersdeelnemers 
Onder de kwetsbare verkeersdeelnemers vallen voetgangers, maar ook 
blinden, slechtzienden en mensen die zich moeilijk voortbewegen. 
 

Voetgangersoversteekplaats 
Bij een voetgangersoversteekplaats (ook wel zebrapad genoemd) ben je 
als bestuurder verplicht om voetgangers die oversteken of kennelijk 
willen gaan oversteken, voor te laten gaan. Ook bestuurders van een 
gehandicaptenvoertuig die zich via een voetgangersoversteekplaats 
verplaatsen van het ene trottoir of voetpad naar het andere moet je voor 
laten gaan. Zij vallen in dat geval onder de categorie voetgangers. 
 

 
 
 
 
 

 

 

Laat duidelijk merken dat je van plan bent om te stoppen. Rem niet pas 

op het laatste moment. Laat op tijd je gas los en rem vast lichtjes. Zo laat 

je het verkeer achter jou weten dat je gaat remmen en misschien wel 

gaat stoppen. 

 

 

 

 

De voetganger mag voor op de 
lesauto 
omdat deze oversteekt bij een 

 
De persoon in het 
gehandicaptenvoertuig 
valt in dit geval onder de voetgangers 
en 

📽4.8 

Indien er verkeerslichten bij de oversteekplaats staan, gaan deze 
verkeerslichten boven de verkeerstekens. Voetgangers moeten in dat 
geval gewoon wachten bij rood licht. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Blinden en zich moeilijk voortbewegende personen 
Is er geen voetgangersoversteekplaats, dan hoef je een voetganger die 

kennelijk wil gaan oversteken niet voor te laten gaan. Er zijn echter twee 

uitzonderingen: 

 

· Blinden of slechtzienden herkenbaar aan een blindenstok (witte stok 

met één of meer rode ringen). 

· Personen die zich moeilijk voortbewegen, te herkennen aan 

bijvoorbeeld een rollator of stok. 

 

Deze twee groepen moet je voor laten gaan als ze willen oversteken, 

ongeacht waar ze dit doen. Personen die zich voortbewegen door 

middel van een rolstoel, vallen niet onder deze uitzondering. Zij vallen 

niet onder de term 'zich moeilijk voortbewegende personen'. 

 

 

 

 

 

 

 

 

In- of uitritconstructie 
 

Een inritconstructie is hetzelfde als een uitritconstructie. Welk woord je 

gebruikt is afhankelijk van of je zo'n constructie in- of uitrijdt. 

 

In- en uitritconstructies worden onder andere gebruikt bij het begin en 

einde van een erf. Maar ook bij de ingang van een parkeerterrein kun je 

ze vinden. Ze zijn niet altijd goed te herkennen. De meeste in- en 

 

 

Een persoon met een rollator of 
looprek valt 
onder de noemer 'zich moeilijk 
voortbewegende personen' en mag 
daarom 
voor op de lesauto. 

Een persoon in een rolstoel valt niet 
onder 
de noemer 'zich moeilijk 
voortbewegende 
personen' en mag daarom niet voor 
op de 
lesauto. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

uitritconstructies zijn zo vormgegeven dat je over het trottoir moet rijden 

om een andere weg of een parkeerplaats op te draaien. De trottoirtegels 

lopen door op een in- en uitritconstructie. De trottoirrand is ter hoogte 

van de constructie verlaagd om te zorgen dat je er makkelijker overheen 

kunt rijden. 

 

Bij in- en uitritconstructies moet je al het overige verkeer, dus ook 

voetgangers, voor laten gaan. Dit geldt zowel bij het inrijden als bij het 

uitrijden. Soms wil je tegelijk met een andere bestuurder over de 

constructie heenrijden. Bijvoorbeeld omdat de ene bestuurder deze wil 

inrijden en de andere hem wil uitrijden. Omdat de meeste in- en 

uitritconstructies niet heel breed zijn, laat je de uitrijdende bestuurder 

voorgaan. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deeltoets 4.3 

 

 

De voetganger loopt over de 
uitritconstructie en mag daarom voor op de 
lesauto. 

 
In dit geval is het verstandig de uitrijdende 
bestuurder voor te laten gaan. Dan kun je 
makkelijker de inrit inrijden. 
 

De meeste erven hebben een in- en uitgang die 
is vormgegeven als een in- of uitritconstructie. In 
dat geval moet je al het overige verkeer voor 
laten gaan bij het in- en uitrijden van het erf. 
Ontbreekt de in- of uitritconstructie, dan gelden 
de normale voorrangsregels. 
 
De regel dat je al het verkeer voor moet laten 
gaan, heeft dus niks te maken met het erf zelf, 
maar alleen met de in- en uitritconstructie. 

💬4.9 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Toets Voorrang en voor laten gaan 

 

💬4.10 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

👍Voorrang en voor laten gaan 
17/20 VRAGEN. 
16 VEREIST 
 
321-A-A-A-A--1[]-213-4321(!)-A[]-123-1423-A-A(!)-14-B-1[][]-B-[]2-[]2-A[!] 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 5.0 

Naast de standaard situaties en regels, kom je in het verkeer ook situaties tegen die net 
iets anders zijn. Dit kunnen situaties zijn met bijzondere weggebruikers die niet onder 
bepaalde regels vallen. Of je rijdt over een weg waar extra regels gelden. Daarnaast kan 
het zijn dat je zelf een bijzondere manoeuvre moet uitvoeren. In al deze gevallen moet je 
zorgen dat je niet verrast wordt, en weet hoe je moet handelen. 
 

Personenauto 5.1 

Naast de standaard verkeersregels, kunnen er op specifieke wegen ook nog aanvullende 
regels gelden. Zo zijn de regels op een autosnelweg anders dan die op een erf. Omdat 
deze regels niet op borden langs de weg staan, zul je ze uit je hoofd moeten kennen. 
 

Bijzondere wegen 

Tijdens het rijden op de openbare weg kom je verschillende wegen 
tegen. Sommige zijn breder en andere juist smaller. Daarnaast kan en 
mag je op de ene weg veel sneller rijden dan op de andere weg. Op een 
aantal wegen gelden aangepaste regels. 
 
De belangrijkste bijzondere wegen met aangepaste regels zijn: 

 
 
 
 
 
 

Autosnelweg en autoweg 
De maximale snelheid op een autosnelweg is 130 km/u en op een 
autoweg 100 km/u. Op deze wegen is het gevaarlijk om veel langzamer 
te rijden. Daarom mogen niet alle voertuigen op deze wegen rijden: 
 
· Alleen motorvoertuigen die minimaal 50 km/u kunnen en mogen 
rijden, mogen gebruik maken van de autoweg. 

 

 

 

Autosnelweg 

Autoweg 

Erf 

5 Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en manoeuvres,  

📽5.1 

📽5.2 

📖5.3 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

· Alleen motorvoertuigen die minimaal 60 km/u kunnen en mogen 
rijden, mogen gebruik maken van de autosnelweg. 
 
Je mag dus niet met een bromfiets op een autoweg of autosnelweg 
rijden. Ook niet als deze opgevoerd is en daarom 50 of 60 km/u kan. 
Want met een bromfiets mag je maar maximaal 45 km/u rijden. Ook als 
een personenauto door technische problemen niet harder kan dan 40 
km/u, mag deze de autoweg en autosnelweg niet op. Ook al mag de 
auto sneller dan 60 km/u rijden. 
 
 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
Er geldt dus geen minimale snelheid 

op een autoweg of autosnelweg 
zelf. De snelheid die je hoort te rijden op een autosnelweg of autoweg 
hangt vooral af van de drukte en de snelheid van de rest van het verkeer. 
 
Op een rustige autosnelweg rijdt iedereen normaal tussen de 80 en 130 
km/u. Ga je met je personenauto daar tussen rijden met een snelheid van 
60 km/u, dan ben je een gevaar op de weg. Door artikel 5 van de 
Wegenverkeerswet is dit niet toegestaan. 
 
Er zijn ook een aantal andere regels gemaakt om het veilig te houden op 
de autosnelweg en autoweg. Zo mag je niet: 
 
· keren of achteruitrijden; 
· stilstaan op de rijbaan (onvrijwillig stilstaan door file mag wel); 
· rijden of stilstaan op de vluchtstrook, een vluchthaven of in de berm, 
behalve in noodgevallen. 

 

 

Veel autowegen zijn te herkennen aan 
de 
groene asstreep, de streep op het 
midden 

Autosnelwegen bestaan uit meerdere 
rijstroken en hebben (bijna) altijd een 

Op de autoweg en autosnelweg gelden de wettelijke 
maximumsnelheden van respectievelijk 100 km/u en 130 km/u. Deze 
gelden tenzij er een lagere snelheid aangegeven is. 
Dit betekent dat als er borden langs de weg staan die een lagere 
snelheid aangeven, deze lagere snelheid geldt. Dit is momenteel het 
geval op de autosnelwegen, hier geldt overdag (tussen 6:00 en 19:00 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Een andere regel op de autosnelweg is, dat je niet overal mag rijden met 
een voertuigcombinatie (bijvoorbeeld een personenauto met 
aanhangwagen) van meer dan zeven meter. Je mag dan alleen rijden op 
de twee meest rechts gelegen rijstroken. Behalve als je een andere 
rijstrook moet gebruiken om te kunnen voorsorteren. Deze regel geldt 
ook voor bestuurders van een vrachtauto. 
 

Spitsstrook 
Op de autosnelweg krijg je regelmatig te maken met spitsstroken. Dit 
kan een extra strook zijn aan de linkerkant van de rijbaan, maar het kan 
ook zijn dat de vluchtstrook in gebruik is als extra rijstrook. Aan borden 
naast de weg en matrixborden boven de rijstroken is te zien of deze 
spitsstrook wel of niet geopend is. Zie je een rood kruis boven een 
rijstrook? Dan mag je niet over deze strook rijden. Let ook op de 
maximumsnelheid. Deze kan wijzigen zodra de spitsstrook geopend is. 
 

 
 
 
 
 
 

 

 

Erf 
 
Vaak wordt gedacht dat op een erf de voetgangers altijd voor mogen. 

 

 

Keren is op een autoweg niet 
toegestaan en 
daarnaast levensgevaarlijk. 

Achteruitrijden mag niet op een 
autoweg of 
autosnelweg. Ook niet als je dit op de 
vluchtstrook doet. Hier mag je niet 
komen 
behalve in noodgevallen. 

 

 

 

Spitsstrook open 

Spitsstrook vrijmaken 

 
Einde spitsstrook 

Zie Video: Spitsstroken 
(c) Film in opdracht van Rijkswaterstaat. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Dit is niet het geval. Binnen een erf gelden dezelfde voorrangsregels als 
op normale wegen. Bij een erf worden de in- en uitgangen meestal 
vormgegeven als een inrit- of uitritconstructie. Bij het inrijden van een 
inritconstructie en bij het uitrijden van een uitritconstructie moeten 
bestuurders al het andere verkeer voor laten gaan. Hieronder vallen ook 
voetgangers. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Binnen een erf zijn er wel een paar andere regels: 
 
· Voetgangers mogen de weg over de hele breedte gebruiken. Zij 
hoeven dus niet aan de kant te lopen. Dit is omdat er binnen een erf 
geen trottoirs zijn. 
. De maximumsnelheid voor bestuurders is 15 km/u. 
· Bestuurders van een motorvoertuig mogen alleen parkeren op 
plekken die als parkeerplaats zijn aangegeven. Dat is meestal door 
een bord met een P, of door een P op het wegdek. Buiten de vakken 
parkeren mag dus niet. 

 
 
 
 
 
 
 

 

Rotondes 

Een rotonde is een bijzonder kruispunt. Het bestaat uit een rondlopende 

doorgaande weg met een aantal zijstraten. De rijrichting is altijd tegen 

de klok in. De verkeersregels op rotondes zijn hetzelfde als op een 

kruispunt. Ook hierbij hangt het af van of er wel of geen borden staan, 

hoe de voorrang geregeld is. 

 

 

Erf 

Einde erf 

 

 

 

 

Op een erf mogen voetgangers de 
weg over 
de volledige breedte gebruiken. 

De meeste erven rijd je in en uit via 
een 
inrit- of uitritconstructie. 

📖5.4 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Als er geen borden staan dan geldt de regel dat bestuurders van rechts 

voorrang hebben. Bestuurders op de rotonde moeten in dat geval 

bestuurders die de rotonde oprijden voorrang verlenen. Dit komt niet veel 

meer voor. Bij de meeste rotondes is de voorrang geregeld door 

voorrangsborden en tekens op het wegdek. 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 

Bij de meeste rotondes staan er wel borden die de voorrang regelen. 
Nader je een rotonde dan staat hier meestal bord B-6: 'verleen voorrang 
aan bestuurders op de kruisende weg'. Ook staan er bijna altijd 
haaientanden op de weg. Bestuurders die de rotonde volgen hebben in 
dat geval voorrang op bestuurders die de rotonde op willen rijden. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
Het verlaten van een rotonde moet je zien als rechts afslaan. Je moet 
daarom op tijd richting aangeven als je de rotonde wilt verlaten. Ook 
moet je verkeer dat dezelfde weg (dus de rotonde) blijft volgen, voor 
laten gaan. Hieronder vallen fietsers en snorfietsers, maar ook 
voetgangers. 

 

 

Op deze rotonde is de voorrang niet 
geregeld door borden. Bestuurders 
van 
rechts, dus de bestuurders die de 
rotonde 
oprijden, hebben voorrang op de 
bestuurders die op de rotonde rijden. 
 

Op deze rotonde is de voorrang wel 
geregeld door borden (B-6). 
Bestuurders op 
de rotonde hebben voorrang. Dit geldt 
ook 
voor het vrijliggende fietspad. 
 

 

 

B-6 
Verleen voorrang aan 
bestuurders op de kruisende 
weg 

D-1 
Rotonde, verplichte 
rijrichting 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

 
Bij sommige rotondes doen de (snor)fietsers en voetgangers niet mee op 
de rotonde. De fietspaden liggen dan verder weg van de rotonde. Ze 
lopen niet rond en buigen af van de rotonde. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Waar het fietspad en voetpad of trottoir de weg kruist, moet dit gezien 
worden als een apart kruispunt. Meestal heeft het fietspad in dat geval 
bord B-6 en haaientanden. Verlaat je de rotonde, dan hoef je in dat geval 
de (snor)fietsers en voetgangers niet voor te laten gaan. 
 
Een rotonde kan ook uitgevoerd zijn als een rotonde met meerdere 
rijstroken. De meeste nieuwe rotondes worden in dat geval 
vormgegeven als 'turborotonde'. Dit is een rotonde in spiraalvorm 
waarbij je, door in het begin de goede rijstrook te kiezen, vanzelf op de 
goede plek de rotonde weer kunt verlaten. Het op tijd kiezen van de 
rijstrook is hierbij wel belangrijk. Vaak kun je op de rotonde zelf niet meer 
wisselen. 
 

 

 

Bij het verlaten van de rotonde 
moet je de 
voetganger wel voor laten gaan, hij 
blijft de 
rotonde volgen die jij verlaat. 

Bij het oprijden van een rotonde 
hoef je de 
kruisende voetganger niet voor te 
laten 
gaan. Dit is immers geen 
bestuurder. 

 

 

Op deze rotonde doen de fietsers 
niet mee 
in de voorrang van de rotonde. Zij 
moeten 
voorrang verlenen bij het 
oversteken. 

De overstekende fietser moet 
wachten op 
de lesauto die de rotonde verlaat. 
De fietser 
bevindt zich niet op de rotonde. 
 

 

 

Deze rotonde bestaat uit meerdere 
rijstroken. Als je driekwart wilt, 
moet je op 
de rotonde op de binnenste strook 
beginnen 
en halverwege op de rotonde 
opschuiven 

 
Deze rotonde is vormgegeven als 
een 
turborotonde met meerdere 
rijstroken. Kies 
je voor de rotonde de juiste 
rijstrook, dan 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 

 
 
 
 
 
 
Op de toeleidende weg naar de turborotonde staan er meestal pijlen op 
het wegdek die aangeven welke rijstrook je moet nemen voor welke 
richting 
 

 

LinksafㆍLinksafenrechtdoorㆍLinksaf,rechtdoorenrechtsafㆍRechtdoorㆍRechtdoore
nrechtsafㆍRechtsaf 
 
 
 

 

 

Deeltoets 5.1 

Personenauto 5.3 

Autorijden bestaat niet alleen uit rechtdoor rijden en afslaan. Je moet ook wel eens 
handelingen uitvoeren zoals keren, achteruitrijden of parkeren. Deze handelingen 

naar de buitenste strook. 

hoef je op de rotonde niet meer te 
wisselen 
van rijstrook. 
 

 

 

 

 

 

Normaal kruispunt 

T-splitsing 

Y-splitsing 

Bajonetkruispunt 

 

Op de autoweg en autosnelweg gelden de wettelijke 
maximumsnelheden van respectievelijk 100 km/u en 130 km/u. Deze 
gelden tenzij er een lagere snelheid aangegeven is. 
Dit betekent dat als er borden langs de weg staan die een lagere 
snelheid aangeven, deze lagere snelheid geldt. Dit is momenteel het 
geval op de autosnelwegen, hier geldt overdag (tussen 6:00 en 19:00 

💬5.5 

📽5.6

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

worden bijzondere manoeuvres genoemd. Omdat je afwijkt van jouw rijlijn, of iets 
anders gaat doen dan anderen van je verwachten, moet je hierbij al het overige verkeer 
voor laten gaan. 

 

Bijzondere manovures 

Tijdens het rijden moet je af en toe een bijzondere manoeuvre uitvoeren. 

Onder de bijzondere manoeuvres vallen: 

 

· Wegrijden 

Hiermee bedoelen we het wegrijden nadat je hebt geparkeerd of 

bijvoorbeeld aan de kant van de weg hebt stilgestaan. Ook wegrijden 

uit een parkeervak valt hieronder. 

· Achteruitrijden 

Het naar achteren bewegen van het voertuig. 

. Het in- of uitrijden van een inrit- of uitritconstructie 

Een inrit- of uitritconstructie is te herkennen aan een doorlopend 

trottoir met verlaagde trottoirbanden of uitritblokken. Je moet als het 

ware over het trottoir heen rijden. De bestuurder die de uitrit uitrijdt 

gaat bij voorkeur voor op de bestuurder die hem inrijdt. 

· Keren 

Het draaien van het voertuig om in de tegengestelde richting terug te 

rijden. 

· Invoegen 

Vanaf de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden. 

· Uitvoegen 

Vanaf de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden. 

· Van rijstrook wisselen 

Een zijdelingse verplaatsing waarbij je van de ene rijstrook naar de 

naastgelegen rijstrook opschuift. 

📖5.7 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Voor laten gaan 
Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre moet je het andere 
verkeer voor laten gaan. Wil jij bijvoorbeeld een inrit inrijden dan mag je 
hierbij geen voetgangers hinderen. Het maakt niet uit of ze op dat 
moment op het trottoir of op de rijbaan lopen. 
Ook bij het wegrijden, achteruitrijden, keren, invoegen, uitvoegen en van 
rijstrook wisselen, moet je het andere verkeer voor laten gaan. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Soms moet je van je lijn afwijken (belangrijke zijdelingse verplaatsing). 
Bijvoorbeeld omdat je om iets heen moet of tussen een wegversmalling 
door moet. In dat geval moet je tegemoetkomend verkeer voor laten 
gaan. Moet je allebei van je lijn afwijken, dan regel je onderling wie voor 
mag. In veel van deze gevallen staan er borden die regelen wie voor 
mag. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Als je elkaar voorbij moet rijden op een smalle weg, kan het zijn dat 
iemand de berm in moet. Houd er rekening mee dat zwaardere 
voertuigen zoals vrachtauto's en personenauto's met aanhangwagens, 
de berm niet in kunnen. Ze lopen dan teveel risico op wegzakken of zelfs 
omvallen van de voertuigen. In dat geval moet de andere bestuurder 
ruimte maken zodat jullie elkaar voorbij kunnen rijden. 
 
Bij gecombineerde invoeg- en uitrijstroken (weefstroken) is het het beste 

 

 

Als de lesauto achteruit wil rijden, 
moet 
deze de voetganger voor laten 
gaan. 

De lesauto heeft het obstakel aan 
zijn kant 
en moet van zijn lijn afwijken om 
deze 
voorbij te rijden. Daarom mag de 
fietser 
voor op de lesauto. 

 
 
 

 

 

 

F-5 
Als je dit bord ziet mag het 
tegemoetkomende verkeer 
eerst. Dit bord geldt alleen 
voor bestuurders! 

F-6 
Als je dit bord ziet moeten 
tegemoetkomende 
bestuurders jou voor laten 
gaan, ook als je een 
voetganger bent. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

dat de uitrijdende bestuurder voorgaat op de invoegende bestuurder. 
Deze heeft vaak meer snelheid. 
 

 

 

 

 

 

 

Richting aangeven 
Om te zorgen dat het andere verkeer weet wat jij van plan bent, is het 

verplicht om richting aan te geven bij: 

 

· Wegrijden 

· Inhalen van andere motorvoertuigen 

· Invoegen 

· Uitvoegen 

· Rijstrook wisselen 

· Belangrijke zijdelingse verplaatsingen 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vrachtauto kan niet de berm in 
om uit te 
wijken. De lesauto kan dit wel en 
moet de 
vrachtauto ruimte geven. 

Beide auto's willen van rijstrook 
wisselen. 
Wie voor mag moeten ze onderling 
regelen, 
maar het heeft de voorkeur dat de 
uitvoegende bestuurder voorgaat. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Richting aangeven bij het inhalen van een fietser of bromfietser is niet 

verplicht, omdat dit geen motorvoertuigen zijn. Maar als je hiervoor een 

belangrijke zijdelingse verplaatsing moet uitvoeren, moet het weer wel. 

 

 

Belangrijke aandachtspunten 
Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre zijn een aantal dingen 
belangrijk: 
 
· De manoeuvre moet zo kort mogelijk van duur zijn. 
· De manoeuvre moet zo min mogelijk hinder veroorzaken voor het 
andere verkeer. 
· De verkeersveiligheid mag niet in gevaar gebracht worden. 
· Op de plek waar je de bijzondere manoeuvre uitvoert, moet dit 
toegestaan zijn. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

C-3 
Eénrichtingsweg, hier mag 
je niet keren of 
achteruitrijden. 

F-7 
Keerverbod 
 

Belangrijke zijdelingse verplaatsing 
Dit is dat je zo ver naar links of naar rechts moet opschuiven dat het 
voor de veiligheid van ander verkeer belangrijk is dat ze dit van te 
voren weten. 

 

Richting aangeven is bedoeld om duidelijk te maken wat je gaat doen. 
Gebruik het niet om anderen te dwingen jou ertussen te laten of voor 
te laten gaan! 

Het uitvoeren van bijzondere manoeuvres mag alleen op plekken waar 
dit toegestaan is. Zo mag je op de autosnelweg en autoweg niet 
keren, stilstaan of achteruitrijden. Achteruitrijden en keren in een 
éénrichtingsweg is ook verboden. Daarnaast kan keren ook door een 
bord (F-7, keerverbod) verboden zijn. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Wegrijdende bus 
Bestuurders moeten normaal gesproken bij het wegrijden al het andere 

verkeer voor laten gaan. Op deze regel is één uitzondering: Bestuurders 

zijn verplicht om een bestuurder van een autobus voor te laten gaan, die 

binnen de bebouwde kom aangeeft weg te willen rijden bij de bushalte. 

 

Dit geldt alleen als deze buschauffeur dit met zijn richtingaanwijzer 

aangeeft. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om een touringcar of 

lijnbus, dit geldt voor alle autobussen. Buiten de bebouwde kom geldt dit 

niet en moet hij gewoon wachten. 

 

 

 

 

 

 

 

 

In- en uitstappende passagiers 
Er bestaan tram- of bushalte waarbij de passagiers midden op de weg 

moeten in- of uitstappen. Let dan op of er een vluchtheuvel of 

middenberm is waarop de passagiers kunnen wachten. Is dit niet zo, 

dan moet je de passagiers voor laten gaan bij het oversteken van de 

rijbaan. Is er wel een vluchtheuvel of berm, dan hoef je ze niet voor te 

laten gaan. 

 

 

 

De lesauto moet de touringcar voor 
laten 
gaan omdat deze aangeeft weg te 
willen 
rijden bij een bushalte binnen de 
bebouwde 
kom. 

De lesauto hoeft de lijnbus niet 
voor te laten 
gaan omdat deze buiten de 
bebouwde kom 
wil wegrijden bij een bushalte. 
Binnen de 
bebouwde kom moet dit wel. 
 

 

 

De trampassagiers hebben geen 
mogelijkheid om op een 
vluchtheuvel te 

 
In deze situatie is er een 
vluchtheuvel 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

In- en uitstappende passagiers 
Er bestaan tram- of bushalte waarbij de passagiers midden op de weg 

moeten in- of uitstappen. Let dan op of er een vluchtheuvel of 

middenberm is waarop de passagiers kunnen wachten. Is dit niet zo, 

dan moet je de passagiers voor laten gaan bij het oversteken van de 

rijbaan. Is er wel een vluchtheuvel of berm, dan hoef je ze niet voor te 

laten gaan. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deeltoets 5.2 

 

wachten. De bestuurder van de 
lesauto 
moet ze daarom voor laten gaan. 

aanwezig waarop de passagiers 
kunnen 
wachten. Daarom mag de 
bestuurder van 
de lesauto doorrijden. 
 

 

 

 
de trampassagiers hebben geen 
nogelijkheid om op een 
vluchtheuvel te 
vachten. De bestuurder van de 
lesauto 
noet ze daarom voor laten gaan. 

In deze situatie is er een 
vluchtheuvel 
aanwezig waarop de passagiers 
kunnen 
wachten. Daarom mag de 
bestuurder van 
de lesauto doorrijden. 

Stap je zelf in of uit de auto, houd er dan rekening mee dat je een 
voetganger bent op dat moment. Je moet bestuurders in dat geval 
voor laten gaan. Zorg bij het instappen dat je deze bestuurders goed 
aan ziet komen, door tegen het verkeer in naar het portier te lopen. Sta 
je bijvoorbeeld in file geparkeerd aan de rechterkant van de weg, dan 
loop je voor de neus van de auto langs. Loop pas naar het portier toe 
als je direct vlot kunt instappen. Voorkom dat je tussen jouw auto en 
het langsrijdende verkeer komt te staan. 
 
Bij het uitstappen open je het portier pas nadat je hebt gecontroleerd 
en zeker weet dat er niemand aankomt. Loop ook hierbij tegen het 
verkeer in naar het trottoir terug. 

📽5.8 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Personenauto 5.3 

Als je op de weg rijdt kun je ook bijzondere voertuigen tegenkomen, zoals 
voorrangsvoertuigen, voertuigen van het leger, trams of bijzonder breed of lang vervoer. 
Deze voertuigen volgen soms andere regels dan de rest van het verkeer. Om 
besluitvaardig en veilig te blijven rijden is het belangrijk om te weten wat die regels zijn 
en hoe je zelf moet handelen. 

 

Bijzondere voertuigen -Voorrangsvoertuigen 

Sommige voertuigen hebben meer rechten dan andere voertuigen. Dit 
zijn bijvoorbeeld de voorrangsvoertuigen. Daarnaast hebben trams, 
militaire colonnes en stoeten van motorvoertuigen bijzondere 
rechten. 
Ook zijn er voertuigen die niet direct extra rechten hebben, maar waar je 
wel extra rekening mee moet houden. Denk hierbij aan grotere 
transporten. 
 

📽5.9

📖5.10

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Voorrangsvoertuigen 
Voorrangsvoertuigen zijn motorvoertuigen die een dringende taak te 
vervullen hebben. Ze laten zien dat ze haast hebben door middel van 
blauwe optische signalen (zwaailichten) en geluidssignalen in de vorm 
van een tweetonige hoorn (sirene). Zonder deze signalen, of met maar 
één van deze signalen, zijn het geen voorrangsvoertuigen. 
 

 

 

 

 

 

 

 

Onder de voorrangsvoertuigen vallen onder andere de ambulances, 
politievoertuigen en brandweervoertuigen. Maar ook andere diensten 

 

 

Niet alleen voertuigen van deze 
diensten 
zijn voorrangsvoertuigen. 

Ook voertuigen van 
Rijkswaterstaat en 
andere diensten kunnen 
voorranasvoertuiaen ziin 
 

Voorrangsvoertuig 
Motorvoertuig dat optische signalen (zwaailicht) en geluidssignalen 
(sirene) voert. Het gaat hierbij om blauwe zwaai- of knipperlichten en 
een tweetonige hoorn. Deze voertuigen moet je altijd voor laten gaan. 
 
Ambulance 
Motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het 
vervoer van zieke of gewonde personen van en naar het ziekenhuis. 
 
Diensten voor spoedeisende medische hulpverlening 
Motorvoertuig, bedoeld voor het verlenen van spoedeisende medische 
hulpverlening. Dit hoeft niet voor het vervoer van een patiënt te zijn, 
zoals een ambulance. Het kan bijvoorbeeld een dienstauto van de 
huisartsenpost zijn. Deze is vooral bedoeld om de huisarts met spoed 
bij de patiënt te krijgen. 
 
Dierenambulance 
Motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het 
vervoer van zieke en gewonde dieren. Deze voertuigen zijn nooit 
voorrangsvoertuigen. Wel hebben ze vaak extra gele zwaai- of 
knipperlichten om te zorgen dat ze beter te zien zijn. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

kunnen bevoegd zijn om deze signalen te voeren. Zij vallen in dit geval 
ook onder de voorrangsvoertuigen. Denk hierbij aan voertuigen van 
Rijkswaterstaat, of voertuigen voor bloed- of orgaantransport. 
 

Voorrangsvoertuig ruimte geven 
Alle weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor 
laten gaan. Zonder uitzonderingen. Belangrijk hierbij is wel dat je dit 
veilig doet. Je mag geen gevaar of hinder veroorzaken om een 
voorrangsvoertuig erlangs te laten. Je mag ook geen regels overtreden. 
 
Als er een voorrangsvoertuig nadert, blijf dan vooral rustig. Een 
bestuurder van een voorrangsvoertuig zoekt zoveel mogelijk zelf zijn 
weg. Hoe voorspelbaarder je rijdt, hoe makkelijker dat voor ze is. Enkele 
tips: 
 

· Maak pas ruimte als dit veilig kan. Rijd in de tussentijd door met de 

toegestane snelheid. 

· Is er een rijstrook vrij, laat deze dan vrij voor het voorrangsvoertuig. 

Laat de vluchtstrook altijd vrij in geval van file! 

· Rijd je op een rotonde of nader je deze met een voorrangsvoertuig 

achter je, blijf dan op de rotonde rijden totdat het voorrangsvoertuig 

de rotonde heeft verlaten. 

· Sta je voor een rood verkeerslicht, maak dan alleen ruimte als het 

voorrangsvoertuig er anders niet langs kan. Maak ook alleen ruimte 

als dit veilig kan. Rijd niet zomaar door een rood verkeerslicht het 

kruispunt op. Wachten is in dat geval veiliger. 

· Wil een voorrangsvoertuig je voorbijrijden, blijf dan wel op de rijbaan 

en houd zoveel mogelijk rechts. Ga nooit met hoge snelheid ineens de 

berm in of het trottoir op. 

· Let altijd op of er niet meer voorrangsvoertuigen zijn. 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je een voorrangsvoertuig niet of te laat ziet, kun je niet goed 
reageren. Zorg dus dat je regelmatig in de spiegels kijkt. Je ziet een 
voorrangsvoertuig soms al voordat je hem kunt horen. Houd daarnaast 
altijd voldoende afstand tot je voorganger, ook bij het wachten voor een 
verkeerslicht. Dan heb je nog ruimte om plaats te maken als er een 
voorrangsvoertuig langs wil. 
 

Voorrangsvoertuigen enverkeersregels 
Voorrangsvoertuigen mogen als zij hier een goede reden voor hebben 
sommige verkeersregels negeren. Zo mogen ze door rood licht rijden en 
harder rijden dan normaal toegestaan. 
Voertuigen van de politie mogen dit zelfs als ze geen optische en 
geluidssignalen voeren. Ook zij mogen dit niet zomaar, maar alleen met 
een goede reden. 
 

 Bijzondere voertuigen -Militaire colonnes en stoeten 

 

 

Militaire colonnes 
 
Om ervoor te zorgen dat voertuigen van militaire colonnes zoveel 
mogelijk bij elkaar kunnen blijven, hebben ze speciale rechten: 
 
· Ze mogen niet doorsneden worden .* 
Dit betekent dat als het eerste voertuig van de colonne is begonnen 
met oversteken of afslaan, de rest van de colonne mag volgen en 
andere weggebruikers hier niet tussendoor mogen lopen of rijden. 
Ook niet als ze volgens de verkeersregels voorrang hebben of voor 
mogen. Let op, het eerste voertuig moet wel gewoon de 
voorrangsregels volgen! 
 

Rijd in deze situatie gewoon een 
extra 
rondje, totdat de politieauto van de 
rotonde 
afic 

Rijd nooit zomaar de overweg op 
als de 
rode lampen branden om de 
brandweerauto er lanas te laten 

📖5.11 

Militaire colonne 
Een aantal zich achter elkaar bevindende militaire motorvoertuigen, of 
motorvoertuigen van de rampenbestrijdingsorganisatie. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

· Ze hoeven voetgangers op een voetgangersoversteekplaats niet 
voor te laten. 
Ook het eerste voertuig mag doorrijden bij een 
voetgangersoversteekplaats, ook als er voetgangers staan te 
wachten om over te steken. 
. Ze hoeven een bus die weg wil rijden bij een bushalte niet voor te 
laten. 
Ook het eerste voertuig mag doorrijden als een bus binnen de 
bebouwde kom laat weten weg te willen rijden bij een bushalte. 
. Als het eerste voertuig van de militaire colonne een kruispunt is 
opgereden bij groen licht, dan mogen alle volgvoertuigen 
doorrijden. 
Ook als ze hierbij door geel of zelfs rood licht moeten rijden. Hebben 
andere weggebruikers groen, dan moeten die weggebruikers 
wachten. Let op, het eerste voertuig van de colonne moet zich wel 
aan de verkeerslichten houden! 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
Om te weten of je te maken hebt met het eerste voertuig, één van de 
middelste voertuigen of het laatste voertuig van een militaire colonne, 
voeren ze herkenningstekens. 
   

Voorste voertuig 

Middelste 
voertuigen 

Achterste 
voertuigen 

Vlaggen 

Twee blauwe, 
links en rechts 

Eén blauwe, 
alleen rechts 

Eén groene, 
alleen rechts 

Doorschijnende 
koplampkop 

Eén blauwe, 
alleen rechts 

Eén blauwe, 
alleen rechts 

Eén groene, 
alleen rechts 

 

 

 

 

 
 

 

 

De voertuigen van de militaire 
colonne 
mogen in dit geval eerst. Zij zijn al 
begonnen met afslaan. 

 
Ondanks dat de bestuurder van de 
lesauto 
nu groen licht heeft, mag hij de 
militaire 
colonne niet doorsnijden als het 
eerste 
voertuig hiervan het kruispunt is 
opgereden 
toen hij groen licht had. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

/.I.n.r .: herkenningstekens voorste voertuig, middelste voertuigen en achterste voertuig. 
 
 

 

 

Stoet van motorvoertuigen 
Bij stoeten hoort een stukje respect. 
Ook hierbij is het fijn als de volgvoertuigen het voorste voertuig zoveel 
mogelijk kunnen blijven volgen. Daarom hebben zij bijna dezelfde 
rechten als een militaire colonne: 
 
· Ze mogen niet doorsneden worden .* 
Het eerste voertuig moet zich wel gewoon aan de voorrangsregels 
houden. 
· Ze hoeven voetgangers bij een voetgangersoversteekplaats niet 
voor te laten. 
Ook het eerste voertuig mag in dat geval gewoon doorrijden. 
. Ze hoeven een bus die weg wil rijden bij een bushalte niet voor te 
laten gaan. 
Ook het eerste voertuig mag in dat geval gewoon doorrijden. 
 
In tegenstelling tot militaire colonnes, moeten voertuigen van een 
stoet wel altijd stoppen bij een geel of rood verkeerslicht. Ook als 
het eerste voertuig bij groen licht het kruispunt is opgereden. 
 
 

 

 

De bestuurder van de lesauto moet 
de 

 
De bestuurder van de lesauto mag 

Stoet van motorvoertuigen 
Een stoet, bestaande uit motorvoertuigen. 
. Motorvoertuigen die 
deel uitmaken van een stoet zijn te 
herkennen aan één of twee zwarte vlaggetjes 
met drie witte horizontale strepen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 

 
Kom je tijdens het invoegen op een 
autoweg of autosnelweg naast 
een militaire colonne of 
uitvaartstoet uit en is ervoor of 
erachter invoegen niet mogelijk, 
dan mag je tussen de colonne of 
stoet invoegen. Ook als het tijdens 
inhalen niet lukt om de volledige 
colonne of stoet in eens in te halen, 
mag je ertussen gaan rijden.  
 
Let wel op dat je zelf geen onderdeel wordt van de colonne of stoet. Jij 
moet je dus gewoon aan alle normale verkeersregels houden. Hierdoor 
kan er wel hinder ontstaan voor de militaire colonne of uitvaartstoet. 
Ondanks dat het ertussen rijden dus wel mag, moet je proberen dit 
zoveel mogelijk te voorkomen. 
 

 

 
 

uitvaartstoet voor laten gaan 
omdat deze al 
is begonnen met afslaan. 

doorrijden omdat de bestuurders 
van de 
volgvoertuigen moeten wachten 
voor rood 
licht. 
 

*Bij de uitleg over doorsnijden wordt er alleen gesproken over de 
voorrangsregels en het voor laten gaan. Dit gaat dus om de regels 
'bestuurders van rechts hebben voorrang', 'rechtdoorgaand verkeer op 
dezelfde weg gaat voor afslaand' en 'korte bocht gaat voor lange 
bocht'. Zodra er borden en tekens staan die de voorrang regelen, gaan 
deze boven de regels. Omdat het 'niet mogen doorsnijden' ook een 
regel is, gaan de voorrangsborden en -tekens ook boven die regel. Dat 
betekent dat alle voertuigen van een militaire colonne of uitvaartstoet 
zich wel gewoon aan voorrangsborden en -tekens moeten houden als 
ze deze naderen. Over deze specifieke situatie worden géén vragen 
gesteld door het CBR. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 Bijzondere voertuigen -Trams, trolleybussen enbijzonder 

transport 

Trams 
 
Ook een bestuurder van een tram heeft in het verkeer een aantal 
bijzondere rechten: 
 
· De tram gaat op een gelijkwaardig kruispunt altijd voor op andere 
weggebruikers 
· De tram gaat bij het afslaan voor op andere weggebruikers. 
 
Een bestuurder van een tram moet zich *wel houden aan de 
verkeersborden en verkeerstekens op de weg. Zo moet de 
trambestuurder wachten op een voetganger die wil oversteken bij een 
voetgangersoversteekplaats. Ook moet de bestuurder van een tram 
voorrang verlenen aan kruisende bestuurders die op een voorrangsweg 
rijden. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 

Trolleybussen 
Een trolleybus is een lijnbus die elektrisch aangedreven wordt door 
middel van elektriciteitskabels boven de weg. Ze rijden niet via een rails, 
maar net als een lijnbus over de weg. Daarom vallen ze niet onder de 
regels van de trams. In plaats daarvan volgen ze de regels van de 
lijnbussen. Je moet ze daarom voor laten gaan als ze aangeven weg te 
willen rijden bij een bushalte binnen de bebouwde kom. 
 

 

 

De bestuurder van de tram hoeft 
hier niet te 
wachten op de lesauto, maar wel 
op de 
voetganger. 

 
De bestuurder van de tram moet 
hier 
wachten op de lesauto omdat deze 
op een 
voorrangsweg rijdt. Hij hoeft niet te 
wachten op de fietser. 

📖5.12 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

LZV's en bijzondere transporten 
Naast de normale vrachtauto's, bestaan er ook grotere vrachtauto's. 
Deze hebben de naam LZV (Lang Zwaar Voertuig) en zijn vooral bedoeld 
voor transport over de autosnelwegen. 
 
 

 
 
 
 
 
 

 
 
Normale vrachtauto's zijn 16,5 tot 18,75 meter lang en wegen maximaal 
50 ton (50.000 kg). LZV's mogen maximaal 25,25 meter lang zijn en 
wegen maximaal 60 ton (60.000 kg). 
 
Ze zijn te herkennen aan een waarschuwingsbord achterop met de tekst: 
'Let op! Extra lang.'. Dit is vooral belangrijk om te weten als je ze wilt 
gaan inhalen. Door deze extra lengte duurt de inhaalmanoeuvre langer. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 

Moet er iets extra groots of extra zwaars vervoerd worden, dan moet 
hier van te voren toestemming voor worden gevraagd. Deze transporten 

 

 

Bestuurders van een tram hebben 
bijzondere rechten in het verkeer. 
Zo mogen 
ze altijd voor op gelijkwaardige 
kruispunten. 

De bestuurder van een trolleybus 
volgt de 
regels van de lijnbussen en heeft 
niet zoveel 
rechten als de trambestuurder. 
 

 

 

 

 

LZV's zijn behoorlijk lang en mogen 
niet overal rijden. 
 

Ze zijn te herkennen aan deze 
markeringsborden. 
 

 

 

Grote transporten worden vaak 
begeleid 
door extra voertuigen. 

Grote transporten kunnen extra 
lang zijn, 
zoals deze, maar ook extra breed. 
Of beide. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

heten 'convoi exceptionnel' of 'uitzonderlijk vervoer'. Ze worden meestal 
begeleid door begeleidingsvoertuigen met oranje zwaai- of 
knipperlampen. 
 
Houd rekening met deze transporten. Haal niet in als daar geen ruimte 
voor is en houd afstand. 
 

 Deeltoets 5.3 

 Toets Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en manoeuvres, 

 

 

+

 

 

 

 

📖5.13 

📖5.14 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

👍 Bijzondere wegen, weggedeelten, 
weggebruikers en verrichtingen 
20/22 VRAGEN 

17 VEREIST 

B-C-A-B-B-1[]-C-B-1[]-B-1[]-A-B-B-A-[]1-A-A-B-A-B-B 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 6.0 

Niemand zit te wachten op een ongeluk. Om de kans hierop zo klein mogelijk te maken, 
zijn er regels opgesteld. Deze regels geven bijvoorbeeld aan wanneer je bepaalde 
verlichting moet gebruiken, om te zorgen dat je goed zichtbaar bent. Maar ook hoe je 
gevaar afwendt en hoe je jezelf en je passagiers zo veilige mogelijk vervoert. 

 

Personenauto 6.1 

Om te zorgen dat andere verkeersdeelnemers op tijd door hebben wat je van plan bent, 
moet je communiceren. Dit zijn niet alleen tekens die je met je richtingaanwijzer geeft, 
maar ook toeteren en het geven van een handgebaar valt onder communiceren. Houd 
het communiceren altijd vriendelijk en geef alleen signalen als dit nodig is en mag. 
 

Communicatie in het verkeer 

 

Om andere weggebruikers te laten weten wat je van plan bent, is het 
belangrijk dat je communiceert. Dit kun je ook doen om andere 
weggebruikers te waarschuwen voor dreigend gevaar Afhankelijk van 
de situatie doe je dit met lichtsignalen, geluid, of gebaren. Het is 
belangrijk om te weten dat je deze middelen niet zomaar mag gebruiken. 
Er moet wel een goede reden voor zijn. Asociale handgebaren of 
onnodig geknipper met groot licht, is niet de bedoeling en kan bestraft 
worden. Ook overmatig gebruik van de claxon of de richtingaanwijzers 
mag niet. 
 
Naast de claxon mag er ook op andere manieren geen onnodig geluid 
worden veroorzaakt. Denk hierbij aan een kapotte of niet originele 
uitlaat, of het onnodig gas geven tijdens stilstand. Ook het draaien van 
extreem harde muziek kan hieronder vallen. 
 

 
 

6 noodsituaties in reageren en voertuig het met rijden Veilig 

📽6.1 

📽6.2 

📖6.3 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 

Handgebaren 
Soms kan het nodig zijn om iemand erop te wijzen dat je ze hebt gezien 
en dat je voor ze stopt. Of dat je afziet van jouw recht op voorrang, 
bijvoorbeeld omdat dat in die situatie handiger is. 
 
Voetgangers durven vaak niet zomaar over te steken bij een 
voetgangers-oversteekplaats. Meestal uit angst dat ze niet gezien 
worden. In dat geval kun je met een vriendelijk handgebaar aangeven 
dat ze rustig kunnen oversteken. 
 
Je zal misschien ook tegen gaan komen dat bestuurders van grotere 
voertuigen een handgebaar richting jou geven om te laten weten dat ze 
op je wachten. Bijvoorbeeld omdat ze de weg waar jij uit komt pas in 
kunnen rijden als jij weg bent. 
 
Belangrijk is dat je je nooit gaat afreageren door middel van 
handgebaren. Steek geen middelvinger op en maak geen andere 
agressieve gebaren. Tel tot tien en los de situatie zo veilig mogelijk op. 
Dit voorkomt agressie en dus gevaar in het verkeer. 
 

Claxon  
 
De claxon moet aanwezig zijn op iedere 
personenauto. Als deze het niet doet mag je niet 
gaan rijden. Je mag de claxon alleen gebruiken 
voor het afwenden van dreigend gevaar. Je mag 
niet even claxonneren naar een bekende, of als 
groet als je wegrijdt. Claxonneren is ook niet 
toegestaan als je dit puur doet omdat je boos of 
gefrustreerd bent. Wel mag je claxonneren als je 
bijna wordt aangereden omdat iemand je niet 
gezien heeft. 
 

 

 

 

Overmatig hard geluid vanuit de 
auto valt 
ook onder onnodig geluid en is niet 
toegestaan. 

Reageer jezelf niet af op andere 
weggebruikers en maak geen 
gefrustreerde 
gebaren. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 

 
Ook de alarmverlichting (ook wel 
waarschuwingslichten genoemd) moet goed 
werken. Je mag deze verlichting alleen gebruiken 
om dreigend gevaar af te wenden. Als je ergens 
staat met pech kan het zijn dat je zonder 
alarmverlichting niet op tijd te zien bent. Dan is 
het gebruik van alarmverlichting verplicht, tenzij je 
een gevarendriehoek geplaatst hebt. 
 
Bij het naderen van een file mag je de alarmverlichting aanzetten om 
achteropkomend verkeer te waarschuwen. 
 
Alarmverlichting is niet bedoeld als verlichting tijdens laden en/of lossen. 
Stilstaan en parkeren mag immers niet op een plek waar dit gevaar 
oplevert. Het gebruik van alarmverlichting als er geen gevaar is, is niet 
toegestaan. 
 

Richtingaanwijzer 
Het gebruik van richtingaanwijzers is verplicht 
voor en tijdens het afslaan en bij de volgende 
oijzondere manoeuvres: wegrijden, inhalen, 
nvoegen, uitvoegen, rijstrook wisselen en 
oelangrijke zijdelingse verplaatsingen. Zowel het 
niet gebruiken van je richtingaanwijzer als dit wel 
moet, als het onnodig gebruiken van je 
ichtingaanwijzers, kan gevaarlijke gevolgen 
ebben. 
 
Geef je bijvoorbeeld een zijstraat te vroeg aan dat je wilt afslaan, dan 
<an dit verwarring geven bij andere weggebruikers. Maar geef je niet 
aan dat je wilt afslaan, dan kan dit ook gevaar opleveren. Verkeerd 
gebruik of geen gebruik van richtingaanwijzers is strafbaar. Deze 
verlichting moet daarom altijd werken.  

 

 

De claxon mag alleen gebruikt 
worden om 
gevaar af te wenden. 

Ook alarmverlichting mag nooit 
zomaar 
gebruikt worden, alleen bij nood. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Knippersignaal met groot licht 
Een andere manier van waarschuwen is door 
middel van een knippersignaal met groot licht. 
Ook dit mag je alleen gebruiken indien je er 
dreigend gevaar mee kunt afwenden. Zo mag je 
een tegemoetkomende bestuurder waarschuwen 
als deze zijn groot licht aan heeft staan en jou 
verblindt.  
 
Het is niet toegestaan te knipperen met groot licht om tegemoetkomend 
verkeer te waarschuwen voor een politiecontrole. En ook niet om een 
bestuurder voor jou te laten weten dat je erlangs wilt. 
 

Gebruik van remlichten 
Zodra je het rempedaal gebruikt, gaan de remlichten branden. Het 
nnodig gebruik van het rempedaal is slecht voor het energieverbruik 
an je personenauto. Daarnaast is het ook behoorlijk irritant voor verkeer 
chter jou. 
 
e kunt het rempedaal wel als voorwaarschuwing gebruiken. Dit doe je 
door het pedaal even kort en licht aan te tikken voordat je daadwerkelijk 
gaat remmen. Bijvoorbeeld als je wilt afslaan of wilt gaan remmen voor 
en voetgangersoversteekplaats. Het verkeer achter jou is dan vast 
gewaarschuwd dat ze snelheid moeten verminderen. Ze hebben ook de 
nogelijkheid de volgafstand vast wat te vergroten voordat jij 
daadwerkelijk gaat remmen. 
 
Gebruik de remlichten echter nooit om bumperklevers expres te laten 
chrikken. Dit kan zeer gevaarlijk zijn en werkt agressief gedrag in de 
and. Veroorzaak je daardoor een ongeval, dan is dit een misdrijf. Heb je 
ast van een bumperklever, dan kun je beter je eigen volgafstand wat 
groter maken zodat je niet abrupt hoeft te remmen. 
 

Gevarendriehoek 
 
Het is voor een bestuurder van een personenauto niet verplicht om een 
evarendriehoek in de personenauto te hebben. Maar tijdens pech of bij 
en ongeval kan het voorkomen dat een voertuig ergens staat waar het 
en obstakel vormt of gevaar oplevert. In dat geval ben je wel verplicht 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

m een gevarendriehoek te plaatsen, tenzij je de waarschuwingslichten 
an hebt staan. Je mag deze twee ook tegelijk gebruiken. 
 
Als het voertuig, met alleen de waarschuwingslichten aan, niet op tijd te 
ien is voor ander verkeer, moet je een gevarendriehoek plaatsen. Dit is 
ijvoorbeeld als je stilstaat vlak na een bocht of na een heuvel. 
 

 

Plaats de gevarendriehoek goed zichtbaar op de weg op een afstand 
van ongeveer 30 meter van het voertuig, in de richting van het verkeer 
waarvoor het voertuig gevaar oplevert. Sta je dus aan de rechterzijde 
van de rijbaan en vorm je een obstakel voor achteropkomend verkeer, 
dan plaats je de gevarendriehoek 30 meter achter de personenauto. 
 
Het plaatsen van een gevarendriehoek is alleen verplicht voor 
motorvoertuigen op meer dan twee wielen en aanhangwagens. 
 

Deeltoets 6.1 

Personenauto 6.3 

Dat je je verlichting aan moet hebben in het donker, daar is iedereen het wel over eens. 
Maar wist je dat het voeren van verlichting ook in veel andere situaties verstandig is? 
Zelfs als je rijdt met mooi weer, kan verlichting ervoor zorgen dat je beter te zien bent. 
Vooral als je over een weg met veel bomen rijdt. Maar dan moet je wel weten welke 
verlichting je mag gebruiken in de verschillende situaties. 

Gebruik van verlichting tijdens het rijden 

/erlichting zit op voertuigen om zelf beter te kunnen zien in het donker. 
Maar vooral ook om beter gezien te worden door anderen. Soms is 
erlichting verplicht en soms niet. Maar het advies is om zowel overdag 

📖6.4 

📽6.5 

📖6.6 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

ls 's nachts altijd verlichting te voeren. 
 
 

 

 

Dimlicht 
 
Dimlicht is witte of gele verlichting aan de voorkant 
van het voertuig en verlicht een flink stuk van het 
wegdek voor het voertuig. Het schijnt niet recht naar 
voren en is normaal gesproken niet verblindend. Het 
voeren van dimlicht is altijd toegestaan. 
 
Het gebruik van dimlicht is overdag bij slecht zicht en 's nachts verplicht. 
Dit geldt voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsers, 
snorfietsers en bestuurders van gemotoriseerde 
gehandicaptenvoertuigen. Ook zet je ruim voor het inrijden van een 
tunnel het dimlicht aan. 
 

 

Dimlicht verlicht de weg voor het voertuig, zonder tegemoetkomend verkeer te verblinden. 
 

Dagrijverlichting 
Dagrijverlichting is aanwezig op alle nieuwe personenauto's. In veel 
gevallen bestaat dagrijverlichting uit ledverlichting naast, onder of 
rondom de koplamp. Dagrijverlichting mag alleen gevoerd worden als 
dimlicht niet verplicht is en als er geen andere verlichting aan de 
voorzijde ingeschakeld is. 
 
Bij de meeste personenauto's is de dagrijverlichting aan indien de 

Dag 
De periode tussen zonsopkomst en zonsondergang. 
Nacht 
De periode tussen zonsondergang en zonsopkomst. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

verlichtingsschakelaar uitgeschakeld is. Zodra je andere verlichting 
aanschakelt, gaat de dagrijverlichting vanzelf uit. 
 
Dagrijverlichting heeft als doel dat voertuigen altijd goed zichtbaar 
blijven, ook als het dimlicht niet ingeschakeld is. Het heeft als nadeel dat 
lang niet altijd de achterlichten branden samen met de dagrijverlichting 
en daarom de zichtbaarheid aan de achterzijde in die gevallen niet 
verbeterd wordt tijdens het voeren van dagrijverlichting in plaats van 
dimlicht. 
 

 

Dagrijverlichting maakt vooral het voertuig zichtbaar en schijnt minder op de weg voor hetvoertuig. 
 

Groot licht 
 
Als er met alleen dimlicht onvoldoende zicht is, 
mag je in plaats van dimlicht ook groot licht 
voeren. Groot licht is niet toegestaan: 
 
· Overdag; 
· Bij het tegenkomen van andere weggebruikers; 
· Bij het op korte afstand volgen van een ander 
voertuig. 
 

 

Groot licht verlicht veel meer van de weg en de omgeving. De grote lichtbundel is 
verblindend voor tegemoetkomend verkeer. Ook bestuurders van voertuigen die voor je 
rijden hebben er last van. 
 
Daarnaast is het gebruik van groot licht onverstandig bij slechte 
weersomstandigheden zoals zware regenval, sneeuw of mist. In dat 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

geval heb je een grote kans dat je wordt verblind door je eigen 
verlichting. 
 
Groot licht zijn felle lampen die recht vooruit schijnen. Daarom werken ze 
snel verblindend. Word je zelf verblind door tegemoetkomend verkeer 
met groot licht, knipper dan kort met jouw groot licht om ze te 
waarschuwen. Heb je last van het groot licht van een voertuig dat achter 
jou rijdt, dan kun je deze persoon lastig waarschuwen. Wel kun je zelf 
gebruik maken van de dimspiegel, door de binnenspiegel in de dimstand 
te klappen. Veel luxe personenauto's hebben tegenwoordig een 
automatisch dimmende binnenspiegel, bij sommige personenauto's 
dimmen dan zelfs de buitenspiegels mee. 
 

 

Als je wordt verblind door verlichting van voertuigen achter je, kun je de binnenspiegel opde dimstand zetten met behulp van het hendeltje eronder. Bij 
sommige personenauto's 
dimt de binnenspiegel automatisch. 
 

Mistlicht aan de voorzijde 
Zoals de naam al zegt, is deze verlichting 
voornamelijk bedoeld om te gebruiken tijdens 
mist. Ze mogen ook alleen gebruikt worden als het 
zicht ernstig belemmerd wordt door mist, 
sneeuwval of regen. Naast mistlicht wordt er dan 
óf dimlicht, óf stadslicht gevoerd. Bij zeer dichte 
mist kan zelfs dimlicht verblindend werken en 
daarom is dimlicht niet verplicht bij mistlicht. 
 
Mistlicht aan de voorzijde staat meer naar beneden gericht en is daarom 
niet verblindend. Het nadeel is dat het licht slechts dicht voor de 
personenauto schijnt. Niet alle personenauto's zijn voorzien van mistlicht 
aan de voorzijde. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Mistlicht aan de voorzijde verlicht de weg vlak voor het voertuig. Omdat de lampen laag 
zitten, schijnen ze deels onder de mistbanken door. 
 

Mistlicht aan de achterzijde 
Mistachterlicht bestaat uit één of twee felrode 
lampen aan de achterzijde van de personenauto. 
Omdat deze erg fel zijn, worden ze soms verward 
met het remlicht. Omdat het mistachterlicht zo fel 
is, mag deze alleen gebruikt worden als het zicht 
zeer slecht is. Dit is bij een zicht van minder dan 
50 meter. 
 
Ter vergelijking, reflectorpaaltjes langs de weg staan meestal 50 meter 
uit elkaar. Als je langs een reflectorpaaltje rijdt en je ziet het volgende 
paaltje daarna pas, dan mag je je mistlicht aan de achterzijde aanzetten. 
 
Ook is het belangrijk om te weten dat dit alleen mag bij mist of 
sneeuwval. Tijdens regenval is het gebruik van mistachterlicht niet 
toegestaan omdat dit het verkeer achter jou kan verblinden. Er gaat een 
verklikkerlampje in het dashboard branden als je het mistlicht aan de 
achterzijde aanzet. Zo kun je deze minder snel per ongeluk aan hebben 
staan. 
 

Stadslicht 
 
Stadslicht geeft maar weinig licht. Het zijn witte of 
gele lampen aan de voorzijde. Bij de meeste 
personenauto's zit op de lichtschakelaar het 
stadslicht tussen de 'UIT'-stand en het dimlicht in. 
Stadslicht mag, zoals al gezegd, gebruikt worden 
in combinatie met mistlicht aan de voorzijde. 
 
Buiten dat wordt stadslicht zo goed als niet gebruikt. Meestal zijn de 
lampjes van het stadslicht dezelfde als die van het parkeerlicht. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Stadslicht heeft maar een kleine lichtbundel en geeft weinig licht. 
 

Achterlicht 
 
Dit zijn de normale rode lampen aan de achterkant van de 
personenauto. Deze moeten altijd aan zijn als aan de voorkant groot 
licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht aan staat. Deze lampen zijn normaal 
gesproken niet verblindend en minder fel dan het remlicht en het 
mistlicht aan de achterzijde. Bij de nieuwste personenauto's brandt deze 
verlichting meestal ook als de dagrijverlichting brandt. 
 

Kentekenplaatverlichting 
Deze witte verlichting verlicht de kentekenplaat aan de achterzijde. Net 
als het achterlicht moet ook de kentekenplaatverlichting branden als aan 
de voorkant groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht aan staat. 
 

Remlicht 
Het remlicht bestaat uit drie felle rode lampen die gaan branden zodra je 
het rempedaal gebruikt. Het derde remlicht zit meestal in het midden 
bovenaan of onderaan de achterruit. Omdat remlichten zo fel zijn, moet 
e proberen zo min mogelijk onnodig te remmen. ledere keer als de 
remlichten gaan branden, kan dit zorgen voor een schrikreactie van het 
achteropkomende verkeer. Zorg er dus voor dat je op tijd je gas loslaat 
en voldoende volgafstand houdt. 
 

 

 

 
Remlichten zijn belangrijk voor de 
communicatie in het verkeer. 
Doordat ze zo 
fel zijn kunnen ze wel irritatie 
opwekken bij 

Het achteruitrijlicht waarschuwt 
weggebruikers achter het voertuig 
voor het 
feit dat deze achteruit gaat rijden. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

Achteruitrijlicht 
Dit zijn de witte of gele lichten achterop een personenauto die aan gaan 
zodra je de personenauto in de achteruitversnelling zet. Deze zijn 
bedoeld om verkeer achter jou te waarschuwen dat je naar achteren 
gaat rijden. Een personenauto kan voorzien zijn van één of twee 
achteruitrijlampen. 
 

Bijzondere lichten 
Naast al deze verlichting mag er tijdens gebruik van dimlicht of mistlicht 
aan de voorzijde ook nog ander licht gevoerd worden. Zo zijn moderne 
personenauto's steeds vaker voorzien van bochtverlichting. Deze 
verlichting draait mee in de bocht, of gaat aan zodra je begint met 
sturen. Het maakt de randen van de bocht beter zichtbaar in het donker. 
 

Andere verlichting 
Het is niet zomaar toegestaan om andere verlichting op het voertuig te 
maken. Het vervangen van de normale verlichting door Xenonlampen of 
LED-verlichting is niet iets dat je zelf makkelijk kunt doen. Wil je toch per 
se meer verlichting op je voertuig aanbrengen of verlichting veranderen, 
laat je dan goed adviseren door iemand met vakkennis. Zeker niet alle 
verlichting die verkocht wordt is toegestaan op een personenauto. 
 

Verlichting op een aanhangwagen 
Net als het trekkende voertuig moet een aanhangwagen overdag tijdens 
slecht zicht en 's nachts verlichting voeren. Deze verlichting bestaat uit 
rode achterlichten, verlichting van de kentekenplaat en witte stadslichten 
aan de voorkant. Deze stadslichten hoeven alleen aanwezig te zijn op 
aanhangwagens breder dan 1,60 meter. 
 
 

Gebruik van verlichting tijdens het stilstaan 

Niet alleen tijdens het rijden kan het gebruik van verlichting verplicht zijn. 
Ook tijdens stilstaan kan het voeren van stadslicht in combinatie met 
achterlicht in sommige gevallen verplicht zijn. 

onnodig gebruik. 
 

📖6.7 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Het voeren van verlichting tijdens stilstand is verplicht in de volgende 
gevallen: 
 
· Alleen voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen en 
aanhangwagens die: 
- buiten de bebouwde kom op de rijbaan stilstaan; 
- op parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens 
stilstaan die direct langs autowegen en autosnelwegen liggen. 
· Dit geldt alleen overdag bij slecht zicht en 's nachts. 
 
De meeste personenauto's hebben hiervoor een speciale 
stand van de verlichting, de parkeerstand. Je kunt hierbij 
meestal kiezen om alleen de verlichting aan één kant aan te 
zetten, bijvoorbeeld alleen aan de linkerkant als je rechts 
van de rijbaan parkeert. 
 
Bij smallere aanhangwagens zonder stadslicht aan de voorzijde, zijn 
witte retroreflectoren en achterlichten voldoende. 
 

 

Een personenauto die buiten de bebouwde kom op de rijbaan geparkeerd staat, moet 
stadslicht en achterlicht voeren. 
 

Deeltoets 6.2 

Personenauto 6.3 

Als je straks je rijbewijs hebt, zal je ook wel eens passagiers gaan vervoeren. Hierbij 
moet je je houden aan bepaalde regels. Je wilt immers niet dat jouw passagiers iets 
overkomt. Ook moet je zien te voorkomen dat je afgeleid raakt. Dat kan gebeuren door 
de passagiers, of door het gebruik van mobiele telefoons. 
 
 
 

💬6.8 

📽6.9 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Veilig vervoeren van passagiers 

Als je een voertuig bestuurt, jonge passagiers vervoert of zelf als 
passagier meerijdt, is het van belang dat dit zo veilig mogelijk gebeurt. 
Daarom zijn er regels opgesteld over het gebruik van zitplaatsen, 
autogordels en kinderbeveiligingssystemen. 
 

 

 

Zitplaatsen 
Het is verplicht dat zowel de bestuurder als de passagiers tijdens 
deelname aan het verkeer op een daarvoor bestemde zitplaats zit. Je 
mag tijdens het rijden niet in de kofferbak of laadruimte zijn. Ook in een 
aanhangwagen of caravan zitten of staan tijdens het rijden is verboden. 
 
Hierop zijn een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld: 
 
· Vervoer in een bus van een lijndienst. 
· Passagiers in een rolstoel, als deze goed vastgezet kan worden. 
· Kinderen onder de drie jaar tijdens vervoer in een autobus. 
· Vervoer van patiënten in ambulances of op andere ligplaatsen. 
· Vervoer van passagiers tijdens optochten bij evenementen. 
· Kinderen ouder dan acht jaar op de bagagedrager achterop een fiets. 
Let op: op een snorfiets mag dit niet! 
 

 

 

Autogordels 
Het gebruik van een autogordel is verplicht voor alle bestuurders en 
passagiers van: 
 
· Personenauto's 
· Bedrijfsauto's 
· Driewielige motorvoertuigen met gesloten carrosserie 

📖6.10 

Zitplaats 
Constructie die plaats biedt aan een volwassen persoon. Dit kan een 
afzonderlijke zitplaats zijn of een gedeelte van een bank. 

 

Passagiers jonger dan 8 jaar mogen op fietsen, snorfietsen en 
bromfietsen alleen vervoerd worden als zij op een goede zitplaats 
zitten met voldoende steun voor rug, handen en voeten. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

· Brommobielen 
 
Er mogen nooit meer passagiers vervoerd worden dan dat er 
autogordels zijn. In de huidige personenauto's moeten er gordels 
aanwezig zijn op alle zitplaatsen. In de meeste gevallen zijn dit 
driepuntsgordels die over de heup en schuin over de borst en schouder 
lopen. 
 
Altijd is het dragen van een gordel verplicht. 
Zonder gordel loopt het meer risico dan met gordel. De 
gordel moet dan wel op de juiste manier gedragen worden. De 
heupgordel moet goed onder de buik langs gedragen worden en het 
schoudergedeelte goed boven de buik langs. De gordel over de buik 
laten lopen geeft wel extra risico voor het kindje. 
 
 

 

 

Aandachtspunten bij het dragen vaneen gordel 
 
Het dragen van een gordel voorkomt dat je lichaam naar voren of naar 
boven schiet bij een aanrijding van voren. Al bij een snelheid van 30 km/u 
kan het niet dragen van een gordel bij een botsing zorgen voor dodelijk 
letsel. Airbags hebben bij het niet dragen van een gordel weinig nut en 
zullen in sommige gevallen zelfs meer letsel toebrengen. 
 
Als er geen gordel wordt gedragen kan de 
airbag tijdens een ongeval juist meer letsel 
toebrengen. 
 
Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 
1,35 meter moeten op een 
kinderbeveiligingssysteem zitten. In dit 

Het is voor alle bestuurders en passagiers van personenauto's 
verplicht om tijdens het rijden een gordel te dragen. Dit moet op de 
juiste manier, dus de driepuntsgordel moet goed over je heupen en 
borst lopen. Je mag het bovenste deel van de gordel niet achter je rug 
of onder je oksel langs laten lopen. 
<12: Bestuurder verantwoordelijk voor de 
gordelplicht. Zelf verantwoordelijk 
voor de gordelplicht. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

geval is dat een zittingverhoger. 
 
Bij het omdoen en dragen van een gordel zijn een aantal zaken 
belangrijk: 
 
· Draag de gordel zoals deze bedoeld is 
Dus niet alleen als heupgordel, of met het schuine deel onder je oksel 
langs. Zorg dat het heupgedeelte goed strak over je heup loopt en het 
schuine gedeelte halverwege tussen je hals en je schouder loopt. 
Veel gordels zijn aan de bovenkant in hoogte verstelbaar zodat deze 
niet te dicht bij je hals of schouder komt. 
 
· Trek de gordel strak zodra je deze hebt vastgeklikt 
Een te losse gordel trekt niet goed of te laat strak bij een aanrijding. 
 
· Doe dikke truien en winterjassen uit 
Hoe dikker de kleding hoe minder de gordel aansluit op jouw lichaam. 
Deze extra buffer zorgt ervoor dat de gordel minder goed of later 
aanspant bij een aanrijding. Hierdoor komt je lichaam verder naar 
voren. 
 
· Draag ook een gordel als je langs een kanaal rijdt 
Er wordt wel eens gezegd dat je minder goed uit het voertuig komt bij 
te water geraken als je een gordel draagt. Natuurlijk moet je deze 
eerst af doen voordat je uit het voertuig kunt komen. Maar als je geen 
gordel draagt is de kans zeer groot dat je door de klap op het water 
al bewusteloos of zwaargewond raakt. In dat geval kom je helemaal 
niet meer uit het voertuig. 
 

Gebruik hoofdsteun 
 
Veel mensen hebben de hoofdsteun niet goed afgesteld, omdat ze deze 
voor hun gevoel toch niet gebruiken. Toch is een goed afgestelde 
hoofdsteun vooral bij een aanrijding van achteren zeer belangrijk. Dit 
voorkomt hoofd en nekletsel. 
 
De bovenkant van de hoofdsteun moet gelijk zijn met de bovenkant van 
het hoofd. Kan de hoofdsteun niet zo hoog, dan zet deze in ieder geval 
zo hoog mogelijk. Soms kan de hoofdsteun ook voorover of achterover 
gekanteld worden. Stel de hoofdsteun dan zo af, dat de afstand tussen 
de achterkant van het hoofd en de hoofdsteun zo klein mogelijk is. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

 

 

Kinderbeveiligingssystemen 
Minderjarigen en kleiner dan 1,35 meter moeten gebruik 
maken van een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem aangepast aan 
de grootte en het gewicht van de minderjarige. Hierin bestaan vier groepen: 0+, 
I, Il en III. 
 
Babyautostoel (Groep O+, 0-13 kg) 
Deze stoeltjes zijn voor baby's en kleine kinderen tot zo'n 18 maanden. 
Deze stoeltjes worden tegen de rijrichting in gemonteerd en kunnen 
gebruikt worden totdat het kindje zo'n 13 kg weegt, of met zijn/haar 
hoofdje boven de zitschaal uitsteekt. Tot die tijd is dit de veiligste keuze. 
De stoeltjes worden door middel van de autogordel, of het Isofix systeem 
in de personenauto vastgezet en zijn voorzien van een eigen gordeltje 
voor de baby.  
 
Kinderautostoel (Groep I, 9-18 kg) 
Deze stoeltjes worden meestal met de rijrichting mee gemonteerd en 
worden vastgezet met de autogordel of het Isofix systeem. Ze zijn 
geschikt voor kinderen vanaf ongeveer een jaar. Het kindje zit vast door 
middel van een gordel van het stoeltje zelf, of door middel van een 
'vanglichaam'. Dit is een soort blok dat voor de buik en deels de borst 
wordt vastgezet met de normale driepuntsgordel. 
 
Zitverhoger met of zonder rugleuning (Groep II, 
15-25 kg / Groep III, 22-36 kg) 
Meestal worden deze twee groepen samengevoegd in één stoeltje, een 
zitverhoger met of zonder (afneembare) rugleuning. Verstandig is om zo 
lang mogelijk gebruik te maken van de zitverhoger met rugleuning, 
omdat deze de beste bescherming geeft. In deze stoeltjes zit het kind 
meestal vast met de driepuntsgordel. De zitverhoger moet ervoor zorgen 
dat de gordel op de juiste plek over het lichaam loopt. 
 

Carrosserie 
De stalen constructie die de personenauto zijn stevigheid geeft. Het is 
als het ware het 'geraamte' van de personenauto. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Uitschakelen airbag 
Schakel bij gebruik van een stoeltje die tegen de 
rijrichting in geplaatst wordt, altijd de voor airbag uit. Dit 
zijn de airbags die normaal gesproken het hoofd moeten 
tegenhouden bij een frontale botsing. Deze zitten onder 
andere in het dashboard, maar kunnen ook in de 
hoofdsteun van de voorstoel zitten als bescherming van 
de passagiers achterin. Deze airbag zal het stoeltje en 
daarmee het kindje door de auto lanceren. Het 
uitschakelen van deze airbag is daarom verplicht. 
 
Gebruik bij een airbag die niet uitgeschakeld is of kan worden, altijd een 
stoeltje dat in de rijrichting geplaatst wordt. Zet in dat geval de autostoel 
waar het kinderstoeltje op komt te staan zo ver mogelijk naar achteren. 
Houd er rekening mee dat airbags gemaakt zijn voor volwassenen en 
voor kinderen al snel te krachtig zijn. Probeer daarom kinderen jonger 
dan 12 jaar zo min mogelijk op de voorstoel van een personenauto te 
vervoeren. 
 

Aandachtspunten kinderbeveiligingssystemen 
Maak je gebruik van een kinderbeveiligingssysteem, let dan op de 
volgende dingen: 
 
· Zorg dat het stoeltje goed vast zit 
De stoeltjes met isofix systeem zijn, als ze op de juiste manier worden 
vastgezet, het meest stabiel. Deze zitten met een speciaal 
kliksysteem vast aan de carrosserie van het voertuig en zullen 
daarom bijna nooit verschuiven. Een stoeltje dat je met een gordel 
vastzet, wordt alleen goed vastgehouden bij een ongeval als het 
stoeltje op de juiste manier in de gordel is geplaatst. Lees goed de 
gebruiksaanwijzing. 
· Schakel de passagiersairbag uit 
Vervoer je een kind in een kinderbeveiligingssysteem op de voorstoel 
tegen de rijrichting in, dan is het uitschakelen van de 
passagiersairbag verplicht. Het niet uitschakelen is erg gevaarlijk. 
Zou de airbag afgaan tijdens een ongeval, dan kan het kindje 
levensgevaarlijk gewond raken. 
· Doe dikke jassen en truien uit 
Een persoon dat met een winterjas in een stoel zit, wordt niet 
zo goed beschermd. Het kindje kan zelfs uit het stoeltje gelanceerd 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

worden bij een ongeval. De gordels sluiten in dat geval niet strak 
genoeg om. 
· Gebruik een autostoel van een bepaalde groep zo lang mogelijk 
Vroeg overstappen naar een hogere groep is minder veilig omdat 
iedere hogere groep weer minder bescherming biedt. Het kindje moet 
natuurlijk nog wel comfortabel genoeg kunnen zitten. 
. Let op bij tweedehands stoeltjes 
Ga bij tweedehands kinderbeveiligingssystemen altijd na of ze 
betrokken zijn geweest bij een ongeval. Net als bij gordels, airbags en 
helmen gaat de werking van een kinderbeveiligingssysteem sterk 
achteruit als ze al eens bescherming hebben geboden bij een 
ongeval. Of er ooit wat mee is gebeurd, is vaak niet na te gaan. 
Twijfel je hieraan, dan doe je er goed aan dat stoeltje niet te 
gebruiken. 
 

 

Dit autostoeltje mag alleen hier geplaatst worden als de airbag is uitgeschakeld. Het is niet verplicht maar wel verstandig. Zet de voorstoel indien 
mogelijk naar achter. 
 
achteren. 
 

Uitzonderingenkinderbeveiligingssystemen 
Ondanks dat het vervoer in een kinderbeveiligingssysteem altijd de 
veiligste keuze is bij kinderen onder de 1,35 meter, kan het in 
uitzonderlijke gevallen voorkomen dat dit gewoonweg niet mogelijk is. 
Daarom zijn er een aantal uitzonderingen opgenomen in de wet: 
 
· In taxi's en lijnbussen is het gebruik ervan niet verplicht, maar dan 
mogen ze niet op de voorste rij stoelen zitten; 
· Als door gebruik van twee kinderbeveiligingssystemen op de 
achterbank een derde niet meer past, dan mag het derde kind met 
alleen een autogordel op de achterbank vervoerd worden. Dit is dan 
wel het liefst het oudste kind, maar in ieder geval een kind ouder dan 
drie jaar; 
· Als er sprake is van incidenteel vervoer, zoals een kinderfeestje, dan 
mogen er op de achterbank kinderen, ouder dan drie jaar maar 
kleiner dan 1,35 meter, vervoerd worden met alleen een autogordel. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Helmplicht 
Voor een aantal motorrijtuigen geldt in plaats van een gordelplicht, een 
helmplicht. In dat geval ontbreken vaak de veiligheidsgordels aan het 
voertuig. Denk hierbij aan een bromfiets (inclusief de snorfiets en 
speedpedelec), motorfiets, brommobiel zonder gesloten carrosserie, een 
trike of een quad. In dat geval ben je verplicht een goedgekeurde helm te 
dragen. Ook hierbij ligt de verantwoordelijkheid vanaf een leeftijd van 12 
jaar bij de passagier zelf. Bij jongere kinderen is de bestuurder 
verantwoordelijk. 
 

Gebruike mobiele telecomapparatuur 

Mobiele telecommunicatieapparatuur is een moeilijk woord voor 
bijvoorbeeld mobiele telefoons. Het vasthouden van deze apparatuur 
tijdens het besturen van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, fiets, 
gehandicaptenvoertuig of tram is verboden. 
 
Niet alleen het telefoneren met de telefoon in de hand is verboden. Je 
mag de telefoon helemaal niet vasthouden. Ook niet om appjes te lezen 
of te versturen tijdens het rijden, of even door je muzieklijst heen te 
scrollen. 

 
 
 
 
 
 
 

Afleiding 
Het gebruik van mobiele telefoons tijdens het rijden leidt naar schatting 
van Veilig Verkeer Nederland tot enkele tientallen slachtoffers per jaar. 
Het risico op een ongeval verdubbelt als je een telefoongesprek voert, 
zelfs als dit handsfree gedaan wordt. Tijdens het typen of lezen van een 

 

 

 
Een telefoon vasthouden tijdens 
het rijden is 
niet toegestaan. 

Ook op 

 de fiets is het vasthouden 

van een 
telefoon niet toegestaan. 

Het feit dat iets wettelijk gezien mag, betekent zeker niet dat het de 
beste keus is. Als er een mogelijkheid is om een 
kinderbeveiligingssysteem te gebruiken bij een kind onder de 1,35 
meter, verdient dit altijd de voorkeur. 

📖6.11 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

bericht, is deze kans zelfs 6x zo groot. 
 
Dit alles komt doordat de afleiding van de telefoon een negatieve invloed 
heeft op: 
 
· je waarnemingsvermogen 
· je reactievermogen 
· de controle over het voertuig 
· je inschattingsvermogen 
 
Dit alles geldt overigens niet alleen voor mobiele telefoons. Maar ook 
voor het instellen van het navigatiesysteem tijdens het rijden, het gebruik 
van een muziekdrager (iPod, MP3-speler), et cetera. Ook dat mag niet 
tijdens het rijden. 

Deeltoets 6.3 

Handelen bij pech en ongevallen 

Het slepen van een voertuig komt gelukkig niet zo vaak voor. Maar omdat slepen op 
zichzelf best gevaarlijk kan zijn, is het belangrijk dat áls het een keer voorkomt, je wel 
weet hoe je dit veilig doet. Ook kun je te maken krijgen met een ongeval waarbij je hulp 
moet verlenen. Omdat snel handelen in zo’n situatie het verschil kan maken, is het fijn 
als je van tevoren al weet wat je moet doen. 

 

Handelen bij pech enongevallen 

Als je je op de openbare weg bevindt, kun je te maken krijgen met pech 
of een ongeval. Het is belangrijk om te weten hoe je in deze gevallen 
moet handelen. 
 

Uitrusting 
Ondanks dat het niet verplicht is, bestaat een goede uitrusting in een 
personenauto uit: 
 
 
 
 
 

📖6.12 

📽6.13 

📖6.14 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 

 

 

Een brandblusser 
Voor het blussen van beginnende (kleine) brandjes. Bij 
grotere branden kun je beter zorgen dat je snel bij het 
voertuig weg bent en de brandweer belt. 
 
Een verbandtrommel 
Bij grotere verwondingen kan het levensreddend zijn als 
je een drukverband kunt aanleggen. Wel is het zo dat 
een verbandtrommel weinig nut heeft als je niet weet 
hoe je de producten moet gebruiken. Een EHBO-cursus is 
daarom zeker aan te raden. Controleer daarnaast de 
verbandtrommel regelmatig op verloopdata en verbruikte 
spullen. 
 
Een gevarendriehoek 
Soms kom je met je personenauto stil te staan op een 
plek waar je een obstakel vormt. Als in dat geval je 
waarschuwingslichten niet werken, ben je verplicht om 
een gevarendriehoek te plaatsen. Dit geldt ook als je 
voertuig met alleen de waarschuwingslichten aan niet op 
tijd te zien is. 
 
Een fluorescerend veiligheidshesje 
Met zo'n hesje val je beter op als je langs de kant van de 
weg moet wachten. In sommige landen is het dragen van 
zo'n hesje bij pech of een ongeval zelfs verplicht voor alle 
inzittenden. 
 
Een of meerdere veiligheidshamers 
Als je met de personenauto te water geraakt is een 
veiligheidshamer een belangrijk middel om de ramen 
mee open te krijgen. Ook als de portieren door de 
aanrijding niet meer opengaan, kan een veiligheidshamer 
ervoor zorgen dat je toch het voertuig kunt verlaten. Sla 
in dat geval altijd in een hoekje van het raam tegen het 
glas. Dan breekt deze het snelst. Hang de 
veiligheidshamers het liefst op aan de binnenzijde van 
het dak boven de beide voorportieren. In dat geval kun je 
er ook nog bij als de personenauto op de kop is beland. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
Een Europees schadeformulier 
Hierop vullen de bij het ongeval betrokken partijen hun gegevens en de 
schade in zodat deze kan worden afgehandeld door de verzekering. Vul 
de voorzijde samen in, direct na het ongeval. Vergeet niet de 
handtekeningen. Verdeel de twee vellen (het origineel en het 
doordrukvel) over de beide partijen. De achterzijde vul je thuis in, waarna 
je het formulier naar je verzekering stuurt. 
 

 

 

Gebruik vluchtstrook 
 
De vluchtstrook is bedoeld om te gebruiken bij pech en noodgevallen. 
Maar de vluchtstrook is geen veilige plek om (lang) te staan. Als het 
enigszins lukt is het verstandiger om door te rijden. Doe dit eventueel 
over de vluchtstrook, naar de eerstvolgende afslag, parkeerplaats of 
tankstation. 
 
Kan dit niet en moet je toch op de vluchtstrook gaan staan, ga dan zo 
ver mogelijk van de doorgaande rijbaan afstaan, desnoods in de berm. 
Bij veel autosnelwegen kan Rijkswaterstaat een rijstrook afsluiten. Je 
kunt dan veiliger een reparatie (laten) uitvoeren, of het voertuig kan 
worden weggesleept. Neem daarvoor contact op met de hulpdiensten. 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

 

Ongeval of pech op de snelweg 
Bij een ongeval of pech op de autosnelweg moet je allereerst op je 
veiligheid letten. Steek in geen geval de rijbaan van de snelweg over, ook 
niet als je door een ongeval in de middenberm bent beland. Wacht dan 
buiten het voertuig in de middenberm op de hulpdiensten, zover mogelijk 
van de rijbaan af. Haal ook nooit zelf verloren onderdelen van de rijbaan 
af, maar laat dit over aan de politie of medewerkers van Rijkswaterstaat. 
 

Regels bij pech 
· Parkeer het voertuig zo veilig mogelijk op een parkeerplaats, 
vluchthaven of vluchtstrook, of in de berm. Houd je, waar dit lukt, 
zoveel mogelijk aan de regels van het onvrijwillig parkeren. Soms is 
dit echter niet mogelijk. 
· Denk aan je eigen veiligheid en dat van je passagiers, draag bij 
voorkeur een veiligheidshesje. Haal iedereen uit de auto en breng ze 
naar een veilige plek. 
· Plaats indien noodzakelijk een gevarendriehoek en/of zet je 
waarschuwingslichten aan. Zet bij donker of slecht zicht ook je 
stadslichten en achterlichten aan. 
· Verhelp het probleem als je dit veilig kunt doen, of neem contact op 
met de hulpdiensten of pechdienst. 
· Ga tijdens het wachten niet in het voertuig zitten maar wacht op een 
veilige afstand, bijvoorbeeld achter de vangrail. 
 

Regels bij ongeval 
· Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid! Beveilig als dit kan de 
ongevalsplek. 
· Waarschuw de hulpdiensten. 
· Verleen indien nodig eerste hulp, laat dit altijd doen door de persoon 
die hier het meest verstand van heeft. Je bent verplicht te helpen 
indien nodig, ook als je niet direct betrokken was maar het ongeval 

 

 

In verband met het pechgeval op 
de 
vluchtstrook is de strook direct 
ernaast ook 
dicht. 

Blijf niet in het voertuig zitten als je 
met 
pech op de vluchtstrook stilstaat. 
Zoek een 
plek achter de vangrail. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

alleen zag gebeuren. 
. Probeer een overdaad aan 'helpers' te voorkomen door toeschouwers 
op afstand te houden en blijf zelf ook op afstand als er genoeg hulp 
ter plaatse is. 
· Luister naar de hulpverleners, volg hun aanwijzingen op en loop ze 
niet in de weg! 
 

Regels bij te water geraken 
Als je met je voertuig te water geraakt, zijn een aantal zaken belangrijk: 
 
. Doe de verlichting aan 
Als de binnen- en buitenverlichting aan is, kun je jezelf beter 
orienteren en is de auto beter zichtbaar. Laat de sleutels in het 
contact zitten. 
. Maak de gordel los 
Als je de gordel niet loskrijgt omdat deze blokkeert, snij deze dan los 
met het mesje van de veiligheidshamer. 
· Open of verbrijzel de zijruit 
Of als dit niet lukt, een andere ruit. Hoe eerder je uit de auto bent hoe 
beter. Bij de meeste moderne auto's blijven de elektrische ruiten ook 
in het water nog even werken. Als dit niet meer werkt, sla de ruit dan 
in met de veiligheidshamer of een ander zwaar voorwerp. Sla altijd in 
de hoek van het raam tegen het glas. Dan gaat deze het snelste stuk. 
Verlaat de auto. 
. Ruiten willen niet open of stuk 
Alleen in dat geval zal je moeten wachten tot de auto ook van binnen 
onder water staat. Pas dan kun je het portier openen. Neem een 
grote hap lucht vlak voordat de auto onder water komt en duw hierna 
het portier open. Verlaat de auto. 
· Zwem van de auto weg 
Zwem eerst met het gezicht naar de auto toe weg van de auto. Als je 
op gepaste afstand bent draai je je om en richt je je op de kant. Klim 
uit het water en bel de hulpdiensten. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Hulpdiensten 
Bel in het geval van (mogelijke) gewonden altijd de hulpdiensten via het 
alarmnummer 112. Een persoon kan in eerste instantie niet gewond 
lijken, maar kan alsnog (zwaar)gewond zijn. Door de adrenaline voelt 
een slachtoffer soms niet direct dat hij/zij er slecht aan toe is. 
 
Noem bij het bellen de plaats waar je bent en de hulpdienst die nodig is. 
Noem daarnaast altijd de straatnaam, het hectometerbordje langs de 
auto(snel)weg of een andere locatie-aanduiding waar je je bevindt. Voer 
eventuele handelingen uit die je gevraagd worden. Blijf aan de lijn 
zolana do tolofonictlol dit gangooft 
 
Hulpdiensten 
Bel in het geval van (mogelijke) gewonden altijd de hulpdiensten via het 
alarmnummer 112. Een persoon kan in eerste instantie niet gewond 
lijken, maar kan alsnog (zwaar)gewond zijn. Door de adrenaline voelt 
een slachtoffer soms niet direct dat hij/zij er slecht aan toe is. 
 
Noem bij het bellen de plaats waar je bent en de hulpdienst die nodig is. 
Noem daarnaast altijd de straatnaam, het hectometerbordje langs de 
auto(snel)weg of een andere locatie-aanduiding waar je je bevindt. Voer 
eventuele handelingen uit die je gevraagd worden. Blijf aan de lijn 
zolang de telefonist(e) dit aangeeft. 
 

 

Als je moet doorgeven op welke rijstrook van de autosnelweg een 
ongeval is gebeurd, let er dan op dat je de rijstroken telt vanaf de 
middenberm. De linkerrijstrook is de 1e rijstrook. Bij een weg met drie 
rijstroken is de rechterrijstrook dus rijstrook 3. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Is er geen levensbedreigende situatie, maar moet er wel politie komen, of 
heb je een vraag aan de politie, dan kun je ook bellen met het landelijke 
politienummer 0900-8844. 
 
 

 

 
 

Eerste hulp verlenen 
Zijn er gewonden, verplaats deze dan nooit zonder dat dit dringend 
noodzakelijk is. Met dringend noodzakelijk wordt bedoeld dat het niet 
verplaatsen van het slachtoffer meer risico met zich meebrengt dan het 
wel verplaatsen van het slachtoffer. Bijvoorbeeld als een slachtoffer op 
een treinrails ligt of in een auto zit waarbij brandgevaar dreigt. Wanneer 
een slachtoffer een helm draagt, geldt hiervoor hetzelfde. Deze mag je 
niet verwijderen, tenzij het laten zitten van de helm meer risico met zich 
meebrengt. Bijvoorbeeld omdat het slachtoffer moet overgeven en 
daardoor geen adem meer kan halen. 
 
Maak contact met het slachtoffer en stel deze gerust. Laat het 
slachtoffer zo min mogelijk bewegen en laat iemand het hoofd 
vasthouden bij risico op nekletsel. Is het slachtoffer bewusteloos, dan is 
het belangrijk om te controleren of hij/zij nog ademt. Is dit niet het geval, 
laat dan de persoon met de meeste medische kennis het slachtoffer 
reanimeren. Geef dit ook door aan de hulpdiensten. Ademt het 
slachtoffer wel maar is er een risico op overgeven of een andere 
bedreiging van de luchtwegen, leg hem/haar dan in de stabiele zijligging. 
 
Om iemand in de praktijk goed te kunnen helpen, kun je het beste een 
EHBO-cursus volgen. 
 

Eenzijdig ongeval 
Bij ieder ongeval waarbij geen andere partij direct betrokken is, maar 
waarbij wel schade is veroorzaakt aan het eigendom van iemand anders 

Belangrijke telefoonnummers: 
 
· Spoed: 112 
· Geen spoed, wel politie: 0900-8844 
· Dierenpolitie: 144 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

of gemeentelijk eigendom, ben je verplicht dit te melden. Dat kan direct 
aan de eigenaar als je deze kunt achterhalen, of door de politie te bellen. 
Doorrijden zonder je gegevens achter te laten is strafbaar. 
 
Ook bij een aanrijding waarbij dieren zijn betrokken, zoals een kat, hond, 
of wild dier zoals een hert, ben je verplicht de politie te waarschuwen. 
Voor dit laatste geval is een speciaal telefoonnummer beschikbaar van 
de dierenpolitie: 144 
 

Gevaarlijke stoffen 
Als je betrokken raakt bij een ongeval met een voertuig waarmee 
gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het belangrijk te weten welke 
stoffen er worden vervoerd en wat het gevaar is van deze stoffen. Dit is 
onder andere belangrijk voor de hulpdiensten om te weten. 
 
Het gevaaridentificatienummer (GEVI, ook wel KEMLER-getal genoemd) 
geeft aan wat er zo gevaarlijk is aan de stof die vervoerd wordt. Het 
stofidentificatienummer (STID) geeft aan welke stof er vervoerd wordt. 
ledere stof heeft zijn eigen code, zo is benzine bijvoorbeeld 1203 en 
diesel 1202. Het gevaaridentificatienummer wordt in combinatie met 
een stofidentificatienummer op een bord aangegeven op de vrachtauto. 

 

 

Slepen van voertuigen 

Als een voertuig kapot is, kun je dit voertuig wegslepen met een ander 
voertuig. Omdat je door het slepen wel extra gevaar kunt veroorzaken, 
zijn hier regels aan verbonden: 
 
· Met een motorvoertuig mag je maar één ander motorvoertuig slepen. 
· Je mag een tweewielig motorvoertuig niet slepen en je mag niet door 
een tweewielig motorvoertuig gesleept worden. 
· Je mag niet slepen als de afstand tussen de twee motorvoertuigen 
meer dan 5 meter bedraagt. 
· Er mogen geen personen in het gesleepte voertuig zitten, behalve de 
bestuurder en passagiers die niet meer in het voorste voertuig 
passen. 

📖6.14 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Rijbewijs verplicht 
Tijdens het slepen wordt het achterste motorvoertuig nog steeds gezien 
als een motorvoertuig en moet deze bestuurder daarom beschikken over 
een voor dat voertuig geldig rijbewijs. 
 

Aanhangwagen 
Daarnaast wordt het achterste motorvoertuig óók gezien als een 

aanhangwagen en moet je je ook houden aan de regels voor de 

aanhangwagens. 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 

Aandachtspunten 
Moet een voertuig gesleept worden omdat deze niet verder kan rijden, 
houd dan rekening met de volgende zaken: 
 
· Korte afstand tot de sleper 
Omdat er maximaal 5 meter tussen het slepende en gesleepte 
voertuig mag zitten, heb je weinig ruimte om te remmen als het 
voorste voertuig remt. Rijd daarom niet te snel en vermijd lastige en 
drukke punten. Vermijd ook de auto(snel)weg. 
 
· Op spanning houden van de sleepkabel 
Tijdens het slepen komt er de meeste kracht op de kabel en de 
voertuigen als de kabel op spanning wordt gebracht. Zorg dat de 

 

 

Tijdens het slepen van een voertuig 
mag de 
afstand tussen deze voertuigen 
maximaal 5 
meter zijn. Bij het slepen van een 
personenauto moet de bestuurder 
in de 
achterste auto een autorijbewijs 
hebben.niet toegestaan. 

De bestuurder in de voorste auto 
moet de 
regels volgen die gelden voor een 
personenauto met aanhangwagen. 
De 
bestuurder mag hier dus niet 
inrijden. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

kabel tijdens de rit niet elke keer weer op spanning moet komen maar 
houd deze zoveel mogelijk op spanning. 
 
· Rekening houden met stuurslot 
Veel personenauto's zijn voorzien van een stuurslot, dat ervoor zorgt 
dat het stuur niet meer kan draaien als de personenauto van contact 
af is. Laat daarom de sleutel in het contact van het gesleepte 
voertuig en draai deze één slagje zodat het voertuig op contact blijft. 
 
· Afwezigheid rem- en stuurbekrachtiging 
Bij voertuigen met rembekrachtiging en/of stuurbekrachtiging, werkt 
deze bekrachtiging niet zodra de motor uit staat. Het remmen en 
sturen gaat in dat geval zwaarder. 
 
· Waarschuwingslichten 
Waarschuw het overige verkeer door middel van de 
waarschuwingslichten, bij voorkeur van het gesleepte voertuig. 
Achteropkomend en tegemoetkomend verkeer kan anders niet zien 
dat er gesleept wordt. 
 
· Elektrische voertuigen 
De meeste elektrische voertuigen mogen niet gesleept worden. 
Omdat elektrische voertuigen zo gemaakt zijn dat er elektriciteit 
wordt opgewekt via de wielen, kan dit er tijdens het slepen voor 
zorgen dat het elektrische circuit overbelast raakt. Controleer dus 
altijd het instructieboekje om te controleren of jouw auto gesleept 
mag worden. In de meeste gevallen zal een elektrische auto bij pech 
vervoerd moeten worden op een autoambulance. 
 

Rijden in tunnels 

Het is belangrijk om te weten wat je moet doen en vooral niet moet doen 
als je in een tunnel rijdt. Helemaal als je met pech stil komt te staan in de 
tunnel, of als er een ongeval plaatsvindt. 
 

Verlichting 
In tunnels is het verplicht om je dimlicht aan te zetten. Gebruik hiervoor 
liever niet de automatische stand van je verlichting, omdat deze pas het 
dimlicht aanzet als het donkerder wordt, dus als je al in de tunnel rijdt. 
Zet handmatig je dimlicht aan, ruim voordat je de tunnel inrijdt. Gebruik 

📖6.15 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

nooit je mistlicht aan de achterzijde of groot licht in een tunnel, omdat dit 
ander verkeer kan verblinden. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Gedrag 
In een tunnel zijn weinig uitwijkmogelijkheden. Moet je voor het inhalen 
over de weghelft van het tegemoetkomende verkeer, haal dan niet in. 
Rijd extra defensief in tunnels en neem geen risico's. Agressief en 
asociaal rijgedrag is nooit goed, maar in tunnels geeft dit onnodig veel 
risico op (dodelijke) ongevallen. 
 

Pech 
 
Krijg je pech met je personenauto in een tunnel, probeer dan allereerst de 
tunnel alsnog uit te rijden. Zet, als je hierbij een obstakel of gevaar vormt, 
je waarschuwingslichten aan. Bijvoorbeeld als jouw voertuig niet meer 
de normale snelheid kan rijden of ieder moment kan stilvallen. 
 
Kun je de tunnel niet meer rijdend verlaten, zet dan direct je 
waarschuwingslichten aan en ga uiterst rechts stilstaan. Laat nooit 
passagiers in of direct naast de personenauto zitten of staan, maar laat 
ze zo'n 50 meter voorbij het voertuig staan zodat ze geen gevaar lopen 
als achteropkomend verkeer het stilstaande voertuig over het hoofd ziet. 
 
Loop zelf in de rijrichting naar de dichtstbijzijnde hulppost. Neem via de 
noodtelefoon in de hulppost contact op met de wegverkeersleider en 
volg zijn of haar instructies op. Bellen met je eigen telefoon is vaak niet 
mogelijk in verband met het slechte bereik in tunnels. 

 
 
 
 
 
 

 

 

Ook in verlichte tunnels ben je 
verplicht 
dimlicht te voeren. 
 

Ook in verlichte tunnels ben je 
verplicht 
dimlicht te voeren. 

 

 

 

Tijdens het slepen van een voertuig  
/luchthaven met een 
oodtelefoon en een 
randblusapparaat 

Noodtelefoon 

Brandblusapparaat 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Ongeval 

 

Bij een ongeval in een tunnel zijn een aantal zaken heel belangrijk: 
 
· Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid 
Als er rookontwikkeling of brand in de tunnel is, is dit zeer gevaarlijk. 
Kun je de tunnel niet uitrijden, parkeer de auto dan zover mogelijk aan 
de rechterkant en zet de motor uit. Laat de sleutel in het contact 
zitten! Verlaat direct de tunnel via de vluchtroute of tunnelbuis. Let 
daarbij op het overige verkeer. Keer de auto nooit om en rijd nooit 
achteruit in een poging om de tunnel te verlaten! 
· Informeer de hulpdiensten 
Bel direct het alarmnummer 112. Heb je geen bereik, ga dan naar 
buiten of zoek een hulppost met noodtelefoon op. Waarschuw via die 
manier alsnog de hulpdiensten. 
· Verleen hulp 
Probeer het overige verkeer te waarschuwen en verleen indien 
mogelijk en noodzakelijk hulp aan gewonden. Probeer bij 
rookontwikkeling iedereen mee naar buiten te krijgen. ** Doe dit alles 
alleen als dit je eigen veiligheid niet in gevaar brengt! 
 
 

 

 

 

Deeltoets 6.4 

 

 

 

 

 

 

Aan deze bordjes kun je zien in welke richting je het beste kunt lopen 
naar de dichtstbijzijnde nooduitgang. Houd er wel rekening mee dat 
tegen het verkeer in lopen in een tunnel altijd gevaarlijker is dan vanaf 
je stilstaande voertuig met het verkeer mee lopen. Achteropkomende 
bestuurders hebben in dat geval je auto al zien staan en zijn dan 
alerter op voctgangers op de rijbaan. 

Zie Video: KPT – Wat te doen bij tunnelbrand 
 
 

📖6.17 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Toets veilig rijden met het voertuig en reageren in noodsituaties 

 

 

 

 

 

 

 

📖6.18 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 

👍 Veilig rijden met het voertuig en reageren in 
Noodsituaties 
21/23 VRAGEN 
18 VEREIST 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 7.0 

Naast de verkeersregels moet je in het verkeer ook rekening houden met verkeerstekens 
en aanwijzingen. Alleen als je weet wat deze tekens en aanwijzingen betekenen, kun je 
hier goed en vlot op reageren. Ook moet je weten wát je moet volgen, als er bijvoorbeeld 
verkeersborden en verkeerslichten staan, en een verkeersregelaar. In dit deel wordt dit 
allemaal uitgelegd. 

Personenauto 7.1 

Je kunt hieronder kiezen of je direct door wilt naar het volgende onderdeel, of dat je even 
pauze neemt en teruggaat naar het overzicht. Wij onthouden waar je gebleven was! 

 

Verkeerstekens 

Onder verkeerstekens vallen: 

 

· verkeersborden; 

· verkeerstekens op het wegdek (zoals strepen en haaientanden); 

· verkeerslichten. 

 

Alle weggebruikers moeten zich houden aan de verkeerstekens die een 

gebod (verplicht iets doen) of verbod (verboden iets te doen) inhouden. 

 

 

 

 

 

De verkeerstekens gaan boven de verkeersregels, voor zover deze 

tekens en regels over dezelfde situatie gaan. 

 

 

 

Gebodsborden zijn vaak 
blauw 
(je moet hier rechtsaf) 
 

Verbodsborden zijn vaak 
rood of hebben een rode 
rand 
(je mag hier niet inrijden) 

7 Verkeerstekens en aanwijzingen 

📽7.1 

📽7.2 

📖7.3 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als jij in de lesauto zit heb je in situatie 1 te maken met twee 
verkeersregels: 
 
· Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van rechts. 
De bestuurder van de rode auto verleent voorrang aan jou en 
de fietser. 
· Rechtdoorgaand verkeer gaat voor op afslaand verkeer op 
dezelfde weg. 
Jij laat de rechtdoorgaande fietser voorgaan. 
 
In situatie 2 heb je te maken met verkeersbord B-6 en 
haaientanden, die aangeven dat je voorrang moet verlenen aan 
kruisende bestuurders. 
 
· Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van rechts 
vervalt. 
De bestuurder van de rode auto hoeft jou en de fietser geen 
voorrang te verlenen. 
· Rechtdoorgaand verkeer gaat echter nog steeds voor op 
afslaand verkeer. 
Jij moet nog steeds de rechtdoorgaande fietser voor laten gaan. 
 

Tijdelijke tekens 
Soms worden er tijdelijke tekens, markeringen of borden geplaatst. 
Bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden. Daar kun je op het wegdek 
zowel witte (normale) strepen als gele (tijdelijke) strepen 
tegenkomen. Ook kunnen er gele verkeersborden staan. In dat 
geval gelden de gele verkeerstekens en niet de gewone. 
 

 

 

Situatie 1, geen verkeerstekens. 
De fietser gaat eerst, dan de 
bestuurder 
van de lesauto en als laatste de 
rode 
auto. 

Situatie 2, wel verkeerstekens. 
De rode auto gaat eerst, daarna de 
fietser en als laatste de bestuurder 
van 
de lesauto. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 

 

 

Elektronische signaleringsborden (Matrixborden) 
 
Ook elektronische signaleringsborden vallen onder de 
verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Deze kunnen 
een maximumsnelheid weergeven, maar bijvoorbeeld ook een 
verbod om gebruik te maken van de rijstrook, of juist aangeven dat 
de spitsstrook geopend is. 
 

Als er een andere snelheid vermeld staat op de elektronische 

signaleringsborden, dan op de borden langs de weg, dan geldt de 

laagst aangegeven snelheid. Meestal is dat de snelheid op de 

elektronische signaleringsborden. 

 

Wat er op een elektronisch signaleringsbord wordt weergegeven, 

kan per rijstrook verschillen. Het weergegeven bord geldt dan 

alleen voor die rijstrook. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verkeerslichten, voorrangsborden en tekens 
 
Als er werkende verkeerslichten aanwezig zijn, dan ben je verplicht 

 

 

De personenauto moet hier de gele 
tijdelijke belijning volgen. 

De weg rechtdoor naar Woerden is 
afgesloten. Voor Woerden moet je 
nu 
(tijdelijk) rechtsaf. 

 

c

 

 
Alle stroken zijn geopend. Dit is te 
zien 
aan de groene pijlen boven de 
rijstroken 
en het bord naast de weg. 

In dit geval is de vluchtstrook dicht. 
Op de rijstrook ernaast geldt een 
lagere maximumsnelheid dan op 
de andere twee rijstroken. Dit 
wordt bijvoorbeeld 
gedaan als er op de vluchtstrook 
eenvoertuig stilstaat. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

deze verkeerslichten te volgen. Voorrangsborden en tekens gelden 
dan niet meer. Verkeerslichten gaan namelijk boven verkeerstekens 
die de voorrang regelen. Pas als de verkeerslichten buiten werking 
zijn, gelden de verkeersborden en -tekens die de voorrang regelen 
weer. 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rangorde aanwijzingen, verkeerstekens en -regels 
Soms zul je zien dat de regels,borden of aanwijzingen 
tegenstrijdig zijn met elkaar. In die  
gevallen moet je je houden aan 

 

 

e lesauto en de voetganger hebben 
egelijk groen. De lesauto moet in 
dat geval 
vachten op de voetganger. 

 
De lesauto slaat links af bij een 
rond 
verkeerslicht en moet wachten op 
de 
tegemoetkomende bestuurder die 
rechts 
afslaat. 

Let op! Er zijn soms verkeersregels die blijven gelden, ook bij 
verkeerslichten: 
 
· Rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer op 
dezelfde weg. 
· Korte bocht gaat voor lange bocht. 
Komen twee bestuurders elkaar tegemoet en willen ze 
beiden dezelfde weg inrijden, dan gaat de bestuurder die 
rechts afslaat voor op de bestuurder die links afslaat. 
 
Als je af wilt slaan bij een verkeerslicht met een ronde lamp in 
plaats van een pijl, kun je te maken krijgen met verkeer dat jou 
tegemoet komt of rechts naast je rijdt dat tegelijk groen heeft. Dit 
kunnen rechtdoorgaande of afslaande bestuurders zijn, maar 
ook rechtdoorgaande voetgangers. In dat geval moet je het 
rechtdoorgaande verkeer voor laten gaan. 
 
Sla je linksaf, dan moet je ook de bestuurders die jou 
tegemoetkomen en rechts afslaan of rechtdoor rijden voor laten 
gaan. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

een bepaalde rangorde. Hiernaast 
kun je deze rangorde zien. De 
regels zijn de basis. Zodra er 
verkeersborden zijn die hiermee in 
strijd zijn, gaan deze boven de 
regels. Zodra er verkeerslichten 
zijn, gelden de aanwezige 
voorrangsborden niet meer. En 
zodra er een bevoegd persoon 
aanwijzingen geeft, gaan deze 
aanwijzingen boven alle regels, 
borden en verkeerslichten. 
 

Werkingsverkeersborden 

Omdat er heel veel verschillende verkeersborden zijn, is het goed om te 
weten welke indeling er is. En op welke manier en in welke combinaties 
bepaalde borden kunnen voorkomen. 
 

Los bord 
 
Losse borden gelden maar tot aan het volgende kruispunt. Dit kan 
bijvoorbeeld een bord zijn dat een maximumsnelheid aangeeft, of je 
verbiedt om aan die zijde van de rijbaan te parkeren. Na ieder kruispunt 
moet het bord worden herhaald, om zijn geldigheid te behouden. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Als voorbeeld: 
 
· Als je binnen de bebouwde kom het bord 70 km/u tegenkomt, mag je 
tot aan het volgende kruispunt maximaal 70 km/u rijden. 
· Wordt dit bord na het kruispunt niet herhaald, dan vervalt de 
maximumsnelheid van 70 km/u en geldt de normale 

 

 

Los bord A-1 
Geldt tot volgend kruispunt 
of einde bord 

Einde bord A-2 
Einde van de eerder 
aangegeven 
maximumsnelheid 

📖7.4 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

maximumsnelheid binnen de bebouwde kom van 50 km/u. 
· Als je al voor een kruispunt een bord 'einde 70 km/u' tegenkomt, 
vervalt deze maximumsnelheid al vanaf dat bord. 
 
 

 
 
 
 
 

 

 

 

 

Zone-bord 
 
De werking van een zone-bord is anders dan van een los bord. Het 
woord 'zone' geeft aan dat het bord zijn geldigheid behoudt totdat je de 
zone weer verlaat. Dit wordt aangegeven met het bord 'einde zone'. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
Als het bord E-1 (verboden te parkeren) is uitgevoerd als zone-bord, 
geldt dit bord niet meer alleen voor de kant van de rijbaan waar het bord 
geplaatst is, maar voor beide zijden van de rijbaan in de gehele zone. 
Hierbij geldt, net als bij een los bord E-1, de uitzondering voor de 
plaatsen die voor parkeren bedoeld zijn, zoals parkeerplaatsen, -stroken 
en -havens. 
 
 

 

 

 

In deze situatie wordt het 
bord niet herhaald en mag 
je op het gekleurde gedeelte 
nog maar 50 km/u. 

Hier wordt het bord wel 
herhaald en mag je 
rechtdoor voorbij het 
kruispunt nog steeds 70 
km/u. 

Hier eindigt de 70 km/u al 
voor het kruispunt door het 
bord 'einde 70 km/u' en mag 
je in het gekleurde gedeelte 
nog maar 50 km/u. 

 

 

Zone-bord A-1 
Blijft gelden tot het einde 
van de zone. 

Einde-zone-bord A-2 
Einde van de eerder 
aangegeven zone. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Onderbord 
 
Een bord kan worden gecombineerd met een onderbord. Op dit 
onderbord kunnen verschillende dingen staan: 
 
 

 
Dit alles kan worden weergegeven door middel van teksten of symbolen, 
of een combinatie daarvan. 
 

Meerdere aangegeven snelheden 
Het kan zijn dat voor een situatie meerdere maximumsnelheden lijken te 
gelden. Zo mag je normaal gesproken binnen de bebouwde kom 50 
km/u, maar er kan ook een bord 30 km/u staan. In dat geval vervalt de 50 
km/u en mag je maar 30 km/u. 
 
Er zijn borden die alleen de maximumsnelheid weergeven: 
 

 

 

Het bord E-1 geeft aan dat het 
verboden is 
aan de rechterkant van de rijbaan 
te 
parkeren. De lesauto mag hier dus 
gewoon 
parkeren. 

Het zone-bord E-1 geeft aan dat 
parkeren 
binnen de hele zone aan beide 
zijden van 
de rijbaan verboden is. De lesauto 
mag hier 
dus niet parkeren. 
 

 

 

 

 

Weggebruikers 
waarvoor het bord 
geldt. 

Weggebruikers 
waarvoor het bord 
juist niet geldt. 

Dagen of 
tijdenstippen 
waarop het bord 
geldt of juist niet 
geldt. 

Extra uitleg van het 
verkeersbord. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

Als er twee van deze borden met verschillende maximumsnelheden 
vlakbij elkaar staan, geldt altijd de laagst aangegeven snelheid. Het 
maakt hierbij niet uit of dit een los bord of een zone-bord betreft. Dit kan 
bijvoorbeeld voorkomen bij een tijdelijke verlaging van de snelheid bij 
wegwerkzaamheden. 
 
Er zijn ook andere borden die iets zeggen over de maximumsnelheid, 
zonder dat die maximumsnelheid erop vermeld staat. Ze geven een 
wegsoort aan waar een maximumsnelheid bij hoort. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
Als éen van deze borden gecombineerd wordt met een bord waar e 
maximumsnelheid op vermeld staat, geldt die aangegeven 
maximumsnelheid. Ook als deze hoger is dan de normale 
maximumsnelheid voor deze wegsoort (bijvoorbeeld binnen de 
bebouwde kom). 
 

 
 
 
 
 
 
 

Worden andere borden onderling gecombineerd, dan geldt ook hier de 
laagst aangegeven maximumsnelheid. Zoals een autoweg 

 

 

 

A-1 zone-bord 
0 km-zone 

A-1 
Maximumsnelheid 50 km/u 

A-1 
Maximumsnelheid 70 km/u 

 

 

 

G-1 
Autosnelweg 
Maximumsnelheid 130 km/u 
tenzij anders aangegeven 

G-3 
Autoweg 
Maximumsnelheid 100 km/u 
tenzij anders aangegeven 

H-1 
Bebouwde kom 
Maximumsnelheid 50 km/u 
tenzij anders aangegeven 

 

 

H

 ier is de maximumsnelheid 70 

km/u. 

Ook hier is de maximumsnelheid 
70 km/u. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

gecombineerd met een bebouwde kom bord. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Natuurlijk mag een voertuig nooit harder rijden dan voor deze 
voertuigsoort toegestaan is. Ook al is op een autosnelweg de 
maximumsnelheid 130 km/u, een vrachtauto mag hier altijd maar 
maximaal 80 km/u rijden. 
 

Adviessnelheid 
 
Naast de maximumsnelheid, kan er ook een adviessnelheid gelden. 
Adviessnelheden worden aangegeven met blauwe vierkante borden met 
een getal erin. Soms wordt erbij aangegeven voor welke situatie deze 
adviessnelheid geldt. Bijvoorbeeld met een waarschuwingsbord, of een 
onderbord. 
 
Adviessnelheden zijn veilige snelheden bij goede weg- en 
weersomstandigheden. Bij slechtere omstandigheden, bijvoorbeeld bij 
regen of sneeuwval, is het verstandig nog langzamer te rijden dan de 
aangegeven adviessnelheid. De adviessnelheid kan dan te hoog zijn. 
 
Het is niet verplicht om je aan een adviessnelheid te houden, maar wel 
verstandig. Een adviessnelheid eindigt direct na de situatie waarvoor 
deze geldt. Als de situatie er niet bij staat, kan er ook een bord einde 
adviessnelheid geplaatst worden. 
 

 
 
 
 
 
 
 

 

 

In deze situatie is de 
maximumsnelheid 50 
km/u. 

 

 

 

Adviessnelheid in verband 
met een S-bocht 

Adviessnelheid in verband 
met een school 

Einde adviessnelheid 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Werking verkeerslichten 

Naast de normale verkeerslichten, zijn er nog een aantal andere 
verkeerslichten. Bijvoorbeeld tram- en buslichten, overweg- en 
bruglichten en rijstrooklichten. 
 

Driekleurige verkeerslichten 
Dit zijn de verkeerslichten die je in het dagelijks verkeer het meest 
tegenkomt. Ze staan op grotere kruispunten en bestaan uit de kleuren 
rood, geel (in de volksmond 'oranje' genoemd) en groen. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 

bromnetsers 
 
De lichten kunnen zijn vormgegeven als een rondje, maar ook als een 
richtingspijl of een ander symbool zoals een fiets. Het verkeerslicht geldt 
in die laatste gevallen alleen voor de aangegeven richting, of voor 
bestuurders van de aangegeven voertuigen. Hierbij kan een 
fietssymbool ook gelden voor een snorfiets, bromfiets, speedpedelec en 
gehandicaptenvoertuig. Dit is afhankelijk van de plek waar het 
verkeerslicht staat. 
 
De betekenis van de kleuren is als volgt: 
 
. Rood 
Stop. Doorrijden is verboden. 
. Geel 
Stop. Tenzij je het verkeerslicht zo dicht genaderd bent dat stoppen 
niet meer lukt. Dan mag je doorrijden. 
· Groen 
Doorrijden. Niet doorrijden terwijl dit wel kan, is verboden. 
· Knipperend geel licht 
Het verkeerslicht is buiten werking. Nader het kruispunt voorzichtig. 

 

 

 

Verkeerslicht alle richtingen 

Verkeerslicht voor linksaf 

Verkeerslicht fietsers en 
bromfietsers 

📖7.5 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Nu gelden de verkeersborden en tekens die de voorrang regelen 
weer. 

 

Rechtsaf bij rood licht 
In sommige gevallen is er onder of naast het verkeerslicht een bord 
geplaatst met de tekst: 
 
· Rechtsaf voor fietsers vrij 
Hierbij mogen fietsers én snorfietsers rechts afslaan, ook bij rood 
licht. 
· Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij 
Hierbij mogen fietsers, snor- en bromfietsers en speedpedelecs 
rechts afslaan, ook bij rood licht. Maar brommobielen niet! 
 
Zij moeten in dat geval iedereen die groen heeft wel voor laten gaan. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Afhankelijk van het kruispunt kan de vorm van de lampen van het 
verkeerslicht verschillen. Soms is dit een richtingspijl, soms een rondje. Bij 
grotere kruispunten met meerdere voorsorteervakken vind je vaker 
lampen in de vorm van richtingspijlen. Bij kleinere kruispunten zonder 
voorsorteervakken vind je vaker lampen in de vorm van een rondje. 
 
Wil je rechtsaf of linksaf bij een verkeerslicht met een 
ronde lamp, dan kan er tegemoetkomend verkeer of 
naast jou rijdend verkeer tegelijk groen hebben. Er 
blijven dan twee regels gelden: 
 
· Rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand 
verkeer op dezelfde weg. 
· Bestuurders die rechts afslaan gaan voor op 
bestuurders die links afslaan. 
 

 

 

Fietsers, brom- en 
snorfietsers mogen hier 
rechts afslaan door rood. 

Alleen fietsers en 
snorfietsers mogen hier 
rechts afslaan door rood.voor 
linksaf 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Vaak is dit aangegeven met een bord onder de verkeerslichten. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Wil je rechtsaf of linksaf bij verkeerslichten met een 
pijl-vormige lamp, dan krijg je niet te maken met 
tegemoetkomend verkeer of naast jou rijdend verkeer.  
Je kunt dan ongehinderd links of rechts afslaan.  
 

Overweglichten 
Deze lichten bestaan uit twee rode lampen die uit zijn als er geen trein 
nadert en omstebeurt knipperen als er wel een trein nadert. In dat geval 
ben je verplicht om te stoppen. 
 
De automatische knipperlichtinstallatie (AKI) is bijna niet meer te vinden 
in Nederland. Het verschil met de huidige overweglichten is dat er een 
witte lamp knippert zolang er geen trein aankomt. Zodra er een trein 
nadert, gaat de witte lamp uit en gaan de rode lampen knipperen. 
 
Rijd nooit door als de rode lichten branden. Ook niet als je denkt dat de 
overweg kapot is, de slagbomen open zijn en er geen trein aal 
ein aankomt. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 

 

 

Als jij rechts afslaat bij 
groen licht moet je 
rechtdoorgaand verkeer 
voor laten gaan. 

Als jij links afslaat bij groen 
licht moet je 
tegemoetkomend en 
rechtdoorgaand verkeer 
voor laten gaan. 

 

 

Ook als de overwegbomen nog 
niet 
gesloten zijn, moet je stoppen voor 
de rode 
overweglichten. Je mag pas weer 
gaan 
rijden als de lampen uit zijn. 

Op sommige plekken vind je nog 
oude 
overweglichten (AKI's). De witte 
lichten 
geven aan dat er geen trein nadert. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Bruglichten 
Bruglichten bestaan uit één of twee rode lampen die uit zijn als de brug 
dicht is en het verkeer eroverheen kan. Gaat de brug open, dan branden 
of knipperen (bij twee lichten) deze rode lichten en moet je stoppen. 
 

Tram- en buslichten (negenoog) 
Deze verkeerslichten bestaan uit maximaal negen ronde lampjes in een 
vierkant vlak. De bovenste en onderste rij lampjes is wit, het middelste 
ampje is geel en de twee lampjes links en rechts daarnaast zijn rood. 
 
 

 

Linksaf vrij * Rechtdoor vrij * Rechtsaf vrij * Stoppen indien redelijkerwijs mogelijk * Stoppen 
 
Trams en autobussen die gebruik maken van de strook waarvoor deze 
negenoog geldt, moeten deze lichten volgen. 
 

Geel knipperlicht 
Om te waarschuwen voor een gevaarlijk punt wordt soms een enkel geel 
knipperlicht gebruikt. Deze kan bijvoorbeeld waarschuwen voor een 
voetgangersoversteekplaats of een overweg. Afhankelijk van de situatie 
kan het slim zijn vast je snelheid te verminderen. 
 

Rood knipperlicht 
Er zijn ook rode lampen die aangeven dat je voorbij een kruispunt een 
gesloten overweg of geopende brug nadert. Deze rode lampen geven 
aan dat je niet door mag rijden in de richting die is aangegeven. Deze 
kruispunten hoeven verder niet geregeld te zijn door verkeerslichten. De 
rode lampen zijn bedoeld om een opstopping op het kruispunt zelf te 
voorkomen 
 

 

 

Het gele knipperlicht waarschuwt 
voor de 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 

Voetgangerslicht 
De meeste voetgangerslichten bestaan uit een rode en een groene lamp 
in de vorm van een voetganger. Bij sommige voetgangerslichten is de 
rode lamp vervangen door een gele, in de vorm van een driehoek met 
een uitroepteken. 
 
De kleuren van het voetgangerslicht betekenen: 
 
· Groen licht 
Voetgangers mogen oversteken. 
· Groen knipperend licht 
Voetgangers mogen nog oversteken. Het rode licht verschijnt snel. 
. Rood licht 
Voetgangers mogen niet meer beginnen met oversteken. 
Voetgangers die al aan het oversteken zijn moeten zo snel mogelijk 
doorlopen. 
· Geel knipperend licht 
Voetgangers mogen oversteken maar moeten het overige verkeer 
voor laten gaan. Het oversteken is op eigen risico. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Rijstrooklichten 
Dit zijn de lichten op elektronische signaleringsborden. Deze vind je op 
steeds meer plekken boven de rijstroken van autowegen en 
autosnelwegen. Met deze lichten kunnen verschillende tekens 
weergegeven worden. 
 
 
 

gesloten overweg verderop. 

Het rode knipperlicht geeft aan dat 
je hier 
moet stoppen als je naar links wilt 
afslaan. 
De overweg is gesloten. Als je door 
zou 
rijden blokkeer je het kruispunt. 

 

 

 

Voetgangerslicht groen 

Voetgangerslicht geel 

Voetgangerslicht rood 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Andere (waarschuwings)borden 
Ook andere borden kunnen op elektronische signaleringsborden 
voorkomen. Meestal zijn dit waarschuwingsborden. Hierdoor weet je als 
bestuurder waarom de maximumsnelheid omlaag gaat of waarom een 
rijstrook is afgesloten. 
 

 
 
 
 
 

 

 

J-33 
Filevorming 

J-34 
Ongeval 

Maximumsnelheid 
Op de rijstrook mag je niet harder rijden dan de 
aangegeven maximumsnelheid. Dit is geen 
adviessnelheid. Daarnaast betekent het ook dat de 
rijstrook gebruikt mag worden. In geval van een 
wijzigende snelheid (bijvoorbeeld bij filevorming) wordt 
de snelheid vaak gecombineerd met gele knipperende 
lampen op het bord. 
 
Groene pijl 
De rijstrook mag worden gebruikt. 
 
Witte pijl 
Vooraankondiging rood kruis, de rijstrook moet zo snel 
mogelijk vrijgemaakt worden. Vaak gecombineerd met 
gele knipperende lampen op het bord. 
 
Rood kruis 
De rijstrook mag niet worden gebruikt, behalve tijdens 
noodgevallen. Je kunt dit zien als een vluchtstrook. 
 
Het woord 'BUS' of 'LIJNBUS' 
De rijstrook mag slechts gebruikt worden door 
bestuurders van een lijnbus. In geval van het woord 
'BUS' ook door de bestuurder van een autobus. 
 
Verkeersbord F-9 
Einde van alle, op een elektronisch signaleringsbord 
aangegeven, verboden. Vanaf hier gelden weer de 
normale regels. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Deeltoets 7.12 

Personenauto 7.2 

Vaak kun je veel meer informatie halen uit de belijning en tekens op de weg dan je in 
eerste instantie denkt. Maar dan moet je wel begrijpen wat er met die verschillende 
vlakken, strepen en symbolen bedoeld wordt. In veel gevallen is dit nog wel te 
herkennen aan de borden die langs de weg staan, maar soms zijn de tekens op het 
wegdek het enige aanwezige hulpmiddel. Naast borden, tekens en verkeerslichten kun 
je ook nog te maken krijgen met aanwijzingen. Deze staan boven alles en moeten altijd 
opgevolgd worden. 

 

Verkeerstekens op het wegdek 

 
Naast verkeersborden en verkeerslichten wordt het verkeer ook geregeld 
door verkeerstekens op het wegdek. Dit kunnen markeringen zijn zoals 
strepen, maar ook op de weg geschilderde cijfers die de 
maximumsnelheid weergeven of tekens zoals haaientanden en pijlen. 
 

 

Zie Video: Werking rode kruisen 
 

💬7.5 

📽7.6 

📖7.7 

Kantstreep 
Streep aan de rand van de rijbaanverharding. 
 
As- of scheidingsstreep 
Streep op het midden van de weg die de scheiding markeert tussen 
jouw weghelft en die van het tegemoetkomende verkeer. 
 
Deelstreep 
Streep die de rijbaan of weghelft voor één richting verdeelt in 
rijstroken. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Doorgetrokken streep 
Kantstrepen, as- of scheidingsstrepen en deelstrepen kunnen uitgevoerd 
zijn als een doorgetrokken streep. Doorgetrokken strepen mogen niet 
overschreden worden. In geval van een doorgetrokken as- of 
scheidingsstreep mag je je ook niet links van deze streep (op de weghelft 
van het tegemoetkomende verkeer) bevinden. Bij een doorgetrokken 
streep mag je dus niet van rijstrook wisselen of inhalen. 
 
Hierbij gelden de volgende uitzonderingen: 
 
· Een kantstreep mag wel overschreden worden, bijvoorbeeld om in de 
berm te parkeren. 

 

· Een doorgetrokken streep tussen de rijbaan en de naastgelegen 

vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook mag overschreden worden 

als je gebruik moet maken van deze haven of strook. 

 

. Als er een onderbroken streep ligt aan jouw kant van de 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

doorgetrokken streep, mag je de doorgetrokken streep overschrijden. 

 

. Bestuurders die een fietsstrook met doorgetrokken streep mogen 

gebruiken, mogen deze doorgetrokken streep overschrijden. 

 

 

Onderbroken strepen en waarschuwingsstrepen 
Als een as- of scheidingsstreep of deelstreep is uitgevoerd als een 
onderbroken streep, dan mag deze overschreden worden. In dat geval 
mag je, als dit veilig kan, inhalen of van rijstrook wisselen. 
 
Normaal gesproken is bij een onderbroken streep de streep korter dan de 
ruimte tussen de strepen. Is de streep langer dan de ruimte tussen de 
strepen, dan moet je de onderbroken strepen als waarschuwingsstrepen 
zien. Dit betekent dat je wel mag inhalen, maar dat het inhalen hier 
gevaarlijker is dan bij een normale onderbroken streep. 
 

 
 
 
 
 

 

 

Normale onderbroken asstreep 

Asstreep uitgevoerd als 
waarschuwingsstreep 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Verdrijvingsvlak 
Deze vlakken bestaan uit schuine strepen en mogen niet bereden 
worden. Verdrijvingsvlakken worden bijvoorbeeld gebruikt op plekken 
waar een rijstrook eindigt en bestuurders moeten invoegen op een 
naastgelegen rijstrook. 
 

Puntstuk 
 
Een puntstuk vind je vooral bij invoeg- en uitrijstroken van autowegen en 
autosnelwegen. Ook hier mag je niet overheen rijden. 
 
 

 

 

 
 
 
 
 

Voorsorteerstroken, uitrijstroken en pijlen 
Voorsorteerstroken liggen bij (grote) kruispunten en verdelen de rijbaan 
in stroken voor verschillende richtingen. Op de stroken zijn pijlen 
aangebracht die de richting aangeven. Tussen de stroken in 
verschillende richtingen wordt blokmarkering aangebracht. Het 
overschrijden van deze blokmarkering is toegestaan totdat de 
blokmarkering overgaat in een doorgetrokken streep. Op het kruispunt 
zijn bestuurders verplicht om de richting te volgen die door de pijl op de 
gebruikte voorsorteerstrook wordt aangegeven. Voorsorteren voor 
linksaf en vervolgens op het kruispunt rechtdoor rijden, is dus niet 
toegestaan. 
 
Een bijzondere pijl die voor kan komen op de voorsorteerstrook is een pijl 
met een hamerkopsymbool. Deze geeft in de meeste gevallen aan dat er 
voor de afslag nog een zijweg ligt. Deze zijweg mag niet ingereden 
worden. 
 

 

 

Verdrijvingsvlakken mag je niet 
berijden. 

Je mag ook niet over een puntstuk 
heenrijden. 

Verdrijvingsvlakken en puntstukken verliezen hun functie als ze op een 
geopende spitsstrook liggen. In dat geval mag er wel overheen 
gereden worden. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Uitrijstroken zijn stroken naast de doorgaande rijbaan die gebruikt 
worden om de doorgaande rijbaan te verlaten, voornamelijk op 
autowegen en autosnelwegen. Ook deze stroken zijn door middel van 
blokmarkering afgescheiden van de doorgaande rijbaan. 
 
Zodra er pijlen op de uitrijstrook staan mag je vanaf de uitrijstrook niet 
meer terug naar de doorgaande rijbaan. Deze regel is er om te 
voorkomen dat files voorbij gereden worden over een uitrijstrook. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Stopstreep 
Bij een kruispunt waar het bord 'STOP' is geplaatst, moet er een 
stopstreep op het wegdek zijn aangebracht. Bestuurders moeten in dat 
geval voor de stopstreep stoppen, ongeacht of er ander verkeer 
aanwezig is of niet. 
 
Meestal worden stopstrepen zo aangebracht, dat je vanaf de stopstreep 
goed zicht hebt op de situatie waarvoor je moet stoppen, zoals een 
kruispunt of oversteekplaats. Ook de streep bij een verkeerslicht wordt 
een stopstreep genoemd. In dat geval hoef je alleen voor de stopstreep 
te stoppen als het verkeerslicht op geel of rood staat. 
 

Haaientanden 
Dit zijn voorrangsdriehoeken die op het wegdek zijn aangebracht. 
Haaientanden betekenen: 'verleen voorrang aan bestuurders op de 

 

 

 

Voorsorteerstroken met 
richtingspijlen. Je 
mag hier nog wisselen van 
richting. 

Het voorsorteervak voor linksaf is 
voorzien 
van een richtingspijl met 
hamerkopsymbool. 
Je mag de eerste zijweg aan de 
linkerkant 
niet inrijden. 

 

 

Weefstrook zonder richtingspijlen. 
Hier mag 
je nog terug naar de doorgaande 
rijbaan. 

Uitrijstrook met richtingspijlen. Je 
mag niet 
meer terug de hoofdrijbaan op. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

kruisende weg'. Ze worden meestal in combinatie met bord B-6 gebruikt, 
maar dit is niet verplicht. Ook zonder dit bord hebben ze dezelfde 
betekenis. 
 
Voordat je bij de haaientanden aankomt, wordt de voorrangssituatie 
soms al aangekondigd door middel van een grote 
waarschuwingsdriehoek op het wegdek. 
 

 
 
 
 
 

Busbaan en busstrook 
Dit is een rijbaan of een rijstrook waarop het woord 'BUS' of 'LIJNBUS' is 
aangebracht. Een busstrook wordt van de rest van de rijbaan 
afgescheiden door middel van een onderbroken of doorgetrokken streep. 
 
In geval van het woord 'BUS' mogen alleen bestuurders van lijnbussen, 
autobussen of trams gebruik maken van deze rijbaan of rijstrook. 
 
In geval van het woord 'LIJNBUS' mogen alleen lijnbussen en trams 
gebruik maken van deze rijbaan of rijstrook. 
 
Ook voorrangsvoertuigen mogen gebruik maken van de busbaan of 
busstrook, omdat zij zich niet aan geslotenverklaringen hoeven te 
houden mits ze een dringende taak te vervullen hebben. 
 

 
 
 
 
 
 

Fietsstrook en suggestie(fiets)strook 
Een fietsstrook kan afgescheiden worden door een onderbroken of 
doorgetrokken streep. Daarnaast moet er een symbool van een fiets op 
het wegdek aangebracht zijn. Is dit niet het geval, dan is er geen sprake 
van een fietsstrook maar van een suggestie(fiets)strook. 
Suggestie(fiets)stroken hebben geen betekenis. Ze mogen door iedereen 

 

 

Stopbord B-7 met stopstreep. 

Voorrangsbord B-6 met 
haaientanden. 

 

 

Een busbaan ligt apart van de 
doorgaande 
rijbaan. 

Een busstrook is onderdeel van de 
rijbaan. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

gebruikt worden. Ook mag je erop stilstaan en parkeren. 
 
Een speciaal type fietsstrook is de OFOS (Opgeblazen Fiets Opstel 
Strook). Het doel van deze strook is dat zwakkere verkeersdeelnemers 
zoals fietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen 
veiliger en in het zicht van andere bestuurders kunnen voorsorteren 
tijdens het wachten voor het verkeerslicht. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Gele strepen aan de zijkant van de weg 
Gele doorgetrokken en onderbroken strepen kun je tegenkomen op 
stoepranden of rijbaanranden. 
 
· Naast een gele doorgetrokken streep mag je niet stilstaan. 
. Naast een gele onderbroken streep mag je wel stilstaan maar niet 
parkeren. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Gele strepen op de weg 
Gele strepen kun je ook op de rijbaan tegenkomen als tijdelijke strepen 
en markeringen tijdens wegwerkzaamheden. Deze gaan dan boven de 
plaatselijke witte strepen en markeringen. Let er bij wegwerkzaamheden 
op dat de snelheid meestal verlaagd wordt. Ook ontbreekt in dat geval 
op autosnelwegen soms de vluchtstrook en is de linkerrijstrook vaak 
smaller. 
 

 

 

Een fietsstrook is herkenbaar aan 
het 
fietssymbool. Zonder dit symbool 
is het een 
suggestie(fiets)strook. 

Op een OFOS blijven fietsers, 
snorfietsers 
en bestuurders van 
gehandicaptenvoertuigen goed 
zichtbaar 
tijdens het voorsorteren bij een 
rood 
verkeerslicht. 

 

 

Gele onderbroken streep op de 
stoeprand. 
Hier mag je niet parkeren. lemand 
laten in- 
of uitstappen mag hier wel. 

Gele doorgetrokken streep op de 
stoeprand. 
Hier mag je niet stilstaan. Zelfs 
niet om 
iemand te laten in- of uitstappen. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 

Blauwe strepen 
Blauwe strepen worden op de weg gebruikt bij parkeervakken en 
parkeerstroken waarbij het gebruik van een parkeerschijf verplicht is. 
 

Geblokte markering 
Deze markering kom je tegen op het trottoir bij bushaltes en geeft weer 
welke ruimte de bus nodig heeft om bij de bushalte te kunnen stilstaan. 
Daarmee geeft de geblokte markering direct een verbod aan. Ter hoogte 
van deze markering mag je niet stilstaan, behalve voor het direct laten 
in- of uitstappen van passagiers. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Blokmarkering 
Dit is wat anders dan geblokte markering. Blokmarkering kom je op het 
wegdek tegen tussen twee rijstroken, bijvoorbeeld bij invoeg- en 
uitrijstroken en voorsorteerstroken. 
 

Zigzagstrepen 
Dit zijn strepen die op het wegdek zijn aangebracht om je te 
waarschuwen voor een gevaarlijk punt. Dit kan bijvoorbeeld een 
oversteekplaats of een gevaarlijk kruispunt zijn. Deze markering zegt 
niks over de geldende voorrang maar het is in dat geval wel verstandig 
je snelheid te minderen. 

 

 

Gele strepen op het wegdek 
tijdens 
wegwerkzaamheden. Deze gaan 
boven de 
witte strepen. De linkerrijstrook is 
hier 
smaller. 

Blauwe streep naast een 
parkeerstrook. 
Hier moet je verplicht een 
parkeerschijf 
gebruiken. 

 

 

Ter hoogte van een bushalte vind 
je vaak 
geblokte markering. 

Blokmarkering ligt bijvoorbeeld 
tussen de 
weefstrook en de doorgaande 
rijbaan. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Hulpmarkeringen 
Hieronder vallen de markeringen die op het wegdek worden 
aangebracht als hulpmiddel. Bijvoorbeeld de maximumsnelheden die op 
het wegdek worden aangebracht. Maar ook de strepen die aangeven 
dat je een zone in- of uitrijdt en de strepen die een verkeersdrempel 
markeren vallen onder de hulpmarkeringen. 
 

 
 
 
 
 
 

 

Aan deze markering herken je een verkeersdrempel. 
 

Strepen op het wegdek per wegsoort 
Vooral op nieuw aangelegde wegen kun je de maximumsnelheid 
afleiden aan de strepen op het wegdek. Let wel op dat deze strepen 
alleen een hulpmiddel zijn. Voor de geldende maximumsnelheid zijn de 
borden nog steeds het belangrijkste. Blijf dus op borden letten. 
 
Autoweg (100 km/u) 
Een autoweg met maar een rijbaan is voorzien van een groene streep 
tussen de asstrepen. De asstrepen kunnen onderbroken of 
doorgetrokken zijn. De kantstrepen zijn altijd doorgetrokken. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
Normale weg buiten de bebouwde kom (80km/u) 

 

 

Zigzagstrepen waarschuwen voor 
een 
gevaarlijk punt. 

Zone-markeringen zijn een extra 
hulpmiddel 
bij de zone-borden. 

 

 

De groene asstreep geeft aan dat 
je op een 
autoweg rijdt. De doorgetrokken 
witte 
asstrepen geven aan dat inhalen 
verboden 
is. 

De groene asstreep geeft aan dat 
je op een 
autoweg rijdt. De onderbroken 
witte 
asstrepen geven aan dat inhalen 
toegestaan is. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Een 80km-weg heeft normaal gesproken onderbroken kantstrepen en 
een enkele of een dubbele asstreep. Deze asstrepen kunnen 
onderbroken of doorgetrokken zijn. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 

Weg buiten de bebouwde kom met beperkte snelheid (60 km/u) 
Een 60km-weg heeft normaal gesproken onderbroken kantstrepen, deze 
liggen vaak iets meer richting het midden van de weg. Sommige wegen 
zijn voorzien van suggestie(fiets)stroken. Een asstreep ontbreekt vaak. 
Soms zijn deze wegen helemaal niet voorzien van strepen. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Opvolgen aanwijzingen 
Het is voor alle weggebruikers verplicht aanwijzingen van bevoegde 
personen op te volgen. Deze aanwijzingen kunnen op verschillende 
manieren gegeven worden. Bijvoorbeeld door middel van handgebaren 
of teksten op een verlicht transparant. Ze gaan altijd boven de 
verkeersregels en verkeerstekens. 
 
 

 

 

Het ontbreken van de groene 
asstreep geeft 
aan dat je op een 80km-weg rijdt. 
De 
doorgetrokken asstrepen geven 
aan dat 
inhalen verboden is. 

Het ontbreken van de groene 
asstreep geeft 
aan dat je op een 80km-weg rijdt. 
De 
onderbroken asstrepen geven aan 
dat 
inhalen toegestaan is. 

 

 

De asstreep is afwezig, wat 
meestal 
aangeeft dat je op een 60km-weg 
rijdt. Let 
op, zonder bord 60km-zone zou dit 
een 
normale weg buiten de bebouwde 
kom zijn 
en is de maximumsnelheid dus 
hoger. 

Op deze weg zijn geen strepen 
aangebracht, wat meestal 
aangeeft dat je 
op een 60km-weg rijdt. Let op, 
zonder bord 
60km-zone zou dit een normale 
weg buiten 
de bebouwde kom zijn en is de 
maximumsnelheid dus hoger. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Bevoegde personen 
In het verkeer mogen de volgende personen aanwijzingen geven: 
 
· Bevoegde en als zodanig herkenbare ambtenaren, zoals 
politieagenten. 
. Militairen van de Koninklijke Marechaussee. 
. Begeleiders van railvoertuigen zoals een tram of een trein. 
· Bevoegde en als zodanig herkenbare verkeersregelaars. 
 
Buiten deze groep ben je als bestuurder (dus niet als voetganger) ook 
verplicht de aanwijzing tot stoppen op te volgen van een 
verkeersbrigadier (ook wel klaar-over genoemd). Maar iets anders dan je 
laten stoppen, mogen deze brigadiers niet. 
 

Aanwijzingen in de vorm van gebaren 
De manier waarop aanwijzingen gegeven horen te worden staan 
vastgelegd in de wet. Zo kunnen bevoegde personen het verkeer regelen 
door middel van gebaren, maar jou ook met een gebaar aan de kant 
laten stoppen. Deze gebaren staan verderop uitgelegd. 
 

Verlicht transparant 
Een verlicht transparant is het bord achterop of voorop een 
dienstvoertuig waarmee door middel van rode verlichte letters een tekst 
kan worden weergegeven. Dit wordt ook wel een 'lichtkrant' genoemd. 
ledere weggebruiker is verplicht deze aanwijzingen op te volgen. 
 
Zo kan het bord bijvoorbeeld 'STOP POLITIE' aangeven, waarbij het 
verplicht is zo snel mogelijk te stoppen op een veilige plaats. Als er de 

Bevoegd gezag 
Het bestuursorgaan dat in een bepaalde zaak bevoegd is besluiten te 
nemen of beschikkingen af te geven. Hiermee worden in dit geval 
bepaalde overheidsonderdelen bedoeld die beslissingen mogen 
nemen op het gebied van verkeer en gedragingen in het verkeer. 
 
Verlicht transparant 
Verlichting op een voertuig die uitsluitend informatie biedt over de 
bestemming of het gebruik van het voertuig, dan wel aanwijzingen 
weergeeft voor het overige wegverkeer. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

woorden 'VOLGEN POLITIE' op weergegeven wordt, betekent dit juist 
dat je niet direct moet stoppen, maar het dienstvoertuig moet volgen. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ook andere diensten dan de politie mogen gebruik maken van deze 
verlichte transparanten, zoals begeleiders van grote transporten. Ook 
deze aanwijzingen moeten opgevolgd worden. 
 

Deeltoets 7.2 

Personenauto 7.3 

Om te zorgen dat de borden in één oogopslag duidelijk zijn, worden alle borden van 
hetzelfde type op dezelfde manier vormgegeven. Zo kun je aan de kleur en de vorm al 
veel afleiden. Het scheelt een hoop leerwerk als je deze indeling begrijpt, maar een 
aantal borden wijkt hiervan af. En daarom is het belangrijk dat je ze wel allemaal 
doorneemt. 

Verkeersborden 

De verkeersborden zijn ingedeeld in een aantal categorieen. Aan de 
vorm en kleur van een bord kun je vaak al opmaken of je te maken hebt 
met een bord dat je tot iets verplicht (gebodsbord), een bord dat je iets 
verbiedt (een verbodsbord) of een bord dat vooral informatie geeft. 
 

 

 

Geeft het verlichte transparant 
'STOP 
POLITIE' weer, dan moet je zo snel 
mogelijk 
op een veilige plek stoppen. In dat 
geval 
rijdt de politieauto vaak achter jou 
en zie je 
het verlichte transparant in de 
spiegels. 

Geeft het verlichte transparant 
'VOLGEN 
POLITIE' weer, dan moet je de 
politieauto 
blijven volgen. Meestal rijd je dan 
achter de 
politieauto. 

💬7.9 

📽7.10 

📖7.11 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Soorten borden 

 

 

Unieke borden 
 
Naast al deze groepen borden, hebben een aantal borden een unieke 
eigen vorm. Deze borden hebben allemaal te maken met het krijgen of 
verlenen van voorrang. Zelfs als de borden besneeuwd zijn kun je twee 
ervan nog herkennen aan de vorm: 
 
. Bord B-6 
Dit is het enige driehoekige bord met de punt naar beneden. Als je 

Ronde witte borden met een rode 
rand ("Je mag hier niet ... ") 
Deze borden geven een verbod weer. Ze komen voor 
in de categorie A (maximumsnelheden), categorie C 
(geslotenverklaringen) en categorie F (overige 
verboden). 
 
Ronde blauwe borden ("Je moet 
hier ... ") 
Deze borden geven een gebod weer, oftewel een 
verplichte gedraging. Ze komen voor in de categorie 
D (verplichte rijrichtingen), categorie F en G 
(verplichte rijstroken of paden). 
 
Driehoekige borden met de punt 
omhoog ("Let op voor ... ") 
Deze witte borden zijn voorzien van een rode rand 
en een symbool. Het zijn waarschuwingsborden en 
zijn te vinden in de categorie B (voorrangsborden) en 
de categorie J (waarschuwingsborden). Op het bord 
is te zien waarvoor het bord waarschuwt. 
 
Vierkante of rechthoekige blauwe 
borden 
 
De meeste van deze borden zijn informatieborden. 
Deze borden kun je tegenkomen in veel categorieen 
en kunnen voor veel verschillende doeleinden 
worden gebruikt. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

deze ziet weet je dat je voorrang moet verlenen aan bestuurders op 
de kruisende weg. 

 
 
 
 
 
 

. Bord B-7 
Dit is het enige achthoekige bord in de bordenserie. Als je deze ziet 
weet je dat je altijd moet stoppen en voorrang moet verlenen aan 
bestuurders op de kruisende weg. 
 

 
 
 
 
 
 

Dit alles is iets lastiger bij de borden B-1 en B-2. Deze borden zijn de 
enige ruitvormige borden, maar betekenen precies het 
tegenovergestelde. Na bord B-1 rijd je op een voorrangsweg, terwijl je 
na bord B-2 juist niet meer op een voorrangsweg rijdt. Bij deze borden is 
het belangrijk dat je kunt zien of de schuine zwarte strepen wel of niet 
aanwezig zijn. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Betekenis borden – categorie A 

Dit zijn de borden die maximumsnelheden aangeven. 

 

 

 

 

 

 

 

B-1 
Voorrangsweg 

B-2 
Einde voorrangsweg 

Deze bordvorm kan dus 
zowel het begin als het 
einde van een 
voorrangsweg aangeven. 

📖7.12 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

Zone-borden 
 
Borden kunnen ook worden uitgevoerd als zone-bord. Het normale bord 
wordt in die situatie op een rechthoekig wit vlak met in het zwart 

A-1 
Verplichte maximumsnelheid. Deze borden bestaan met 
verschillende maximumsnelheden. 
 
A-2 
Einde maximumsnelheid. Deze borden geven het einde 
aan van een eerder aangegeven maximumsnelheid. In 
dat geval geldt weer de normale maximumsnelheid voor 
dat gebied, zoals 80 km/u buiten de bebouwde kom. 
 
A-3 
Ook kunnen maximumsnelheden worden weergegeven 
op elektronische signaleringsborden. Dit is géén 
adviessnelheid! 
 
A-4 
Adviessnelheid. Dit is geen verplichte snelheid maar een 
snelheid die geadviseerd wordt voor de situatie die je 
nadert. Deze borden bestaan met verschillende 
adviessnelheden. 
 
A-5 
Einde adviessnelheid. Deze borden geven het einde aan 
van een eerder aangegeven adviessnelheid. 

 

Borden met de maximumsnelheden 30 en 60 km/u kunnen ook 
worden vormgegeven als een zone-bord. Deze borden blijven geldig 
tot aan het bord einde-zone. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

bovenaan het woord 'zone' geplaatst. 
Borden die het einde van de zone weergeven, zijn op dezelfde manier 
vormgegeven maar dan in grijstinten met diagonaal over het bord drie 
zwarte strepen. 
 

 
 
 
 
 
 

Betekenis borden – categorie B 

 
Dit zijn de borden die de voorrang regelen. 
 

 

 

📖7.13 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

B-1 
Voorrangsweg. 
De bestuurders die hier rijden moeten voorrang krijgen 
van de bestuurders op de zijwegen. Dit bord staat binnen 
de bebouwde kom vlak voor het kruispunt en buiten de 
bebouwde kom vlak er na. 
 
B-2 
Einde voorrangsweg. 
Na dit bord moeten bestuurders voorrang verlenen aan 
bestuurders van rechts. 
 
B-3 
Voorrangskruispunt. 
Bestuurders op de zijwegen moeten voorrang verlenen 
aan bestuurders op deze weg. 
 
B-4 
Voorrangskruispunt, zijweg links. 
Bestuurders op de zijweg moeten voorrang verlenen aan 
bestuurders op deze weg. 
 
B-5 
Voorrangskruispunt, zijweg rechts. 
Bestuurders op de zijweg moeten voorrang verlenen aan 
bestuurders op deze weg. 

 

Deze voorrangsborden gelden alleen voor bestuurders en niet voor 
voetgangers. Dat betekent dat voetgangers hier geen voorrang 
hebben op bestuurders. 

B-6 
Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. 
Je nadert hier een voorrangsweg of voorrangskruispunt 
waar jij voorrang moet verlenen. 
 
B-7 
Stop. Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende 
weg. 
Dit bord betekent bijna hetzelfde als bord B-6, alleen 
moet je hier verplicht stoppen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Betekenis borden – categorie C 

 
Deze borden hebben te maken met geslotenverklaringen (verboden in te 
rijden), éénrichtingswegen (inrijden vanaf éen kant toegestaan) en 
openstellingen van spitsstroken. 
 

 

 

Bij deze voorrangsborden hoef je alleen voorrang te verlenen aan 
bestuurders. Voetgangers van links of rechts hebben geen voorrang. 

📖7.14 

C-1 
Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en 
geleiders van rij- of trekdieren of vee. Voetgangers 
mogen hier dus wel in. 
 
C-2 
Eenrichtingsweg. In deze richting gesloten voor 
voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of 
vee. Voetgangers mogen er vanaf deze kant dus wel 
inlopen. 

 

Bord C-2 vind je ook aan het eind van een afrit van de 
auto(snel)weg. Deze wordt dan altijd gecombineerd 
met het onderbord 'ga terug' om spookrijden zo veel 
mogelijk tegen te gaan. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 

 

C-3 
Eénrichtingsweg, inrijden vanuit deze kant toegestaan. 
Als bord C-2 aan het begin van de weg staat, staat dit 
bord aan het einde. 
 
C-4 
Eenrichtingsweg rechts. Dit bord staat meestal bij een T- 
kruising. Je moet in dat geval verplicht rechts afslaan. 
 
C-5 
Inrijden toegestaan vanaf beide kanten. Dit bord staat bij 
wegen waarvan je zou denken dat het 
éénrichtingswegen zijn, om aan te geven dat dit niet zo 
is. Bijvoorbeeld een parallelweg naast de hoofdrijbaan. 

 

De borden C-6 tot en met C-22 zijn hetzelfde als bord C-1, maar dan 
specifiek voor een bepaalde groep. Voor welke groep dit bord geldt is 
te zien aan de afbeelding, cijfers of letters op het bord. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
C-22 Milieuzone 
 
De borden die een milieuzone aangeven kunnen voorzien worden van 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

onderborden waarop staat of bepaalde dieselvoertuigen zijn 
toegestaan. Dit is afhankelijk van de emissieklasse waar dit 
dieselvoertuig onder valt. Hoe hoger de emissieklasse, hoe schoner het 
voertuig. De emissieklasse staat vermeld in het kentekenregister. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
De laatste borden in de C-serie gaan juist niet over geslotenverklaringen, 
maar over de openstelling van extra rijstroken (spitsstroken). 
 

 

 
 
 

 

 

 

 

 

C-22a3 
Milieuzone 
toegankelijk voor 
personen- en 
bedrijfsauto's 
emissieklasse 5 en 
hoger 

C-22a4 
Milieuzone 
toegankelijk voor 
vrachtauto's 
emissieklasse 4 en 
hoger 

C22a9 
Milieuzone 
toegankelijk voor 
vrachtauto's en 
bussen 
emissieklasse 6 en 
hoger 

C-23-01 
Spitsstrook open 

C-23-02 
Spitsstrook vrijmaken 

C-23-03 
Einde spitsstrook 

Bestemmingsverkeer 
Bestuurders die een reisdoel hebben aan een weg waar ze volgens 
de geslotenverklaring niet in mogen maar waar ze via een andere 
route niet kunnen komen. Lijnbussen vallen altijd onder 
bestemmingsverkeer. 

 

Borden met een geslotenverklaring kunnen ook worden vormgegeven 
als een zone-bord. Deze borden blijven geldig tot aan het bord einde-zone. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

Betekenis borden – categorie D 

Deze borden geven weer welke rijrichting je verplicht moet volgen, of 
aan welke zijde je het bord voorbij mag of moet rijden. 
 
De volgende borden gelden voor alle bestuurders, tenzij op een 
onderbord anders is vermeld: 
 

 

De volgende borden geven een verplichte rijrichting aan, zonder dat ze 
een éénrichtingsweg aangeven. Ze kunnen in alle richtingen (links, 

C-6 uitgezonderd bestemmingsverkeer 
Het onderbord geeft aan dat bestemmingsverkeer dez 
weg altijd in mag rijden. Ook als ze vallen onder de 
categorie die op het bord erboven is aangegeven: 
Motorvoertuigen op meer dan twee wielen. 
 
C-12 met beperkende tijden 
Het onderbord geeft aan op welke tijdstippen het 
bovenste bord geldt. Buiten deze tijden is de weg 
gewoon geopend. Ook voor de categorieen 
aangegeven op het bord erboven: Alle 
motorvoertuigen. 

 

📖7.15 

D-1 
Rotonde, verplichte rijrichting. 
Dit bord vind je op een rotonde en geeft aan dat je de 
rotonde rechtsom moet rijden. 
 
D-2 
Het is verplicht het bord aan de rechterkant voorbij te 
gaan. 
De pijl kan ook de andere richting aangeven. 
 
D-3 
Dit bord mag aan beide kanten voorbij gereden 
worden. 
Dit bord staat meestal op een middengeleider 
(vluchtheuvel of obstakel tussen twee rijstroken in). 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

rechts, rechtdoor en combinaties hiervan) voorkomen. 
 

 

Als laatste in deze categorie de borden die speciaal voor fietsers en 
snorfietsers, of bromfietsers bedoeld zijn. Ze worden geplaatst op 
plekken waar deze bestuurders de rijbaan op moeten gaan, of de rijbaan 
juist moeten verlaten en het fietspad of fiets-/bromfietspad op moeten 
rijden. 
 

 

 

Deeltoets 7.3.1 

Betekenis borden – categorie E 

Deze categorie gaat volledig over parkeren en stilstaan van 
motorvoertuigen en het plaatsen van fietsen, snorfietsen, bromfietsen en 
speedpedelecs. 
 
Zoals de volgende borden, die aangeven dat parkeren, stilstaan of 
plaatsen verboden is aan die kant van de rijbaan, met uitzondering van 
de daarvoor bestemde plaatsen: 
 

D-4 
Verplichte rijrichting 
rechtdoor 

D-5 
Verplichte rijrichting 
rechtsaf 

D-6 
Verplichte rijrichting 
rechtsaf of 
rechtdoor 

D-7 
Verplichte rijrichting 
linksaf of rechtsaf 

D-101 
Verplichting voor 
fietsers en 
snorfietsers om dit 
bord aan de 
rechterkant voorbij 
te rijden. 

D-102 
Verplichting voor 
fietsers en 
snorfietsers om dit 
bord aan de 
linkerkant voorbij te 
rijden. 

D-103 
Verplichting voor 
bromfietsers om dit 
bord aan de 
rechterkant voorbij 
te rijden. 

D-104 
Verplichting voor 
bromfietsers om dit 
bord aan de 
linkerkant voorbij te 
rijden. 
 
 

💬7.17 

📖7.18 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

 

 
 
 

 

 
De volgende borden geven aan dat er geparkeerd mag worden. Vaak 
staat er op deze borden voor wie het bord geldt. Ook geven sommige 
borden aan op welke manier er geparkeerd mag worden, of dat er 
betaald moet worden voor het parkeren. Voldoe je niet aan deze eisen, 
dan mag je er niet parkeren. 

 

E-1 
Parkeerverbod 

E-2 
Verbod stil te staan 

E-3 
Verbod fietsen en 
bromfietsen te 
plaatsen 

Het bord E-1 geldt alleen voor bestuurders van motorvoertuigen en 
brommobielen. Bord E-3 geldt alleen voor fietsen, snorfietsen, 
bromfietsen en speedpedelecs. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

Betekenis borden – categorie F 

In deze categorie vind je een aantal verboden en geboden. Deze hebben 
bijvoorbeeld te maken met inhalen, keren, voor laten gaan bij 
wegversmallingen en de verplichte plaats op de weg van bepaalde 
categorieën voertuigen. 
 
De volgende borden geven aan of je wel of niet mag inhalen: 
 

 

 

F-1 
Verbod voor 
motorvoertuigen om 
elkaar onderling in 
te halen (dus niet 
alleen voor auto's) 

F-2 
Einde verbod voor 
motorvoertuigen om 
elkaar onderling in 
te halen 

F-3 
Verbod voor 
vrachtauto's om 
motorvoertuigen in 
te halen (dus niet 
alleen auto's) 

F-4 
Einde verbod voor 
vrachtauto's om 
motorvoertuigen in 
te halen 

Borden in deze categorie kunnen ook worden vormgegeven als een 
zone-bord. Deze borden blijven geldig aan beide zijden van de weg tot 
aan het bord einde-zone. 

 

📖7.19 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 

 

De volgende borden geven aan dat het voor deze specifieke voertuigen 

De volgende twee borden worden altijd samen geplaatst. Bijvoorbeeld 
bij een rijbaanversmalling of obstakel. Het ene bord wordt aan de ene 
kant van de situatie geplaatst en het andere aan de andere kant. 
 

 

 

F-5 
Verbod voor 
bestuurders door te 
gaan bij nadering 
van verkeer uit 
tegengestelde 
richting 

F-6 
Bestuurders uit 
tegengestelde 
richting moeten 
verkeer dat van 
deze richting 
nadert voor laten 
gaan 

 

F-7 
Keerverbod. 
Dit bord staat meestal op brede middenbermen vlak 
voor een kruispunt, om aan te geven dat er op het 
kruispunt niet gekeerd mag worden. Meestal is dat op 
deze punten te gevaarlijk of hinderlijk. 
 
F-8 
Einde van alle eerder door verkeersborden aangegeven 
verboden. 
Na dit bord gelden bijvoorbeeld tijdelijke verlagingen 
van de maximumsnelheid niet meer. Je ziet ze vaak 
voorbij wegwerkzaamheden. 
 
F-9 
Einde van alle eerder op een elektronisch 
signaleringsbord aangegeven verboden. 
Na dit bord eindigen dus niet de verboden die op 
gewone borden stonden aangegeven! 
 
F-10 
Stop. 
In dit bord kan worden aangegeven door wie of 
waarom het bord wordt toegepast. Deze borden 
worden bijvoorbeeld gebruikt door verkeersbrigadiers. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

verplicht is op de aangegeven baan of strook te gaan rijden, of dat deze 
baan of strook eindigt. 

 

 

 

Betekenis borden – categorie G 

Deze borden geven het begin of einde aan van bepaalde gebieden, 
wegen en paden. In deze gebieden en op deze wegen of paden zijn er 
soms extra toelatingseisen, kunnen er extra regels gelden of zijn ze 
alleen bedoeld voor specifieke weggebruikers. 
 

Passeerbaan of -strook 
Rijbaan of rijstrook waar langzaam verkeer verplicht gebruik van moet 
maken zodat ze ingehaald kunnen worden door achteropkomend 
verkeer. Deze kom je vooral tegen op drukkere wegen waar ook veel 
landbouwverkeer gebruik van maakt. 

 

📖7.20 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zitten een aantal verschillen tussen het verplichte fietspad (bord G- 
11) en het onverplichte fietspad (G-13): 
 
· Als er een verplicht fietspad aanwezig is, mogen fietsers en 
snorfietsers geen gebruik maken van de rijbaan. Ze moeten op het 
fietspad rijden. 
· Als er een onverplicht fietspad aanwezig is, mogen fietsers kiezen 
tussen het fietspad en de rijbaan. 
· Snorfietsers mogen alleen gebruik maken van een onverplicht 
fietspad als ze hun verbrandingsmotor uit hebben. Een 
elektromotor mag wel aan staan. 

Een aantal borden in deze categorie kunnen ook worden vormgegeven 
als een zone-bord. Deze borden blijven geldig tot aan het bord einde- 
zone. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Betekenis borden – categorie H 

Deze kleine categorie omvat maar twee borden, die de bebouwde kom 
aangeven. Omdat deze borden behoorlijk effect hebben op een aantal 
verkeersregels, zijn ze erg belangrijk. Denk hierbij aan regels zoals: 
 
. de maximumsnelheid (binnen bebouwde kom lager dan buiten 
bebouwde kom); 
. het voor laten gaan van wegrijdende bussen bij bushaltes (alleen 
binnen bebouwde kom); 
. het gebruik van verlichting tijdens stilstaan (alleen buiten bebouwde 
kom); 
. het verbod tot parkeren op de rijbaan van een voorrangsweg (alleen 
buiten bebouwde kom). 
 

 

 
Het volgende bord lijkt veel op bord H-1, maar heeft geen wettelijke 
betekenis. Na dit bord ben je dus niet binnen de bebouwde kom. Dit bord 
wordt gebruikt bij buurtschappen zonder bebouwde kom, of grote 
gemeentes met een kleinere bebouwde kom maar wel veel bebouwing 
buiten die bebouwde kom. 
 
 

📖7.21 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 

Deeltoets 7.3.2 

Betekenis borden – categorie J 

Deze categorie bestaat volledig uit waarschuwingsborden. Deze borden 
geven je de mogelijkheid op tijd te anticiperen op een eventueel gevaar. 
Soms worden ze gecombineerd met borden uit de categorie A, dit kan 
zowel met een maximumsnelheid zijn als met een adviessnelheid. 
 
Zo heb je borden die waarschuwen voor een bepaalde toestand of vorm 
van de weg: 

 

 

Buurtschapbord 

💬7.17 

📖7.22 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Daarnaast heb je borden die waarschuwen dat je een gevaarlijk 
verkeerspunt nadert: 

 

Bij spoorwegovergangen (aangegeven met de borden J-10 en J-11) 
staan altijd Andreaskruisen. Deze geven aan hoeveel sporen de weg 
kruisen. Bij een enkel Andreaskruis (J-12) is dit er slechts één, bij een 
dubbel Andreaskruis kunnen dit er twee zijn, maar ook meer. 

 

 
De volgende borden waarschuwen voor andere verkeersdeelnemers, 
dieren en laagvliegende vliegtuigen: 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
De volgende borden worden met name tijdelijk gebruikt op elektronische 
signaleringsborden. Dit betekent dat ze er alleen op staan op het 
moment dat de situatie zich voordoet. Maar ook kunnen ze standaard op 
plekken staan waar de situatie regelmatig voorkomt. Bijvoorbeeld op 
plekken waar vaak filevorming is, of op viaducten waar bijna altijd 
zijwind is. 
 

 

 
Als al deze borden niet het juiste gevaar weergeven, is er nog een 
algemeen gevaarsbord. Hierbij wordt het gevaar weergegeven op het 
onderbord: 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Betekenis borden – categorie K 

Deze borden hebben alles te maken met de bewegwijzering. Ze geven 
aan welke kant je op moet voor de plaats of wijk waar je heen wilt, maar 
ook welke kant je op moet als je bepaalde gevaarlijke stoffen vervoert. 
 

 

 

📖7.23 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Betekenis borden – categorie L 

In deze categorie kom je allerlei informatieborden tegen die je wat 
vertellen over de eigenschappen en het verloop van de weg en welke 
situaties je kunt gaan tegenkomen. 

 

📖7.24 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 
 
 

 

 

 

De rijstrook waar de lesauto op rijdt, voegt direct samen met de rijstrook waar de 
bestelauto op rijdt. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren als je hier niet op bedacht bent. 

 

 

Taperinvoeging 
Dit is een plek waar twee autosnelwegen bij elkaar komen. Het bord 
geeft aan uit hoeveel rijstroken de linkerbaan en de rechterbaan 
bestaan, die na samenvoegen de nieuwe rijbaan vormen. Ook geeft 
het bord aan uit hoeveel rijstroken deze samengevoegde rijbaan 
bestaat. 

 

Fietsstraat 
Een fietsstraat is een straat die meestal is vormgegeven 
als een breed fietspad. Het asfalt is rood over de hele 
breedte. Er staat bord L-51 bij dat aangeeft dat auto's te 
gast zijn. Deze straten hebben geen wettelijke betekenis. 
Er geldt geen andere snelheid. Tenzij dit door borden is 
aangegeven. Ook is de voorrang hetzelfde als normaal en 
mogen ook motorvoertuigen hier gewoon rijden. Je moet 
op een fietsstraat wel extra rekening houden met het feit 
dat er veel fietsers fietsen. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Deeltoets 7.3.3 

Betekenis borden – onderborden 

Door middel van onderborden kunnen de borden erboven verduidelijkt 
worden, of beperkt of uitgebreid worden. 
 

 

 

💬7.25 

📖7.26 

Al deze borden kunnen ook worden uitgevoerd met het woord 
'uitgezonderd'. In dat geval geldt het bord erboven juist niet voor de 
afgebeelde categorie. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deeltoets 7.3.4 

Personenauto 7.4 

Naast de verkeersborden die je vertellen wat je wel en niet mag doen, zijn er ook borden 
die vooral bedoeld zijn om informatie te geven over de weg en het verloop van die weg. 
De verzamelnaam van deze borden is bebakening. Bebakening komt voor in veel 
verschillende vormen en kleuren. 

Bebakening 

Onder bebakening vallen de borden die informatie geven over het 
verloop van de weg en de punten waar je in het bijzonder op moet 
letten. 
 

Deze borden worden als onderbord gebruikt bij voorrangsborden. De 
dikke streep geeft de afbuigende voorrangsweg aan. De dunne 
streepjes geven de zijwegen aan. Bestuurders op de zijwegen moeten 
bestuurders op de afbuigende voorrangsweg voorrang verlenen. 

 

💬7.27 

📽7.28 

📖7.29 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Hectometerbordjes 
Hectometerbordjes zijn bedoeld om snel te kunnen zien waar je je 
bevindt. Dit kan van levensbelang zijn als er sprake is van een ongeval. 
In dat geval kun je aan de pechhulpdienst doorgeven waar ze heen 
moeten rijden. Hectometerbordjes staan telkens een hectometer uit 
elkaar. Dat is dus éen bordje per 100 meter. De bordjes zijn genummerd, 
dit hectometernummer geeft de afstand in kilometers aan vanaf het 
begin van de weg. 
 

 

Naast deze gegevens kunnen hectometerbordjes 
ook voorzien worden van een letter rechtsonder in 
de hoek. Dit betekent dat je op een oprit of afrit 
van de auto(snel)weg rijdt en niet op de 
hoofdrijbaan. Ook dat is belangrijke informatie om 
bij een ongeval door te geven aan de 
hulpdiensten. 
 
Langs auto(snel)wegen wordt steeds vaker de 
maximumsnelheid ook bovenop het 
hectometerbordje geplaatst. Let wel op dat deze 
niet gelden als er naast of boven de weg met 
normale borden of elektronische 
signaleringsborden een andere snelheid 
aangegeven wordt. 
 

Uit-bordjes en chevronborden 
Als op een autoweg of autosnelweg rijdt, is het belangrijk dat je vooraf 
kunt zien waar de uitrijstrook eindigt, of waar de wegen splitsen. Je moet 
immers ruim voor die tijd de beslissing nemen waar je heen gaat. 
Daarom staat er bij het einde van de uitrijstrook een bord 'UIT' en bij een 
splitsing van gelijkwaardige stroomwegen het chevronbord. 
 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontbrekende vluchtstroken en verkorte invoegstroken 
Langs autosnelwegen ligt een vluchtstrook. Op sommige plekken kan 
deze vluchtstrook tijdelijk versmald, of zelfs helemaal weg zijn. 
Bijvoorbeeld onder viaducten, op bruggen en in tunnels. Omdat hiermee 
de uitwijkmogelijkheid naar rechts wegvalt, wordt dit aangegeven met 
een bord met schuine zwarte strepen. 
 
Als een invoegstrook korter is dan normaal, wordt dit ook aangegeven 
met een bord. Vaak is een korte invoegstrook het gevolg van een 
versmalde of ontbrekende vluchtstrook. 
 
Als er vluchthavens zijn in plaats van een vluchtstrook, dan zijn deze 
soms aangegeven met een vluchthavenbordje. Deze vind je bijvoorbeeld 
langs provinciale wegen zoals 80km-wegen en autowegen. 
 

 

 

Reflectorpaaltjes 
Reflectorpaaltjes zijn bedoeld om de bermen en zijkanten 
van de weg aan te geven. Door te kijken naar deze paaltjes 
zie je in het donker onder andere de bochten eerder. Aan de 
rechterkant van de weg staan paaltjes met rode 
retroreflectoren. Aan de linkerkant van de weg staan 
paaltjes met retroreflectoren. Dit kun je goed 
onthouden door te bedenken dat je aan jouw kant van de 

 

 

 

BB-01 
Uit-bord 
Afrit van een autosnelweg 

BB-02 
Uit-bord 
Afrit van een autoweg 

BB-03 
Chevronbord 
Splitsing van gelijkwaardige 
stroomwegen (splitsing van 
een autoweg of 
autosnelweg) 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

weg (de rechterkant dus) vooral rode achterlichten ziet. 
Aan de linkerkant van de weg zie je vooral de witte 
koplampen van de tegenliggers. 
 

Bewegwijzering 
Om de weg makkelijker te vinden in gebieden waar je niet bekend bent, 
zijn er verschillende borden die je daarbij kunnen helpen. Zo wijzen de 
borden 'Doorgaand verkeer' je naar de doorgaande 
gebiedsontsluitingswegen. De borden P-route of P-ring wijzen je naar de 
parkeerplaatsen die meestal aan de rand van het stadscentrum liggen. 
De borden die een uitwijkroute weergeven (een U met een getal), zijn 
vaste borden. Zodra er files of afsluitingen zijn op een stroomweg, kan 
de verkeersinformatiedienst aangeven via welke uitwijkroute je deze files 
of afsluitingen kunt ontwijken. Deze borden vind je daarom op plekken 
waar vaker dit soort problemen voorkomen. 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

Gele borden zijn altijd tijdelijke borden, bijvoorbeeld bij 
wegwerkzaamheden. Zo kunnen ze aangeven dat je voor een stad of 
dorp het beste een bepaald nummer of een bepaalde letter kunt volgen. 
 

 
 
 
 
 
 

 

Dynamisch route-informatiepaneel (DRIP) 
Een DRIP wordt naast de weg geplaatst en toont verkeerskundige 

 

 

 

BW-100 
Route doorgaand 
gemotoriseerd verkeer; Volg 
pijl 

BW-204 
Parkeergelegenheid; Volg 
route 

BW-207 
Uitwijkroute; Volg pijl 
 
 
 

 

 

 

T-113 
Informatie over de te volgen 
route 

T-201 
Aanduiding op de 
omleidingsroute 

OB-501 
Omleidingsroute (geen 
verplichting) 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

informatie aan bestuurders. Het doel van een DRIP is onder andere de 
verkeersstromen te verbeteren en files te verminderen. Er zijn 
verschillende boodschappen die op de DRIP kunnen worden getoond 
zoals: 
 
· Actuele reis- of vertragingstijden op de route; 
· Parkeerinformatie zoals vrije plaatsen; 
. Onvoorziene omstandigheden zoals files (rood gemarkeerd), 
wegafsluitingen, ongevallen, omleidingen, extreme 
weersomstandigheden of brugopeningen; 
· Informatie bij evenementen zoals routes en parkeergelegenheden; 
· Landelijke of regionale boodschappen of aankondigingen, zoals 
campagneteksten. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

Wanneer er geen boodschap op een DRIP wordt 
getoond, is het gebruikelijk een punt 
(ontstoringsstip) te tonen. Zo ziet een 
weggebruiker dat het paneel in gebruik en niet 
defect is.  
 
Omdat de ruimte op een DRIP beperkt is, worden er afkortingen en 
pictogrammen gebruikt. De volgende afkortingen worden daarbij 
gehanteerd:  

minuten 

min  knooppunt  knp 

uur 

kruispunt 

krp 

richting 

ri 

laan 

ln 

noord 

plein 

pln 

oost 

straat 

str 

zuid 

boulevard 

blvd 

west 

tunnel 

tnl 

 

 

Deze DRIP geeft aan hoeveel file 
(rode 
stukken) er staat op de getoonde 
routes. 

Het onderste DRIP geeft aan hoeveel 
normale en extra reistijd je kunt 
verwachten, afhankelijk van welke 
route je neemt. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

kilometer  km  weg 

 

Ook plaatsnamen kunnen worden afgekort. Zo wordt Utrecht 
bijvoorbeeld afgekort tot Utr en Rotterdam tot R'dam. 
 
Als er een route wordt getoond kan deze voorzien zijn van 
pictogrammen (zoals een brug of een tunnel) of een rode kleur om een 
file aan te geven. 
 

Symbolen op borden 
Net als op de DRIP kunnen ook op borden symbolen voorkomen. De 
belangrijkste staan hieronder uitgelegd: 

 

 

Aanwijzingen 

De aanwijzingen die in het verkeer gegeven worden door bevoegde 
personen moeten zoveel mogelijk gegeven worden op de onderstaande 
manier. Hierbij staat de verkeersregelaar midden op het kruispunt. 
 

📖7.30 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Algemeen stopteken   
Als dit teken in jouw richting gemaakt wordt, ben je verplicht om te 
stoppen. Dit wordt niet specifiek gebruikt op kruispunten, maar kan 
bijvoorbeeld ook gebruikt worden om iemand staande te houden 
voor controle. 
 
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren 
nadert 
Bij dit stopteken kun je het makkelijkst in je hoofd de arm verlengen 
en zien als een slagboom. Zou jij tegen de slagboom aanrijden als je 
rechtdoor rijdt, dan moet je stoppen. Dat is het geval als je de 
verkeersregelaar van voren nadert. 
 
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van 
achteren nadert 
Ook bij dit stopteken kun je het makkelijkst in je hoofd de arm 
verlengen en zien als een slagboom. Zou jij tegen de slagboom 
aanrijden als je rechtdoor rijdt, dan moet je stoppen. Dat is het geval 
als je de verkeersregelaar van achteren nadert. 
 
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren en 
van achteren nadert 
Dit is een combinatie van de twee stoptekens hiervoor. Alleen het 
verkeer van links en van rechts mogen nu nog doorrijden. 
 
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van rechts 
nadert  
Ook bij dit stopteken kun je de arm verlengen en zien als slagboom. 
Alleen als je de verkeersregelaar van zijn rechterkant zou naderen, 
rijd je tegen zijn arm aan en moet je stoppen. 
 
Stopteken voor het verkeer in de vrije richting, opletten voor het 
verkeer in stopgezette richtingen, kruispunt vrij houden 
Dit stopteken lijkt erg op het algemene stopteken. Het enige verschil 
is dat de handpalm van de opgestoken hand naar zijn hoofd wijst. 
Dit is het teken dat gegeven wordt als de voertuigen in de rijdende 
richtingen moeten stoppen en hierna de stilstaande voertuigen 
mogen gaan rijden. 
 
Teken tot snelheid minderen 
Hierbij beweegt de verkeersregelaar zijn onderarm naar boven en 
beneden. De handpalm is naar beneden gericht. 
 
Stopteken voor verkeersbrigadiers met toepassing van bord F10 
Verkeersbrigadiers mogen alleen bestuurders laten stoppen. Ze 
mogen dus geen andere aanwijzingen geven. In de meeste gevallen 
worden deze aanwijzingen gegeven met een bord zoals op dit 
plaatje. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

In dit geval heeft de verkeersregelaar alleen zijn arm aan de kant van de lesauto omhoog. 
Als je deze arm verlengt, komt deze over de weghelft van de lesauto. De lesauto moet 
wachten. De blauwe auto mag wel rijden. 
 

 

Hier heeft de verkeersregelaar alleen zijn arm aan de kant van de blauwe auto omhoog. 
Als je deze arm verlengt, komt deze over de weghelft van de blauwe auto. De blauwe auto moet wachten. De lesauto mag wel rijden. 
 

 

 

Deeltoets 7.4 

 

 

In de praktijk zal het wel eens voorkomen dat er andere tekens 
gegeven worden. Bij alles geldt: gebruik je gezonde verstand. Hoe de 
tekens ook gegeven worden, je bent altijd verplicht om ze op te volgen 
zolang ze door een bevoegd persoon gegeven worden. 

💬7.32 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Toets verkeerstekens en aanwijzingen 

 

 

 

 

 

💬7.33 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

👍 Verkeertekens en aanwijzingen 
22/28 VRAGEN 
22 VEREIST 

B-A-C-B-C-A-A-A-A-E1B-A-A-B-A-A-80m-B-
B-A-C-AUTOWEG-6H-A-A-1-B-B-B 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Personenauto 8.0 

Naast de verkeersregels moet je in het verkeer ook rekening houden met verkeerstekens 
en aanwijzingen. Alleen als je weet wat deze tekens en aanwijzingen betekenen, kun je 
hier goed en vlot op reageren. Ook moet je weten wát je moet volgen, als er bijvoorbeeld 
verkeersborden en verkeerslichten staan, en een verkeersregelaar. In dit deel wordt dit 
allemaal uitgelegd. 

 

Personenauto 8.1 

Voor de situaties waar regels bepalen hoe je iets moet oplossen, is het voldoende om 
alleen de regels te kennen. Maar in de situaties waarin de verkeersregels niet voldoende 
zijn, zal je zelf moeten bedenken wat de beste oplossing is. Dit wordt verkeersinzicht 
genoemd. De ene persoon heeft van zichzelf al meer verkeersinzicht dan de andere 
persoon. Maar voor iedereen geldt dat het verkeersinzicht beter wordt naarmate je meer 
ervaring krijgt in het verkeer. 

 

Verkeersinzicht en rijgedrag 

Om op een goede manier aan het drukke verkeer deel te nemen, is 
verkeersinzicht en het goed omgaan met je voertuig 
(voertuigbeheersing) noodzakelijk. Maar ook het op de juiste manier met 
elkaar omgaan is belangrijk voor een goede verkeersveiligheid. 
 
Verkeersinzicht gaat verder dan het kennen en toepassen van de 
verkeersregels. Sommige situaties zijn niet met regels op te lossen en in 
deze situaties zal je zelf moeten bedenken wat juist is. Als je hierbij 
alleen denkt aan jezelf, kan het zijn dat je andere weggebruikers in 
gevaar brengt. Een goede bestuurder denkt op de juiste momenten ook 
aan het belang van anderen en schuift hierbij indien nodig zijn eigen 
belang opzij. 
 
Asociaal en agressief rijgedrag 
Asociale weggebruikers zetten hun eigen belang voorop, ook als dit de 
verkeersveiligheid in gevaar brengt. Ze nemen bijvoorbeeld voorrang 

8 Verkeerstekens en aanwijzingen 

📽8.1 

📽8.2 

📖8.3 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

waar ze het niet hebben, rijden te hard, negeren het rode verkeerslicht of 
snijden andere weggebruikers af. Sommigen reageren daarnaast ook 
nog agressief als ze op hun asociale gedrag gewezen worden. 

 
 
 
 
 
 
 

 
 
De politie heeft in deze gevallen de mogelijkheid om terug te vallen op 
het 'kapstokartikel', artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Dit artikel 
verbiedt het veroorzaken van hinder en gevaar op de openbare weg. Zo 
kan de asociale bestuurder zijn rijbewijs kwijtraken, te maken krijgen met 
hoge boetes of aangemeld worden voor een Educatieve Maatregel 
Gedrag en verkeer (EMG). In sommige gevallen moet de bestuurder zich 
zelfs verantwoorden voor de rechter. 
 

 

 

Sociaal en defensief rijgedrag 
Sociale weggebruikers zetten op de juiste momenten hun eigen belang 
opzij. Dit gaat verder dan het toepassen van de regels en zelf zo min 
mogelijk fouten maken. Ze proberen eventuele fouten van anderen te 
voorspellen en herkennen en helpen vervolgens met het oplossen ervan. 
 
Ook iemand even voorlaten die er anders nooit tussenkomt, valt onder 
sociaal rijgedrag. 
 
Om sociaal rijgedrag te kunnen vertonen zal je defensief moeten rijden. 
Dit betekent dat je ver vooruitkijkt, op tijd je snelheid aanpast en 
rekening houdt met onverwachte situaties. 
 
 
 
 

 

 

Het openen van je portier zonder 
te kijken 
valt onder asociaal 
verkeersgedrag. 

Ook appen tijdens het rijden is 
asociaal en 
ronduit gevaarlijk. 

Artikel 5 van de Wegenverkeerswet, 'Kapstokartikel' 
Het is voor iedereen verboden om zich op de weg zo te gedragen dat 
er hinder of gevaar wordt veroorzaakt, of kan worden veroorzaakt. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

 
 
 
 
 
 
 

 

 
 

 

Rekening houden met spelende kinderen en direct reageren zodra er een bal de weg op 
rolt, valt onder anticiperen. 
 
 
 
 
 
 
 
 

Besluitvaardig rijgedrag 
Besluitvaardig rijden betekent dat je op tijd de juiste beslissingen durft te 
nemen en deze ook vlot uitvoert. Laat hierbij ook duidelijk zien wat je van 
plan bent. Hiervoor is een goede kennis van de verkeersregels en een 
goed verkeersinzicht noodzakelijk. 
 
Hoe meer ervaring je hebt, hoe makkelijker het wordt om besluitvaardig 
te rijden. De termen defensief rijgedrag, besluitvaardig rijgedrag en 

 

 

Rustig en ruim om een ruiter 
heenrijden valt 
onder sociaal en veilig rijgedrag. 

In de file ruimte maken voor 
motorrijders 
zodat zij tussen de file door 
kunnen rijden 
valt onder sociaal rijgedrag. 

Anticiperen 
Ver vooruitkijken en vooruitdenken. Het op tijd herkennen van mogelijk 
gevaarlijke situaties en jezelf instellen op de handelingen die je moet 
uitvoeren. 
Het daadwerkelijk uitvoeren van deze handelingen valt onder 
defensief rijden. 

 

Zowel anticiperen als defensief rijden betekent niet dat je extra 
langzaam gaat rijden. Het betekent ook niet dat je overal voorrang 
gaat verlenen terwijl je zelf voorrang hebt. Het betekent dat je je 
probeert in te leven in wat andere weggebruikers van plan zijn en wat 
ze van jou verwachten en je gedrag daar alvast op aanpast. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

anticiperen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het belangrijkste 
onderdeel hierin blijft: Kijk ver vooruit en begin op tijd met nadenken. 
 

Verkeersgedrag en rijveiligheid 

Jaarlijks overlijden honderden personen aan de gevolgen van een 
verkeersongeval. Bijna driekwart van de slachtoffers is een man. Meer 
dan de helft van de slachtoffers valt op gemeentelijke wegen, vooral op 
wegen waar 50 km/u mag worden gereden. Dit zijn wegen waar veel 
kwetsbare weggebruikers zijn en waar veel verkeersstromen bij elkaar 
komen. De wegen waar 80 km/u mag worden gereden volgen direct 
hierna. 
 

Oorzaak ongeval 

Percentage 

Menselijke fouten 

ongeveer 92% 

Problemen met het voertuig 

ongeveer 5% 

Weg- en weersomstandigheden, omgevingsfactoren  ongeveer 3% 

 
De meeste ongevallen ontstaan door menselijke fouten. Vooral jongeren 
van 15 tot 24 jaar zijn relatief vaak de oorzaak en het slachtoffer van 
een dodelijk verkeersongeval. Niet alleen gebruik van alcohol, slaap- en 
kalmeringsmiddelen en drugs spelen een belangrijke rol bij het ontstaan 
van verkeersongevallen, maar ook groepsdruk, boosheid en frustratie 
werken gevaarlijk verkeersgedrag in de hand. Een andere heel 
belangrijke risicofactor is afleiding, bijvoorbeeld door de mobiele telefoon. 
 
Naast de menselijke risicofactor zijn er ook andere oorzaken die een rol 
spelen, maar deze rol is stukken kleiner dan de rol van de mens zelf. Een 
klein deel is te wijten aan het voertuig, zoals slecht onderhoud, een 
fabricagefout of technisch mankement. De overige ongevallen zijn te 
wijten aan de omgeving, zoals slechte zichtbaarheid door bijvoorbeeld 
mist, overstekend wild en andere weg- en weersomstandigheden. Maar 
ook hierbij kun je je afvragen of je er als bestuurder niet anders op had 
moeten reageren om ongelukken te voorkomen. 
 

Gemoedsgesteldheid 
De meeste mensen kennen de uitdrukking 'er niet bij zijn met je hoofd' 
wel. Dit betekent dat je bent afgeleid van wat je eigenlijk moet doen, 
omdat je gedachten afdwalen. Dit kan veel verschillende oorzaken 
hebben, zoals verdriet of boosheid, maar ook juist blijheid of 

📖8.4 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

enthousiasme omdat je net iets heel leuks hebt gehoord. 
 
Onze hersenen kunnen vaak minder tegelijkertijd dan wij zelf denken. 
Zodra je gedachten afdwalen, kun je je minder goed concentreren op een 
andere belangrijke taak, zoals autorijden. Het lastige is dat je dit zelf niet 
goed merkt, juist omdat je hersenen er minder mee bezig zijn. Je 
signaleert bijvoorbeeld niet dat je ongemerkt wat meer richting de berm 
stuurt of juist de andere rijstrook oprijdt. 
 
Ook kunnen emoties ervoor zorgen dat je heftiger reageert op situaties 
dan normaal. Dit kan resulteren in een agressieve en gevaarlijke rijstijl. 
Dit geldt ook als je de weg op gaat met haast. 
 
Ben je door je gemoedsgesteldheid afgeleid of juist opgefokt? Laat dan 
het liefst de auto staan, of laat iemand anders rijden. 

 

Vermoeidheid 
 
Wat voor je gemoedsgesteldheid geldt, geldt ook voor vermoeidheid. 
Ondanks dat bij veel ongevallen niet vast te stellen is of deze door 
vermoeidheid komen of niet, wordt geschat dat zeker 10-15% van de 
ongevallen direct of indirect zijn veroorzaakt door vermoeidheid. 
 
Uiteindelijk heeft vermoeidheid hetzelfde effect op een persoon als het 
drinken van alcohol. De reactietijd wordt langer en de oplettendheid 
wordt minder. Dat betekent dat je niet alleen later ziet dat je moet 
handelen, maar dat het handelen ook nog langer duurt. Dit brengt een 
groot risico met zich mee. 
 
Merk je dat je vermoeid bent, kies er dan voor om niet meer te gaan 
rijden. Ga met de bus, neem een taxi, of laat iemand anders rijden. Moet 
je lange afstanden rijden, neem dan minimaal eens per twee uur een 
kwartier rustpauze. 

 

Afleiding, stress, emoties, groepsdruk en vermoeidheid zijn allemaal 
flinke risicofactoren in het verkeer. De gevaren hiervan worden vaak 
onderschat. Het grote probleem van deze factoren is dat ze niet te 
meten zijn, zoals dit bij alcohol wel kan. 

Standaardglas alcoholhoudende drank 
Eén standaardglas wijn bevat evenveel alcohol als één standaardglas 
bier of één standaardglas sterke drank. 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Alcohol 
 
Een ander belangrijk gevaar binnen het verkeer is het gebruik van 
alcohol. Alcohol zorgt er niet alleen voor dat je slechter waarneemt en 
minder snel reageert, maar het zorgt er ook nog voor dat je jezelf flink 
kunt gaan overschatten. Je ziet minder snel risico's en denkt dat je nog 
prima kunt autorijden. 
 
Na het gebruik van alcohol heeft het lichaam tijd nodig om zich van de 
alcohol te ontdoen. Per standaardglas alcohol is dat ongeveer anderhalf 
uur. Soms wordt er gezegd dat je door het eten van pepermuntjes, het 
drinken van koffie, even buiten lopen of koud douchen, dit proces kunt 
versnellen, maar dit is niet het geval. Je lever heeft die tijd nou eenmaal 
nodig om je bloed weer te zuiveren. 
 
De ongevalskans neemt sterk toe door het gebruik van alcohol. Bij een 
gehalte van 1,0 promille alcohol in het bloed (440 ug/l, ongeveer 3-4 
glazen) is de ongevalskans al vier keer zo hoog. Bij 1,5 promille (660 ug/l, 
ongeveer 5-6 glazen) is dit al 20 keer zo hoog. 

 

Zowel alcohol, drugs als bepaalde medicijnen hebben een flink effect op je rijvaardigheid.

 

 

Drugs 
Omdat er veel verschillende soorten drugs zijn, kunnen we hier niet op 
alle soorten ingaan. Uiteindelijk werken alle soorten drugs negatief op je 
rijstijl. 
 
Van de ene soort, zoals speed, word je druk en opgefokt wat ervoor 
zorgt dat je meer risico's neemt in het verkeer en vaak agressiever rijdt. 
Van een andere soort, zoals hasj en wiet, word je juist slomer en neemt 
je concentratie flink af. 
 
In de wet is vastgelegd hoeveel je van elke soort drugs maximaal mag 
gebruiken om nog te mogen autorijden. In de meeste gevallen is één 
dosis al te veel om nog te kunnen en mogen autorijden. Omdat het per 
soort drugs heel erg kan verschillen hoe lang deze in je lichaam blijft, is 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

het niet aan te geven hoe lang je niet mag rijden. Dit kan zelfs tot 
meerdere dagen duren. 
 
De politie heeft de mogelijkheid drugs tijdens staandehouding aan te 
tonen door middel van een speekseltest. Op het politiebureau zijn ook 
een urinetest of bloedproef mogelijk. Je mag deze testen niet weigeren. 
 

 

Geneesmiddelen 
 
Het kan ook strafbaar kan zijn om met bepaalde medicijnen aan het 
verkeer deel te nemen, omdat deze de rijvaardigheid kunnen 
beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld slaapmiddelen. Maar ook 
antidepressiva of medicijnen voor het hart of de bloeddruk kunnen 
hieronder vallen. Dit zijn niet alleen middelen die worden voorgeschreven 
door een arts.  
 
De medicijnen waarvoor dit geldt 
zijn meestal voorzien van een gele 
waarschuwingssticker. Daarnaast 
staat het vermeld in de bijsluiter. 
 
Gebruik je al van deze medicijnen, dan ben je verplicht dit aan te geven 
in je gezondheidsverklaring. Het CBR kan ervoor kiezen hier eerst verder 
onderzoek naar te doen, voordat je rijgeschikt wordt verklaard. Overleg 
dit altijd zo snel mogelijk met je rijschool of instructeur. 
 
Heb je je rijbewijs al, dan is het je eigen verantwoordelijkheid om hier 
goed mee om te gaan. Veroorzaak jij een ongeval en is het duidelijk dat 
dit komt door jouw medicijngebruik, dan kan je hiervoor strafbaar 
worden gesteld. 
 

 

 

Wordt er aangetoond dat je naast drugs ook alcohol hebt gebruikt, 
dan ben je altijd direct strafbaar. Ook onder de 0,2 promille (88 ug/l). 
De grenswaarde is hierbij nul. 

Meer informatie is te vinden op de site 
www.rijveiligmetmedicijnen.nl. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Afleiding 
Veel ongevallen ontstaan door afleiding. De mobiele telefoon is hiervan 
meestal de oorzaak. Vooral het lezen en versturen van berichten wordt 
nog vaak achter het stuur gedaan. Omdat afleiding door de mobiele 
telefoon een groot ongevalsrisico geeft, is de bekeuring voor het gebruik 
van een telefoon tijdens het rijden behoorlijk hoog. Je mag deze tijdens 
het besturen niet vasthouden. 
 
Maar ook handelingen die wel zijn toegestaan kunnen voor afleiding 
zorgen. Zo is het niet wettelijk verboden om je navigatie in te stellen, of 
het radiostation te wijzigen. Maar ook dan ben je even niet met je 
gedachten bij het verkeer. Ook een gesprek met een passagier of 
ruziënde kinderen op de achterbank kunnen je concentratie behoorlijk 
verminderen. 
 

Deeltoets 8.1 

Personenauto 8.2 

Het houden van te weinig afstand is de belangrijkste oorzaak van kop-staart-botsingen 
en daarmee één van de belangrijkste oorzaken van ongevallen op de autosnelweg. Het 
houden van volgafstand kan daarmee het verschil maken tussen wél een ongeluk, of 
niet. Daarom is het belangrijk om te weten hoeveel afstand je minimaal moet houden 
om nog op tijd te kunnen reageren. Ook moet je snappen dat deze afstand groter moet 
worden als de omstandigheden slechter zijn en hoe jouw snelheid hierin van invloed is. 
 

Afstand bewaren 

Hoe meer vrije ruimte rondom je voertuig, hoe kleiner de kans dat je in 
contact komt met andere voertuigen. Dit klinkt heel logisch. Toch hebben 
veel bestuurders hier moeite mee. Ook de drukte op de Nederlandse 
wegen helpt hier niet aan mee. Soms wordt de tussenafstand zo klein, 
dat we spreken over 'bumperkleven'. In dat geval heeft het achterste 
voertuig geen kans meer om te reageren als de voorste begint met 
remmen. 
 
Omdat bumperkleven veel gevaar veroorzaakt, zijn de boetes hiervoor 
behoorlijk hoog. En de kans dat jij de schuld krijgt als jij achterop iemand 
anders rijdt, is bijna 100%. Weinig afstand houden is één van de 

💬8.5 

📽8.6 

📖8.7 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

belangrijkste ongevalsoorzaken op de autosnelweg. 

 

 

Stopafstand 
In het verkeer heb je regelmatig te maken met situaties waarin je, 
verwacht of onverwacht, moet remmen. Het is belangrijk dat je je 
bewust blijft van de afstand die je nodig hebt om tot stilstand te komen. 
Dit noemen we de stopafstand. De stopafstand is niet alleen de 
remafstand, maar ook de tijd die je nodig hebt voordat je daadwerkelijk 
begint met remmen: de reactieafstand. 
 

 

Reactieafstand 
Als er voor je iets onverwachts gebeurt, moet je daar eerst nog op 
reageren. Dit gaat volgens een vast patroon. 
 
. Waarnemen 
Je ziet dat er iets gebeurt waarop je misschien moet reageren. 
. Voorspellen 
Je gaat voorspellen wat dit voor jou betekent en welke mogelijkheden 
je hebt. 
. Evalueren 
Deze mogelijkheden vergelijk je met elkaar. 
. Beslissen 
Je kiest welke mogelijkheid de beste is. 
. Handelen 
Je voert de handelingen die bij deze beslissing horen uit. 
 
Hoe snel je bent in de cyclus van waarnemen, voorspellen, evalueren, 
beslissen en handelen, bepaalt je reactietijd. Ben je gezond, alert en 
ervaren, dan is deze reactietijd ongeveer één seconde. Het duurt dan 
dus een seconde vanaf het moment dat je iets ziet waarvoor je moet 
remmen, totdat je daadwerkelijk het rempedaal intrapt. 

Remvertraging 
Een personenauto moet een wettelijk vastgelegde minimale 
remvertraging hebben. Deze minimale remvertraging geeft aan 
hoeveel langzamer een auto moet gaan rijden per seconde, als je flink 
remt. Als voorbeeld: Als je stevig remt bij 40 km/u, moet een auto na 
één seconde minimaal afgeremd zijn naar 20 km/u. En na twee 
seconden moet de auto volledig stilstaan. 

 

Stopafstand = Reactieafstand + Remafstand 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Tijdens deze seconde rijd je nog steeds met dezelfde snelheid door. Deze 
afstand is de reactieafstand. Je kunt deze uitrekenen door de gereden 
snelheid (in km/u) te delen door vier en daar vervolgens 10% bij op te 
tellen. Dit geeft de reactieafstand in meters. 
 
 
 
 

Remafstand 
 
Zodra je de rem aanraakt, sta je nog niet direct stil. Dit is afhankelijk van 
hoe goed je voertuig remt (de remvertraging) en hoe snel je rijdt. De 
afstand die je aflegt vanaf het moment dat je de rem aanraakt totdat je 
stilstaat, is de remafstand. 
Deze afstand neemt kwadratisch toe naarmate je snelheid hoger ligt. Dit 
betekent dat de remafstand vier keer zo lang wordt als de snelheid twee 
keer zo hoog is. 
Ook de staat van het wegdek en de weersomstandigheden zijn van 
invloed op de remafstand. 
 
Om de remafstand bij benadering uit te rekenen, delen we de gereden 
snelheid (in km/u) door tien. Dit getal vermenigvuldigen we met zichzelf 
en de uitkomst daarvan delen we door twee. Dit geeft de remafstand in 
meters. 

 

 

Snelheid  Reactieafstand  Remafstand  Stopafstand 
60 km/u 

16,5 meter 

18 meter 

34,5 meter 

80 km/u 

22 meter 

32 meter 

54 meter 

130 km/u  35,75 meter 

84,5 meter 

120,25 meter 

 

 

 

(Gereden snelheid : 10) x (Gereden snelheid : 10) : 2 = Remafstand 
in meters* 
Voorbeeld: (60 km/u : 10) x (60 km/u : 10) : 2 = 6 x 6 : 2 = 18 meter 

(Gereden snelheid : 4) + 10% = Reactieafstand in meters* 
Voorbeeld: (60 km/u : 4) + 10% = 15 + 1,5 = 16,5 meter 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Volgafstand 
De afstand tussen de neus van jouw auto en de achterkant van het 
voertuig voor je is de volgafstand. Het niet houden van voldoende 
volgafstand is strafbaar. Een veilige volgafstand kun je bepalen met de 
'twee-seconden-regel'. 
Dit betekent dat als het voertuig voor jou een paaltje passeert, het twee 
seconden moet duren voordat jij bij dat paaltje bent. 
 

 

 
Je kunt de volgafstand ook uitrekenen in meters. Dit doe je door je 
snelheid in km/u te delen door twee. Hier tel je vervolgens 10% bij op. 
 

 

 
Deze formules staan er puur om je een idee te geven van afstanden. Je hoeft niet te 
rekenen tijdens het CBR examen. 
 

Slechtere omstandigheden 
De volgafstand volgens de 'twee-seconden-regel' is een minimale 
volgafstand. Deze is gebaseerd op goede weg- en 
weersomstandigheden, een alerte bestuurder en een goede wegligging. 
 
Is je auto in een slechte staat, dan wordt de remweg langer. Ditzelfde 
geldt als je te maken krijgt met slechte weg- en weersomstandigheden. 
De weg kan daardoor minder grip geven en dus gladder zijn. In dat geval 
moet je meer volgafstand aanhouden. 
 
Is het zicht slecht door mist, sneeuw- of regenval, of ben je minder alert, 
dan kun je minder goed waarnemen en minder vlot reageren. Daardoor 
wordt juist je reactieafstand langer. Ook in dat geval moet je meer 
volgafstand aanhouden. 
 
Tijdens slechtere omstandigheden moet je dus een langere volgafstand 
aanhouden, van bijvoorbeeld drie of vier seconden. Het inschatten 
hiervan vergt inzicht en ervaring. 
 

(Gereden snelheid : 2) + 10% = Volgafstand in meters* 
Voorbeeld: (60 km/u : 2) + 10% = 30 + 3 = 33 meter 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Om te weten of je te maken hebt met een slechter wegdek en daarmee 
een slechtere wegligging, kun je kijken naar: 
 
. Soort wegdek en de staat ervan 
Een nat wegdek geeft minder grip, net als een wegdek met gaten of 
los grind of zand. Daarnaast geeft bijvoorbeeld een klinkerweg 
minder grip dan een asfaltweg. 
· Wegverkanting 
In bochten worden wegen meestal iets schuin gelegd, waarbij de 
binnenbocht iets lager wordt gelegd dan de buitenbocht (positieve 
wegverkanting). Dit zorgt voor meer grip in de bochten. Is door 
omstandigheden de buitenbocht lager dan de binnenbocht 
(negatieve wegverkanting), dan heb je juist minder grip in de bochten. 
 

 
 
 
 
 

· Nieuw wegdek 
Bij een nieuw wegdek zou je 
verwachten dat de grip meteen goed is. 
Dit is echter niet het geval. Een weg 
moet eerst 'ingereden' worden voordat 
deze stroef genoeg is. Een nieuw 
wegdek is in het begin dus juist gladder.  
 

Weersomstandigheden 

 

Je moet altijd je volgafstand aanpassen aan de weersomstandigheden. 
Weer heeft een grote invloed op het verkeer. Regenval zorgt niet alleen 
voor een langere remweg maar geeft ook slechter zicht en kans op 
aquaplaning. Sommige omstandigheden zijn duidelijk aanwezig, maar in 
andere gevallen kun je verrast worden. Vooral als je nog weinig ervaring 
hebt. 
 
 

 

 

Positieve wegverkanting. De 
binnenbocht ligt lager. 

Negatieve wegverkanting. De 
binnenbocht ligt hoger. 

📖8.8 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Regen 
Het wegdek wordt altijd wel iets gladder van regen, maar het kan 
plotseling spiegelglad worden als het na een lange periode van droogte 
ineens flink gaat regenen. Rubberresten, olie en vuil vermengen zich met 
het water en vormen een gladde laag over de weg. Maar ook afgevallen 
bladeren in de herfst worden bij regen verraderlijk glad. 
 
Houd bij flinke regenval altijd rekening met aquaplaning, vooral als er 
veel spoorvorming is. Aquaplaning voorkom je vooral door te zorgen 
voor een goed profiel op de banden en een lagere snelheid aan te 
houden bij zware regenval. 

 

Spoorvorming 
Geulen die in de lengte in het wegdek ontstaan, door grote belasting 
van het wegdek, bijvoorbeeld door zwaar vrachtverkeer. Daardoor 
komt spoorvorming op autosnelwegen vooral voor op de 
rechterrijstrook. 
 
Aquaplaning 
Een waterlaagje tussen het loopvlak van de band en het wegdek 
waardoor de banden geen grip meer hebben. De groeven (het profiel) 
van de band kunnen in dat geval de grote hoeveelheid water niet aan. 
Dit komt vooral voor in de sporen bij spoorvorming. Het risico is 
daarom het grootst op de rechterrijstrook. Maar het kan ook op een 
wegdek zonder spoorvorming voorkomen. 

 

Aquaplaning kan voorkomen worden door een juiste bandenspanning, 
een goede profieldiepte en een lagere snelheid. Ook loopt een lichte 
personenauto met een brede band een groter risico op aquaplaning 
dan een zwaardere met een smallere band. 
 
Ontstaat er toch aquaplaning? Laat dan rustig het gas los en trap de 
koppeling in. Wacht tot het voertuig weer grip krijgt. Ga niet remmen 
of sturen! Kijk in de richting waar je heen wilt. 
 
Bij aquaplaning zorgt het intrappen van de koppeling ervoor dat de 
wielen direct weer in de juiste snelheid kunnen meedraaien zodra ze 
weer grip krijgen. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Gladheid door vorst 
 
Natte weggedeelten kunnen vooral in winterse omstandigheden 
opvriezen en zeer glad worden. Vooral weggedeelten die in de schaduw 
liggen, worden sneller glad en blijven langer glad omdat ze minder 
worden verwarmd door de zon. Maar ook op bruggen en viaducten moet 
je rekening houden met plotselinge gladheid bij vorst, omdat deze 
wegen ook van onderaf opvriezen. 
 
Ook als de temperatuur van de lucht niet onder het nulpunt is, kun je te 
maken krijgen met gladheid omdat de grond kouder kan zijn. Dit wordt 
ook wel grondvorst genoemd. 
Gladheid is verraderlijk omdat je het niet altijd van tevoren ziet. Houd 
daarom bij temperaturen onder de 4℃ rekening met gladheid door je 
snelheid voor bochten en kruispunten aan te passen en voldoende 
afstand te houden. 
 

 

 

Niet alleen bij gladheid door vorst moet je jouw rijstijl aanpassen. Maar 
ook bij gladheid door modder op de weg, of als je moet uitwijken in 
een minder goede (zachte) berm. Je moet dan op een paar dingen 
letten: 
 
. Doe niks abrupt! 
Dus niet ineens remmen of sturen. 
· Laat je gas los. 
Zorg dat je snelheid lager wordt. 
· Trap het koppelingspedaal niet in, tenzij echt nodig. 
Een ingetrapte koppeling zorgt ervoor dat de auto met meer 
snelheid door blijft rollen en je minder controle hebt. 
· Wacht tot je een lagere snelheid hebt. 
Stuur pas bij lagere snelheid indien nodig terug te rijbaan op. 
Controleer of je grip hebt en stuur niet verder door als jouw auto 
hier niet op reageert! 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Vorstschade 
 
Een ander probleem van vorst is de schade die het 
toebrengt aan het wegdek. Het water in het asfalt 
bevriest en zet daarbij uit. Daardoor worden er 
steentjes losgewrikt en ontstaan er zwakke plekken 
en uiteindelijk gaten in de toplaag van het wegdek. 
De remweg neemt op wegen met vorstschade 
behoorlijk toe. 

 
 
 
 
 
 
 

 

J-! Slechtweg 

Winterse neerslag 
Naast vorst veroorzaken sneeuw, ijzel 
(opvriezende regen) en hagel ook gladheid 
en dus gevaar voor het verkeer. Ook 
vermindert het zicht bij winterse neerslag. 
Vooral bij sneeuwval is het moeilijker je te 
concentreren op het zicht in de verte, 
omdat je blik naar de sneeuwvlokken 
dichterbij getrokken wordt. Rijden tijdens 
sneeuwval is daarom extra vermoeiend. 
 
Strepen op de weg en borden kunnen in de winter niet meer 
te zien zijn. Een aantal voorrangsborden kun je herkennen 
aan hun vorm. Maak hier gebruik van als je in de sneeuw 
rijdt. Houd daarnaast extra afstand en rijd defensief. Kijk ver 
vooruit, laat op tijd je gas los en rem nooit abrupt. Gebruik 
eventueel je voorste mistlicht bij een zicht van minder dan 
200 meter. 

 
 
 
 
 
 
 

 

J-36 
lJzel of sneeuw 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Mist 
 
Mist bestaat uit kleine regendruppeltjes die 
blijven hangen. Het zicht kan hierdoor in 
meer of mindere mate worden belemmerd. 
Veel bestuurders schrikken als ze ineens 
een mistbank inrijden en gaan uit reflex 
remmen. Dit is juist door de mist voor 
achteropkomend verkeer slecht te zien. 
Houd daarom bij mist extra veel afstand en 
rem niet onnodig. Laat liever alleen je gas 
los en laat je snelheid rustig terugzakken. 
 
Zet bij minder dan 200 meter zicht eventueel je mistlicht 
aan de 
voorzijde aan. Bij minder dan 50 meter zicht doe je het 
mistlicht 
aan de achterzijde aan. 

 
 
 
 
 
 
 

 

1-35 
Slecht zicht door 
sneeuw, regen of mist 

 

 

 
 
 
 
 
 

 

 

Halveer je snelheid en verdubbel 
je 
afstand bij dichte mist. 

Vooral hoge voertuigen hebben 
last 
van zijwind. 

Mist: Halveer je snelheid en verdubbel je afstand. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Zijwind 
Op plekken met extra grote kans op 
zijwind, zijn vaak windzakken geplaatst. 
Des te meer een windzak horizontaal staat, 
hoe harder het waait. Daarnaast geeft de 
windzak ook de windrichting aan. 
Vooral wanneer de wind dwars op de weg 
staat, moet je rekening houden met 
windvlagen die de stabiliteit van het 
voertuig kunnen beïnvloeden. 
 
Hoe hoger het voertuig en hoe lichter, hoe meer gevaar de 
wind 
oplevert. Rijd je met een aanhangwagen, dan kan deze door 
de 
wind gaan slingeren. Pas je snelheid aan de windkracht aan 
en 
zorg voor voldoende ruimte rondom het voertuig. 

 
 
 
 
 
 
 

 

J-31 
Zijwind 

Belemmeringen in het izcht 

Regen, winterse neerslag en mist kunnen het zicht behoorlijk beperken. 
Maar ook andere omstandigheden kunnen het waarnemen moeilijker 
maken. Zowel 's nachts, als overdag. 
 

Laagstaande zon 
Vooral in het voor- en najaar kun je te maken krijgen met laagstaande 
zon. Hiervan heb je het meeste last in de ochtend en aan het eind van de 
middag. Heb je de zon in je gezicht, dan vermindert dit je zicht 
aanzienlijk. Heb je daarnaast ook nog een vieze voorruit, dan kan het 
zicht echt gevaarlijk slecht worden. Je kunt ander verkeer, maar ook 
verkeerslichten en bochten over het hoofd gaan zien. Verminder in dat 
geval direct je snelheid door je gas los te laten. 
 
Maak de voorruit regelmatig schoon, ook aan de binnenkant! Zorg ervoor 
dat je altijd extra ruitensproeiervloeistof bij je hebt voor als het reservoir 
leeg is. Gebruik een zonnebril en de zonneklep van de personenauto. 
 
Heb je de laagstaande zon in de rug, houd er dan rekening mee dat het 
tegemoetkomende verkeer jou erg slecht ziet omdat zij tegen de zon in 

📖8.9 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

moeten kijken. 
Voer bij laagstaande zon altijd dimlicht, om te zorgen dat je beter 
zichtbaar bent. 
 

Schaduw onder bomen 
Ook op zonnige dagen kan het noodzakelijk zijn om dimlicht te voeren, 
bijvoorbeeld als je over een weg rijdt met veel overhangende bomen en 
takken. Het licht dat tussen de bladeren door schijnt zorgt voor een 
schittering die het zicht flink vermindert. Voertuigen zonder dimlicht zijn 
veel minder snel op te merken. Houd hier tijdens het inhalen op dit soort 
wegen rekening mee. 
 

 
 
 
 
 
 
 

Schemer 
 
Je zicht is slechter in de schemer, omdat kleuren beginnen te vervagen. 
Je ogen moeten zich aanpassen aan het verminderde licht. Dit gaat bij 
sommige mensen vlotter dan bij anderen. Omdat je in de schemer zelf 
het idee hebt dat je nog redelijk goed ziet, ben je minder snel geneigd om 
dimlicht aan te zetten. In de schemer kom je daarom vaker slecht 
verlichte en daarmee slecht zichtbare voertuigen tegen dan in het 
donker. 
 

Donker 
 
In het donker is het zicht natuurlijk een stuk slechter dan bij licht. Ook als 
je voldoende verlichting aan hebt, blijven er flinke stukken onverlicht en 
dus slecht zichtbaar. Daarnaast zijn voetgangers, slecht verlichte fietsers 
en obstakels op onverlichte wegen pas laat te zien. 
 
Pas je snelheid aan het zicht dat je hebt aan. Probeer het wegverloop te 
herkennen aan de hand van bermpaaltjes, lantaarnpalen, belijning, 
borden en verlichting. Gebruik indien nodig groot licht, maar dim dit 

 

 

Laagstaande zon kan verblindend 
werken. 

De schittering van de zonnestralen 
tussen 
de bomen kan het zicht op een 
zonnige dag 
behoorlijk belemmeren. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

direct als er ander verkeer nadert of als er een voertuig voor je rijdt. Rijd 
op wegen waar geen verlichting en geen trottoir is, niet tegen de 
bermrand aan. Kies, als dit veilig kan, iets meer het midden van de weg. 
Dit is veiliger voor voetgangers of fietsers die aan de zijkant van de weg 
lopen of fietsen. 
 

Houd in de schemer en het donker ook rekening 
met eventueel overstekend wild. Op de plekken 
waar dit veelvuldig voorkomt, staat meestal het 
bord J-27. Het risico hierop is in de nacht het 
grootst. Verminder de kans op een aanrijding door 
de snelheid te verlagen. 
Steekt er groot wild over, probeer dan niet uit te 
wijken. Kies liever voor remmen. Bij uitwijken heb 
je een grote kans dat je op de verkeerde weghelft 
of in de berm belandt en zelf een ongeluk krijgt. 
Dim daarnaast altijd je groot licht als je dit aan 
hebt staan. Groot licht verblindt het wild, 
waardoor ze geen vluchtweg meer zien en juist 
stil blijven staan. 

 
 
 
 
 
 
 

 

J

 J-27 

Groot wild 

 

 

 

 

Voor klein wild zoals konijnen of hazen, is het veiliger om geen noodstop 
te maken. Plotseling flink remmen vergroot de kans op kop-staart- 
aanrijdingen, terwijl de risico's van een aanrijding met een konijn of haas 
voor jou slechts klein zijn. 
 
Heb je een aanrijding gehad met een dier, dan ben je verplicht om de 
dierenpolitie te bellen. Hiervoor is een speciaal noodnummer: 144. De 
politie kan maatregelen nemen om het dier indien nodig te helpen, of uit 
zijn lijden te verlossen. Ook bij een huisdier is dit verplicht indien er geen 
eigenaar aanwezig is. 

 

Polderblindheid en tunnelvisie 
 
Polderblindheid ontstaat als je op lange, rechte en eentonige wegen te 
veel in de verte gaat kijken. Je gaat dan staren en je gezichtsveld wordt 
hierdoor steeds smaller. Dit wordt 'tunnelvisie' genoemd. Zijwegen vallen 
daardoor minder op. Voertuigen die op deze zijwegen naderen zie je dan 

Neem bij een aanrijding met een dier altijd contact op met de 
dierenpolitie. Deze zijn te bereiken op telefoonnummer 144. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

makkelijk over het hoofd. Hierdoor ontstaan er soms ongevallen op 
kruispunten waar je dit door het goede zicht niet direct zou verwachten. 
 
Blijf jezelf bewust van je kijkgedrag en voorkom dat je gaat staren door 
iedere paar seconden je blik te verleggen. 
 

Beperkingen van het gezichtsveld 

Loop of fiets je ergens, dan kun je door je hoofd te draaien bijna alles wel 
goed waarnemen. Er kunnen natuurlijk gebouwen, struiken of voertuigen 
in je zicht staan, waardoor je iets minder goed kunt zien. Maar buiten dat 
is er weinig dat je zicht belemmert. Dit verandert als je in een auto stapt. 
Ineens heb je raamstijlen en andere voertuigonderdelen die in de weg 
zitten en je zicht beperken. Hier moet je bewust mee omgaan om ervoor 
te zorgen dat je veilig aan het verkeer blijft deelnemen. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 

Gezichtsveld bestuurder 
Veel bestuurders hebben niet door hoeveel zicht er verloren gaat achter 
bijvoorbeeld een raamstijl of een op het raam gemonteerd 
navigatiesysteem. Maar hier kunnen fietsers en zelfs motorrijders en 
personenauto's achter wegvallen. 
 
Daarom moet je tijdens het kijken bewust om de raamstijlen heen kijken 
en het stukje weg achter het navigatiesysteem ook controleren. Dit doe 
je door je lichaam en hoofd wat heen en weer te bewegen tijdens het 
kijken. 
 
De ruimte vlak voor, naast en achter de auto is ook slecht te overzien. Dit 
kan vooral bij krappe manoeuvres wel eens problemen geven. Veel 
moderne personenauto's zijn voorzien van sensoren of zelfs camera's om 
ook deze gebieden te kunnen overzien. 
 

 

 

In eerste instantie denk je alles 
gezien te 
hebben. 

Maar die andere auto viel volledig 
weg 
achter de raamstijl! 

📖8.10 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Belemmering in het zicht door de omgeving 
Naast dat je als bestuurder in je zicht belemmerd wordt door onderdelen 
van je eigen voertuig, kun je ook belemmerd worden door obstakels 
zoals gebouwen, bomen en voertuigen. Een voorbeeld hiervan zie je bij 
afdekongevallen. Zoals onderstaande situatie waarbij een bestuurder 
een weg denkt te kunnen oprijden, maar de rode personenauto achter de 
afslaande vrachtauto niet heeft kunnen zien. 
 

 

De witte lesauto kan door de vrachtauto de rode auto niet zien aankomen. Als de 
bestuurder van de lesauto hier niet bewust mee bezig is, kan hierdoor een afdekongeval 
ontstaan. 
 
Helaas is dit een situatie waarin onze hersenen ons kunnen misleiden. 
Waar je niet bewust aan denkt en wat je ogen niet waarnemen, is er 
voor je hersenen niet. Dit kan gevaarlijke en soms ook dodelijke situaties 
opleveren. 
 
Hier kun je zelf als bestuurder wel iets aan doen. Wees je bewust van de 
plekken die je niet kunt overzien. Ga ervan uit dat hier voertuigen 
vandaan kunnen komen. Pas hier je snelheid op aan, zodat je nog op tijd 
kunt stoppen. 
 

Gezichtsveld andere weggebruikers 
Sommige bestuurders hebben puur door hun voertuig al een slecht zicht 
rondom, zoals vrachtautobestuurders en bestuurders van langere 
combinaties. Geef deze voertuigen de ruimte die ze nodig hebben en ga 
ervan uit dat iemand je niet ziet als jij diegene ook niet kunt zien. Blijf 
zoveel mogelijk uit de dode hoeken en houd afstand, vooral bij 
vrachtauto's die willen afslaan, keren of achteruitrijden. 
 

Het plaatje hiernaast laat de dode 
hoeken zien van de vrachtauto. De 
effen rode vlakken zijn niet te 
overzien. De gestreepte vlakken 
zijn deels te overzien, maar 

 
 
 
 
 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

slechter naarmate je lager bij de 
grond bent. Kleinere 
weggebruikers zoals voetgangers 
en fietsers zijn hier nog steeds niet 
zichtbaar. Het gedeelte dat 
gemarkeerd is met de X is met een 
extra spiegel te overzien, maar 
wordt sterk verkleind door de 
bolling van deze spiegel. Hierdoor 
is het lastiger te zien hoe ver 
weggebruikers weg zijn. 

 

 

 

Deeltoets 8.2 

Personenauto 8.3 

Wegen zijn aangelegd met verschillende doelen. Zo is de ene weg vooral bedoeld zodat 
je bij je huis kunt komen, terwijl de andere weg vooral bedoeld is om vlot van punt A naar 
punt B te komen. Al deze wegsoorten hebben hun eigen kenmerken en gevaren. 
Ditzelfde geldt voor de verschillende verkeersdeelnemers. 

Wegsoorten 

Wegen zijn er in alle soorten en maten. Ze zijn ingericht met een bepaald 
doel. Er is een onderscheid in drie verschillende wegsoorten: 
 
· erftoegangswegen 
· gebiedsontsluitingswegen 
· stroomwegen 
 

Voorbeelden van 
erftoegangswegen zijn een erf en 
een 30km-zone. Maar ook 60km- 
zones vallen onder de 
erftoegangswegen, omdat deze 
als doel hebben dat de erven van 
boerderijen en de opgangen van 
weilanden en akkers goed kunnen 
worden bereikt. Ook op deze 
wegen heb je veel langzaam 
verkeer. 

 
 
 
 
 
 
 

 

Erf 
 

💬8.11 

📽8.12 

📖8.13 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 

 

 

Gebiedsontsluitingswegen 
Deze wegen maken de verbinding tussen verblijfsgebieden (met 
erftoegangswegen) en stroomwegen. Gebiedsontsluitingswegen zijn 
iets breder en de snelheden liggen hier iets hoger. Denk hierbij aan 
wegen binnen de bebouwde kom waar je 50 km/u en soms 70 km/u mag 
rijden en waar niet direct huizen aan liggen. Deze wegen vormen de 
verbinding tussen verschillende wijken in een stad. 
Maar ook 80km-wegen buiten de bebouwde kom vallen onder de 
gebiedsontsluitingswegen. Zij verbinden verschillende dorpen en kleine 
steden met elkaar. 
 

 
 
 
 
 

De meeste gebiedsontsluitingswegen hebben aparte fietspaden en 
fiets-/bromfietspaden. Ook kom je er minder landbouwverkeer tegen. De 
meeste kruispunten zijn gelijkvloers maar niet gelijkwaardig. De 
voorrang wordt geregeld door middel van borden en tekens of 
verkeerslichten. 
 
De meeste dodelijke ongevallen vinden op deze wegen plaats, waarbij 
de gemeentelijke 50km-weg de koploper is. Dit komt vooral door 
ongevallen tussen motorvoertuigen en fietsers, bromfietsers en 
voetgangers. Maar ook op 80km-wegen vallen veel dodelijke 
slachtoffers, bijvoorbeeld door frontale botsingen tijdens inhalen. 
 

Stroomwegen 
Deze wegen hebben als doel de vlotte verplaatsing van verkeer over 
langere afstanden. Ze verbinden grotere steden met elkaar. Denk hierbij 
aan autowegen en autosnelwegen. De maximumsnelheid ligt hoog en 
bij alle autosnelwegen en de bredere autowegen zit er een afscheiding 
(vangrail of middenberm) tussen de twee richtingen. 
 

 

 

30km-zone 

60km-zone 

 

 

30km-zone 

89km-weg 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

De tweestrooks-autowegen die geen afscheiding hebben in de vorm van 
een vangrail of middenberm, zijn een stuk gevaarlijker dan die met 
afscheiding. Om in te kunnen halen moet je namelijk over de weghelft 
van het tegemoetkomende verkeer. Op deze wegen ontstaan met 
regelmaat frontale aanrijdingen. Vaak met dodelijke afloop. 
 

 
 
 
 
 

 
Sommige autowegen zijn voorzien van gelijkvloerse kruispunten of 
kruisingen, maar de meeste stroomwegen hebben ongelijkvloerse 
kruisingen waarbij het verkeer via op- en afritten van de ene naar de 
andere (stroom)weg wordt geleid. 
 

 
 
 
 
 

 
Je komt geen fietsers of ander langzaam verkeer tegen op stroomwegen. 
Voertuigen moeten een minimale snelheid kunnen en mogen rijden 
voordat ze op stroomwegen mogen komen. De meest voorkomende 
ongevallen op stroomwegen zijn kop-staart-aanrijdingen doordat er te 
weinig afstand wordt gehouden en onverwacht geremd wordt. Ook 
staan deze wegen bekend om hun files. Stuit je op een file, rem dan 
voldoende af en gebruik indien nodig je alarmverlichting om 
achteropkomend verkeer te waarschuwen. Rem niet harder dan 
noodzakelijk. 
 

Onervaren, kwetsbare en grote weggebruikers 

In het verkeer krijg je als bestuurder van een personenauto regelmatig te 
maken met onervaren bestuurders en kwetsbare weggebruikers. In veel 
van deze gevallen heb jij de verantwoordelijkheid dat het veilig blijft. Ook 
als deze onervaren of kwetsbare weggebruiker zich niet aan de regels 
houdt, hoor jij dit zo goed mogelijk op te vangen om ongelukken te 
voorkomen. Daarnaast moet je rekening houden met grote voertuigen en 

 

 

Autoweg 

Autosnelweg 

 

 

Gelijkvloerse kruising 

Ongelijkvloerse kruising 

📖8.14 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

hun beperkingen. 

Kinderen 
Voor kinderen is het deelnemen aan het verkeer 
meestal veel onveiliger dan voor volwassenen. 
Vooral als ze nog klein zijn hebben ze veel minder 
overzicht dan volwassenen. Daarnaast hebben ze 
ook de ervaring nog niet en zijn de hersenen nog 
onvoldoende ontwikkeld om alle risico's te kunnen 
begrijpen. Ze spelen soms op het trottoir of op 
straat, verstoppen zich tussen geparkeerde auto's 
en rennen zonder te kijken de weg op achter hun 
voetbal aan. 
 
Pas dus altijd goed op als je door een kinderrijke buurt rijdt. 
Houd 
rekening met onverwachte situaties en kijk goed tussen en 
onder 
geparkeerde auto's of je (de voetjes van) spelende kinderen 
ziet. Lopen 
er kinderen op het trottoir, houd er dan altijd rekening mee 
dat ze kunnen 
gaan oversteken en verlaag je snelheid. 

 
 
 
 
 
 
 

 

J-21 
Kinderen 
 

 

Voetgangers 
Voetgangers zijn in het donker zeer slecht te zien. 
Houd hier rekening mee als je op wegen rijdt waar 
een voetpad of trottoir ontbreekt en rijd indien 
mogelijk niet volledig rechts. Daarnaast zijn 
voetgangers lang niet altijd bewust met het 
verkeer bezig. Wees je daarom altijd bewust van 
de aanwezigheid van voetgangers, ook al lopen 
ze op een voetpad of trottoir. Herken 
voetgangersoversteekplaatsen op tijd. 
 
 

 
 
 
 
 
 
 

 

J-23 
Voetgangers  

 
Fietsers, brom- en snorfietsers 
Let bij het rechts afslaan op fietsers en 
snorfietsers. Deze mogen je rechts voorbijrijden en 
kunnen zich in de dode hoek bevinden. Daarnaast 

 
 
 
 
 
 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

zijn het evenwichtsvoertuigen en kunnen ze 
onbewust slingeren. Houd voldoende zijdelingse 
ruimte (liefst minimaal 1,5 meter) tussen jouw 
personenauto en de fiets of snorfiets. Let ook op 
oversteekplaatsen van fietspaden en 
fiets-/bromfietspaden. Houd in het donker altijd 
rekening met slecht zichtbare fietsers. 
 
Bromfietsers rijden binnen de bebouwde kom 
vaak op de rijbaan. Houd voldoende afstand en 
haal alleen in als je ze ruim genoeg kunt passeren. 
Let ook op de borden die aangeven dat 
bromfietsers gebruik moeten gaan maken van de 
rijbaan. 
 

 

J-24 
Fietsers en bromfietsers 

 

Bromfietsers naar de 
  

 

Ruiters en vervoer van paarden 
Omdat paarden vluchtdieren zijn, reageren ze van nature schrikachtig. 
Dit kan een groot gevaar opleveren voor de ruiter of begeleider van het 
paard, of een auto met paardentrailer op de weg. Nader je een ruiter te 
paard of begeleider met een paard, verlaag dan je snelheid en houd 
afstand. Passeer alleen als je dit rustig en ruim kunt doen. Claxonneer 
nooit in de buurt van een paard. 
 
 

Bestuurders van brommobielen 
Brommobielen lijken op kleine auto's en de 
bestuurders moeten ook de regels volgen van de 
motorvoertuigen. Omdat je al vanaf 16 jaar in een 
brommobiel mag rijden, zijn veel 
brommobielrijders nog geen ervaren bestuurders.  
Ook kun je je vergissen in de (lagere) snelheid. 
Brommobielen mogen immers maar 45 km/u, ook 
op wegen waar andere bestuurders bijvoorbeeld 
70 km/u mogen rijden. Dit snelheidsverschil kan 
gevaar opleveren als je hier geen rekening mee 
houdt. Brommobielen zijn te herkennen aan een 
ronde sticker of een rond bordje achterop het 
voertuig, met een rode rand en het zwarte getal 
45 erop. 

Aan dit bordje herken je 
een brommobiel 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Bestuurders van voertuigen met beperkte snelheid 
De bekendste voertuigen met beperkte snelheid 
zijn de landbouwvoertuigen. Maar ook 
straatveegmachines en grasmaaimachines van 
de gemeente kunnen voertuigen met beperkte 
snelheid zijn. Voertuigen met een 
maximumsnelheid van 25 km/u of minder, zijn te 
herkennen aan een afgeknotte driehoek achterop 
het voertuig. 
 
Zoals de naam al zegt mogen deze voertuigen 
niet snel rijden. Het snelheidsverschil tussen deze 
voertuigen en andere motorvoertuigen kan 
daarmee behoorlijk groot zijn. 
 
Landbouwvoertuigen zijn vaak heel groot. Dit maakt het inhalen van 
deze voertuigen moeilijker. Houd rekening met het soms beperkte zicht 
van de bestuurder. Dit kan beperkt worden door aangekoppelde 
machines of grote aanhangwagens. Vooral landbouwvoertuigen die 
links of rechts afslaan kunnen een groot gevaar opleveren als ze net links 
of rechts worden ingehaald. 
 

Bestuurders van vrachtauto's 
 
Door hun formaat hebben vrachtauto's meerdere en grote dode hoeken. 
Deze bevinden zich vlak voor, naast en achter de vrachtauto. Een goede 
vuistregel is: zie je de chauffeur niet (rechtstreeks of via de spiegel) dan 
ziet de chauffeur jou ook niet. Je staat of rijdt dan in de dode hoek en dit 
vergroot de kans op een aanrijding. Blijf daarom zoveel mogelijk uit de 
dode hoek. Daarnaast hebben grote voertuigen ook meer ruimte nodig 
bij het maken van bochten. Geef ze deze ruimte door voldoende afstand 
te houden. 
 
LZV-voertuigen, oftewel Lang Zwaar Vervoer, zijn 
erg lang. Deze vrachtauto's mogen in plaats van 
de normale 18 meter, maar liefst 25,25 meter lang 
zijn.  
Ze mogen daarom niet overal komen en zijn vooral 
bestemd voor langere ritten over stroomwegen. 

Aan deze afgeknotte 
driehoek herken je 
voertuigen met een 
beperkte snelheid 

Dit waarschuwingsbord 
vind je achterop een LZV 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
Dit waarschuwingsbord 
vind je achterop een LZV 
 

Ouderen en gehandicapte personen 
Sommige personen hebben soms meer last van bepaalde aandoeningen 
zoals slecht zicht, een slechtere mobiliteit en een tragere reactie. Ook het 
gehoor kan minder worden. Dit maakt de verkeersdeelname gevaarlijker. 
Houd daarom rekening met iedereen in het verkeer en geef ze meer tijd 
bij het oversteken. Oudere bestuurders kunnen twijfelend rijden. Reageer 
hier niet gefrustreerd op maar geef ze de ruimte. 
 
Personen met een handicap 
kunnen soms minder mobiel zijn, 
slechtziend of blind, of 
slechthorend of doof. Al deze 
factoren maken verkeersdeelnam 
ingewikkelder. 
Blinde personen kun je herkennen 
aan een witte blindenstok met 
rode ringen en/of een 
blindengeleidehond. 
Deze personen, maar ook 
personen op krukken of met een 
rollator of looprek, mogen altijd 
voor als ze aangeven te willen 
oversteken. 
Blinden en slechtzienden geven 
aan dat ze willen oversteken door 
de blindenstok vooruit te steken. 
 
Dove en slechthorende personen kun je soms 
herkennen als ze op een voertuig rijden met een 
plaatje achterop waar de letters SH op staan. Dit 
staat voor slechthorend. 
Slechthorende en dove personen horen -je niet 
aankomen en kunnen daarom van je schrikken of 
je helemaal niet hebben opgemerkt. 
 

Deeltoets 8.3 

💬8.15 

Deze letters staan voor 
slechthorend 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Personenauto 8.4 

Als je gaat autorijden komen hier ook een aantal randzaken bij kijken. Geen enkele auto 
is goed voor het milieu, maar je kunt er wel voor zorgen dat je auto én jouw rijstijl het 
milieu zo min mogelijk belasten. Daarnaast kun je ook zomaar te maken krijgen met een 
ongeval waarbij je hulp moet verlenen. Omdat snel handelen in zo’n situatie het verschil 
kan maken, is het fijn als je van te voren weet wat je moet doen. 

 

Mileu 

Autorijden in een voertuig met een verbrandingsmotor (meestal op 
benzine of diesel, maar ook gas en alcohol/ethanol vallen hieronder) is 
per definitie niet goed voor het milieu. Er komen steeds meer voertuigen 
met een elektromotor of een combinatie van een verbrandingsmotor en 
een elektromotor (hybride). Dit klinkt heel milieuvriendelijk en deze 
voertuigen hebben ook minder tot geen uitstoot van schadelijke stoffen. 
 
Echter, ook elektriciteit moet opgewekt worden en dat gebeurt lang niet 
altijd op een schone manier. De accu's van deze voertuigen hebben geen 
onbeperkte levensduur en moeten hierna ook afgevoerd worden. 
Daarom is het in alle gevallen belangrijk om zo zuinig mogelijk te rijden 
en geen energie te verspillen, ongeacht of dit nu energie van een 
verbrandingsmotor of een elektromotor is. 
 

Energielabel 
Aan de hand van energielabels kun je het verschil in verbruik tussen de 
verschillende merken en types zien. De categorieën op het energielabel 
worden aangegeven met de letters A t/m G en met drie kleuren: groen (A 
t/m C) voor zuinig, geel (D en E) voor gemiddeld en rood (F en G) voor 
niet zuinig. De normen voor deze categorieën worden ieder jaar herzien 
en hebben onder ander te maken met het brandstofverbruik en de CO2 
uitstoot van het voertuig. 
 

📽8.16 

📖8.17 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Schadelijke stoffen 
Door een verbrandingsmotor worden diverse schadelijke stoffen 
geproduceerd, zoals: 
 
· Koolstofoxiden (CO en CO2) 
Doordat koolstofdioxide (CO2) infrarode straling van de zon 
absorbeert, warmt de aarde op (broeikaseffect). Koolstofmonoxide 
(CO) en koolstofdioxide (CO2) ontstaan bij de verbranding van 
fossiele brandstoffen, zoals benzine en diesel. Een benzinemotor 
stoot meer CO2 uit dan een dieselmotor. 
· Stikstofoxiden (NOx) 
Stikstofoxiden zijn schadelijk voor de gezondheid en tasten de 
ozonlaag aan. Ze ontstaan bij alle vormen van verbranding op hoge 
temperatuur, bijvoorbeeld in een verbrandingsmotor. Een dieselmotor 
stoot aanzienlijk meer stikstofoxide uit dan een benzinemotor. 
· Zwaveldioxide (SO2) 
Zwaveldioxide is schadelijk voor de gezondheid. Het komt vrij bij de 
verbranding van bepaalde fossiele brandstoffen. Het is één van de 
belangrijkste veroorzakers van luchtvervuiling, smog en zure regen. 
· Fijnstof (PM) 
Fijnstof is een vorm van luchtvervuiling die schadelijk is voor de 
gezondheid. Het bestaat uit zeer kleine deeltjes stof (zoals roet) 
afkomstig van verbrandingsmotoren. Een dieselmotor veroorzaakt 
meer roet dan een benzinemotor, maar heeft tegenwoordig een 
roetfilter. Benzinemotoren hebben deze (nog) niet. Fijnstof bestaat 
ook uit deeltjes afkomstig van wrijving van remmen, afschuren van 
rubberbanden en het wegdek. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Emissieklasse en milieuzones 
 
Voertuigen op diesel worden ingedeeld in een bepaalde emissieklass 
(van 0 tot en met 6). Hoe hoger de emissieklasse, hoe schoner het 
voertuig. Dit is afhankelijk van de uitstoot van schadelijke stoffen. 
Gemeentes kunnen vervolgens milieuzones instellen. Binnen zo'n 
milieuzone mogen alleen dieselvoertuigen komen die vallen binnen ee 
hogere emissieklasse. Valt je voertuig bijvoorbeeld in emissieklasse 3, 
dan mag je een gebied dat is aangegeven als emissieklasse 4 of hoge 
niet inrijden. Hoe vervuilender je voertuig dus is, hoe lager de 
emissieklasse en hoe groter de kans dat je in bepaalde steden niet m 
welkom bent met dit voertuig. 
 
Wil je weten in welke emissieklasse jouw voertuig valt en waar 
milieuzones zijn ingesteld? Kijk dan op www.milieuzones.nl. 
 

Milieumaatregelen 
Personenauto's en andere voertuigen met een verbrandingsmotor 
worden steeds meer voorzien van technieken die de uitstoot van 
schadelijke stoffen tegen moeten gaan. Denk hierbij aan: 
 
· Driewegkatalysator 
Een katalysator is een onderdeel van een verbrandingsmotor die de 
uitlaatgassen reinigt. Een katalysator vermindert op die manier de 
uitstoot van koolstofoxiden en stikstofoxiden. Een katalysator werkt 
pas optimaal als deze de juiste temperatuur heeft bereikt. Dit is na 
zo'n 15-20 minuten rijden. Daarom zijn korte stukjes rijden ook 
belastender voor het milieu dan langere stukken. 
. Roetfilter 
Roetfilters worden uitsluitend op een auto met dieselmotor 
aangebracht en verminderen de uitstoot van roetdeeltjes (fijnstof). 
. AdBlue 
AdBlue is een vloeistof die gebruikt wordt in dieselmotoren om de 
uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen. AdBlue wordt in de 
hete uitlaatgassen ingespoten waardoor schadelijke stikstofoxiden 
worden omgezet in onschuldig stikstof en water. 
 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 

Deeltoets 8.4 

Personenauto 8.5 

Goed onderhoud zorgt voor minder uitstoot van schadelijke gassen, meer veiligheid en 
een langere levensduur van de auto. Maar waar moet je nou precies op letten? Als je niet 
goed weet waar alle dashboardlampjes voor staan, loop je het risico te lang door te 
rijden met een probleem, of je staat straks voor niks bij de garage. Ook is het goed als je 
weet wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende hulpsystemen in de auto, zodat 
je deze op de juiste manier kunt gebruiken. 
 

Onderhoud en controle 

Om te zorgen dat voertuigen veilig aan het verkeer kunnen deelnemen, 
moeten deze voldoen aan een aantal eisen. Om te zorgen dat dit het 
geval is, moet je regelmatig het voertuig controleren. Hoe en wanneer je 
dit doet wordt uitgelegd per voertuigonderdeel. 
 

Stuurinrichting 
Merk je dat het stuur ineens meer trilt, zwaarder 
stuurt of anders voelt dan normaal, is het 
belangrijk hiernaar te (laten) kijken. Dit kan aan 
een defect van de stuurinrichting liggen, maar het 
kan ook komen door een probleem met de 
banden, wielen of wielophanging. Zolang het 
probleem niet is opgelost mag je niet verder rijden. 
 

Claxon 
ledere personenauto moet voorzien zijn van een 
goedwerkende claxon. Als je merkt dat deze niet 

 

 

AdBlue moet je zelf bijvullen. De 
vulopening 
zit meestal naast de vulopening van 
de 
diesel. 

Het omcirkelde onderdeel is de 
katalysator. 

💬8.18 

📽8.19 

📖8.20 

 
Storing stuur- 
bekrachtiging 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

werkt, dan mag je niet gaan rijden met dit 
voertuig. 
 

Ophanging 
De ophanging van de personenauto is het deel waarmee de wielen aan 
het voertuig zijn verbonden. Als er iets mis is aan de ophanging, merk je 
dat meestal doordat de personenauto minder stabiel op de weg ligt. Hij 
kan gaan hobbelen of slingeren, naar links of rechts trekken. Het sturen 
kan minder makkelijk gaan of het voertuig kan een bonkend geluid 
maken tijdens het rijden over drempels of andere hobbels. Ook kan het 
voertuig scheef staan omdat hij door (één van) de veren zakt. 
 
Omdat het voertuig minder stabiel op de weg ligt, kan dit gevaarlijke 
situaties veroorzaken. Daarnaast zorgt het voor onregelmatige 
bandenslijtage. Je mag in dat geval niet meer rijden. Laat de ophanging 
controleren en repareren.  
 

 

 

Remmen 
 
Slechtwerkende remmen zijn levensgevaarlijk. 
Merk je dat de personenauto minder goed remt, 
scheeftrekt tijdens het remmen of een 
waarschuwingslampje geeft, dan moet je dit laten 
controleren bij de garage. Het is niet toegestaan 
om verder te rijden met slecht werkende remmen. 

ABS (Anti Blokkeer Systeem) 
De meeste personenauto's zijn voorzien van 
ABS. Dit systeem zorgt ervoor dat de wielen 
niet blokkeren tijdens hard remmen. Hierdoor 
blijft het voertuig beter bestuurbaar tijdens een 
noodstop. Het is niet zo dat ABS altijd zorgt 
voor een kortere remweg, maar je kunt tijdens 
het remmen wel blijven sturen waardoor je 
obstakels makkelijker kunt ontwijken. Als ABS 
in werking treedt, merk je dit aan een trillend 
rempedaal. Dit is geen defect aan de remmen, 
maar een teken dat het ABS ingrijpt. Laat het 
rempedaal niet los, maar blijf remmen. 

 

DDSADSA 
Storing stuur-Storing ABS 
bekrachtiging 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Banden 
 
Banden zijn zelf relatief makkelijk te controleren. 
Voor iedere rit loop je even een rondje om de 
personenauto om te zien of er geen banden slap 
of leeg zijn. Daarnaast let je op zichtbare 
beschadigingen en controleer je of alle 
ventieldopjes nog aanwezig zijn. 
 
Eens in de maand controleer je de bandenspanning en de profieldiepte. 
In de hoofdgroeven van de band vind je kleine verhogingen (slijtage- 
indicatoren) die lager moeten liggen dan de bovenrand van de groef. 
Beginnen de indicatoren mee te slijten met het loopvlak, dan heeft de 
band te weinig profiel en moet de band vervangen worden. Je mag er 
dan niet meer mee riiden 
 
Eens in de maand controleer je de bandenspanning en de profieldiepte. 
In de hoofdgroeven van de band vind je kleine verhogingen (slijtage- 
indicatoren) die lager moeten liggen dan de bovenrand van de groef. 
Beginnen de indicatoren mee te slijten met het loopvlak, dan heeft de 
band te weinig profiel en moet de band vervangen worden. Je mag er 
dan niet meer mee rijden. 
 
Heb je winterbanden onder de personenauto, dan 
is een profieldiepte van 1,6 millimeter nog altijd 
het wettelijke minimum. Maar voor een goede 
werking heeft een winterband minimaal 4 
millimeter profiel nodig. 
 
Controleer de bandenspanning altijd voor de rit als de banden nog koud 
zijn. Vergeet hierbij het eventuele reservewiel niet. Is de bandenspanning 
te laag, pomp de banden dan bij. Dit kan bij de meeste tankstations. 
Hoeveel spanning er in een band moet kun je vinden in het 
instructieboekje. Bij de meeste personenauto's staat er ook een tabel met 
gewenste bandenspanning aan de binnenzijde van het portier, of in het 
tankklepje. Ook hebben de meeste luchtpompen een grote lijst met 
automerken en types waarop je kunt opzoeken welke bandenspanning 
bij jouw personenauto hoort. In de meeste gevallen ligt de 
bandenspanning tussen de 2 en 2,5 bar. Deze spanning is niet anders bij 
winterbanden dan bij zomerbanden. Er kan wel verschil zitten tussen 

 
Lage bandenspanning 

 
Slijtage remvoeringen 

 
Symbool op een 
winterband 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

banden met verschillende breedte-maten. 
 
Is een band te erg beschadigd of heeft deze een uitstulping, dan mag je 
niet rijden. Het risico op een klapband is in dat geval te groot. 
 
Ontbreken de ventieldopjes, dan komt er vuil in het ventiel en sluit deze 
uiteindelijk niet meer goed af. De band zal dan langzaam leeglopen. Een 
langzaam leeglopende band kan ook komen doordat er een spijker of 
schroef in de band zit. Zie je een schroef of spijker zitten, laat deze dan 
zitten tot je bij de garage bent. Deze houdt de lucht nog deels in de 
band. Ook is het gaatje dan makkelijker terug te vinden. 
 
Te lage bandenspanning zorgt voor meer verbruik, een slechtere 
wegligging door minder grip en meer slijtage aan de banden. In het 
slechtste geval kan een lage bandenspanning zelfs zorgen voor een 
klapband. 
 
Een te hoge bandenspanning zorgt voor minder grip. Het loopvlak van 
de band staat dan boller waardoor deze in het midden meer slijt, maar 
aan de zijkanten minder. 
 

Verlichting en richtingaanwijzers 
Om goed zichtbaar te zijn, signalen te kunnen geven en zelf ook genoeg 
zicht te hebben, is goede verlichting van levensbelang. Loop altijd even 
een rondje om de auto en controleer of de lampglazen schoon en 
onbeschadigd zijn. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 
Controleer regelmatig de verlichting. Dit kun je doen door aan het begin 
van de rit te controleren of je twee koplampen ziet reflecteren. De 
reflectie kun je bijvoorbeeld zien als je langs een ruit rijdt of achter een 
ander voertuig bij het verkeerslicht staat. De achterlichten en remlichten 
zijn het beste te controleren door met je achterkant richting een raam of 

 

 

Maak de lampglazen altijd 
sneeuwvrij 
voordat je gaat rijden. 

Door de jaren heen kunnen 
lampglazen 
doffer worden. Hierdoor kan er 
minder licht 
doorheen. Als dit te erg wordt 
moeten ze ver vunigen wordch. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

gladde muur te staan. Schakel de lichten aan en uit en trap de rem in. 
Door de reflectie op het gladde oppervlak kun je vaak prima zien of er 
een lamp stuk is. 
 
Veel moderne personenauto's zijn voorzien van een verklikkerlampje in 
het dashboard dat gaat branden als er een lamp stuk is. Een kapotte 
richtingaanwijzer herken je meestal doordat de andere 
richtingaanwijzers dan sneller gaan knipperen. 
 
Alle verplichte verlichting moet altijd goed werken, 
ook als je niet verplicht bent om op dat moment de 
verlichting aan te hebben. Dus ook overdag mag 
bijvoorbeeld het groot licht niet stuk zijn. Is er een 
lampje stuk, dan moet je deze officieel ter plekke 
kunnen vervangen omdat je anders niet verder 
mag rijden. 
 
In de praktijk is dit echter vaak niet mogelijk, omdat lampen in de meeste 
moderne personenauto's niet meer zonder vakkennis en goed 
gereedschap te vervangen zijn. Soms moeten hele bumpers of 
koplampunits verwijderd worden om erbij te kunnen komen. Heb je een 
kapotte lamp en kun je deze niet zelf vervangen, laat deze dan zo snel 
mogelijk vervangen bij een garage. 
 

Retroreflectoren 
 
De meeste retroreflectoren zijn bij moderne personenauto's verwerkt in 
de lampunits. Het glas van deze units mag niet gebroken, beschadigd of 
dof zijn omdat ze dan niet meer goed licht kunnen uitstralen of 
reflecteren. Ook losse retroreflectoren mogen niet dof of beschadigd zijn, 
of missen. Ook mogen ze, net als de lampen, niet bedekt zijn met 
sneeuw, ijs, modder of andere viezigheid. 
 
Als de personenauto niet is voorzien van de verplichte retroreflectoren, of 
als deze niet goed meer werken, mag je hiermee niet op de openbare 
weg rijden. Als je daardoor slecht zichtbaar bent in het donker, mag het 
voertuig zelfs niet op de weg geparkeerd staan. 
 

Spiegels 
Omdat het zicht in de spiegels altijd goed moet zijn, mogen spiegels niet 

 
Kapotte lamp 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

beschadigd of vies zijn. Controleer dit voordat je vertrekt en maak ze 
indien nodig schoon. Is er een spiegel stuk, dan mag je niet meer verder 
rijden totdat deze gerepareerd is. Ook al zit er alleen maar een barst in 
het glas, dit vervormt het zicht en hierdoor kun je niet meer veilig aan het 
verkeer deelnemen 
 

Ruitensproeiers en ruitenwissers 
Als ruitenwissers of ruitensproeiers op de voorruit 
niet meer goed werken, of de 
ruitensproeiervloeistof is op, dan kan dit het zicht 
door de voorruit flink beperken. Daarom mag je in 
dat geval niet meer rijden. Zorg dat je altijd 
ruitensproeiervloeistof bij je hebt. Dit wordt 
verkocht in de meeste tankstations.- 
 
Ruitenwisserbladen (het deel van de ruitenwisser dat over je ruit heen 
glijdt) moeten regelmatig vervangen worden omdat ze slijten. Dit herken 
je aan de strepen die ze trekken over de ruit zodra je ze gebruikt. 
 
Maak ruitenwissers regelmatig schoon, helemaal als je de personenauto 
onder een boom parkeert. Kleine takjes en blaadjes kunnen krassen 
veroorzaken op de voorruit als ze lang blijven zitten onder de 
ruitenwisser. Daarnaast trekt viezigheid onder de ruitenwisser ook 
strepen over de voorruit als je de wissers gebruikt. Neem ze eens per 
week af met een doekje, of vaker als je ziet dat er viezigheid onder zit. 
 
In tegenstelling tot de ruitenwissers op de voorruit, zijn ruitenwissers op 
de achterruit niet verplicht en hoeven deze ook niet te werken. Maar een 
goedwerkende ruitenwisser heeft natuurlijk altijd de voorkeur. 
 

Uitlaat 
 
Een kapotte uitlaat is vaak makkelijk te herkennen, deze maakt namelijk 
behoorlijk wat herrie. Merk je dat je personenauto ineens zwaarder of 
harder klinkt als je deze start, of maakt deze een knetterend geluid als je 
gas geeft, dan kan het zijn dat je uitlaat kapot is. 
 
Wordt een personenauto jaarlijks gecontroleerd tijdens de APK of een 
grote beurt, dan komt de normale slijtage normaal gesproken op tijd aan 
het licht. Maar raakt de uitlaat tijdens het rijden beschadigd doordat er 

Ruitensproier – Vloeistof 
niveau laag 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

iets tegenaan is gekomen, dan kan dit ineens veel meer geluid geven. 
Heel af en toe raakt de uitlaat zelfs los en sleept over de grond tijdens 
het rijden. Dit maakt een schrapend geluid. 
 
Het is niet toegestaan om te rijden met een kapotte uitlaat. Niet alleen 
geeft dit overlast, maar ook de uitstoot van schadelijke stoffen verhoogt 
dan flink. 
 

Veiligheidsgordels 
Het gebruik van een gordel is altijd verplicht. Ook 
een gordel moet voldoen aan bepaalde 
goedkeuringseisen. Een gordel moet altijd goed 
vastzitten aan de auto. Hij moet goed oprollen, 
mag niet beschadigd zijn en moet goed 
vastklikken. Voldoet een gordel hier niet aan, dan 
mag je op die plek geen persoon meer vervoeren. 
Is dit de bestuurdersplek, dan mag er met dit 
voertuig niet meer gereden worden totdat de 
gordel is gemaakt. 
 
Een gordel gaat bij normaal gebruik niet snel 
kapot. Wel kan deze stuk gaan tijdens een 
botsing. Wordt de auto hierna gerepareerd, dan is 
het verstandig om de gordels ook te vervangen. Je 
kunt gordels vergelijken met een airbag of de helm 
van een motorrijder, deze werken één keer tegen 
letsel bij een ongeval. Hierna moeten ze 
vervangen worden. 
 

Oliepeil en vloeistoffen 
Je kunt zelf een aantal dingen controleren onder de motorkap, 
waaronder het oliepeil en een aantal andere vloeistoffen. 

Gordel wordt niet goed 
gedragenSlijtage 
remvoeringen 

 
Storing airbag of 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Motorolie 
Motorolie zorgt voor een goede smering en deels 
de afkoeling van de draaiende onderdelen van de 
motor. Als het oliepeil te veel zakt kan dit ervoor 
zorgen dat de motor te warm wordt, niet meer 
goed loopt en uiteindelijk zelfs kapot gaat. 
 
Controleer het oliepeil (bij een afgekoelde motor) iedere maand. Dit doe 
je met de peilstok, deze herken je meestal aan een geel of oranje oog of 
handvat dat tussen de motoronderdelen omhoogsteekt. 
 
Trek de peilstok eruit, veeg deze af en stop deze 
weer volledig terug in hetzelfde gaatje. Trek de 
peilstok er nogmaals uit en bekijk tot waar het 
olieniveau staat onderop de peilstok. 
 
Is het peil te laag, vul deze dan bij via de vulopening bovenop het 
motorblok. 
 
Koelvloeistof 
De koelvloeistof zorgt, zoals de naam al zegt, voor 
de koeling van de motor. Bij een te laag 
koelvloeistofniveau kan de motor oververhit raken, 
kapot gaan of zelfs in brand vliegen. Controleer 
daarom iedere maand het niveau van de 
koelvloeistof. Doe dit bij een koude motor! Omdat 
de koelvloeistof heel heet kan worden tijdens het 
rijden, kan dit gevaar opleveren tijdens het aflezen 
of bijvullen bij een warme motor. Het niveau is af 
te lezen op het reservoir van de koelvloeistof. 
 
Als het niveau onder de minimale waarde zakt, rij 
dan niet verder maar vul deze eerst bij met 

 
Te lage oliedruk 

Lage oliepeil 

Motor oververhit 

Koelvloeistof-niveau te 
laag 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

koelvloeistof. Dit is te koop bij de meeste 
tankstations en bouwmarkten. Bij nood is het 
reservoir ook bij te vullen met water. Dit moet dan 
wel zo snel mogelijk weer vervangen worden. 
 
Remvloeistofniveau 
De remvloeistof is een vloeistof die je niet zelf 
zomaar kunt bijvullen. Er mag geen lucht in de 
remleidingen komen en bij verkeerd bijvullen 
kunnen de remmen hun werking (deels) verliezen. 
Laat dit dus altijd bij een garage doen. Normaal 
gesproken blijft dit niveau goed, is het niveau 
gedaald dan kan dit betekenen dat de remmen 
versleten zijn of dat er ergens een lekkage zit. 
 
Het niveau kun je aflezen door op het reservoir van de remvloeistof te 
kijken. Deze mag niet onder de minimale waarde zakken. Is dit wel het 
geval, dan mag je niet verder rijden. 
 

Dashboardlampjes en -symbolen 

Personenauto's hebben in het dashboard verschillende lampjes die je 
ergens op kunnen wijzen. De afbeeldingen op deze lampjes kunnen 
wisselen per automerk of type, maar lijken vaak in grote lijnen wel op de 
afbeeldingen die in dit hoofdstuk staan. De kleuren zijn standaard en 
hebben ook een functie: 
 
. Rood continu brandend (of oranje knipperend bij 
motormanagementlampje) 
Direct actie ondernemen door te stoppen, de garage of hulpdienst te 
bellen, of het probleem direct zelf te verhelpen. 
. Geel of oranje continu brandend 
Doorrijden, maar wel zo snel mogelijk actie ondernemen en het 
probleem (laten) verhelpen. 
· Groen 
Controlelampjes, geven aan dat iets ingeschakeld is. Soms kunnen 
deze ook geel zijn, dan staat er iets ingeschakeld wat je meestal 
direct weer uit moet schakelen zodra het niet meer nodig is. Denk 
hierbij aan je mistachterlicht of achterruitverwarming. 
· Blauw 
Controlelampje, geeft aan dat het groot licht ingeschakeld is. 

📖8.21 

Probleem met het 
remsysteem 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Controlelampje verlichting 
 
Controlelampje mistlicht 
voorzijde 
 
Controlelampje 
automatisch groot licht 
 
Controlelampje adaptive 
cruisecontrol 
 
Controlelampje start-stop 
systeem 
 
Verklikkerlicht slijtage 
remvoeringen 
 
Waarschuwingslampje 
algemeen 
 
Verklikkerlicht 
uitgeschakelde ESP 
 
Verklikkerlicht lage 
bandenspanning 
 
Controlelampje 
dieselvoorverwarming 
 
Controlelampje 
achterruitverwarming 
 
Verklikkerlicht defecte 
lamp 
 
Verklikkerlicht storing 
motormanagement 
 
Verklikkerlicht roetfilter 
 
Waarschuwingslampje 
geopende deur 
 
Waarschuwingslampje 
motor oververhit 
 
Waarschuwingslampje 
parkeerrem 
 
Waarschuwingslampje 
ABS 
 
Waarschuwingslampje 
veiligheidsgordel 
 
Waarschuwingslampje 
airbag 
 
Controlelampje groot licht 

Controlelampje 
markeringslichten 
 
Controlelampje dimlich 
 
Controlelampje 
richtingoanwijzers 
 
Controlelampje 
cruisecontrol 
 
Controlelampje lane 
assist 
 
Controlelampje mistlich 
achterzijde 
 
Waarschuwingslampje 
vorst 
 
Waarschuwingslampje 
dodehoekverklikker 
 
Waarschuwingslampje 
lane assist 
 
Verklikkerlicht loag 
brandstofniveau 
 
Verklikkerlicht loag 
koelvloeistofniveau 
 
Controlelampje 
voorruitverwarming 
 
Verklikkerlicht laag 
oliepeil 
 
Controlelampje 
uitgeschakelde 
passagiersairbag 
 
Verklikkerlicht 
ruitensproeier- 
vloeistofniveau laag 
 
Waarschuwingslampje 
acculading 
 
Waarschuwingslampje 
lage oliedruk 
 
Waarschuwingslampje 
remsysteem 
 
Waarschuwingslampje 
stuurbekrachtiging 
 
Waarschuwingslampje 
laterale airbag 
Waarschuwingslampje 
alarmverlichting 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Vulopening brandstof aan 
die zijde 
 
Schakelaar dimlicht 
 
Schakelaar automatisch 
groot licht 
 
Schakelaar mistlicht 
achterzijde 
 
Schakelaar 
alarmverlichting 
 
Schakelaar 
hoogteregeling 
koplampen 
 
Schakelaar cruisecontrol 
 
Schakelaar 
snelheidsbegrenzer 
 
Schakelaar lane assist 
 
Schakelaar ruitenwissers 
 
Ruitenwissers en 
ruitensproeiers 
 
Schakelaar 
achterruitverwarming 
 
Schakelaar ecologisch 
rijden 
 
Ventilatiestand hoofd 
 
Ventilatiestand hoofd en 
voorruit 
 
Schakelaar ventilator 
(blower) 
 
Vergrendeling elektrisch 
bediende ruiten 
 
Hendel openen motorkap 

Claxon 
 
Hoofdschakelaar 
verlichting 
 
Schakelaar groot licht 
 
Schakelaar mistlicht 
voorzijde 
 
Schakelaar 
richtingoanwijzers 
 
Schakelaar 
markeringslichten 
 
Schakelaar 
koplampreiniging 
 
Schakelaar adaptive 
cruisecontrol 
 
Schakelaar uitschakelen 
ESP 
 
Schakelaar 
parkeersensoren 
 
Ruitenwissers 
intervalstand 
 
Schakelaar 
voorruitverwarming 
 
Schakelaar 
stoelverwarming 
 
Schakelaar 
airconditioning 
 
Ventilatiestand hoofd en 
voeten 
 
Ventilatiestand verdeeld 
 
Schakelaar 
recirculatiestand 
 
Hendel openen 
kofferdeksel 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Algemene veiligheidseisen 

Er is al veel gesproken over veiligheid. Eigenlijk is er éen ding heel 
belangrijk in het kader van veiligheid: Je eigen gezonde verstand. Als 
iets onveilig lijkt, dan is het dat waarschijnlijk ook. Vaak wordt 
onderschat hoeveel kracht er op bepaalde onderdelen en lading komt 
tijdens het optrekken, rijden, remmen en sturen. Lading die niet goed 
vastzit kan levensgevaarlijk worden in geval van een botsing. Zelfs een 
noodstop kan er al voor zorgen dat er spullen van de hoedenplank doo 
de auto vliegen. Vervoer dus nooit spullen op de hoedenplank! Zelfs 
relatief lichte dingen kunnen gevaarlijke projectielen worden. 
 

Lading 
Lading mag geen zicht ontnemen dat je nodig hebt om de juiste 
beslissingen te kunnen nemen. Zet lading goed vast, zodat het altijd op 
de plaats blijft bij het optrekken, sturen en (stevig) remmen. Denk er oo 
aan dat verschuivende en omvallende lading jou als bestuurder afleidt 
van de rijtaak. 
 
Lading mag er niet voor zorgen dat de verlichting of kentekenplaat 
slechter zichtbaar is. Als de kentekenplaat op de achterklep van de 
personenauto zit en je moet met geopende achterklep rijden, is dit 
strafbaar als hierdoor de kentekenplaat niet meer goed zichtbaar is. 
 
Verlies je lading, dan is de kans groot dat jij moet opdraaien voor de 
schade die deze lading heeft veroorzaakt. 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

Als de trekhaak voor de 
kentekenplaat zit, 
moet dit een afneembare trekhaak 
zijn. 
Omdat een kentekenplaat altijd 
goed 
zichtbaar moet zijn mag je zo niet 
gaan 
rijden. De trekhaak moet eerst 
verwijderd 
worden.worden. 

Je mag geen lading verliezen. Als je 
losse 
lading vervoert in een open 
aanhangwagen, moet deze goed 
afgedekt 
worden. Je mag daarom niet zo 
gaan rijden. 
 

📖8.22 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Passagiers 
Volwassen passagiers hebben een eigen verantwoordelijkheid in de 
manier waarop ze zich laten vervoeren. Kinderen vanaf 12 jaar zijn ook 
zelf verantwoordelijk voor het dragen van de gordel. Maar dat betekent 
niet dat je als bestuurder hier niks meer over te zeggen hebt. Neem als 
bestuurder je eigen verantwoordelijkheid en zorg dat alles en iedereen 
veilig vervoerd wordt. Spreek passagiers aan op hun gedrag als ze hun 
gordel niet dragen en let er ook op dat kinderen goed blijven zitten. 
 
Geef ook aan als je last hebt van gepraat of geschreeuw door 
passagiers. Jij moet zorgen dat je goed geconcentreerd blijft tijdens het 
rijden. Laat je niet opjagen door passagiers en houd je aan de regels. Als 
er iets misgaat doordat je werd afgeleid of uitgedaagd, ben jij degene 
die voor alle schade mag opdraaien. 
 

Advanced Driver Assistance Systems (ADAS) 

Moderne auto's zijn steeds meer voorzien van technische snufjes die het 
autorijden veiliger en makkelijker maken. Deze systemen worden 
kortweg ADAS genoemd, naar de Engelse term Advanced Driver 
Assistance Systems (in het Nederlands: rijtaak ondersteunende 
systemen). Om er goed mee om te kunnen gaan en alle voordelen te 
benutten, is het belangrijk dat je begrijpt wat zo'n systeem doet. Maar 
daarnaast moet je ook weten wat de beperkingen zijn. 
 
Een heel groot nadeel van de aanwezigheid van ADAS is dat we ons 
steeds veiliger voelen op de weg. Dit kan een vals gevoel van veiligheid 
zijn. Zo wordt er soms gedacht dat je minder afstand hoeft te houden als 
de personenauto een automatisch remsysteem heeft dat in werking 
treedt zodra de voorganger remt. Maar de remafstand wordt niet kleiner 
van deze systemen en het moet niet gezien worden als een vervanging 
van zelf remmen. 
 
Een tweede nadeel is dat hoe meer het voertuig taken van je overneemt, 
hoe minder je zelf blijft kijken en nadenken. Je gedachten dwalen af als je 
even niks hoeft te doen. Als je dan ineens wel moet ingrijpen ben je in de 
meeste gevallen te laat. 
 
ADAS kan een hele mooie aanvulling zijn, maar blijf in alle gevallen zelf 
nadenken! 

📖8.23 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Adaptive cruisecontrol 
De gewone cruisecontrol is een systeem waarbij je de snelheid van het 
voertuig kunt vastzetten waardoor je niet gas hoeft te blijven geven. 
Adaptive cruisecontrol houdt hiernaast ook de volgafstand in de gaten 
en laat het voertuig afremmen zodra deze te krap wordt. Hij past de 
snelheid automatisch aan het verkeer voor je aan. Ga je zelf remmen, 
dan gaat de cruisecontrole uit. Het gebruik van cruisecontrol wordt 
afgeraden bij slecht weer en gladheid, omdat dit het slipgevaar vergroot. 
 

 

 

Adaptieve verlichting (Adaptive lightcontrol) 
Adaptieve verlichting is bijvoorbeeld het bochtlicht dat aangaat zodra je 
een bocht instuurt, of de koplampen die meesturen in de bocht. Hierdoor 
wordt de bocht beter verlicht. Ook is er bij meesturende koplampen 
minder risico op verblinding van tegemoetkomend verkeer in de bocht. 
 

Afdaalssysteem (Hill descent control) 
Dit systeem helpt je bij het afdalen van steile hellingen en wordt met 
name gebruikt op vierwiel aangedreven voertuigen die ook bedoeld zijn 
voor ruwer terrein. Als het voertuig versnelt zonder dat de bestuurder 
gas geeft, gaat het systeem gecontroleerd afremmen tot de ingestelde 
snelheid. 
 

Automatische verlichting 
Bij automatische verlichting moet je denken aan 
de dagrijverlichting die automatisch overschakelt 
naar dimlicht als het buiten donker begint te 
worden. Ook bestaat er automatisch groot licht, 
waarbij het groot licht wordt gedimd zodra je 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

onder een bepaalde snelheid komt, of als er 
tegenliggers aankomen of verkeer kort voor je 
rijdt. 
 
De sensoren die dit regelen zullen helaas lang niet altijd alles opmerken. 
Mist wordt vaak niet opgemerkt waardoor het dimlicht niet wordt 
ingeschakeld. En op rechte wegen wordt verder weg rijdend verkeer 
soms niet opgemerkt waardoor het groot licht niet op tijd wordt gedimd. 
Jij houdt de verantwoordelijkheid en moet dit dus zelf in de gaten blijven 
houden.  
 

Autonoom noodremsysteem enbotswaarschuwing (Autonomous 
Emergency Braking, Forward Collision Warning, et cetera) 
Er zijn veel verschillende systemen die kunnen waarschuwen en 
ingrijpen als je als bestuurder ergens tegenaan dreigt te gaan rijden. 
Deze werken met camera's, sensoren en andere detectiesystemen die 
ingrijpen als je zelf te laat begint met remmen. 
 
Automatische remsystemen kunnen gekoppeld zijn aan de gordels of 
andere veiligheidssystemen die in werking treden om schade en letsel 
zoveel mogelijk te voorkomen bij de botsing. 
 
Automatic braking is geen direct hulpmiddel om een ongeval te 
voorkomen, maar meer een laatste redmiddel om de gevolgen van een 
ongeval zo klein mogelijk te houden. Forward collision warning is een 
waarschuwingsmiddel dat vooral is bedoeld om de bestuurder aan te 
zetten tot actie. Pas als je dit niet doet zal het systeem zelf gaan 
remmen. 
 
Deze systemen bestaan ook specifiek voor de bescherming van 
(overstekende) voetgangers: het Pedestrian protection system. 

 

Automatisch groot licht 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Automatische parkeersystemen enachteruitrijcamera (Assisted 
Parking en Automatic Parking) 
De simpelste parkeersystemen bestaan uit sensoren en geven piepjes 
als je te dicht bij obstakels komt. Uitgebreidere systemen zijn voorzien 
van camera's waarbij je beter zicht hebt op de wegdelen rond het 
voertuig. 
 
De meest uitgebreide systemen nemen het parkeren helemaal over, 
waarbij je zelf niet meer hoeft te sturen. In dit geval blijf jij nog altijd 
verantwoordelijk voor eventuele schade en moet je nog steeds om je 
n kiiken of ie niemand bindert 
heen bliiven  
 

 

 

Bandenspanningsensor (Tirepressure monitoring) 
De bandenspanning wordt bij sommige 
voertuigen in de gaten gehouden door sensoren. 
Zodra de bandenspanning van een band begint af 
te wijken krijg je een waarschuwingslampje in je 
dashboard. In dat geval moet je stoppen op een 
veilige plek en je bandenspanning controleren. 
 
Dit vervangt niet de maandelijkse controle van de bandenspanning, 
omdat dit systeem vaak alleen een verschil tussen de banden detecteert. 
Als alle banden minder spanning hebben door normaal spanningsverlies 
wordt dit meestal niet opgemerkt door het systeem. Ook kan het 
svsteem een valse meldina aeven als het era koud is buiten. 
 

Hoeksverklikker (Blind spotdetection/monitor) 
Dit systeem waarschuwt je voor voertuigen in de blind spot. Dit kan 
bijvoorbeeld zijn door middel van een lampje in de buitenspiegel dat 
gaat branden zodra er een voertuig in de hoek rijdt, maar het kan 

Waarschuwing lage 
bandenspanning 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

ook op andere manieren kenbaar gemaakt worden. 
 
Als jouw voertuig iets in de hoek opmerkt en jij doet je 
richtingaanwijzer aan in die richting, klinkt er vaak een 
waarschuwingssignaal om te vertellen dat je nog niet kunt opschuiven 
die kant op. 
 
Dit systeem kan ervoor zorgen dat bestuurders zelf minder vaak de  
hoek gaan controleren. Toch worden kleinere voertuigen en bijvoorbeeld 
motorfietsen soms niet opgemerkt door deze systemen. Zelf de  
hoek controleren blijft dus noodzakelijk. 
 

 

Electronisch stabiliteits controle 
(Electronic Stability Program of 
ESP/ESC)  
Dit systeem controleert continu of de richting 
waarin de auto beweegt, wel overeen komt met 
de richting waarin je stuurt. Als dit niet 
overeenkomt, bijvoorbeeld doordat je in een slip 
belandt, corrigeert het systeem dit zoveel mogelijk. 
Dit gebeurt door het afzonderlijk afremmen van 
de wielen. De auto wordt zo gestabiliseerd en 
weer in de juiste richting gestuurd. 
 
Zo klinkt het alsof een auto met ESP niet meer kan slippen. Maar dat is 
zeker niet zo. Een beginnende slip kan nog opgevangen worden, maar 
als je echt flink in de slip dreigt te raken doet ook de ESP hier niks meer 
aan. ESP kan meestal uitgeschakeld worden, maar dit is bij gebruik op 
de openbare weg niet aan te raden. 
 

Nachtzicht (Night vision) 
Dit is een warmtebeeld- of infraroodcamera op het voertuig dat een 
beeld geeft op een monitor in of op je dashboard. Hiermee kun je in het 
donker en bij slecht weer eerder obstakels en onverlichte weggebruikers 

Waarschuwing ESP 
uitgeschakeld 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

zien. 
 

Noodoproepsysteem (eCall) 
Dit systeem stuurt automatisch een bericht naar een hulpdienst bij een 
ongeval. Belangrijke informatie, zoals je locatie en het aantal inzittenden, 
wordt meteen meegestuurd. 
 

Regensensor (Rain sensor) 
Deze sensor is meestal ingebouwd in de voorruit en activeert de 
ruitenwissers zodra er regen wordt opgemerkt. De snelheid van de 
ruitenwissers wordt hier ook door geregeld. 
 

Rijstrook assistentie (Lane Keep Assist en Lane Departure Warning) 
Deze hulpmiddelen geven een waarschuwing door een piepje of trilling 
in het stuur, of sturen zelfs actief terug als je van de rijstrook dreigt te 
raken. 
 
Een gevaar van dit systeem is het gebruik op spitsstroken, waarbij het 
systeem in de war kan raken van puntstukken en belijning bij invoeg- en 
uitrijstroken. Hierdoor kun je ineens automatisch de spitsstrook 
afgestuurd worden door het systeem. 
 
Ook werkt het systeem voornamelijk op belijning. Als deze afwezig is 
dan werkt het systeem niet, of minder goed. 

 

 

Snelheidsbegrenzer  (Speed Control Function) 
Bij de snelheidsbegrenzer stel je zelf een 
maximumsnelheid in. Je kunt vervolgens niet 
harder rijden dan deze ingestelde snelheid. Het is 
niet hetzelfde als cruisecontrol, waarbij het 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

voertuig zelf de snelheid vasthoudt. Je moet 
blijven gasgeven. 
 

Start-stop systeem 
Systeem dat het voor de bestuurder makkelijker maakt 
om de motor uit te schakelen tijdens het onvrijwillig 
stilstaan voor bijvoorbeeld verkeerslichten of een 
geopende brug. Bij een handgeschakelde 
personenauto moet hiervoor meestal de versnelling in 
zijn vrij gezet en het koppelingspedaal losgelaten 
worden. De motor schakelt dan automatisch uit. Zodra 
het koppelingspedaal weer ingetrapt wordt, start het 
voertuig weer. Bij een personenauto met automaat 
gaat de motor in dit geval meestal al uit als het 
voertuig met de voetrem stil wordt gehouden. 
 

Voertuig communicatie systeem(Vehicular communication system) 
Dit is een systeem waarbij moderne voertuigen en andere ingestelde 
punten met elkaar communiceren en elkaar op de hoogte houden van 
opstoppingen en veiligheidswaarschuwingen. Als er bijvoorbeeld 300 
meter voor jouw voertuig een ongeluk gebeurt, kan jouw voertuig hier 
vast op reageren door jou te waarschuwen of zelfs al te gaan remmen. 
Dit soort systemen worden steeds belangrijker met de komst van 
zelfrijdende auto's. 
 

Verkeersbordherkenning (Traffic SignRecognition) 
Bij dit systeem worden de borden langs de kant van de weg gescand. 
De belangrijkste borden worden weergegeven in het dashboard. 
Bijvoorbeeld de maximumsnelheid. In sommige gevallen wordt dit 
gecombineerd met de adaptive cruisecontrol en past deze de snelheid 
aan de borden aan (Intelligent Speed Adaption). 
 
De verkeersbordherkenning werkt niet overal even goed en niet alle 
systemen zijn ver genoeg doorontwikkeld voor de Nederlandse wegen. 
Zo worden 'zone'-borden regelmatig niet herkent. Ook 'pakt' het systeem 
soms borden van parallelwegen of zijwegen die op de weg waar jij rijdt 
niet gelden. Vertrouw dus niet blindelings op dit systeem, maar blijf zelf 
naar de borden kijken. 

Startknop 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Vermoeidheidsherkenning (Drowsiness Detection) 
Dit systeem houdt de bestuurder en de handelingen van de bestuurder 
in de gaten en kijkt of deze nog actief aan het autorijden is. Het systeem 
kan herkennen dat de aandacht verslapt door een camera die het 
gezicht in de gaten houdt. Daarnaast haalt het ook informatie uit de 
stuurbewegingen en de positie op de rijstrook (bijvoorbeeld via de Lane 
assist). 
 
Als het systeem vermoeidheid of verminderde concentratie herkent, 
klinkt er een geluid en staat er een advies in je dashboard om even te 
pauzeren. Dit betekent overigens niet dat je altijd kunt blijven rijden tot 
het voertuig deze signalen gaat geven. Ga nooit vermoeid op weg en 
houd regelmatig pauze, ook als dit nog niet specifiek geadviseerd wordt 
door dit systeem. 
 

Waarschuwing kruisend verkeer(Rear Collision Warning, Cross Traffic 
Alert) 
Dit systeem controleert tijdens het achteruitrijden of er verkeer van links 
of rechts nadert. Het merkt ook verkeer op dat door de bestuurder nog 
niet te zien is. Als er verkeer nadert dan waarschuwt het systeem de 
bestuurder door middel van geluid. 
 
Sommige systemen remmen ook zelf als de bestuurder niet reageert 
door te stoppen. 
 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

Waarschuwingsgeluiden elektrische voertuigen 
Dit zijn de waarschuwingsgeluiden die klinken als een (deels) elektrisch 
aangedreven voertuig langzaam rijdt (tot 25 km/u). Deze voertuigen zijn 
normaal gesproken slecht te horen en door deze geluiden worden 
andere weggebruikers gewaarschuwd voor hun aanwezigheid. Het 
werkt zowel bij het vooruit- als achteruitrijden. 
 

Zijwind stabilisatie (Crosswind stabilisation) 
Dit systeem houdt je voertuig stabiel tijdens stevige zijwind. Dit systeem 
komt vooral voor bij personenauto's met actieve vering (active 
suspension) en werkt door de wielen aan de kant van de wind licht af te 
remmen en de vering aan te passen waardoor het voertuig minder 
meebeweegt met de wind. 
 

Zelfrijdende auto's (Autopilot) 
Dit is het systeem om personen- en bedrijfsauto's volledig zelfstandig te 
laten rijden. Het autopilot systeem combineert eigenlijk alle ADAS 
waardoor er uiteindelijk theoretisch gezien geen menselijke bestuurder 
meer nodig zou zijn. Op dit moment is de bestuurder nog altijd zelf 
verantwoordelijk en moet dus kunnen ingrijpen als het systeem fouten 
maakt of iets nog niet kan. 
 

Deeltoets 8.5 

 Toets verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden 

 

 

💬8.24 

💬8.25 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

👍Geslaagd! Verantwoorde verkeersdeelname en mileubewust rijden 
A-A-A-A-B-B-A-B-B-C-A-A-C-B-B-A-C-1-B-1-A-C-C-B-C-A-A-B- 

 

 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Gevaarherkenning 

 
Autorijden gaat verder dan het toepassen van de regels. Je komt regelmatig situaties 
tegen waarin je in een korte tijd moet beslissen hoe je handelt. Dit is afhankelijk van wat 
er zou kunnen gebeuren. Zo kan een situatie die eerst niet zo gevaarlijk leek, in korte tijd 
ineens wel gevaarlijk zijn. Hoe eerder je dit gevaar herkent, hoe beter je kunt reageren. In 
de oefeningen van de gevaarherkenning, krijg je situaties te zien die jij moet gaan 
beoordelen. Wat zou jij doen als je dit voor je ziet? Ga je remmen? Laat je alleen je gas 
los? Of doe je zelfs helemaal niks? 

Gevaarherkenning 

Een los onderdeel van het theorie-examen is de gevaarherkenning. Voor 
een veilige en verantwoorde verkeersdeelname is het op tijd herkennen 
van gevaar erg belangrijk. 
 
Bij de gevaarherkenningsvragen zie je een situatie in beeld alsof je deze 
ziet door je voorruit. Jij moet deze situatie beoordelen en aangeven hoe 
je moet handelen om het zo veilig mogelijk te houden. 
 
Voor het beoordelen van deze situatie krijg je acht seconden de tijd. 
Binnen die tijd moet je een antwoord geven. Zorg dus dat je op tijd iets 
aanklikt, na acht seconden verschijnt direct de volgende vraag in beeld. 
 
Let op, ook bij het afleggen van een verlengd of individueel examen blijft 
de antwoordtijd bij gevaarherkenning acht seconden per vraag. 
 

 

Keuzemogelijkheden 
Je hebt bij de vragen over de gevaarherkenning altijd drie 

9 Gevaarherkenning 

📽9.1 

📖9.2 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

keuzemogelijkheden: 
 
. Remmen 
Dit is flink snelheid verminderen of zelfs helemaal stoppen. 
. Gas loslaten 
Dit is snelheid verminderen zonder te remmen. Je bereidt je voor op 
wat kan komen. 
. Niets 
Door blijven rijden met dezelfde snelheid. 
 

Remmen 
 
Je kiest voor remmen als er direct gevaar is. Pas de geldende 
verkeersregels toe. Let op verkeerstekens, markeringen, obstakels, 
onoverzichtelijke situaties, smalle wegen en tegenliggers, spelende 
kinderen of fietsers op de rijbaan. Houd ook rekening met de 
weersomstandigheden. Remmen kan ook nodig zijn om een veilige 
volgafstand aan te houden tot je voorganger. 
Let ook op het verkeersbeeld achter de auto. Gebruik de binnenspiegel 
om te beoordelen of er zich een gevaarlijke situatie kan voordoen. Zoals 
een onverwachte inhaalmanoeuvre van achteropkomend verkeer. 
Remmen betekent normaal gesproken dat je minimaal zo'n 20 km/u 
langzamer gaat rijden, of dat je helemaal moet gaan stilstaan. 
 

Gas loslaten 
Je kiest voor gas loslaten als er nog geen direct gevaar is, maar wel 
gevaar zou kunnen ontstaan als je niets doet. 
Als je een verkeerssituatie niet vertrouwt, zonder dat er direct gevaar (te 
zien) is, moet je het gas loslaten. Je vermindert dan geleidelijk je snelheid 
en kunt daardoor sneller reageren als er toch gevaar ontstaat. Je 
snelheid verlaag je hierdoor met zo'n 5 tot 15 km/u. 
 

Niets 
 
Je kiest voor niets doen als er helemaal geen gevaar is en dit ook niet te 
verwachten is. 
Als de situatie goed te overzien is, je hebt voldoende ruimte rondom het 
voertuig en er zijn geen (zwakkere) verkeersdeelnemers of 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

weersomstandigheden waar je rekening mee hoeft te houden, kun je 
doorrijden. Dit betekent dat je met dezelfde snelheid blijft doorrijden. 
 

Belangrijke onderdelen 
Bij het goed beantwoorden van vragen over de gevaarherkenning moet 
je jezelf een paar vragen stellen: 
 
. Is er een direct gevaar? 
Kijk hierbij ook naar de snelheid, de richtingaanwijzers en de 
binnenspiegel. 
. Hoe groot is dit gevaar? 
. Hoe reageer ik hier het beste op? 
 
 

Gevaarherkenning – Remmen 

Voor remmen kies je dus als er direct gevaar te zien is. Zou je niks doen, 
dan is de kans op een ongeluk groot. Daarnaast is er nog een reden om 
te kiezen voor remmen: als er kinderen in beeld zijn. Kinderen zijn erg 
onvoorspelbaar en kunnen zomaar de straat op rennen. Vooral als ze 
aan het spelen zijn. Let op, remmen betekent zeker niet altijd dat je 
helemaal moet gaan stilstaan. Soms is dit wel het geval, maar meestal 
betekent het een flinke snelheidsvermindering zonder te gaan stilstaan. 
 
 

Voorbeelden 

 

Situatie 1 Je moet hier remmen omdat je een S-bocht nadert met direct 
daarna een spoorwegovergang. De naderingssnelheid van 70 km/u is 
veel te hoog. 
 

📖9.3 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Situatie 2 
Omdat er voor jou drie fietsers naast elkaar fietsen, is er geen ruimte om 
te passeren. Het snelheidsverschil tussen de fietsers en jou is te groot 
om alleen maar je gas los te laten. Daarom moet je hier remmen. Voor 
fietsers mag je aanhouden dat ze ongeveer 15 tot maximaal 20 km/u 
rijden. 

 

Situatie 3 
De vrouw met de winkelkar lijkt voor jou langs te gaan lopen. Ze is al zo 
dichtbij dat je wel voor haar moet remmen. Gas loslaten is zelfs met deze 
lage snelheid niet voldoende. 

 

Situatie 5 
Hier moet je kiezen voor remmen, omdat het zicht voorbij de bocht erg 
slecht is. Aan het straatnaambordje en de drempelstrepen op de grond 
kun je zien dat er waarschijnlijk een zijweg in of na de bocht ligt. Je 
snelheid ligt veel te hoog om op tijd te kunnen stoppen als er iemand van 
rechts komt. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Situatie 6 
Links en rechts lopen kinderen. De bestelbus ontneemt je veel zicht 
waardoor je niet kunt inschatten of er kinderen op het punt staan om 
achter de bus langs over te steken. In situaties met kinderen moet je al 
snel kiezen voor remmen. 
 

Gevaarherkenning – Gas loslaten 

Je kiest voor gas loslaten als er geen direct gevaar te zien is, maar dit 
wel zou kunnen ontstaan. Door gas los te laten kun je vervolgens sneller 
reageren als er wel ineens een gevaarlijke situatie ontstaat. Veel 
snelheid verminderen is in deze situaties niet nodig, maar met dezelfde 
snelheid blijven rijden zou betekenen dat je niet op tijd kunt reageren. 
Daarnaast is het tijdens bepaalde weersomstandigheden niet 
verstandig om te veel te remmen. Denk hierbij aan gladheid. Zie je dus 
sneeuw, dan kun je meestal beter kiezen voor gas loslaten dan voor 
remmen, om slippen en controleverlies te voorkomen. 
 

Voorbeelden 

 

Situatie 1 
Aan de gele waarschuwingspop is te zien dat je een kinderrijk gebied 
binnen rijdt. Er zijn geen kinderen of andere weggebruikers te zien, maar 
door de heggen is de situatie niet heel overzichtelijk. Daarom laat je vast 

📖9.3 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

je gas los. 
 

 

Situatie 2 
Je nadert hier een S-bocht in de weg. In verband met de gladheid kies je 
nu vast voor gas loslaten. Dit geeft je ook meer tijd om de zijweg van 
echts goed te controleren. 

 

Situatie 3 
Het bord waarschuwt je voor een slecht wegdek. De weg is niet al te 
breed en heeft aan weerszijden bomen. Daarom kies je voor gas loslaten 
en rijd je met een lagere snelheid door tot het wegdek weer beter is. 

 

Situatie 4 
Verderop nadert een tegenligger. De weg is te smal om elkaar goed te 
passeren. Daarom matig je nu vast je snelheid door gas los te laten. Je 
hebt dan meer tijd om een goede plek te vinden om elkaar te passeren. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Situatie 5 
Rechts staat een bestelbusje met de achterdeuren open. Waarschijnlijk 
is er iemand aan het laden en lossen. Je kunt dus personen rondom dit 
voertuig verwachten en doordat de straat smal is heb je weinig 
uitwijkmogelijkheden. Daarom kies je voor gas loslaten en passeer je 
deze situatie met een lagere snelheid. 
 
 

Gevaarherkenning – Niets doen 

Je kiest voor niets doen als er geen gevaar te zien is en dit ook niet direct 
verwacht hoeft te worden. De snelheid is in dat geval aangepast aan de 
situatie en er is geen reden om aan te nemen dat je verderop gevaar 
kunt gaan tegenkomen. Je houdt in dat geval dezelfde snelheid aan die 
je op de snelheidsmeter ziet staan. 
 

Voorbeelden 

 

Situatie 1 
De situatie is goed overzichtelijk. Er zijn geen zwakkere 
verkeersdeelnemers te zien en je snelheid is passend bij de situatie. Je 
hoeft hier niets te doen. 

📖9.4 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Situatie 2 
Ook hier is de snelheid passend bij de situatie. Er is geen ander verkeer 
te zien en er zijn geen onoverzichtelijke bochten of zijwegen. 

 

Situatie 3 
Aan de groene middenstreep is te zien dat je hier op een autoweg rijdt. 
De maximumsnelheid is hier 100 km/u en er is geen reden te zien om 
langzamer te gaan rijden. 

 

Situatie 4 
De weg voor je is leeg en ook in de bermen is er niks aan de hand. De 
vrachtauto staat op de parallelweg dus ook daarvan hoef je geen 
gevaar te verwachten. De snelheid is passend bij de situatie. 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

 

Situatie 5 
Deze weg buiten de bebouwde kom is rustig en goed overzichtelijk. Je 
rijdt netjes de maximumsnelheid en houdt voldoende afstand. Er is geen 
reden om langzamer te gaan rijden. 
 

Uitleg oefenexamens 

Je hebt nu alle stof doorgenomen die je moet kennen voor het CBR 
theorie-examen. In het volgende onderdeel vind je een filmpje met uitleg 
over hoe de oefenexamens werken. Veel hiervan zul je herkennen van de 
oefentoetsen bij de hoofdstukken. Hierna volgt nog de eindtoets van het 
onderdeel Gevaarherkenning. 
 
Hieronder leggen we uit wat er gebeurt als je een oefenexamen hebt 
afgerond. Dit is namelijk afhankelijk van hoe je het oefenexamen hebt 
gemaakt. 
 

Gezakt, terug naar een hoofdstuk 
Als je te veel fouten hebt gemaakt in één of meerdere onderdelen 
(gevaarherkenning, kennis of inzicht) van het oefenexamen, ben je 
helaas gezakt. Heb je hierbij meerdere fouten in 1 onderwerp gemaakt, 
bijvoorbeeld 3 fouten die gingen over voorrang en voor laten gaan, dan 
word je teruggestuurd naar dat betreffende hoofdstuk. Je beheerst de 
stof van dat hoofdstuk dan nog niet voldoende. Het direct maken van 
een volgend oefenexamen is dan niet aan te raden omdat je een grote 
kans loopt weer te zakken op dat onderwerp. 
 
Tijdens het doorlopen van dit hoofdstuk maak je opnieuw alle 
deeltoetsen en de eindtoets. Pas als je slaagt voor de eindtoets van dit 
hoofdstuk, kun je verder naar het volgende oefenexamen. 
 

📖9.5 

static/downloads/5a9b246f-d7f2-47f8-8dd8-232d7de6bd22/theorieb-html.html
background image

 

 

 

 

 

Gezakt, verder naar het volgende oefenexamen 
Het kan ook voorkomen dat je wel net wat foutjes te veel had in het 
oefenexamen, maar niet meer dan 1 of 2 fouten per onderwerp. Je bent 
dan helaas wel gezakt, maar je wordt niet automatisch teruggestuurd 
naar een hoofdstuk. Kijk in dat geval wel goed naar het uitslagformulier 
en schrijf eventueel op in welke hoofdstukken je foutjes had gemaakt. 
 
Je hebt nu de keus: door naar het volgende oefenexamen, of zelf nog wat 
stof doornemen. De lesstof van de hoofdstukken blijft voor jou 
beschikbaar, dus als je twijfelt over een hoofdstuk, dan kun je deze altijd 
tussendoor even doornemen. Dit zijn de onderdelen met het boek- 
icoontje ervoor. 
 

Geslaagd, verder naar het volgende oefenexamen 
Ben je geslaagd voor een oefenexamen, dan kun je verder met het 
volgende oefenexamen. Ook dan is het wel verstandig om in het 
uitslagformulier te kijken of er nog hoofdstukken zijn waar je foutjes in 
had gemaakt. De lesstof van deze hoofdstukken kun je tussendoor altijd 
even doornemen. 
 

Uitleg oefenexamens 

 

Het theorie-examen voor je rijbewijs bestaat uit drie onderdelen: eerst 25 vragen over 
gevaarherkenning, daarna 12 vragen over verkeerskennis, en tot slot 28 inzichtsvragen. 
Bij gevaarherkenning krijg je een foto en moet je kiezen tussen remmen, gas loslaten of 
niets doen, afhankelijk van de situatie. Voor verkeerskennis en inzicht zijn er 
verschillende vraagtypes, zoals sleepvragen waarbij je cijfers naar de juiste plekken 
moet slepen, en invulvragen waarbij je getallen invult. Je hebt 7 minuten voor 
verkeerskennis en 15 minuten voor inzicht, met een minimum aantal juiste antwoorden 
dat je moet behalen om te slagen. Tijdens het examen kun je vragen markeren en 
navigeren tussen vragen. Na afloop zie je direct of je geslaagd of gezakt bent, en krijg je 
gedetailleerde feedback om je te helpen bij eventuele herkansingen. 
 

Toets gevaarherkenning 

 

📖9.7 

Zie Video: Hoe werkt het theorieexamen 
 

💬9.8